Conformeren?

juli 30, 2011

Ik kijk in de spiegel. Zie een bleke huid. Dat is niet begerenswaardig. Huid hoort, zeker in de zomer, gebruind te zijn. Soit. Ik zie grijze haren. Een dik half jaar niet naar de kapper geweest en dus ook niet laten verven. Ik besluit het nooit meer te zullen laten verven. Ik kijk naar beneden en zie een streep krullend haar. Vind dat opeens maar raar. Net een stuk tape dat iets onbetamelijks afplakt. Doe mij in de toekomst maar een driehoek.

Advertenties

Rennen maar!

juli 30, 2011


Landschapskunst

juli 29, 2011


Jaarmarkt

juli 29, 2011

De wekker ging vanochtend vroeg – zeven uur – zodat ik op tijd bij de jaarmarkt een dorp verder zou zijn en me als één van de eersten zou kunnen vergapen aan alle ongetwijfeld prachtige dingen die voor bijna niets door allemaal aardige mensen zouden worden verkocht. Ik parkeerde mijn auto op een bijna leeg grasveld (€2,50 alstublieft) en toog vol verwachting op mijn hoge hakken het dorp in. Na 100 meter had ik al een knaloranje gehaakte sprei te pakken die tijdens de tienertijd van de verkoopster haar slaapkamer opgevrolijkt had. Weer een paar meter verder scoorde ik een poef uit de zestiger jaren. Met handig veel opbergruimte. Dat begon goed. Poef en sprei in bewaring gegeven en meteen al liep ik tegen een wasrekje met poezen-pannenlappen aan. Gehaakt door de dames van de kerk voor het goede doel (ben even vergeten wat precies, maar zal vast de kerk zelf geweest zijn). Twee van gekocht. Nadat ik ook nog een sixties sjaaltje, een onhandige maar o zo leuke thermoskan, een oud blik en een kleedje dat bij thuiskomst een fors gat bleek te bezitten had gekocht en met een oud-klasgenote van de lagere school en haar zus een praatje had gemaakt had ik blaren op mijn tenen, pijn in de onderrug en kon ik niet meer lachen om de tweedehands WC-bril, het afgeragde eenzame pingpongbatje en de eindeloze stapels verwassen babykleding. Tijd om naar huis te gaan.

Toen ik echter bij mijn auto aankwam bleek hij omringd door andere auto’s. Volledig vastgezet. De parkeerwachten bleken al een paar keer te hebben laten omroepen dat de auto verplaatst moest worden, maar er was niemand op komen dagen. Het bestuur van de jaarmarkt zou het probleem maar op moeten lossen. Ik maakte nog een halfslachtig rondje langs de kraampjes en begon mijn blaren wel erg goed te voelen. Terug bij de auto was de situatie nog onveranderd. Gewacht, praatje gemaakt met ex-leraar uit de brugklas, zeer net briefje geschreven en onder de ruitenwissers van de zwarte wagen gedaan, gewacht, flesje water gekregen van een parkeerwacht en uiteindelijk gebeld naar huis en me op laten halen.

Zoeven heb ik de auto gehaald. Onder mijn ruitenwissers zat mijn eigen briefje. Daarop lag een pruim. Op het briefje was niets bijgeschreven. Geen woord van berouw. Alleen een godvergeten pruim.


Pruimenjam

juli 28, 2011

Zonde vond ik het, al die ooit mooie gele pruimen die nu rottend onder de boom lagen. Het meer dan een kilo pruimen per dag naar binnen werken had geen zichtbaar resultaat gehad. De takken hingen nog steeds vol met glanzende gele jongens. Dus ben ik er vanmiddag eens aan gaan staan en heb voor het eerst in mijn leven jam gemaakt. Jam zonder suiker, maar met appeldiksap en bij de natuurvoedingszaak bestelde agar-agar.

Op internet had ik een recept gevonden voor aardbeienjam zonder suiker en heb dat op de pruimen toegepast. Met wat onbedoelde variaties. Begonnen moest worden met het uitkoken van de jampotjes en dekseltjes. Grote pan geleend, soda erin, potjes en dekseltjes erin, water erbij en de vlam eronder. Al snel werd het water lichtgoorbruinig van kleur – waren de potjes zo vies? – en kwamen de etiketten die ik natuurlijk niet van tevoren had verwijderd bovendrijven. Na een paar minuten koken hengelde ik met een mes potjes en deksels uit de pan om ze ondersteboven uit te laten lekken op een schone theedoek. Ik zag dat de potjes een witte waas over zich heen hadden gekregen en vroeg me af of dat aan de soda of aan de lijmresten van de etiketten te wijten was. Ach ja, bedacht ik, de binnenkant zou wel proper worden als de kokende jam erin gegoten werd en de buitenkant kon ik na afloop van de jammakerij altijd  nog met een doekje schoonmaken.

Met een emmertje toog ik naar de pruimenboom en had het in een mum van tijd vol geplukt. Weer met nauwelijks zichtbaar effect op het totaalaanzicht van de boom. Tweeënhalve kilo had ik nodig volgens het recept. Ik stelde de keukenweegschaal in op drieënhalve kilo (rekening houdend met het gewicht van de emmer en de pitten) en zag dat het geheel nog flink wat zwaarder was. Om geen tijd te verdoen heb ik dat maar zo gelaten en heb bij het ontpitten regelmatig een halve pruim in mijn mond gestopt om toch nog een beetje in de richting van het aangegeven gewicht te komen. Toen de pan – waar ik een witte aanslagrand uit had moeten krabben – al goed vol was besloot ik dat het wel genoeg was, zette het vuur aan, gooide er iets meer dan de aanbevolen 250 cc appeldiksap bij en liet het geheel aan de kook komen. Een half uur lang heeft het mengsel mijn huis met pruimendamp doordrenkt voordat ik de drie zakje agar-agar erbij mocht ‘sprenkelen’. Het eerste zakje kende een snelle metamorfose van poeder naar geleiklonten, dus heb ik de andere twee zakjes (tip van de kok) maar aangelengd met water voordat ze de pan in gingen. Na wat gerommel met de houten spaan waarmee ik probeerde de klonten tegen de wand van de pan uit te smeren gaf ik het op en lepelde ik de jam in de potjes die netjes op een houten plank stonden te wachten. De potjes ondersteboven gezet en klaar was Kees.

Jammer genoeg zag mijn jam er niet echt jammig uit maar leek meer op een vruchtensaus. Ik met een paar potjes naar mijn ouders die toevallig net aan het toetje toe waren en warempel, mijn vader wilde wel wat warme jam in de kwark. Hij vond hem wat aan de zure kant (ik had er flink wat Lidl-citroensap in gesprietst) maar verder niet slecht. Ach ja, voor in de kwark en ’s ochtends in de muesli is vloeibaarheid best handig.

Toen ik daarnet echter de potjes die op mijn aanrecht waren achtergebleven weer rechtop zette, wat volgens het recept mocht zodra ze afgekoeld waren, was alle vloeibaarheid verdwenen. De potjes staan nu in de kast, jam tot aan het deksel en onderin een hardnekkige twee cm lucht.


P

juli 28, 2011

Het is herfstachtig en de koffie smaakt bijzonder goed, zo vlak voor de training. Opeens moet ik denken aan een rare e-mail-wisseling van een kleine twee jaar geleden. Hieronder het verhaal:

Ik voelde me de laatste dagen wat ongemakkelijk. Met mijn werk hobbel ik een beetje van de ene afzegging naar de andere, buiten zie ik de blaadjes vallen en veel vrienden lijken door een wat moeilijkere periode te gaan.. Opeens had ik een briljante ingeving en dacht: ik ga me weer eens inschrijven op e-matching. De eerste drie weken gratis, dus wat heb ik te verliezen? Is er in ieder geval eens wat actie in de tent en weet ik weer eens hoe ik tegenover mannen sta. Ik merk snel genoeg of ik open sta voor nieuwe contacten of dat mijn impuls is om alles af te houden.

Wat kan ik zeggen, je weet hoe het is op die dating-sites. Het bladeren door de foto’s blijft deprimerend. Teveel oh jee’s. Mannen die zichzelf promoten met een groot glas bier in de hand of zittend aan een tafel vol eten, mannen met zonnebrillen (vind ik meteen verdacht, denk ik: wat verberg je? durf je je niet te laten zien?), mannen stoeiend met joekels van honden, mannen die een foto plaatsen van zichzelf met hun kinderen maar dan de gezichtjes huidkleurig egaal fotosjoppen waardoor je eerst de impressie krijgt dat ze met een lappenpop op schoot zitten en als je beter kijkt denkt dat ogen en neus met Hansaplast afgetaped zijn. Roept bij mij meteen Fritzl-achtige associaties op. Veel mannen willen erg graag in actie gezien worden. Ongetwijfeld ter promotie van de viriliteit. Opvallend veel zeilbootmannen kwam ik tegen op e-matching, maar ook mannen in de branding, mannen in de bergen,  mannen op de skipiste en mannen met auto of motor. Op de één of andere manier werkt dat niet echt voor mij. Ga ik me alleen maar afvragen wie er achter die pose zit en betwijfel ik of ik dat wel echt wil weten.

Als ik al een oké-ogende man zag en doorklikte naar zijn profiel kreeg ik de volgende bekende afknappers voor mijn kiezen: mannen die een maatje zoeken, die graag met je een glas wijn voor het haardvuur drinken en een DVDtje met je willen kijken, die zeggen geen prins op een wit paard te zijn of zeggen dat ze er volgens hun vrienden heel goed uitzien en een flinke dosis humor hebben. Mannen die wachten op de “klik” met hun “soulmate”. Ik krijg er de bibbers van. Het is verbazingwekkend hoeveel de meeste profielen op elkaar lijken. Kopiëren ze die van elkaar? Vrouwen willen toch helemaal geen dertien-in-een-dozijn-man? Of stiekem wel? Ik ben toch niet de enge uitzondering?

In ieder geval…

Toen ik P’s foto zag dacht ik in eerste instantie: oei, wat een harde ogen! Maar ja, hij zag er parfumreclame-modellerig-goed uit als je van de militaire look met kort gel-haar houdt. Hij deed me een beetje aan Michiel, de ex van Sara denken, en tsja, om eerlijk te zijn, Michiel vind ik niet interessant. Allemaal leuke voortekenen waar ik niet naar luisterde. Want wat is er mis met ervaren, zeker als je veilig achter de computer zit?

Hij noemde zichzelf Psssthoi. Niet heel erg fout. Romeo is erger. Of Druppeltje. Of Binkie. Het is jammer dat hij nu zijn profiel onzichtbaar heeft gemaakt, maar er stond in ieder geval in dat hij erg tevreden was met zichzelf, onconventioneel en ontwikkeld. Een pestend extravert gevoelsmens met vast ook weer humor en empathie en zeker een aantrekkelijk uiterlijk.  Dus ik stuurde hem een berichtje waarin ik interesse toonde en zei niet te denken aan de gevraagde criteria “”gematigd en stabiel” te voldoen. Ik kreeg een “Dag jongedame”-mailtje terug waarin hij zei dat hij het leuk vond dat ik van uitdagingen hield en dat dat goed uit kwam want dan was ik bij hem aan het juiste adres. Hij zei wel een overdadig knuffeldier te zijn en maande me die uitdaging te voelen. Beetje gek verwoord, vond ik wel. Alsof ik me schrap moest zetten voor een op handen zijnde knuffelaanval. Leek me toch een beetje aan de vroege kant. Dus mailde ik terug dat ik van een random-knuffeldier misschien wel heel hard zou gaan rennen (even een beetje intomen, die man), maar dat ik nieuwsgierig was. Maar kijk, hij draaide bij en mailde dat zijn knuffelen niet random was maar dat passie en verliefdheid een voorwaarde voor hem waren om “iemand oprecht te omhelsen”. Yep, omhelzen met een “s”. Klein foutje, maar wel opgemerkt. Dan denk ik meteen: maar hij profileert zich toch als ontwikkeld en herinner ik me nou niet dat hij ook zei op zoek te zijn naar een ontwikkelde vrouw? Tegelijkertijd denk ik: niet zo mierenneuken Es, je maakt zelf ook wel eens fouten. In zijn zelfde mailtje de weinig opwindende uitspraak dat hij het heerlijk vindt om in bed met een bakje koffie samen de krant te lezen. Komt al gevaarlijk dicht bij de wijn en het haardvuur. Ik ga hier vrolijk in mee, gooi nog wat croissants in de strijd en draai het onderwerp weer een beetje mijn kant op door te opperen dat actie en onverstandige dingen doen ook erg leuk kan zijn. Dat lijkt hij wel leuk te vinden en noemt wat stoere dingen op die hij gedaan had waaronder seks hebben in een paskamer, waarna hij vraagt of ik nog durf. Ik negeer maar even die seks-strofe en zijn “liefs” onder de mail, keuvel wat over mijn reis naar Barcelona, zeg dat ik nog durf en geef hem gewoon groetjes. Misschien niet heel sportief of empathisch, maar ik wéns hem geen liefs, ik kén de man niet eens.

Natuurlijk wist ik in dit stadium al dat P op alle fronten niet mijn man was, maar ik begon wel erg benieuwd te raken naar waar dit op uit zou draaien. Hij was zo overduidelijk aan het hinten naar lichamelijkheden en deed zo hard zijn best alle conversaties om te buigen naar seks. Intrigerend en ook een beetje zielig omdat het zo verdomd doorzichtig was.

Intussen kreeg ik nog fijn wat quasi-filosofisch geneuzel op mijn bordje gegooid dat zou moeten bewijzen dat hij op meer dan één vlak aantrekkelijk was. Zo vergastte hij me op de wijsheid: “Tussen onderbewust en bewust zit een continuüm. Soms doe je dingen, die, als je later op een hoger bewustzijn verkeerd, pas kunt ‘plaatsen'”, (Goed P, twee taalfouten. Zat jij in het onderwijs?) uitte nog wat gemeenplaatsen en – verrassing – vertelde nog even dat wat seks betreft (volgens hem sex) hij een behoorlijk hete dondersteen is en van leuke locaties houdt die hem het stiekeme pubergevoel weer teruggeven. Is ook wel leuk, dat moet ik toegeven, maar jemig wat zakte mijn broek af bij de zin die daarna kwam: “Ik voel aan mijn water dat je glimlacht bij de laatste alinea”. Waaaahhhh!!! Verschrikkelijk!!!! Nee P, ik heb NIET geglimlacht.. En als ik dat wel zou hebben gedaan zou die door jouw woorden op mijn gezicht getoverde glimlach door die zin in één keer zijn weggevaagd. Zijn afsluiter was navenant: “Dus wil je een vent met ‘body en brains’ dan ben je aan het juiste adres”.
Ik weet het niet hoor. Is het werkelijk zo triest gesteld met mannen of is dit een uitzondering? Dit exemplaar lijkt te verwachten dat ik in katzwijm lig door zijn diepzinnige uitspraken, hem stoer en aantrekkelijk vind, zijn mannelijke dominantie opwindend vind, met een beetje aanmoediging wel in zal zijn voor een robbertje seks en vooral dat ik niet in de gaten heb hij waar hij het op aanstuurt. In zijn mail-stem klinkt geen enkele zelfspot door, enkel arrogantie.

Ik speelde het spelletje nog steeds mee en vertelde hem over mijn spannende plekken waarna ik zei dat ik het leuk zou vinden meer foto’s van hem te zien. Het antwoord kwam snel: “Mogen naaktfoto’s ook? Ze zijn gemaakt door een professionele fotograaf en soms lig ik met de billen bloot voor een clubje schilders”. Hij was niet te verlegen om meteen ook mij maar om naaktfoto’s te vragen onder het motto “laten we maar eens gelijk ‘gek’ doen”.

Ik beloofde te zoeken in mijn portretfoto’s maar stuurde niets. Tot mijn verbazing kreeg ik de volgende dag een mail met als titel “de foto’s”. Wat heb ik gelachen zeg! In de bijlage een zwart-wit-foto van hem in spijkerbroek voor een ouderwets ogend gordijn. Fotomodellenpose en mooi ontbloot bovenlichaam waaraan zichtbaar was dat moeite was gedaan om elke spier goed uit te laten komen. Ik hoorde hem al aan de fotograaf vragen: “Ogen ze zo het best of moet ik nog een beetje draaien?”. Op de tweede foto een hurkende naakte P voor hetzelfde gordijn. De pose kan niet ontspannen zijn geweest want in plaats van te steunen op de volle voet balanceerde hij op zijn tenen. Op een lelijke tegelvloer waar heel slordig een elektriciteitssnoer over lag.. In dit beeld kwam zijn slappe zwarte piemeltje met zakje dat onder zijn wel goed uitgelichte bovenbenen bungelde wel erg raar uit. Als een terzijde. Maar het meest idiote was dat hij zijn gezicht onherkenbaar had gemaakt met grote zwarte rechthoeken. De enige zin in zijn mail luidde: “Om redenen van discretie heb ik mijn gezicht afgeplakt”. Superdiscreet. Wel geslacht, geen gezicht. Klasse.

Toen ik uitgelachen was heb ik hem gemaild dat hij een mooi lichaam had en dat ik snapte waarom hij zijn gezicht had afgeplakt, maar dat ik het wel jammer vond van het plaatje. Ik heb hem twee onduidelijk kunst-foto’s gestuurd waarvan ik het prima vind als de hele wereld ze ziet en vertelde P wat over de achtergrond van die foto’s.

Het is toch vreemd. P zei dan in een eerder mailtje wel lak te hebben aan meningen van anderen, maar was blijkbaar toch bang dat ik foute dingen zou kunnen doen met zijn beeltenis. Waarom hij ook de spijkerbroekfoto onherkenbaar had gemaakt was me duister tot een paar minuten geleden. Hij heeft me namelijk weer een mailtje gestuurd (hij weet van geen ophouden) met in de bijlage de ongecensureerde spijkerbroekfoto. En daarop is zijn gezicht wel heel erg eng…

In zijn volgende mailtje reageerde P totaal niet op mijn foto’s noch op wat ik geschreven had. Wel stuurde hij nog een foto, dit keer van zijn gezicht. Hij kreeg van mij weer een complimentje retour over zijn mond en een leuke foto van mijn gezicht. Daar reageerde hij als volgt op (ik knip en plak het maar gewoon even): “Dank wederom voor het compliment en jouw mond is er 1 om te zoenen. Mooie eerste foto’s met sluitertijd en belichtingsexperimenten. Ik zal Bart (van de foto’s) eens vragen of hij ook eens zo’n sessie wil maken. Ik kijk hem gewoon lief aan want hij is homosexueel en gooi gewoon mijn vrouwelijke charmes in de strijd.  ;-)”

Dat kan toch echt niet? Even doodleuk aankondigen dat hij plagiaat gaat plegen. En dank wederom? Heb ik ergens overheen gelezen? Nee. Hij gaat simpelweg zo in zichzelf op dat complimenten zo vanzelfsprekend zijn dat hij niet eens de behoefte voelt erop te reageren. Om mij een compliment te geven over de fototechnische experimenten…

Dus besloot ik hem even te stangen. Grote kans dat zo’n jongen homofoob is dus vroeg ik onschuldig of hij ooit al eens homoseksuele ervaringen had gehad. Hij antwoordde dat hij wist dat deze vraag ging komen (ja,ja, dan wist hij meer dan ik) en vertelde over zijn eenmalige ervaring met ene knappe Kees die hij gepijpt had en door wie hij gepijpt was en die heel lief en begripvol was. Hij noemde het een noodzakelijk levensexperiment. Daarna vroeg hij of ik wilde bellen..

Zoals je begrijpt had ik daar ondanks de nieuwsgierigheid helemaal geen zin in dus zei ik dat ik graag nog even door zou mailen. Omdat ik het leuk vond en meer van hem wilde weten. Wat deed hij bijvoorbeeld in het dagelijks leven? Iets in het onderwijs toch?

Zijn antwoord hierop gaf me pas echt het gevoel dat het met P helemaal niet pluis was. Daarvoor was hij wel dominant en seksgericht, maar gestoord had ik hem nog niet willen noemen. De uitval in deze mail echter had ik met geen mogelijkheid kunnen voorspellen:  “Ik krijg meestal de kriebels als concrete voorstellen worden geparkeerd. Ik wil het hier verder bij laten….” Wat?!!! Ik wilde niet meteen met hem bellen! O jee! Verraad! Afwijzing! Kom op P, laat zien dat je de baas bent!

Ik dacht dat dit het eind zou zijn van ons mailcontact. Hij gaf aan het erbij te zullen laten en ik respecteerde dat en stuurde ook geen mailtje meer terug. Dat kon P echter ook weer niet hebben dus trok hij zijn grote pot mannelijke, verbale  en seksuele agressie open om het volgende over me heen te spuiten: “Trouwens mocht je eens een keer een lekker potje willen neuken, kun je alsnog reageren. Denk je dat je mijn lul volledig in je mond kunt nemen?”. (Uuuhhhh, die zwarte aardbei van de foto? Wat denk je P?)

Ik heb nog niet vaak meegemaakt dat iemand zich zo liet kennen. Het maffe is dat je weet dat hij denkt dat hij me met dit soort woorden wel even een lesje leert. Eerst wilde ik niet reageren, maar later dacht ik: waarom zou ik hem daarmee weg laten komen? En hem een overwinaarsgevoel gunnen? Nee. Ik mailde liefjes: “Vanwaar de agressie P? Groetjes E” waarop hij weer, volledig idioot als een blad aan de boom veranderde en schreef: “Ik ben de belichaming van (oprechte) liefde dus neem geen loopje met me. Mijn liefde moet je verdienen. Ik heb teveel verdriet achter de rug……………….”

Flipperdeflap. Hoe krijg je het uit je strot…

Als uitsmijter kreeg ik vanavond, samen met de enge-hoofd-foto: “Zou je het niet heerlijk vinden, dat jij met je kutje op mijn mond gaat zitten en liefdevol mijn harde pik streeld en zoent. Zijn er nog grenzeloze vrouwen, of kakt het in boven de veertig……….??”

Een relatie? Ik geloof niet dat ik er klaar voor ben.


Klantenbinding

juli 27, 2011

Ik had al een tijdje lopen nadenken over een nieuwe act in de ring met live gitaarmuziek erbij, maar kwam maar niet verder dan een paar trefwoorden en sfeerbeelden. Samen met P naar muziekjes geluisterd, gepraat, gebrainstormd, gelachen en niet echt veel verder gekomen. Totdat ik keek naar de video van een recent solo-optreden waar ik een fijn muziekje onder had geplakt (dank je, M) en dacht: “Amelie!” De kleding (vintage jurkje dat weliswaar tijdens het laatste optreden in flarden was gescheurd), de sfeer (zoals P het verwoordde “licht in plaats van kunstzinnig”) en de techniek (simpele pulley in plaats van motortakel) toverden opeens het beeld van Amelie op mijn netvlies.

Omdat het jaren geleden was dat ik de film had gezien repte ik me naar de plaatselijke DVD-boer en vroeg hem of hij Amelie misschien op voorraad had. Toen dat niet zo bleek te zijn wilde ik al weggaan om hem op internet te bestellen, maar de winkelier haalde me over dat bij hem te doen. “Dan is-ie er morgen.” Hij stond erop om mijn telefoonnummer in zijn computer te zetten en zei dat hij me zou bellen zodra de DVD binnen was.

Als ik iets in mijn hoofd heb wil ik er ook zo snel mogelijk mee aan de slag, dus de hele volgende dag heb ik mijn telefoon in de gaten gehouden, klaar om naar de DVD-winkel te snellen. Niets gehoord. Omdat het die avond toevallig koopavond was besloot ik op goed geluk naar het dorp te gaan en dan maar te kijken of er toch misschien iets voor me binnengekomen was. Bij de winkel aangekomen zag ik tot mijn grote teleurstelling dat de rekken met CD’s en DVD’s die altijd buiten staan weg waren, de ijzeren rolluiken naar beneden waren en het licht in de zaak uit was.

De volgende ochtend, in de winkel, bleek dat de DVD er gewoon was. De dag ervoor aangekomen. Op mijn vraag waarom ik niet gebeld was antwoordde de DVD-man dat hij het te druk had gehad. Waarop ik zei dat ik het dan fijner zou vinden als hij niet beloofde te bellen. “Ik kan toch niet iedereen voor alles gaan bellen,” viel hij uit. “Beloof het dan ook niet. Je bood het zelf aan,” zei ik. “Ik zal ook nóóit meer bellen” snauwde hij en met opgetrokken neus smeet hij me de kassabon toe. Ik kon het niet laten en pareerde met een vriendelijk “Je weet je klanten wel te houden hè?” Met een “Je hoeft hier ook nooit meer te komen!” maakte hij een eind aan onze conversatie.

Niet helemaal wat ik me van de ochtend had voorgesteld.