Eten

oktober 31, 2011

Een vriend vraagt me waar ik toch mijn energie vandaan haal. Hij vindt het vreemd dat ik ’s avonds liever geen koolhydraten eet.

Deze avond koolhydraten te over. In de goedkope lightly salted tortilla chips van de Lidl waar tenminste geen E621 in zit. Met guacomole. En gehakselde paprika-tomaat-ui. Geen eiwitten. Dat zal vast niet goed zijn, maar bij “The Ninth Gate” van Roman Polanski lijkt het prima te passen.

Nu maar afwachten hoe de training van morgenochtend zal gaan. Het leven zit vol uitdagingen.

Bij “Ludwig” van Luchino Visconti past, ondanks de saaiheid van de film, wat schapenkaas met rozemarijn. De spieren hebben hun brandstof en de training van morgen is gered.


Gitaar concert

oktober 30, 2011

We zouden naar een optreden van Trio Asturias gaan in Retranchement, mijn vader, moeder en ik. Een half uur voor aanvang belt mijn moeder me op om te vragen of ik het ook vergeten ben. Dat ben ik niet. Mijn moeder moet zich nog aankleden. Mijn vader geeft me de sleutels om de auto uit de schuur te halen. Als ik achteruit de schuur uit rijd zie ik mijn vader achter de auto springen en met zijn armen zwaaien. Hij moet nog een zak cement uit de kofferbak halen. Als ik hem erop wijs dat het niet erg slim is om achter een achteruitrijdende auto te springen zegt hij: “Maar kind toch, dat heb je helemaal fout.”

Mijn vader stapt zo’n twintig meter voor mijn moeder en mij uit omdat we laat zijn. Mijn moeder zegt dat ze haar eigen tempo loopt. Bij de deur van de kerk wacht hij op ons. De kerk zit stampvol. We proppen ons op drie klapstoeltjes helemaal achterin. Een man met grijs haar dat te lang is in de nek en bordeauxrode blouse kijkt verstoord om. Ik moet scheef op de stoel zitten om mijn benen kwijt te kunnen.

Het concert begint en het Trio Asturias komt binnenlopen. Ik zie even hun gezichten. De man voor me gaat staan om een foto te nemen. Als hij weer zit zie ik alleen nog maar het haar van de uiterst rechtse gitariste. Ze spelen zittend.

De muziek is mooi. Lieflijk is het woord, denk ik. Ik weet niet veel van muziek, maar ik vind de tonen wat dof. Misschien is het de akoestiek van de kerk. Het haar van de rechtse gitariste beweegt heen en weer. Soms zie ik, tussen de mensen door, ook het haar van de middelste gitariste.

Ik kijk naar de boze rug van de grijze man voor me. Hij zit bijna bij me op schoot. Een kindje begint te snikken. De moeder neemt het mee naar buiten. Een oudere vrouw staat op en loopt al filmend met haar iPhone naar voren, draait om, filmt de toehoorders en de koffietafel en gaat weer zitten. Tijdens het gehele concert doet ze dit drie keer. De vrouw rechts naast me heeft een groen kussentje meegenomen zodat ze, een tweede stoel gebruikend, haar voeten omhoog kan leggen. Ze draagt huidkleurige pantykousen met versterkte hiel. De versterkte hiel is opgetrokken tot over haar bijna onzichtbare enkels.

Op weg naar buiten koop ik een CD. Ik vraag me af of ik vooringenomen ben door het gitaarspel van P waar ik bewust of onbewust alles mee vergelijk. Of dat het woord “kamermuziek” me negatief beïnvloedt. Of misschien wel het woord “koffieconcert”, gecombineerd met de witte horeca-koffiekopjes en schoteltjes en de RVS schaal met café noir koekjes op het witte tafellaken. Wat vond ik er eigenlijk van? En moet ik er wel wat vinden?


In de rij

oktober 29, 2011

In de Lidl. Voor me in de rij een gezin. Moeder, vader, twee zoontjes en een dochtertje dat in de winkelwagen zit. Het jongste zoontje huilt. Hij ziet er wasachtig en een beetje vuil uit. De moeder praat tegen hem in West Vlaams dialect. Het dochtertje zuigt op haar vinger en krijgt wat-is-ze-een-schatje-commentaar van een vrouw achter me in de rij. Het oudste zoontje zuigt op zijn pink. Niemand ziet het. Hij bijt op zijn pink en maakt smak-geluiden. Hij krijgt een uitbrander.

De moeder zegt tegen de vrouw achter me in de rij dat de oudste zijn broer niet gerust kan laten. Ik zie dat het gezicht van broer vol krassen zit en vraag me af of de verdwenen huid onder de vingernagels van de oudste is beland. De oudste hoest. De vader snauwt “Hand voor je mond,” terwijl hij boodschappen op de band laadt. De vader heeft kort zwart haar waar al grijs doorheen komt, kleine donkere ogen en een wrat in de buurt van zijn ooghoek. Ik vraag me af waarom ik hem zo eng vind. Vraag me af of hij zijn vrouw en kinderen slaat. Ik vermoed dat hij een Zeeuws Vlaming is.

Het dochtertje springt op en neer in de bijna lege winkelwagen. Ze lacht maar ziet er triest en morsig uit. Ze probeert een brood op de volle band te leggen. De moeder zegt drie keer dat dat niet kan. De vader pakt het brood aan. De oudste knipt met duim en wijsvinger tegen het hoofd van zijn zusje. Ik denk dat niemand het ziet maar weet het niet zeker. De oudste graait in de winkelwagen. De vader snauwt “Afblijven!”

Bij de kassa hangt broer naast de kassière en bepampelt het scanvenster. Hij mag de kaas scannen. Hij raakt alles aan, heel even maar, en lacht als een waanzinnige.

Op de parkeerplaats laadt de vader de aankopen in een dikke blauwe stationwagen. Ik stap in mijn Corsa.


Kapper

oktober 28, 2011

In Gent, bij de kapper. De inrichting doet aan de jaren negentig denken. De kapster ziet er streng uit. Ik kijk haar nog even niet aan. Ik ken haar zeven jaar.

Het meisje-in-de-leer vraagt of ik bij de wastafel plaats wil nemen. Ik zak onderuit. Ze protesteert: ze moet eerst de handdoek nog plaatsen. Het meisje wrijft met haar shampoo-handen zo hard over mijn hoofd dat ik me afvraag of ze me voor mijn fout straft. Uitgewassen zegt ze “Alstublieft,” waarop ik antwoord met “Dankuwel.” Dat is niet de bedoeling. Ze wijst naar de kappersstoel. Ik moet opstaan en plaatsnemen. De kapster wordt gebeld.

De kapster praat soms wel en soms niet tegen me. Vandaag is een niet-praat-dag. Ooit was ze boos nadat ik vreemd was gegaan bij een CurlSys krullenspecialist in Delft. “Een specialist van m’n voeten dan,” was haar commentaar. “Uw haar zit vol happen, dat krijg ik met één knipbeurt niet goed.” Ik beloofde het nooit meer te zullen doen.

Ze werkt vlug. In de spiegel zie ik iemand met een rond gezicht en kleine, vermoeide ogen. De kapster pakt een fles haarcrème, kneedt een klodder in mijn haar en begint verwoed te föhnen. Ik protesteer niet. Na het föhnen trakteert ze me op nog een lading crème. In de spiegel ontstaat een grijsbruine poedel.


Op de tv

oktober 27, 2011

Ik lig met een vriend voor de televisie. We zien een blonde vrouw met beperkte woordenschat een programma presenteren waarin ze zoveel mogelijk probeert de aandacht naar haarzelf te trekken in plaats van naar het gekozen onderwerp. Een Finse man staat in spreidstand over het lage gedeelte van een wip. De blonde vrouw springt op het hoge gedeelte en katapulteert de Finse man een halve meter de lucht in. De blonde vrouw gilt.

Een Amerikaanse vrouw met roze namaak-mond probeert twee miljonairs aan een vrouw te helpen. De eerste miljonair is een aimabele en op het eerste gezicht intelligente en kunstminnende jongen. De tweede is een Oostenrijkse prins die niet veel meer doet dan met titels gooien. Als de kunstminnaar hoort dat zijn mede-miljonair prins is zegt hij: “Wow, een prins! Mag ik je een vraag stellen? Heb je een paard?”

In de vooruitblik op een programma later die week zien we een vrouw die haar vetschort weg wil laten halen en een meisje dat schaamlip-correctie wil. Beide lichaamsdelen worden ongegeneerd in beeld gebracht.

Mijn ogen jeuken.


Televisie

oktober 26, 2011

Ik heb geen tv. Geen radio. Geen krant. Ik krijg regelmatig te horen dat ik toch op de hoogte moet blijven van wat er gebeurt in de wereld. Ik verdedigde me dan met het argument dat via internet en vrienden je toch alle belangrijke dingen wel te weten komt. Nu verdedig ik me niet meer. Waarom moet ik weten wat er in de wereld gebeurt? Was het nou echt zo goed voor me dat ik gisteren hoorde dat Khadaffi is doodgeknuppeld en met een stok anaal bewerkt? Word ik beter van Sarkozy’s smalende gezicht als hij over Berlusconi praat? En wat kan ik met de informatie dat de banken nog meer overheidssteun nodig zullen hebben als we uit de crisis willen komen?

Doet u mij maar even niet.


Uitgelicht

oktober 25, 2011

Als ik op zo’n avond

waarop het warm is

waar ik kou verwacht

de deur uit stap

– om het even waar –

gewoon in de polder

of na een avond op café

en het licht van de maan

de zwarte lucht ontgrendelt

dan wordt ver weg dichtbij

en komt mijn binnenste buiten


Rook

oktober 21, 2011

In Gent. Zoveel mensen. De computer staat tegen een muur. Aan de andere kant daarvan kan zomaar iemand zitten. Die ook bezig is. Die denkt, maalt, tobt. En in het huis of de kamer daarnaast weer iemand. Zoveel hersenactiviteit op zo’n klein oppervlak. Maakt me onrustig. Het lijkt alsof ik rook boven de stad uit zie stijgen van al die hardwerkende breinen.


Golven

oktober 20, 2011

Het gevoel het heel druk te hebben. Veel op en neer gedrentel, weinig efficiënte actie. Erg druk in bed naar het plafond staren. Bedenken wat er nog allemaal gedaan moet worden. Daadwerkelijk iets doen. In slaap dommelen en in paniek wakker schieten met het gevoel iets zeer zeer belangrijks over het hoofd gezien te hebben. Een catastrofe die afgewend moet worden. Twee uur doen over een tas inpakken en toch nog iets vergeten. Ervan overtuigd zijn ziek te zullen worden zonder sjaal.

En dan opeens, tijdens de les luchtacrobatiek in Gent, verdwijnt het lachspiegeleffect en is mijn leven weer glad.


Niek’s verjaardag

oktober 19, 2011

Langzaam rolt hij uit zijn slaap, ontsnapt uit een koortsachtige droom. Het eerste wat hij voelt is het bonzen in zijn hoofd en het kloppen van de zware donkere zakken onder zijn ogen. Hij ligt op zijn rechter zij. De zwaartekracht drukt onbarmhartig op zijn lichaam en duwt hem diep in zijn matras. Zijn ribben kraken. Het vlees dat als gelei om zijn botten lijkt te hangen ligt lillend uitgezakt op het onderlaken. Zijn hoofd zinkt weg in zijn kussen. Zijn rechter wang registreert elke vouw, elke oneffenheid. Het is alsof de zijkant van zijn gezicht met het weefsel van de sloop is vergroeid. Straks staat hij op en merkt dat het kussen als een enorm gezwel aan zijn wang blijft hangen. Lastig douchen. Het beeld van zichzelf als schepping van Picasso geeft hem de bovenmenselijke energie die nodig is om zijn betonnen hoofd tien centimeter op te tillen en de stof van zijn wang te scheiden. Hij voelt aan de koude vochtige luchtstroom tussen zijn hoofd en het kussen dat het zweet zijn haar aan zijn hoofd en oor moet hebben vastgeplakt. Dat zal wel weer een fraai gezicht zijn. Hij geeuwt. Ruikt camembert. Hij wil zijn ogen open doen maar zijn oogleden zijn metalen rolluiken die aan stugge staalkabels omhoog gehesen moeten worden. Eindelijk lukt het hem ze op een kier open te krijgen. Ergens achterin zijn hoofd zit, behalve die loden bal die bewegen zo pijnlijk maakt, onrust. Het gevoel dat er iets ergs is gebeurd of te gebeuren staat. Is het een overblijfsel van zijn droom? Of iets wat gisterenavond is gebeurd? Hij heeft toch niet – met dat meisje – hoe heette ze – Hetty? – hij vliegt omhoog, draait zich met een ruk om en zakt opgelucht weer terug tussen de lakens als hij ziet dat de linker helft van zijn tweepersoonsbed leeg is.

De gordijnen uit de keuken van zijn ouders kleuren het licht in de kamer groen. Net als in een aquarium. Met zijn ogen tot spleetjes geknepen ziet hij de algen zweven. Zo voelen vissen zich dus, maar dan zonder de hoofdpijn. Hij kijkt naar het streepjesbehang; pastelgroen – wit – pastelgroen – wit, elf banen tot aan het raam, ziet de zwarte IKEA-boekenkast met dossiermappen, de werktafel met de computer. Was het dat? Is er iets vervelends op zijn werk gebeurd? Moet er nog iets afgemaakt worden? Maar nee, dit gevoel hoort niet bij zijn werk. Het moet iets anders zijn, iets privé’s.

Hij schuift zijn benen over de rand van het bed, slaat het dekbed terug, sjort zijn lichaam recht en blijft even met zijn hoofd in zijn handen zitten. Leegte. Hij staat moeizaam op, trekt de door zus Erika gebreide zwarte trui met V-hals over zijn hoofd, over zijn blauw met paarse badstof pyjama, schuift zijn voeten in zijn vaders sloffen en loopt de trap op naar de woonkamer. In de open keuken zet hij koffie. Met de mok in zijn hand gaat hij zitten op de rode imitatie-Gelderland-bank. Volgens Shanna is de woonkamer saai en typisch mannelijk. „Een beetje kil,” zei ze „en sfeerloos.” Maar waarom dan? Alles is toch vrolijk en kleurig; het zwembadblauwe tafeltje, de rode en gele lampjes, de groen met zwarte eettafel, de ingelijste filmposters. Hij heeft zelfs vetplantjes op de vensterbank. Wat wil ze nog meer? Of was het minder een opmerking over zijn kamer dan over hemzelf? Vond ze hem een typisch mannelijke man? En was dat dan wel een compliment? Wat doet het er ook toe, hij was snel genoeg op haar uitgekeken. Alles, maar dan ook alles draaide bij haar om uiterlijk. Zo erg zelfs dat hij op den duur alleen nog maar aan haar kon denken als zittend op de opnieuw beklede sofa in haar perfect ingerichte woonkamer, kopje thee in de hand, kijkend naar de muur, naar de drie schilderijen die daar hangen, zich afvragend of drie wel het juiste aantal is, of ze qua kleur wel zo goed bij elkaar passen als ze eerst dacht en of ze het Mariabeeld nu rechts of links op het antieke bureautje moet zetten om het geheel het best tot zijn recht te laten komen. Voor wie in godsnaam? Zij die eerst zo perfect, zo interessant, zo onbereikbaar leek werd in zijn gedachten een verveelde snob die ‘s avonds voor de rest van de wereld haar snelle masker, snelle kleren en wereldse uitspraken uit de kast haalde om als herboren te verschijnen: arty, koel, bewonderd, benijd. Voor hem hield het op toen hij haar niet mocht kussen omdat ze net een nieuwe laag lippenstift had aangebracht.

Hij bukt zich om een slok van zijn koffie te nemen en schrikt van het gezicht dat hem vanuit de mok aanstaart. Goed dat hij vanochtend niemand had om overheen te hangen en te kussen, met zijn zure bek en slappe gezicht. Een trillend masker met uitpuilende ogen en hangende wangen. Vlees dat los komt van het bot. Ontbinding. Hij drinkt en blaast zijn spiegelbeeld tot rimpels.

Eigenlijk vind hij het wel prima, zo alleen wakker worden. ‘s Ochtends is hij niet op zijn best. Dan is hij liever alleen in zijn huis met drie kamers. De ruimte. Niemand die zegt wat hij moet doen. Niemand die opmerkingen maakt over de inrichting van zijn kamer, zijn eetgewoonten, zijn stinkende pyjama. Niemand die zegt dat de WC moet worden schoongemaakt. Hij kan smekken, zweten, slurpen en schijten wat hij wil. Hoeveel en hoe lang hij wil. Al plakken de korsten stront aan de binnenkant van de pot. Al kraakt zijn pyjama als hij het jasje over zijn hoofd trekt. Het gaat niemand iets aan.

De koffie trekt door zijn hoofd, laat het suizen, verkrampt de huid op zijn voorhoofd. Opeens plopt er iets in zijn hersenen en weet hij wat er aan de hand was, waarom hij vandaag niet wakker wilde worden. Hij is jarig. Drieëndertig wordt hij. Hij loopt naar de keuken en kijkt uit het raam, door de kale boomtoppen van het Wilhelminapark, naar de klok op de kerktoren. Half twee. Over een uur komen zijn ouders, Steef en Erika en Alec met de kinderen. En dan moet hij paraat staan, laten zien dat het oké is om drieëndertig te zijn, dat hij helemaal geen problemen heeft met zijn leeftijd. Hij moet gedoucht hebben, de WC moet worden schoongemaakt, de kamer opgeruimd en gestofzuigd en er moeten gebakjes komen.

Hij loopt terug naar de bank, pakt zijn mok en kijkt naar buiten. Over de grijs met blauwe eengezinswoningen, het water, de fietsersbrug, langs de bomen en de heimachines, naar de grijze lucht die in de verte de grond raakt.


Feest

oktober 18, 2011

“Kun je niet twee keer optreden in plaats van één keer?” vroeg de organisator van het feest van Patricia Paay. “Kom nou, kun je niet aardig voor me zijn? Je bent maar zeven minuten in de tissjoe, dat is toch niets.” “En het zal zo’n leuk feestje worden, met allemaal dingen die jij ook leuk zal vinden. Goochelen en zo en ook acrobatiek. Het wordt gewoon een leuke avond en jij doet lekker mee.” “Tissjoe vermoeiend? Nou dan neem je toch lekker zo’n geel pilletje, ha ha ha.”

Een zaal vol mensen die er voor mij allemaal hetzelfde uitzien. De vrouwen hebben geverfd haar, zitten dik in de make-up en schaars in de kleding, dragen hoge hakken en een wolk parfum. De mannen zijn zo nietszeggend dat ik ze me bijna niet meer voor de geest kan halen. Witte-t-shirt-mannen, meen ik me vaag te kunnen herinneren. De muziek is zo hard dat je niet met elkaar kunt praten. Laserflitsen en gekakel van DJ’s die als kleine kinderen hun eigen naam roepen.

In de kleedruimte gogo-girls die zich een half uur bezig kunnen houden met het arrangeren van hun gouden broekje met ceintuur. Jonge Chippendale-knapen die giechelen als ik opmerk dat ze strak in het pak zitten. Een naarstig smssend en rokend meisje dat wacht tot ze de hapjes rond mag gaan brengen. Zich opwarmende paaldanseressen.

Ik zie Patricia lopen. Ze komt niet hoger dan mijn borsten. Ze draagt een goudkleurig badpak, een panty en hoge hakken. Ze heeft opvallend veel haar. Ze ziet er wat eenzaam uit.


Ieder z’n ding

oktober 17, 2011

Na heel veel file geen tijd meer voor friet maar wel voor bananen van de Terneuzense Albert Heijn. Op het parkeerterrein o.a. twee auto’s met geopende achterklep, acht hangjongeren en minstens één krat bier. Winkelcentrum Zuidpolder bruist niet echt van gezelligheid en de aangrenzende parkeerterreinen nog minder. Hoe is het met een stad gesteld als jonge gasten vrijwillig daar gaan hangen?


Opstaan

oktober 14, 2011

Wakker worden in Gent


Een dag

oktober 13, 2011

Ik stap in de auto en rij richting België. Bedenk dat ik bij de boerderij van het Zeeuws Landschap vaart moet minderen omdat daar vaak gecontroleerd wordt. Ik heb er al eens een boete van 140 euro opgelopen. Ik cross met 80 langs de boerderij. Je mag er 60. In mijn achteruitkijkspiegel probeer ik te zien of ik verdachte auto’s en/of apparatuur kan ontdekken.

Net over de grens maakt de vader van een vriend mijn schoenen en klaagt de moeder van dezelfde vriend over de vele uren die ze doorbrengt in de keuken als haar zoons langskomen. Tijdens het gesprek kom ik erachter dat ik mijn ring vergeten ben. Ik speer naar huis en rij netjes 60 bij de beruchte boerderij. Ik zie niets verdachts. Ik schuif mijn ring de auto in, pik terug de grens over mijn mooi gerepareerde schoenen op en rij door naar Gent.

De meneer van de vintage winkel waar ik binnen loop bekent dat hij nauwelijks vintage meer verkoopt omdat dat niets opbrengt. Hij verdient meer aan goedkope twee-euro-jurken. Zijn winkel heeft nog wel het woord vintage in de naam. Ik koop een paar prachtige jaren zeventig laarzen.


Excentriek

oktober 12, 2011

Oefenen moet ik om het stRINGs kapsel en de bijbehorende make-up onder de knie te krijgen zodat ik niet ga lopen prutsen en stressen vlak voor de première. Ik heb de aanwijzingen van de visagiste, een boek met vintage kapsels en een boek met vintage make-up. En voilà, vanavond ging ik met victory rolls en Audrey Hepburn make-up naar de kunstschilders om model te zitten.

Mijn vriendin vertelde me een tijdje geleden dat ik steeds excentrieker word.


Taormina

oktober 12, 2011

Mooi zonder Italiaanse man.


Siciliaanse man

oktober 11, 2011

Op Sicilië viel ik vaak erg uit de toon. Zeker buiten het seizoen. Als ik door de Corso Umberto in Taormina liep kon ik over alle hoofden heen kijken (die van een paar bejaarde Duitsers daargelaten), de kleren die ik droeg klopten niet en ik was veel te wit. Daarom was ik verbaasd toen ik tijdens mijn wandeling terug naar het huisje waar ik logeerde aangesproken werd door een man die zei journalist te zijn en duidelijk pogingen deed een praatje met me aan te knopen. In het Italiaans. Nu moet je weten dat ik als ik aangesproken word in alle talen behalve Nederlands, Engels en Duits nog maar over de helft van mijn hersencapaciteit lijk te beschikken en me doorgaans uit als een halve idioot. Ik grijnsde dus wat en liep door. De journalist – ik ben zijn naam vergeten – liet zich echter niet afpoeieren en liep vrolijk pratend met me mee op. Ik voelde me gevleid. Bij de trappen naar het voetbalstadion aangekomen complimenteerde hij me nog wat en vroeg me die avond met hem mee uit te gaan. De vriend die ik op was komen zoeken in Taormina had aangegeven dat hij ook graag tijd voor zichzelf had en dat hij het apprecieerde als ik mezelf vermaakte, dus stemde ik toe.

In mijn onhandig lange rok stond ik op de afgesproken plek te wachten toen hij aangereden kwam in een dikke zwarte auto met bruinlederen bekleding. Hij had, op z’n Italiaans, een zonnebril op en praatte en lachte nerveus veel. Ik antwoordde heel weinig en lachte maar wat mee, waarop hij binkerig doorkletste. Naar Castelmola zouden we gaan en daar iets eten. Aangekomen in Castelmola bleek dat daar een enorm feest aan de gang was en we er niet eens met de auto in konden. Op naar Messina dan, waar hij woonde en werkte. Eenmaal op weg legde hij zijn hand op mijn been. Ik zei dat ik dat liever niet had. Hij keek me nerveus aan en probeerde het nog eens. Ik zei dat ik het ècht liever niet had. Hij stonk uit zijn mond. Een doffe, beer-achtige lucht.

Opeens nam hij een afrit naar Sant’Alessio en zei dat zijn ouders daar een huis hadden waar we rustig even naartoe konden. “Oh shit,” dacht ik, en zei “Oké”. In het donker oogde Sant’Alessio alles behalve opwekkend en het steegje naar het huis van zijn ouders was wel erg weggestopt. De journalist deed er vervolgens minstens tien minuten over om de auto, die van zijn vader bleek te zijn, door een zeer krappe doorgang te laveren terwijl ik wat ongemakkelijk toe stond te kijken.

Binnen was het kil en ingericht in een armoedige seventies stijl gecombineerd met kasten van wit-gecoate multiplex. Hij overhandigde me een doosje in een sjiek papiertje. “Een cadeautje, voor jou,” stamelde hij, “gewoon puur vriendschappelijk.” In het doosje vond ik een gruwelijk lelijke en veel te grote armband van zilver met leer.

Hij vroeg of ik honger had en gaf me een appel. Hij rommelde wat rond en kwam naar me toe lopen met twee flessen wijn. Rood en wit. “Als jij er een vasthoudt zoek ik een kleedje zodat we op het dakterras kunnen gaan zitten en naar de sterren kijken,” zei hij. “Als hij iets probeert sla ik zijn hoofd in met mijn fles,” dacht ik.

Op het dakterras dat niets meer dan een kaal, betegeld en winderig platdak bleek te zijn, zei ik dat ik het te koud vond en er weg wilde. Hij keek me zielig wanhopig aan en zei een warm kleedje te zullen halen. “Dat zal het niet minder doen waaien,” zei ik kortaf in het Engels en klom de trap alweer af naar beneden.

Ergens onderweg zal een fles wijn zijn open gegaan, want na weer tien minuten manoeuvreren om Pa’s auto onbeschadigd achteruit de hoofdstraat in te krijgen zat ik met een geopende fles tussen mijn knieën, een dichte fles bij mijn voeten en lagen er glazen bij de handrem. De journalist wilde nog graag ergens anders naartoe rijden. Hij was bijna desperaat en rook met de minuut slechter uit mond en poriën. Ik had het koud, had honger, was hem meer dan beu en wilde naar huis. Waar hij me keurig heeft afgezet en me de flessen wijn heeft meegegeven. Plus een pagina van zijn krant met daarop zijn telefoonnummer.

Ik rende met de twee flessen wijn naar het huis van mijn vriend, maar die reageerde niet op mijn kloppen. Vanachter de gesloten louvredeuren hoorde ik muziek komen. Ik ben naar mijn eigen huisje gegaan en heb mezelf een goed glas wijn ingeschonken.


Vallende bladeren

oktober 10, 2011

Ontbijten en tegelijkertijd de kwartaalaangifte afwerken. Half aangekleed rondrennen met tape om een pakket verzendklaar te maken. Tijdens het trainen internetten, de luchtacro-les van donderdag voorbereiden en bellen.

Volgens een vriend die in de geestelijke hulpverlening werkt lopen zijn cliënten de deur plat nu de blaadjes vallen.

Vanavond, bij het poseren voor de tekenles, had ik verwacht nog vrolijk door te zullen malen. Het tegengestelde bleek waar. Door de pijn van het verkrampt anderhalf uur in dezelfde houding zitten, de kou van blote voeten op de betonnen vloer en het focussen op één punt werd het heerlijk rustig in mijn hoofd.


Staren

oktober 9, 2011

Soms is een deel interessanter dan het geheel.


Kringwinkels

oktober 8, 2011

Mijn handen lijken zelfs na twee keer wassen nog te plakken. In mijn neusgaten hangt een geur van riool en muffe kleren. Ik blijf maar rieten mandjes voor me zien. En uit model gelopen schoenen. En mosgroene of leverkleurige fauteuils.

Vandaag heb ik met G de kringwinkels van Knokke-Heist, Blankenberge, Bredene, Middelkerke, Ichtegem, Torhout, Zedelgem, Bredene, Brugge en Maldegem bezocht. Een tocht van welgeteld zeven-en-een-half uur. Leuk in zijn absurdisme, maar ook een confrontatie met ongekende troosteloosheid.


Vroeger

oktober 7, 2011


Vooruit denken

oktober 6, 2011

Vooruitdenken is goed. Plannen is een uiting van georganiseerd zijn. Maar je moet ook leven in het zo langzamerhand mijn strot uitkomende hier en nu. Genieten van het moment. Met dat laatste heb ik nogal eens problemen.

Weken heb ik uitgekeken naar de fotosessie van afgelopen dinsdag. Dagenlang ben ik met de voorbereiding ervan bezig geweest. Op de ochtend van de dag zelf – na een zeer onrustige nacht met weinig slaap – betrap ik mezelf erop dat ik niet denk aan de fotosessie, maar aan de verdere planning van de week. Omdat ik niets meer voor te bereiden heb en alleen nog maar tot de uitvoering over hoef te gaan zegt iets in mijn hoofd dat het hele evenement al voorbij is. Dus moet ik mezelf aan de haren erbij slepen om niet enkel een plan-leven te hebben maar ook nog eens echt mijn leven te leven. Soms is het wat vol in dat hoofd van me.


stRINGs

oktober 5, 2011

Fotografie: Louis Haagman – Visagie: Lia Kinibaeva


Fotosessie

oktober 4, 2011

De auto is volgeladen met jurken, schoenen, accessoires, ring, riggingmaterialen en koffers. Klaar voor de fotosessie van de nieuwe act met Paul die tijdens het WinterStation van het Spoorwegmuseum in première zal gaan. Een dag met mijn goede vriend Louis van Zomertijd Fotografie en Lia, een fantastische visagiste. Ik heb zin en ben benieuwd. Vanavond zal ik wel weer overborrelen van de inspiratie.


Geweld

oktober 3, 2011

In mijn boek van Herman Brusselmans lees ik over een man met folter- en bevrijdings-fantasieën. In het boek daarvoor, van Leslie Marmon Silko, ging het over mannen die opgewonden raakten van snuff movies, over Zuid Amerikaanse politieagenten die gevangenen martelden, daar video’s van maakten en veel geld verdienden met de verkoop ervan. Mannen die weken op een ranch rondhingen en afwisselend voetbalwedstrijden en martelvideo’s bekeken.

Ik vind het eng, wil het niet weten en ook weer wel, zij het met een sterke tegenzin. Ik snap het waarom niet. Het enige wat ik met martelen heb is de overtuiging dat dat het ergste moet zijn wat je als mens kan overkomen.

Ik denk aan de film Tesis van Alejandro Amenábar waar ik ooit middenin viel en waar ik nog verdomd veel van weet. Ik zie nog zo de tegels van de garage voor me waar de hoofdpersoon op een stoel vastgebonden zit terwijl de knappe jongeman vraagt of hij haar afgesneden hand straks als diadeem op haar hoofd zal leggen.

Al jaren heb ik spijt van het lezen van American Psycho van Bret Easton Ellis. Ik weet nog precies hoe de hoofdpersoon onder andere zijn ex-vriendin martelt en vermoordt. Alle bloederige details. Zelfs de naam van de ex-vriendin, Bethany. Erg goed geschreven, jammer genoeg.

Ik vraag me af waarom het altijd de mannen zijn die martelen. En mannen die erover fantaseren. Ik wil niet geloven dat de uitspraak in Almanac of the Dead, dat alle mannen stiekem opgewonden raken van het kijken naar een martelvideo, waar kan zijn.


Ochtendritueel

oktober 2, 2011

Deur open.

Luiken open.

En de dag kan beginnen.


Heiig

oktober 1, 2011

Ik word wakker naast mijn Ikea-schapenvel, kroel met de knuffelzachte haren (Ikea-schapen hebben geen wol maar haar), en sta op omdat de natuur dat gebiedt. Beneden aangekomen stel ik toiletbezoek uit en sleep de luchtontvochtiger de kast in waar ik gisteren vijf paar schoenen met schimmeluitslag vond. Daarna stap ik in de Birkenstocks die nog steeds vochtig zijn van het door het dauw-gras rausjen van drie ochtenden geleden en ga naar buiten om de luiken open te maken.

Elke ochtend is anders. Het blijft mooi.