Eten

oktober 31, 2011

Een vriend vraagt me waar ik toch mijn energie vandaan haal. Hij vindt het vreemd dat ik ’s avonds liever geen koolhydraten eet.

Deze avond koolhydraten te over. In de goedkope lightly salted tortilla chips van de Lidl waar tenminste geen E621 in zit. Met guacomole. En gehakselde paprika-tomaat-ui. Geen eiwitten. Dat zal vast niet goed zijn, maar bij “The Ninth Gate” van Roman Polanski lijkt het prima te passen.

Nu maar afwachten hoe de training van morgenochtend zal gaan. Het leven zit vol uitdagingen.

Bij “Ludwig” van Luchino Visconti past, ondanks de saaiheid van de film, wat schapenkaas met rozemarijn. De spieren hebben hun brandstof en de training van morgen is gered.

Advertenties

Gitaar concert

oktober 30, 2011

We zouden naar een optreden van Trio Asturias gaan in Retranchement, mijn vader, moeder en ik. Een half uur voor aanvang belt mijn moeder me op om te vragen of ik het ook vergeten ben. Dat ben ik niet. Mijn moeder moet zich nog aankleden. Mijn vader geeft me de sleutels om de auto uit de schuur te halen. Als ik achteruit de schuur uit rijd zie ik mijn vader achter de auto springen en met zijn armen zwaaien. Hij moet nog een zak cement uit de kofferbak halen. Als ik hem erop wijs dat het niet erg slim is om achter een achteruitrijdende auto te springen zegt hij: “Maar kind toch, dat heb je helemaal fout.”

Mijn vader stapt zo’n twintig meter voor mijn moeder en mij uit omdat we laat zijn. Mijn moeder zegt dat ze haar eigen tempo loopt. Bij de deur van de kerk wacht hij op ons. De kerk zit stampvol. We proppen ons op drie klapstoeltjes helemaal achterin. Een man met grijs haar dat te lang is in de nek en bordeauxrode blouse kijkt verstoord om. Ik moet scheef op de stoel zitten om mijn benen kwijt te kunnen.

Het concert begint en het Trio Asturias komt binnenlopen. Ik zie even hun gezichten. De man voor me gaat staan om een foto te nemen. Als hij weer zit zie ik alleen nog maar het haar van de uiterst rechtse gitariste. Ze spelen zittend.

De muziek is mooi. Lieflijk is het woord, denk ik. Ik weet niet veel van muziek, maar ik vind de tonen wat dof. Misschien is het de akoestiek van de kerk. Het haar van de rechtse gitariste beweegt heen en weer. Soms zie ik, tussen de mensen door, ook het haar van de middelste gitariste.

Ik kijk naar de boze rug van de grijze man voor me. Hij zit bijna bij me op schoot. Een kindje begint te snikken. De moeder neemt het mee naar buiten. Een oudere vrouw staat op en loopt al filmend met haar iPhone naar voren, draait om, filmt de toehoorders en de koffietafel en gaat weer zitten. Tijdens het gehele concert doet ze dit drie keer. De vrouw rechts naast me heeft een groen kussentje meegenomen zodat ze, een tweede stoel gebruikend, haar voeten omhoog kan leggen. Ze draagt huidkleurige pantykousen met versterkte hiel. De versterkte hiel is opgetrokken tot over haar bijna onzichtbare enkels.

Op weg naar buiten koop ik een CD. Ik vraag me af of ik vooringenomen ben door het gitaarspel van P waar ik bewust of onbewust alles mee vergelijk. Of dat het woord “kamermuziek” me negatief beïnvloedt. Of misschien wel het woord “koffieconcert”, gecombineerd met de witte horeca-koffiekopjes en schoteltjes en de RVS schaal met café noir koekjes op het witte tafellaken. Wat vond ik er eigenlijk van? En moet ik er wel wat vinden?


In de rij

oktober 29, 2011

In de Lidl. Voor me in de rij een gezin. Moeder, vader, twee zoontjes en een dochtertje dat in de winkelwagen zit. Het jongste zoontje huilt. Hij ziet er wasachtig en een beetje vuil uit. De moeder praat tegen hem in West Vlaams dialect. Het dochtertje zuigt op haar vinger en krijgt wat-is-ze-een-schatje-commentaar van een vrouw achter me in de rij. Het oudste zoontje zuigt op zijn pink. Niemand ziet het. Hij bijt op zijn pink en maakt smak-geluiden. Hij krijgt een uitbrander.

De moeder zegt tegen de vrouw achter me in de rij dat de oudste zijn broer niet gerust kan laten. Ik zie dat het gezicht van broer vol krassen zit en vraag me af of de verdwenen huid onder de vingernagels van de oudste is beland. De oudste hoest. De vader snauwt “Hand voor je mond,” terwijl hij boodschappen op de band laadt. De vader heeft kort zwart haar waar al grijs doorheen komt, kleine donkere ogen en een wrat in de buurt van zijn ooghoek. Ik vraag me af waarom ik hem zo eng vind. Vraag me af of hij zijn vrouw en kinderen slaat. Ik vermoed dat hij een Zeeuws Vlaming is.

Het dochtertje springt op en neer in de bijna lege winkelwagen. Ze lacht maar ziet er triest en morsig uit. Ze probeert een brood op de volle band te leggen. De moeder zegt drie keer dat dat niet kan. De vader pakt het brood aan. De oudste knipt met duim en wijsvinger tegen het hoofd van zijn zusje. Ik denk dat niemand het ziet maar weet het niet zeker. De oudste graait in de winkelwagen. De vader snauwt “Afblijven!”

Bij de kassa hangt broer naast de kassière en bepampelt het scanvenster. Hij mag de kaas scannen. Hij raakt alles aan, heel even maar, en lacht als een waanzinnige.

Op de parkeerplaats laadt de vader de aankopen in een dikke blauwe stationwagen. Ik stap in mijn Corsa.


Kapper

oktober 28, 2011

In Gent, bij de kapper. De inrichting doet aan de jaren negentig denken. De kapster ziet er streng uit. Ik kijk haar nog even niet aan. Ik ken haar zeven jaar.

Het meisje-in-de-leer vraagt of ik bij de wastafel plaats wil nemen. Ik zak onderuit. Ze protesteert: ze moet eerst de handdoek nog plaatsen. Het meisje wrijft met haar shampoo-handen zo hard over mijn hoofd dat ik me afvraag of ze me voor mijn fout straft. Uitgewassen zegt ze “Alstublieft,” waarop ik antwoord met “Dankuwel.” Dat is niet de bedoeling. Ze wijst naar de kappersstoel. Ik moet opstaan en plaatsnemen. De kapster wordt gebeld.

De kapster praat soms wel en soms niet tegen me. Vandaag is een niet-praat-dag. Ooit was ze boos nadat ik vreemd was gegaan bij een CurlSys krullenspecialist in Delft. “Een specialist van m’n voeten dan,” was haar commentaar. “Uw haar zit vol happen, dat krijg ik met één knipbeurt niet goed.” Ik beloofde het nooit meer te zullen doen.

Ze werkt vlug. In de spiegel zie ik iemand met een rond gezicht en kleine, vermoeide ogen. De kapster pakt een fles haarcrème, kneedt een klodder in mijn haar en begint verwoed te föhnen. Ik protesteer niet. Na het föhnen trakteert ze me op nog een lading crème. In de spiegel ontstaat een grijsbruine poedel.


Op de tv

oktober 27, 2011

Ik lig met een vriend voor de televisie. We zien een blonde vrouw met beperkte woordenschat een programma presenteren waarin ze zoveel mogelijk probeert de aandacht naar haarzelf te trekken in plaats van naar het gekozen onderwerp. Een Finse man staat in spreidstand over het lage gedeelte van een wip. De blonde vrouw springt op het hoge gedeelte en katapulteert de Finse man een halve meter de lucht in. De blonde vrouw gilt.

Een Amerikaanse vrouw met roze namaak-mond probeert twee miljonairs aan een vrouw te helpen. De eerste miljonair is een aimabele en op het eerste gezicht intelligente en kunstminnende jongen. De tweede is een Oostenrijkse prins die niet veel meer doet dan met titels gooien. Als de kunstminnaar hoort dat zijn mede-miljonair prins is zegt hij: “Wow, een prins! Mag ik je een vraag stellen? Heb je een paard?”

In de vooruitblik op een programma later die week zien we een vrouw die haar vetschort weg wil laten halen en een meisje dat schaamlip-correctie wil. Beide lichaamsdelen worden ongegeneerd in beeld gebracht.

Mijn ogen jeuken.


Televisie

oktober 26, 2011

Ik heb geen tv. Geen radio. Geen krant. Ik krijg regelmatig te horen dat ik toch op de hoogte moet blijven van wat er gebeurt in de wereld. Ik verdedigde me dan met het argument dat via internet en vrienden je toch alle belangrijke dingen wel te weten komt. Nu verdedig ik me niet meer. Waarom moet ik weten wat er in de wereld gebeurt? Was het nou echt zo goed voor me dat ik gisteren hoorde dat Khadaffi is doodgeknuppeld en met een stok anaal bewerkt? Word ik beter van Sarkozy’s smalende gezicht als hij over Berlusconi praat? En wat kan ik met de informatie dat de banken nog meer overheidssteun nodig zullen hebben als we uit de crisis willen komen?

Doet u mij maar even niet.


Uitgelicht

oktober 25, 2011

Als ik op zo’n avond

waarop het warm is

waar ik kou verwacht

de deur uit stap

– om het even waar –

gewoon in de polder

of na een avond op café

en het licht van de maan

de zwarte lucht ontgrendelt

dan wordt ver weg dichtbij

en komt mijn binnenste buiten