Verstopbroek

november 30, 2011

“Heeft u nog klachten?” vraagt de gynaecologe van het Erasmus MC. Ik ken haar niet. De professor waar ik het goed mee kon vinden is met pensioen en deze vrouw met beoogschaduwde wrat op haar ooglid zit op zijn stoel. “De klachten zijn eigenlijk minder geworden,” antwoord ik. “Maar wilt u er niet iets voor hebben?” vraagt ze. “De klachten zijn minder geworden en ik heb er nooit wat voor willen hebben dus nu zeker niet,” leg ik uit. “Maar er zijn middelen voor,” dramt ze.

Ik lig op de gynaecologenstoel naar het systeemplafond te kijken als ze een wel erg lompe opmerking maakt. En nog eens maakt. En nog eens. “Het is niet echt aardig wat ik nu zeg hè?” vraagt ze. “Nee, het is niet aangenaam nee,” antwoord ik netjes. Ze laat de co-assistente meekijken. Ze rommelt rond. Doet me pijn. “Mevrouw, waar is uw baarmoeder?” vraagt ze.

Op de terugweg van het ziekenhuis koop ik een broek. Geen vintage dit keer, maar een echte nieuwe dure. Kan ik mijn baarmoeder nog beter verstoppen.


Vroege jaren tachtig

november 29, 2011

Een goed gemaakte foto kan ineens iets triggeren. Beelden of een gevoel uit het verleden. Een geur. Muziek. Een herinnering.

Vanmiddag zag ik een foto die van alles op me afvuurde. Christianne F, de eerste niet-tekenfilm die ik in de bioscoop zag. Het boek van Christianne F dat ik jaren later las, met daarin de foto van Babsi, op dat moment de jongste persoon die in Duitsland aan heroïne gestorven was. De geur van donkerblauwe 8 x 4 deodorant. “Overkill” van Men at Work. Ulrike Meinhof. En Nena voor wie de fans een spandoek meedroegen met “NENA, wir lieben Deine haarigen Achseln.”

Fotografie: Louis Haagman


Zonnetje

november 28, 2011

“Ik heb het heet,” zegt ze. We trekken haar stoel naast de mijne. Samen zitten we in de schaduw. Ze pakt mijn bovenarm en legt haar hoofd tegen me aan. Ik streel haar haar. Ze kust mijn arm. Zegt “Ik hou van je.” “Ik ook van jou,” antwoord ik. “Ik mis je,” zegt ze. “Over twee weken kom ik misschien weer,” antwoord ik.

Uit de keuken hoor ik “Help je even met de kaas lieverd?” Ze klautert van haar stoel en zegt met een trotse grijns “Ik ga mama helpen. Met de kaas.”

 


Functioneel warm

november 27, 2011

’t Is uitverkoop bij de Gentse T2. Alles vier euro of minder. Ik zie veel dingen die veel meer dan vier euro waard zijn maar die ik niet wil hebben. Ik koop een vormeloze bordeauxrode ochtendjas met wit en blauwe strepen op de driekwart mouwen en een Tiroler vest.

Als ik de volgende morgen F’s woonkamer binnen kom lopen zegt hij “Hé, een Indiaan,” en is de ochtendjas zo lelijk niet meer.


Kringwinkel

november 26, 2011

In de kringwinkel koop ik zeven Engelse boeken die ik bij mijn vorige bezoek niet goed genoeg vond. De meneer van de boekenafdeling – rond, grijs, bebaard en verlegen – vraagt zonder me aan te kijken of ik een snoepje wil. Ik schud mijn hoofd. Hij stopt mijn boeken zorgvuldig in een grote bruine papieren zak, plakt hem dicht en zegt dat het een zak boterhammetjes zou kunnen zijn.

Bij de tierelantijnen-afdeling vraag ik aan de meneer daar of ik de gele oorbellen mag hebben. Hij pakt ze voor me uit de vitrine. Ik vraag hoe duur ze zijn. “Als ze niet geprijsd zijn worden ze niet verkocht,” zegt hij. Ik heb de oorbellen in mijn hand. Wat moet ik nu doen dan?” vraag ik. “Als ze niet geprijsd zijn worden ze niet verkocht.”

Thuis bouw ik met mijn kringboeken een toren.


Circusplaneet

november 25, 2011

Op naar de Circusplaneet. Rustig aan, zeg ik tegen mezelf, maar schuif wel iPod en speakers mijn rugzak in.

Er zijn maar zeven beginners voor de luchtacrobatiekles. Ik laat ze het Etude-5-gedeelte van stRINGs zien. Ze mogen stukjes ervan zelf proberen. Iedereen behalve B piept van de pijn. Iedereen vindt het leuk.

Van de gevorderden zijn er maar twee. De derde is te voet gesignaleerd. Belgen nemen nooit een passagier achterop de fiets. ’t Is “Hey, ben je pas hier?” en doortrappen. Om de tijd tot de derde arriveert nuttig te besteden laat ik het Etude-5-gedeelte van stRINGs zien. De gevorderden willen doeken doen, geen ring. Tijdens de doekentraining vragen ze of ik niet kan laten zien wat ik in de doeken doe. Ik verplaats iPod en speakers en doe mijn doekenact.

In de kleedkamer slaat de ontzetting toe. Tijdens de les zijn er inbrekers binnengekomen en hebben geld, een dure telefoon, een portemonnaie met passen en een kabeltje meegenomen. Mijn spullen lagen veilig in de zaal. Ik voel me schuldig.


Boodschap

november 24, 2011

Bang kindeke. Zwartgeblakerde moeder Gods. Bliksemafleiders. Spinnenweb.

Boodschap?


Bobo

november 23, 2011

Mijn rug is stijf, de huid op mijn heupen en knieën is blauw en opgezet, maar de ring-training op Villa-Lobos ging goed, de afwas is gedaan en twee zakelijke mails zijn verstuurd. Nu wil ik niets anders dan lezen. Of beter nog, voorgelezen worden.


Schaamhaar

november 22, 2011

Op internet wordt heel wat afgepraat over de laatste schaamhaarmodes. Hoe je moet scheren, hoe je moet waxen, waar je malletjes kunt kopen om je schaamhaar nog hipper te kunnen kappen. “Figuurtjes scheren in je schaamhaar wordt nu eenvoudiger!” wordt er gegild ter promotie van de Intimate Shaping Tool. Ik lees over pejazzling, de mannelijke variant van vejazzling, de “meer dan succesvolle trend bij vrouwen in de Verenigde Staten. Bij vejazzling wordt de vrouwlijke venusheuvel versierd met kleine diamantjes of kristalletjes.”

Het gekke is dat bijna overal gepleit wordt voor grondige ontharing omdat het hebben, en erger nog, betrapt worden op het hebben van schaamhaar, gênant zou zijn. Er wordt gejuicht over de introductie van de boyzillian wax die precies hetzelfde is als de brazilian wax voor vrouwen, maar dan voor mannen. Zo hoeven mannen zich niet meer met twee-wekelijkse scheerbeurten bezig te houden en zweten ze in de zomer ook niet meer onhygiënisch onder een dik pak schaamhaar.

Er is zelfs een website waarop mensen onder het mom van schaamhaarmode hun kruizen etaleren. Negen van de tien kruizen zijn kaal en de erecties vliegen je om de oren. Het gekke is dat het effect allesbehalve erotiserend is. Het is meer alsof je kijkt naar een verzameling dildo’s en de rubberlucht al ruikt. De vrouwelijke kruizen zijn behalve kaal vaak ook nog eens schaamliploos en roepen associaties op met kleine meisjes en kipfilet. Waarom is er toch die zucht naar uniformiteit? Waarom moet alles wat de natuur bedacht heeft omgevormd worden tot één enkel ideaalbeeld waar iedereen niet meer dan zijn eigen slappe aftreksel van kan zijn?

Ik houd van authenticiteit en diversiteit. Voor mij geen geverfde haren, gestraighte krullen, zonnebankbruin vel, kale kruizen, gebotoxte lippen, gecoupeerde schaamlippen en gebleekte anussen. Ik zie liever een mens.

 


Bang

november 21, 2011

In mijn droom word ik achtervolgd. Spring in een hoge loods, met meters lange sprongen, van het ene bouwsel op het andere, maar mijn vijanden springen me even hard achterna. Ik dwing mezelf om wakker te worden. Op zo’n moment ben ik me voelbaar bewust van het kwaad in de wereld. Realiseer ik me dat we hier ontzettend beschermd leven en geluk hebben niet in Libië, Irak of Birma te wonen. Ook denk ik aan de verhalen hier uit de streek. Aan de moeder van de potten-en-pannen-winkeldame die in de slaapkamer van haar buitenwoning door een insluiper werd belaagd. Aan de vrouw een paar kilometer verderop die door Oost-Europeanen op haar boerderij gegijzeld en mishandeld werd.

Ik luister naar verdachte geluiden. Bedenk dat als de slechterikken hier binnen zouden komen ik niet kan vluchten. Mijn slaapkamer is toegankelijk met een verplaatsbare trap en de enige vluchtmogelijkheid is een klein klapraampje dat niet verder dan zo’n 25 centimeter geopend kan worden. Ik denk erover de trap op te hijsen, maar heb geen zin om te bewegen.


Schoolfotograaf

november 20, 2011

Op de lagere school kwamen vier mannen van buitenaf. Naast de saaie en stoffige pastoor kregen we bezoek van de schooltandarts, de schooldokter en de schoolfotograaf. De schooltandarts was gevreesd. Kinderen werden huilend naar zijn groene bus gebracht en kwamen er met bloedende monden weer uit. De hele klas was bang als de groene bus naast de school werd geparkeerd. Alsof het een mobiele martelkamer betrof en je nooit wist wanneer het jouw beurt zou zijn om afgevoerd te worden. Over de schooldokter werd gefluisterd dat het een viezerik was. Hij zou in je broekje kijken om te zien of je aardbeien had.

De schoolfotograaf had zich geïnstalleerd op de zolder van de school. Het was een loensende man met een groenbruin maatpak en levervlekken op zijn handen. Toen mijn broertje en ik op het aangewezen bankje hadden plaatsgenomen trok hij zachtjes foeterend een kam uit zijn binnenzak om die hardhandig door mijn haar te trekken. Mijn broertje werd onrustig van het wachten en begon wat te bewegen, waarop de fotograaf hem een tik op de benen gaf. Ik was bang, mijn broertje niet. Toch trok ook hij op commando zijn beste lach tevoorschijn.


De dam breekt

november 19, 2011

Als peuter zong ik mijn keel schor. Tijdens mijn middagslaapje sliep ik niet maar zong zelfverzonnen liedjes. Ik bleef zingen. Reproduceerde thuis tijdens de muziekles geleerde liedjes. Op een gegeven moment is mijn vader ze op gaan nemen. Plaatste hij een microfoon op zijn secretaire en mochten wij om de beurt zingen. Mijn oudste broertje en ik vonden het prachtig en vochten om de micro. Na elke liedje gilden we trots “’t Is gedaan!”

Onze nieuwe act stRINGs begint met een liedje. Het is een prachtige manier om de personages te introduceren en snel een band te kweken met het publiek. Het probleem is alleen dat ik niet meer durf te zingen. Wel als ik alleen ben, maar niet als anderen het horen die er iets van zouden kunnen vinden.

Woensdagavond zat P met zijn gitaar aan mijn keukentafel en zette het stRINGs-lied in. Ik opende mijn mond om in te vallen maar er kwam geen geluid. “Oké,” zei P, “dan begin ik en zing jij gewoon mee.” Ik kreeg het hoe langer hoe warmer en voelde hoe mijn keel dichtgeknepen werd. Nog geen piepje kreeg ik eruit. Om de druk wat van de ketel te halen vroeg P mijn mening over een lied uit de nieuwe cabaretshow van M en hem. Daar zijn we een tijdje mee bezig geweest. P zingen, ik commentaar leveren en wijn drinken. Tot het moment er was. Het vreemde is dat ik het aan voelde komen. Als bij een orgasme. P zong nog even voor en opeens brak de dam en zong ik mee. En bleef zingen. Achter mijn ogen voelde ik iets branden, maar die dam bleef overeind.


Friet

november 17, 2011

Het is koud. Ik loop door de Bevrijdingslaan in Gent. Als ik Friture Bargie in het vizier krijg begin ik te draven. Ik laat de reusachtige kleine portie friet met huisgemaakte tartaresaus inpakken en in een plastic zak doen. Op de weg terug naar F’s huis moet ik moeite doen om niet met de zak te gaan zwaaien. Ik ben blij met mijn friet.

Ik word nog even opgehouden door een verzameling voor mij onbegrijpelijke in de stoep gepriemde verboden-parkeren-van-hier-tot-daar-bordjes. Ik vermoed dat mijn auto morgenvroeg om zeven uur verkeerd zal staan.

Binnengekomen val ik aan op de friet. De saus is lekker. De friet is zompig vanwege de plastic zak en heeft een gekke frietvet-smaak. Ik eet stug door. En door. De laatste frietjes zijn bijna sappig. Ik gooi de handdoek in de ring.

Misselijk en met een vette bek loop ik naar buiten om me in de puzzel van verkeersborden te verdiepen en verzet mijn auto.


Rijp

november 16, 2011

De eerste rijp op het gras en de musters.

In de spiegel zie ik rijp in mijn haar.


Kopje

november 15, 2011

Tijdens het poseren voor de modeltekenles in Terneuzen staar ik naar een klein bruin beeldje, vlak naast het hoofd van een iets oudere cursiste. Een pik. Dunne schacht, dikke eikel, maar onmiskenbaar een pik.

Het is een lange pose die de hele les duurt. Mijn gedachten fladderen vrij rond maar blijven terugkomen bij het beeldje. Ik denk aan chocolade, aan een dildo, aan anale seks.

Na de les pak ik mijn fototoestel. De cursiste is haar tekenspullen aan het inpakken en kijkt me vragend aan. “Een fascinerend beeldje,” zeg ik, “Ik heb er de hele les naar gekeken. Een gekleide piemel.” “Nee toch!” antwoord ze zichtbaar verbaasd, “Dat is een lief klein kopje.” Ik wijs aan: “Schacht. Eikel.” “Ik zag toch echt een hoofdje,” zegt de vrouw, “maar ja, nu je het zegt…”

Bij het verlaten van het lokaal grijnst ze me samenzweerderig aan.


Niet prikken alstublieft

november 14, 2011

Een collega van me prikt. Als je haar de drie gedag-zoenen geeft lijkt ze splinters in je wang te drukken. Mijn collega is niet de enige vrouw met gezichtshaar.

In de spiegel ontdek ik een paar niet-meer-donshaartjes en maak een afspraak met de schoonheidsspecialiste in Waterlandkerkje. Uitroeien, met wortel en tak. Niet uittrekken, niet afknippen – dat is gevaarlijk. Zo kom je aan die venijnige stekels in je mondhoeken.

De schoonheidsspecialiste pakt het grondig aan. Ze ontsmet de bovenlip, prikt een weinig subtiele naald naast de aanstootgevende haar in het haarvaatje en stapt op het pedaal dat op de grond ligt. De stroomstoot die je lip in gejenst wordt doet de haar uitvallen, het haarvaatje dichtschroeien en een traan in je ooghoek verschijnen. Ik knijp in mijn buik om mezelf af te leiden. Vijf keer geeft ze gas.

Boven mijn mondhoeken is de huid rood en gezwollen. Morgen ben ik mooi.


Aantrekkelijk

november 13, 2011

Op mijn wandelingen door Gent zie ik van alles. Een wegrottend kozijn, een stuk karton met zes dode en verregende muizen, een batterij brievenbussen zonder eigenaar, dichtgeverfde ramen van failliete winkels. Ik bedenk dat al die dingen er ooit heel anders uitzagen. Het kozijn nieuw en strak in de verf, de muizen kaasetend en rond rennend, de brievenbussen met naambordjes van eigenaars en zonder uit de kleppen stekende reclamefolders, de winkels met glimmend geboende ruiten en verleidelijke etalages.

Het kost me veel moeite om de etalage achter het volgescheten glas van de postzegelwinkel in betere tijden voor te stellen. Toch moeten ze er geweest zijn getuige het papiertje dat op de binnenkant van de ruit geplakt zit met de mededeling dat de objecten uit de falateliegerelateerde verzameling niet verkocht worden.


Binnen en buiten

november 12, 2011

Condens tegen het glas, de gordijnen daar weer tegenaan geplakt. Hierbinnen is duidelijk al urenlang iets gaande. Als ik een foto maak zie ik mezelf in de spiegeling van het raam. Binnen zal nooit naar buiten komen.

Vanmiddag had ik opeens een grote lichtgevende plek in mijn gezichtsveld. In de vorm van een capo. Ik heb vandaag geen capo gezien. Ook niet in de zon of een lamp gekeken. Bij het lezen zag ik alleen het woord waar ik op focuste, maar niet de woorden aan weerszijde van dit woord. Ik hoorde een gezoem in mijn hoofd. Als ik mijn ogen dicht deed bleef het fel licht. Flitsend, als bij een lasershow. Ik moest mijn vingers op mijn oogleden drukken om er zeker van te zijn of ze wel echt gesloten waren.

Gewoonlijk is de buitenwereld buiten, ben ik binnen en kijkt de wereld tegen mijn buitenkant aan. Nu was er binnen door een tijdelijke kortsluiting opeens een stuk buiten. Zat er een lek in mijn schil. En leek het erop alsof ik een stuk binnenkant waar ik normaal gezien woon had in moeten leveren en mijn ik-gevoel ergens aan de zijlijn in de verdrukking zat.

Na een bijna comateuze middagslaap resteert slechts nog een fikse hoofdpijn.


Gentse puzzel

november 11, 2011

Twee halve honden.

Een stuk erbij.

Husselen…

En voilà.


Wil

november 10, 2011

Een meisje heeft staartjes. Ik was een meisje. Ik wilde staartjes. Mijn moeder zei dat mijn haar daarvoor te kort was. Ik was een meisje dus ik wilde staartjes.


Sprookje in Genk

november 9, 2011

In de oreganza-act van Sol’Air.


Kousenman

november 9, 2011

In het dorp is de markt half verlaten. De kousenman staat niet meer op de Markt zelf maar op het Ledelplein. Hij is panty’s aan het sorteren als ik aankom en laat me, zoals gebruikelijk, net iets te lang wachten. Ik vraag om de dunne witte kniekousen die ik al eens eerder bij hem gekocht had en hij vraagt “Welke kleur? Ze zijn er in alle kleuren.” Ook wilde ik graag rode netpanty’s voor stRINGs. Na lang zoeken trekt hij er twee tevoorschijn.

Bij het uitschrijven van de bon zegt hij de datum niet te weten maar dat dat hem ook niet uitmaakt. De panty’s schrijft hij neer voor vijf euro per stuk. Op Marktplaats staan ze voor twee euro. BTW gist hij. Zegt “Dit moet ongeveer oké zijn.” Bij zuchtend toch correct berekenen blijkt hij zestig cent te hoog hebben gegokt en maak ik een flauw grapje over fraude. Hij kijkt me in de ogen terwijl hij me de plastic zak met beenmode overhandigt en zegt “Met dit soort dingen kun je niet genoeg frauderen. Onthoud dat maar.”


Stil nu!

november 8, 2011

Frustratie, machteloosheid, klimmen in gladde mast, hangen in gladde ring, hoofd dat helemaal ergens anders zit, huis schoonmaken, wassen, douchen… Hou toch eens op! Even rust.


Op de koffie

november 7, 2011

De lijm die de zolen onder mijn nieuwe oude 70’s laarzen zou moeten houden geeft het na twee stappen op. Op naar Watervliet. Ik haal mijn ouders over om mee te gaan. Gezellig, op de koffie bij de ouders van F, die ze al zo’n jaar of twintig kennen.

Nadat H heeft voorgedaan hoe je pektouw maakt voor het naaien van garelen verlaten we de werkplaats voor de koffie. De kopjes staan al op de salontafel, net als de schaal met het assortiment koekjes. Mijn vader en H praten over de crisisjaren van voor de oorlog, varkens slachten en bloedworst, nonkel O die niets meer hoort sinds een dokter zijn trommelvliezen doorprikte, de molen van mijn opa en de lochting. Het laatste omdat mijn vader het een fijn woord vindt en het gewoon graag zegt. “Hoe is het met de lochting?”

Het gesprek vlot niet helemaal omdat mijn vader zijn gehoorapparaat vergeten is in te doen. Iets verder zit M, de moeder van F, met mijn moeder te praten. Ook dat gesprek loopt wat stroef. M is minstens zo hardhorend als mijn vader en kan niets verstaan als anderen in dezelfde ruimte ook praten. Hetgeen wij vrolijk doen.

In de gang stopt M me een zak met vitrage toe. “Als je er iets mee kunt.” Het is een witte zak met blauwe letters: “KLEDIJ eigendom van patiënt.”


Sint Martinusviering

november 6, 2011

Als ik de deur van de cabine van de kraanwagen opentrek om mijn jas weg te leggen ruik ik een strontlucht. Ik zie wat verdachte kleverigheid in het profiel van de banden hangen. Na de doorloop pak ik verhit mijn jas en bedenk dat ik er niet frisser op ga ruiken. Pas later herinner ik me de werkelijke bron van de geur.

De machinist heeft wit slijm in zijn ooghoeken. Ik blijf ernaar kijken terwijl ik probeer het niet te doen. En profil zie ik flink wat lange haren op zijn neus. Het is een aardige man.

De bejaarde conciërge van het stadhuis annex theater waar de kleedruimtes zijn leidt me door de catacomben naar de achterdeur. “Zo is het korter,” zegt hij. Ik moet door de lichtstoet heen een stuk omlopen om bij de speelplek te komen. Als ik na de show wegga neem ik officieel afscheid van hem. Hij houdt mijn hand te lang vast en zegt iets met me te willen drinken. Een grijze man naast me pakt me bij de schouder en duwt me richting uitgang. “Niet naar luisteren,” zegt hij.

De show ging goed.


Genk

november 5, 2011


La Trampa

november 4, 2011

Als ik van het erf richting dorp kijk zie ik hopen aarde, gestort voor de aanleg van het nieuwe fietspad. Achter die hopen weet ik La Trampa. In La Trampa woont de man die we allemaal proberen te vergeten.

Zo’n dertig jaar geleden kwam de man wel eens bij ons op het erf. Op zijn hurken zittend praten met mijn vader terwijl die palen in de grond hengstte, puin stortte, of prikkeldraad spande. Binnen kwam hij nauwelijks. Mijn moeder moest niets van hem hebben en vond dat hij muf rook. Zijn auto was herkenbaar door de extreme traagheid. Op zijn fiets reed hij liggend op zijn stuur en met een sjekkie in zijn mondhoek.

Er kwamen jongens bij hem over de vloer. Zo tussen de twaalf en vijftien jaar oud. Geen meisjes. De enige vrouw die er ooit binnen schijnt te zijn geweest is M van Jan Pupe, die zich mocht rekenen tot een van de minst vrouwelijke vrouwen van de streek.

La Trampa was spannend. Ik hoorde de verhalen. Er waren wapens, verboden boeken, er mocht wiet gekweekt worden in de achtertuin en er was een pingpongtafel. Er werd over interessante dingen gepraat. Want de man van La Trampa is niet dom en wist waar jonge jongens warm voor lopen.

Jaren later kwamen de verhalen van het misbruik. Die nooit verteld konden worden toen het hoog nodig was. De misdaden waren verjaard en de jongens die intussen mannen waren, ouders en politie waren machteloos.

Gisteren keek ik naar “Tierra” van Julio Medem en kwam erachter dat La Trampa “De Val” betekent.


Slechte generale

november 3, 2011

De laatste trainingsdag voor het optreden van zaterdag. Even snel doen wat ik al kan, dacht ik, en dan verder trainen in de ring. Zo ging het niet helemaal. Omdat het niet mijn eigen show is die ik ga doen wil ik dat wat ik laat zien perfect is. Of in ieder geval dat S zich niet voor me hoeft te schamen. Hoe meer ik thuis raak in de bungees en oreganza, hoe hoger mijn eisen aan mezelf worden. Mijn idee van perfectie komt door training dus niet dichterbij maar lijkt met de dag onbereikbaarder te worden. Aan de ring ben ik niet meer toegekomen.


Kind

november 2, 2011

De kapster waar ik al zeven jaar kom verandert me in een poedel. Voor de zoveelste keer knipt ze er tien centimeter vanaf in plaats van het gevraagde kleine beetje. Als ik de kappers-crème uit mijn haar was en het föhn-vrij z’n eigen weg krult sta ik vloekend voor de spiegel. Mijn haar is niet eens meer lang te noemen.

Pas nu begin ik me af te vragen waarom ik toch telkens naar haar terug blijf gaan. Het is niet de eerste keer dat ze me overknipt. Komt het doordat ze zo streng kijkt en meestal helemaal niet aardig is? Dat ik het gevoel heb dat ze me gedoogt en dat ik dankbaar moet zijn dat ze me überhaupt in haar zaak toelaat? Ik snap niet hoe ik bij het idiote idee ben gekomen dat alleen zij me goed kan knippen en dat alles wat ze zegt of vindt de waarheid is. Hoe kan het dat ik me blijkbaar door arrogantie laat manipuleren?

Ze weet dat ik mijn haar zo lang mogelijk wil. Als ik naar foto’s kijk uit het jaar dat ik vreemd ging is mijn haar prachtig lang. Daarvoor kreeg ik, terug bij haar na een wat minder geslaagde knip- en verfbeurt, een flinke uitbrander en werden de lange lokken er bijna helemaal afgeknipt. “Pas na de volgende keer zal het weer goed zitten,” zei ze. “Als ik nu alles zou proberen repareren zou je niets meer over hebben.” En ik geloofde het.

Waarom? Ik lijk wel weer tien te worden als ik in die stoel zit met de juf-achtige vrouw achter me. En zeg nog “Dank u wel, het is prachtig” ook als ik betaal.


Organza

november 1, 2011

Zaterdag moet ik invallen voor een vriendin en collega. Het gaat om een act die ze zelf ontworpen heeft, in bungees en organza. Ik heb bij haar in Amsterdam getraind (en tegelijkertijd met haar aan een synchroon ringnummer gewerkt) en nu moet ik de hele choreografie in mijn lijf zien te krijgen. Mijn hoofd kent hem al, maar als ik op meer dan tien meter hoogte hang, ook al ben ik gezekerd, werkt op z’n best nog maar 50% van mijn hersenen. Mijn lichaam zal het moeten doen, geleid door de muziek.

Dus train ik nu dag na dag de act in de schuur. In een strak zittend tuigje dat mijn bekken nog net niet samenknijpt. Bij de salto’s moet ik niet teveel hoogte maken omdat ik anders de grond raak. Van het tumblen word ik steeds minder misselijk. De huid in mijn liezen is rood en geschaafd. Ik heb een vreemde spierpijn in mijn bovenrug. Eigenlijk wil ik elke dag ook aan de ring-choreografie op slapfunk werken voor stRINGs. Soms lukt dat, soms ook niet.

Vanochtend, vanuit mijn tuigje en organza met de zon in mijn gezicht uitkijkend over de landerijen, was alles goed.