Dierenvriend

december 30, 2011

De kat gaf me kopjes. En deed eindeloos pogingen om op mijn schoot te springen. En klaag-miauwde naar me. Ik gilde soms terug. Hij deed me me allesbehalve een dierenvriend voelen. Totdat ik hoorde dat de vorige eigenaresse haar man erop betrapte dat hij met de stofzuiger de kat achterna zat en zijn staart opzoog.


Kat

december 27, 2011

In het huis waar ik logeer woont een kat. De kat vindt mij leuk. Ik ben allergisch voor hem. Als ik naar de slaapverdieping ga moet ik snel voor zijn neus de deur dicht gooien zodat hij niet gezellig met me mee kan komen. De tweede nacht hier heeft hij voor de gesloten deur een goede imitatie van een auto-alarm weggegeven.

Vandaag weigerde hij tijdens het koken uit de gootsteen op te hoepelen. Vriendelijk vragen, schreeuwen, naast zijn kop in mijn handen klappen – het hielp geen zier. Ik zou en moest hem oppakken en op de grond zetten. Terwijl ik mijn handen waste spon hij.


Aurelie

december 26, 2011

Vandaag was ik Aurelie. Voor het eerst. Vol overgave. Het voelde fantastisch. Daarna stortte ik in.


Hond

december 25, 2011

Ik plaats mijn gelaarsde voet op de onderkant van de ring en zie een bruine klont verdachte materie aan het RVS hangen. Ik pak, ruik en herken. Hondenpoep. Ben ik even blij dat ik mijn ring niet tape.


Eerste dag

december 24, 2011

Na maanden denken, proberen, ontwikkelen, luisteren, strepen, eureka-momenten en veel repetities stond vandaag stRINGs er tijdens de premiere op het Winter Station van het Spoorwegmuseum in Utrecht. En wat voelde het goed. stRINGs blijkt een act te zijn geworden die dicht bij me ligt en waarin ik me als een vis in het water voel. Even leek de kou die de ring erg glad maakte nog roet in het eten te gooien, maar uiteindelijk ging de acrobatiek gesmeerd. Mijn favoriete gedeelte is zonder twijfel het duo-ring-nummer met P – op muziek van Amelie – dat de act op een zo heerlijk subtiele manier afsluit.

We hebben de voor mij perfecte combinatie gevonden tussen acteren, acrobatiek en muziek.

Het zingen is nog eng, maar tegelijkertijd is het ook erg leuk. Natuurlijk zal het nog even duren voordat ik uit volle borst sta te kwinkeleren, maar elke keer dat ik de microfoon in close-up zie lijkt hij me minder dreigend aan te kijken. Als kind zong ik zonder enige remming. Hoe mooi zou het zijn dat terug te kunnen krijgen.


Kip zonder kop

december 23, 2011

Het was een ren-dag. ’s Ochtends al om half tien bij het Spoorwegmuseum en continu bezig geweest. De cues van de motortakel doornemen, kijken of de techniek deed wat-ie moest doen (kwam, ben ik bang, allemaal op P neer), opwarmen, doorlopen, problemen oplossen (er liepen eng veel mensen nietsvermoedend over het speelvlak en onder de ring), opruimen, kinderen naar de trein brengen en eten voor de komende dagen bij elkaar scharrelen. Dat laatste bleek niet eenvoudig voor een vreemde in centrum Utrecht.

Bij de natuurvoedingswinkel die me door een aardige meneer met gitaartas op de rug was gewezen kocht ik twee rogge-meergranenbroden die zo compact waren dat de snijmachine er moeite mee had. Daar moet ik de komende dagen flink op kunnen werken. Op een markt kocht ik een grote zak groente en kruidenthee voor de goede nachtrust (geen alcohol deze dagen), in de HEMA een theeknijper en in de Dille en Kamille een groot theeglas en peperdure olijfolie. Intussen waren mijn benen moe, mijn onderrug begon alarmsignalen af te geven en mijn hersenen waren aan het koken. Ik heb een tijd verdwaasd bij de “pillow spray” gestaan, eraan geroken en serieus overwogen om een flacon van negen euro te kopen.

Terug op mijn logeeradres, waar ik alles mag gebruiken, zag ik dat bijna alles wat ik op de markt had gekocht al in de koelkast aanwezig was. Bij het avondeten heb ik daarom een flinke hoeveelheid verlepte sla met bruine randjes naar binnen gewerkt. Zonde om iets weg te gooien.

Dat deed me denken aan de opa en oma van een jeugdvriendin die tijdens de zaaitijd elke week een rijtje groenten zaaiden zodat ze bij het oogsten ook elke week mooi frisse groenten te oogsten hadden. Jammer genoeg waren ze een keer te laat met oogsten begonnen en hebben, in plaats van een keer een rijtje over te slaan, het hele jaar verlepte groenten gegeten.


Het gaat beginnen

december 22, 2011

Inpakken, auto inladen en de wijde wereld in.

Fotografie: Louis Haagman


Onzeker

december 21, 2011

De laatste repetitiedag voor de première van stRINGs. Het wordt een drukke tijd met negentien stRINGs-voorstellingen en één MasTango binnen 8 dagen en in twee landen.

Na elke beschikbare minuut met de acts bezig te zijn geweest heb ik last van mijn rug, uitslag op schuurplekken en een gekke pijn die vanuit mijn duimen naar de zijkant van mijn polsen trekt. Ben ik oud? Ben ik te woest tekeer gegaan? Of is het psychosomatisch? Ik heb tegelijkertijd enorm veel zin in de première en zie er als een berg tegenop. Zal ik het kunnen? Of val ik door de mand en word ik ontmaskerd als nep-kunstenaar? Heb ik aan alles gedacht? Telkens die lichte paniek van het iets vergeten kunnen zijn.

Ik ga zingen. En acteren. En acrobatieken in de ring. Samen met een waanzinnig goede gitarist. Eigenlijk kan ik niets mooiers verzinnen.

Fotografie: Louis Haagman

 


Ridder

december 20, 2011

Mijn vriendin S en ik logeerden bij mijn nieuwe vriend op zijn boot. We zaten aan een glas tawny port uit mijn geboortejaar – kado van vriend T – toen er een auto de kade op geraasd kwam, er een portier knalde en we een vrouwenstem hoorden gillen: “T, waar ben je klootzak!” Vriend T begaf zich naar het dek. S en ik hoorden het brommen van stemmen. Ik liep binnendoor naar de stuurhut om iets te pakken. “Is ze dat? Je nieuwe vriendin?” hoorde ik. “Mag ik ‘r niet zien? Wie ben ik dan, klootzak? Je Turkse hoer?!” Snel liep ik terug naar de roef waar op hetzelfde moment T binnen kwam. “Dat was A,” zei hij. “Ik heb haar eens geholpen en nu kom ik niet meer van haar af. Ze hangt continu rond bij haar junken-vriendjes en wil dat ik voor haar ga zorgen. Alleen maar omdat ik haar vader ken. Weet je nog dat ik begin mei in Zuid-Afrika was? Dat was bij haar vader. Daar was ze nog leuk.” We hoorden een auto weg rijden.

Een paar minuten later kwam de auto weer terug gescheurd, knalde wederom het portier, rende T naar buiten en hoorden S en ik als in een hoorspel met maximaal volume: “T zou de ridder zijn op het witte paard. Nou, ik kan je vertellen T WORDT VADER IN JANUARI!!!”

Het rekenwerk was simpel.


Stress

december 19, 2011

Ik kan me herinneren dat ik me wel eens verveelde. Dat ik me niet kon identificeren met mensen die beweerden dat er te weinig uren in een dag zaten. Ik kende dagen die ik nauwelijks door geploegd kwam.

Nu heb ik vooral het idee dat ik weinig tijd heb. In de praktijk betekent dat soms dat ik een uur op mijn bed lig te bedenken dat ik weinig tijd heb en in die tijd nog verdorisch veel moet doen. Die gedachte werkt zo verlammend dat hij de dag nog eens extra inkort.

Ik heb nog twee hele dagen voordat ik naar het noorden vertrek. Waarvan er één al besproken is. Twintig optredens in acht dagen. Tussendoor niet thuiskomen en dus niets mogen vergeten. Morgen begin ik met inpakken. Als ik genoeg kan ontstressen om uit mijn bed te komen.

Fotografie: Louis Haagman


Luxe

december 17, 2011

Ik lig in een aftandse caravan, geflankeerd door twee kruiken en onder een dekbed en drie dekens. Het stormt. Ik hoor de regen op het dak dreunen. Soms schud ik in mijn bed. De hondenpoep die mee naar binnen is gelopen en nog gedeeltelijk in de hardblauwe vloerbedekking hangt ruik ik niet meer. In de verroeste kozijnen zie ik schilfers plastic en spinrag.

Als ik moet plassen moet ik naar buiten. Ofwel de trap naar de boomhut beklimmen waar je achter een gordijn op een heuse wc-bril gaat zitten om in een ton te mikken, ofwel naast de caravan in het gras.

Ik heb een emmertje waar eens yoghurt in zat. Als ik dat gebruik kan ik warm binnen blijven.

Ik lig lekker. Als het niet zo verdomd vochtig zou zijn zou ik me afvragen waar alle luxe van mijn eigen huis voor nodig is.

Fotografie: Louis Haagman


Vlinders

december 16, 2011

Heel voorzichtig typ ik. Je weet immers maar nooit. Als een vlinder in Afrika met zijn vleugels flappert kan dat een tornado veroorzaken in Japan. Zeggen ze toch.

Vandaag hebben heel wat mijnvoeten-gerichte vlinders met hun vleugels geflapperd. De dag was een aaneenschakeling van uiterst vervelende gebeurtenissen. Ik durf geen telefoon meer te beantwoorden en geen mail meer te openen. Ik ga niets belangrijks meer doen en hoop zo verdere calamiteiten af te wenden. Straks kruip ik met een boek onder drie dekens terwijl ik luister hoe de storm tegen mijn huisje beukt. Ik hoop dat morgen de vlinders hun vleugels ergens anders op richten.

Fotografie: Louis Haagman


Hart van licht

december 15, 2011


Ken jezelf

december 14, 2011

Een goede vriend van me, F, had het helemaal getroffen. Hij kreeg bezoek van L. Dat was redelijk uitzonderlijk, omdat L gewoonlijk bezoek ontvangt en niet zelf de bezoeker is. Maar dit keer was het nodig, voor F’s eigen bestwil. L wilde hem namelijk helpen. “F jongen,” zei ze, “ik ga het maar gewoon zeggen. Ik weet dat je verliefd op me bent.” F kon zijn oren niet geloven. Ik kan me niet voorstellen dat hij iets anders dan een wanhopig vragend “Hèèè?!” uit zijn keel gekregen heeft. “Mij hoef je dat niet te zeggen, hé,” ging ze doodgemoedereerd verder, “ik voel dat.” “Maar L…” probeerde F, “’t is echt niet…” “Ik weet dat het moeilijk voor je is, want ik ken je en ik weet wat je voelt,” onderbrak L hem, “maar ik wil er toch met je over praten, want ja, anders zou er wel een situatie kunnen komen. Je weet toch wel.”

F heeft er het zwijgen toegedaan. Wat kun je nog zeggen als iemand je beter kent dan dat je jezelf kent.


Logeren

december 12, 2011

Vreemd huis, vreemd bed. Vier hoog. Onder me slapen mensen, naast me ook. Daarnaast waarschijnlijk ook. Ingesloten door mensen en stenen en straks, als het licht wordt, door vogels die verdomd zwaar lijken als ze over het dunne platdak stampen. Ik moet al een hele tijd plassen maar probeer het te negeren. Zeg tegen mezelf dat als ik nog op mijn buik kan liggen ik niet echt hoef. Uiteindelijk sluip ik toch naar beneden. Twee deuren open, donkere trappenhuis in, trap af, voordeur open (met enorm gekraak), huis in en eindelijk het toilet. Als ik doortrek lijkt er een vulkaan uit te barsten. Ik krimp ineen. Ik hoor een stem: “Ben jij het P?”


Jaren 70

december 11, 2011

Een rond en harig kleed met oranje met bruine bloemen. Een vaas met judaspenning. Schoon metselwerk. Een nieuwe Fisher Price xylofoon. Dat moeten de jaren 70 zijn geweest.


Een teken

december 10, 2011

L vertelt graag. Het liefst over zichzelf. En graag met een groot verhaal. Zeker als ze al wat tripels haar keelgat in gegoten heeft. Zo vertelde ze eens vol trots over een feest waarop ze zoveel had gedronken dat ze nauwelijks meer kon lopen. Met behulp van een jongen is ze toen naar huis gehobbeld alwaar ze in de heg gevallen is en zich leeg heeft gekotst. De jongen is daarop vrolijk met haar gaan tongzoenen, waarop zij wist dat dit de man van haar leven was. Ze zijn nog steeds samen.


Mijn herfstvoeten

december 9, 2011


Storm

december 8, 2011

De storm is gaan liggen. Voor mijn deur ligt een enorme hoop roestbruine bladeren. Volgens de berichten gaat de wind vanmiddag weer aantrekken. Ik hoop dat ik rustig blijf.

Fotografie: Louis Haagman


Paniek in de tent

december 7, 2011

Na de repetitie voor stRINGs krijg ik een regelrechte paniekaanval. Tranen willen niet stoppen. Slapen lukt niet. Ik lig te woelen en ontdek dat ik mijn tenen krampachtig in elkaar gevlochten heb. Het beginlied van de act blijft door mijn hoofd zingen.

Waar ben ik toch bang voor? Ik weet dat ik de choreografieën in de ring die gisteren nogal haperden zelfs in twee dagen bijgespijkerd kan krijgen en we hebben nog tweeënhalve week. Tijd voor de theatrale kant is er ook nog. Ik weet dat het een prachtige act wordt. En toch.

In de brugklas had ik goede cijfers. Maar ik was bang. Wilde blijven zitten omdat ik dacht dat ik alle lesstof perfect moest beheersen om een goede basis te hebben voor de rest van de school. Daarna studeerde ik zo weinig mogelijk. Niet in de laatste plaats omdat mijn falen dan acceptabel zou zijn en te wijten aan luiheid in plaats van een gebrek aan capaciteit.

Ik wil niet terug naar de brugklas. Als ik zo meteen mijn laptop dichtklap hijs ik me in mijn trainingskleren, doe ik een uitgebreide warming-up en ga ik aan mijn ringroutines werken. Omdat ik het verdorie kan.


Plasrok

december 6, 2011

Om 10 uur ’s ochtends en na twee mokken koffie was ik in de auto geklommen om van Barcelona naar huis te rijden. De Tomtom stuurde me, om tolwegen te ontwijken, over een kustweg naar Girona. Al snel voelde ik de aandrang tot plassen. “Kan nog wel even,” dacht ik, “ik ga vast zo een grotere weg op met tankstations en toiletten. En anders een kleine weg zonder bebouwing en met bosjes.” Vergeet het maar. De weg die ik reed werd aan de ene kant geflankeerd door bebouwing en aan de andere door vangrail, spoorlijn en zee. Ik kwam een tankstation tegen en reed het voorbij, tegen mezelf zeggend dat het zo klein was dat het vast geen toilet zou hebben. Een paar kilometer verder kreeg ik buikpijn. Kon de riem op mijn blaas niet meer verdragen. Keek uit naar struiken waar ik achter zou kunnen gaan zitten, zelfs als dat in vol zicht van eventuele treinreizigers zou zijn. De struiken die ik tegenkwam waren zo armzalig dat ze nog geen konijn konden verbergen. “Een café dan,’ dacht ik. “Kan me niet schelen, ik ren naar binnen en speer meteen het toilet in.” Ik begon te zweten. Voelde mijn benen tintelen. Kon nauwelijks meer gas geven omdat de spierspanning teveel druk op mijn blaas gaf. Uiteindelijk draaide de weg een dorp in en zag ik een café. Met alleen maar betaald parkeren plaatsen ervoor. Die ook nog eens allemaal bezet waren. Zoeken naar een plekje, geld in de automaat doen, kaartje eruit halen en in de auto leggen – ik wist het zeker, dat zou ik niet halen. Ik zag het moment al aankomen dat ik de controle over mijn spieren zou verliezen en de hele bestuurdersstoel vol zou plassen. Terwijl ik nog zo’n 1200 kilometer voor de boeg had.

In pure wanhoop ben ik een zijstraat ingereden, heb de auto tegen het trottoir aan gezet, heb heel heel voorzichtig (vooroverbuigen was zeer riskant) mijn slipje vanonder mijn rok gefrommeld, heb diep ademgehaald, het portier geopend en ben wijdbeens en nonchalant om me heen kijkend naast de auto gaan staan terwijl de sluizen open gingen. Tijdens de immense zucht van opluchting en dankbaarheid dat ik die ochtend een rok had aangetrokken en geen broek, voelde ik een kleine straal langs mijn been mijn laars in lopen.


Goeie coupe

december 5, 2011

S is een typische jongen. Op zijn werk wilde hij niet met zijn bureau tegenover een collega zitten, maar achter een kamerplant tegen de muur. Anders werd hij gek.

S was op bezoek bij F omdat hij advies nodig had. Liefst van een vrouw. S had namelijk dringend behoefte aan een vriendin en wilde daarom een profiel aanmaken op een datingsite. En op zo’n site moet je met een goede foto voor de dag komen. Dat kon volgens hem alleen maar met een bijpassend kapsel en hij had wel door dat dat van hem niet voldeed. Hij vroeg aan me wat hij moest doen. Ik vertelde hem hoe ik dacht dat hij het kon laten knippen, maar in zijn ongeduld wilde hij meteen resultaat. “Kan ik dat effect ook niet met gel krijgen?” vroeg hij. “Kun je proberen,” antwoordde ik. S begaf zich meteen naar F’s badkamer en ging in de weer. F en ik keken elkaar aan en wachtten.

Een flinke tijd later kwam S nat en walmend de badkamer uit zetten. “Maar F wat heb jij daar voor gel? Die is niet goed hoor!” “Hoezo?” vroeg F, “wat heb je gebruikt dan?” “Nou ja, die spray van u,” antwoordde S. Hij dook de badkamer weer in en kwam terug met een spuitbus. Toiletverfrisser.


Wijn

december 4, 2011

Ik had al redelijk wat gedronken toen ik terug kwam bij F’s huis. Ik was van plan meteen naar bed te gaan maar zag dat het licht in de woonkamer op de eerste verdieping nog aan was. Ik klopte op de deur en voordat ik het wist was ik met een glas wijn in mijn handen in een diep gesprek over kunst en filosofie verwikkeld met F en B, een vriend van F.

Midden in een zin boog B zich licht voorover, kotste een rode plas op de houten vloer, pakte vervolgens een leeg waterglas en kotste dat met een tweede lading tot aan de rand vol. Daarna zette hij het glas terug op de salontafel. F en ik keken B verbouwereerd aan. B keek onbewogen terug.

Terwijl F de plas op de grond aan het opruimen was en aan B had gevraagd er niet doorheen te lopen, liep B door de plas naar het venster om wat frisse lucht binnen te laten, opende het en kotste naar buiten. Recht op de trottoirtegels. Daarna nam hij terug plaats op de bank, dronk in twee ferme slokken zijn nog bijna volle wijnglas leeg en kondigde aan een taxi te zullen bellen om naar een feestje in de stad te gaan.


In de leer

december 3, 2011

N was mijn paardrijd-vriendin. We reden bij dezelfde boer. Samen deden we vervelend tegen L die ook bij de boer reed. Vergeten was mijn eerdere vriendschap met L die ik op had moeten geven om met N om te kunnen gaan. N en L waren vijanden. Na ook eerst vriendinnen te zijn geweest. Zo gaat dat als je zeventien bent. De wereld is nog zwart-wit en je moet partij kiezen. Grijstinten en neutraliteit bestaan niet.

N was populair. Ze was een rasechte Zeeuws Vlaamse, rookte, had een permanentje, blondeerde haar haar en zat op de MAVO. Ze leerde me dingen die je niet op school kreeg. Zoals tijdens het uitgaan naar de middagdisco in Maldegem. “Als je wil dat de jongens je leuk vinden moet je veel lachen,” zei ze, “daar vallen ze op.” Ik lachte verlegen, kuste – voor het eerst in mijn leven – met een nog verlegenere jongen en verstopte me toen hij, na thuis zijn avondeten gegeten te hebben, terug naar de disco kwam en me zocht. N gaf me mijn eerste glas bier waar ik zo misselijk van werd dat het ook meteen mijn laatste was. En ze vertelde me dat jongens het fijn vinden om afgetrokken te worden en dat als ik dat deed ik na het gebeuren desbetreffende jongen over zijn trui moest strelen om mijn hand schoon te maken.


Bloot

december 2, 2011

Een goede vriend van me houdt van daten. Van jagen en veroveren. En natuurlijk van seks en spanning. Hij had drie vriendinnen, schreef hij zich wederom in op e-matching en voilà, nu heeft hij er vier.

Als ik denk aan me inschrijven op een datingsite krijg ik het koud. Natuurlijk heb ook ik het gedaan en vond ik het op dat moment spannend, maar nu bezorgt alleen het idee al dat ik een foto van mezelf zou moeten plaatsen om daar mannen mee te lokken me de bibbers. Ik zou me letterlijk bloot voelen. Op een open vlakte in ijzige poolwind. Ik verstop mezelf liever in Zeeuws Vlaanderen dan bij een eventuele toekomstige behoefte in die virtuele etalage te stappen.

Fotografie: Louis Haagman


Cavia’s

december 1, 2011

Buurman Rudolf had vroeger cavia’s. In de zomer zaten ze in een afgezet stuk van de tuin en deden weinig anders dan snuffelen, eten en wat rondscharrelen in het gras en de kleurige houten huisjes die buurman Rudolf voor ze gemaakt had. En ze piepten en honkten af en toe: nare, schrille geluiden. De buurman had haar eens, toen hij de kleine Elke tussen de coniferen door naar de cavia’s had zien kijken, uitgenodigd om zijn tuin in te komen en van dichtbij de cavia’s te aanschouwen. Hij had gezegd dat Elke ze mocht aaien maar uit moest kijken omdat ze konden bijten. Eigenlijk wilde Elke helemaal niet, vond ze de cavia’s maar zenuwachtige, weinig interessante dieren die nu ook nog potentieel gevaarlijk bleken te zijn. Maar onder aanhoudende aanmoedigingen van buurman Rudolf stak ze uiteindelijk toch haar hand uit naar het dichtstbijzijnde bruinwitte knaagdier, om zich nog een fractie van een seconde te kunnen verbazen over de gelijkenis tussen de caviavacht en de haren van de zachte bruine bezem die bij tante Rini in de bijkeuken stond, voordat buurman Rudolf hard “Wrrafff!!!” in haar oor brulde en Elke uit pure schrik de cavia kneep, een felle beet kreeg en het dier twee meter de tuin in katapulteerde. Onder luid gevloek van de buurman had de huilende Elke zich een weg terug tussen de coniferen door naar de eigen tuin geworsteld, haar bloedende hand met haar gezonde hand beschermend.