Halitose

juni 30, 2012

Op de vloer van de apotheek is een lijn getrokken waar wachtenden achter moeten blijven vanwege de privacy van de mensen die hun recepten af komen halen en daarmee hun ziekte etaleren. Ik sta aan de baliekant van de lijn. Naast me staat een vrouw die een Halita-pakket in ontvangst neemt. Ik zie een tongschraper en diverse verpakkingen met een icoontje van een sip hoofd met een driehoek voor de mond. Je hoef geen genie te zijn om te raden waar die driehoek voor staat.

Ik had ooit een vriend die buitenaards uit zijn mond stonk. Ik zei subtiel wat er aan de hand was. Ik zei bot wat er aan de hand was. Niets hielp. Hij was doodsbenauwd voor de tandarts en praatte zichzelf aan dat ik overdreef. Totdat hij zichzelf ging ruiken. Als ik, in die gruweltijd, lang in zijn gezelschap was, was ik daarna grieperig. Mijn slijmvliezen raakten door de hevige prikkel geïrriteerd. Onze vriendschap leed er niet onder, maar ik was wel blij toen hij eindelijk de weg naar de tandarts vond.

Een tijd geleden las ik een stukje in de Volkskrant waarin een halitose-expert uitlegde hoe hij constateerde of iemand die op zijn spreekuur kwam werkelijk halitose had of normale dampen verspreidde. Ik was geïntrigeerd.

“Het achterhalen of het werkelijk om halitose gaat, is een vrij eenvoudige maar geen aangename klus. Iemand die op het spreekuur komt, moet namelijk even uitademen en zijn handrug likken waarna De Baat – ‘alles went’ – en zijn collega’s telkens de lucht gaan besnuffelen. Vervolgens beruikt het drietal ook nog schraapsel van de tong.”

Ik kijk naar de vrouw naast me. Ik lijk bruine dampen te zien. Ik adem lichtjes in. En ruik gelukkig niets. De privacy in de apotheek zou wellicht nog een ietsje beter kunnen.

Advertenties

Alsof ik luier

juni 29, 2012

Ik zit met een bloem in het haar, een zonnebril op, vuurrode rode lippen en rode vintage schoenen aan in een scheve tuinstoel. Ik mag niet bewegen. Ik heb mijn ogen dicht. Ik hoor het geruis van kwasten op doeken en het getinkel van penselen in jampotjes. Af en toe komt er een windvlaag van over de akker de schuur in geblazen. Er loopt een spinnetje over mijn schouder. Mijn been doet pijn. De plek waar mijn hoofd de stoel raakt gaat irriteren. Mijn nek wordt stijf. Mijn rechter hand wordt gevoelloos. Mijn gedachten zwemmen alle kanten op. Ik heb een leuke middag.


Oranje glimlach

juni 28, 2012

Ik heb een mooie en stijlvolle lamp. Sinds kort heb ik ook een rare lamp waarvan ik niet weet of ik hem wel mooi vind. Ik verkoop de mooie stijlvolle, vervang het snoer van de rare en installeer hem. Iedere keer als ik het licht aan doe glimlach ik.


Te laat

juni 27, 2012

Op het laatste moment weet ik een afspraak te bemachtigen bij de Osteopathy Academy in Gent. Ik spring in de auto. Mijn tomtom vertelt me dat ik drie minuten te laat aan zal komen. Ik trap het gaspedaal diep in. Met nog drie kilometer te gaan kom ik vast te staan in de Muiden. Wegwerkzaamheden. Van stapvoets rijden gaat het naar stilstaan. Ik kijk paniekerig op de tomtom. Als die aangeeft dat ik twaalf minuten te laat aan zal komen maak ik een u-bocht en zigzag door de Muiden om om de file heen te manoeuvreren. Ik heb geluk. Wel tweehonderd meter. Dan sta ik vast bij de spoorwegovergang. Waar minutenlang gewacht moet worden op een tergend traag rijdende en luid piepende goederentrein. Vlak daarop kom ik muurvast te staan op de Afrikalaan. Ik vloek. En zweet. En zet mijn auto langs de kant om de laatste kleine kilometer te voet af te leggen. Ik draaf langs de lange rij nauwelijks bewegende auto’s. Klam en hijgend en een half uur te laat kom ik de Osteopathy Academy binnen gestoven.

Drie aardige studenten staan me te woord. Eentje onderzoekt me. Haar handen zijn vochtiger dan mijn benen. Ze kijkt, duwt en meet. Alle bevindingen worden ingevoerd in de computer. Ze staat voor een raadsel. Snapt niet waar de pijn vandaan kan komen. Voordat ze klaar is met haar tests is de tijd die nog over was voor mijn consult verstreken en kleed ik me weer aan. Het eerstvolgende gaatje voor een afspraak is over drie weken.

Het is prachtig weer. Ik rijd met beide ramen open en met een opperbest humeur. In de Ecoshop koop ik nog snel een blik voordat ik gemaand word de winkel te verlaten. Het is sluitingstijd.


Chiropractor

juni 26, 2012

In de lege wachtruimte van de chiropractor staat de radio hard te spelen. Het toilet ruikt, door de deur heen, vers gebruikt. Ik wacht.

Als ik word geroepen denk ik aan mijn vriendin die zegt dat de chiropractor seks uitstraalt. Ik vind hem nog steeds op een slager lijken. Hij commandeert me bruusk me uit te kleden en op mijn buik te gaan liggen. Hij werpt me twee velletjes keukenpapier toe die ik tussen mijn gezicht en de behandeltafel dien te leggen. Hij legt een lichtblauwe handdoek over me heen en duwt, trekt en kraakt. Zonder uitleg.

Het is weer los, zegt hij. Tot over een paar maanden. Ik vraag wat ik kan doen om dit soort blessures te voorkomen. Hij kijkt me niet begrijpend aan. Niet teveel hetzelfde doen, is zijn antwoord.

’s Nachts word ik wakker van de pijn.


Regen

juni 25, 2012

Het regent als ik mijn koffie drink. Het regent als ik in de auto stap. Het regent als ik tank. Het blijft regenen. Een medeweggebruikster creëert meters hoge boeggolven door halsstarrig in de diepe sporen van de expresweg te blijven rijden. Op de dertig centimeter brede strook aan de binnenkant van de weg wandelt een eend.

Op locatie kijken we naar de regen. Opbouwen heeft geen nut. Om de tijd te doden dolen we wat rond in het outletcentrum aan de rand waarvan we zouden spelen. We drinken staand espresso uit een kartonnen bekertje. We zien mensen met paraplu’s en volle tassen van de ene naar de andere winkel zigzaggen. We vinden een begrast atomium. En gaan zonder zelfs uitgepakt te hebben weer huiswaarts.


Gemoedstoestand

juni 24, 2012

In de juiste gemoedstoestand komen voor het optreden van vandaag is niet simpel. We werken buiten. Met twee geluidsinstallaties die niet nat mogen worden en een motortakel die niet nat mag worden. Het regent.

Ik zeg tegen mezelf dat ik aan het weer niets kan veranderen. Dat tobben niet helpt. Dat we gelukkig met z’n tweeën zijn. En dat er altijd een oplossing te verzinnen is. Al twijfel ik stiekem aan dat laatste.

Over een half uurtje vertrek ik richting oosten. En maak er hoe dan ook een mooie dag van.