Waarom vintage?

augustus 30, 2012

Een vriend brengt af en toe artikelen mee over vintage kleding. Een vintage liefhebster en ontwerpster zegt dat het in de seventies allemaal veel beter was. Dat toen de C&A prachtige jurken verkocht. Dat ze er heel wat voor over zou hebben om een middagje in een seventies C&A te mogen shoppen.

Mij lijkt het zo dat ook in de seventies het lastig moet zijn geweest een leuke jurk te vinden in de C&A. Het gros van de collectie zal toch voor de gemiddelde en conservatieve koper geweest zijn. De echt mooie stukken waren peperduur en zijn daardoor weinig gedragen, goed bewaard en hangen nu in de vintage winkels. De goedkopere en mutsige spullen zijn afgedragen en weggegooid. Niet iedereen liep er in die tijd als een modepopje bij. En lang niet iedereen had het budget om elk jaar een of meerdere jurken te kopen.

Ik lees dat vintage hip is. Ik lees dat hippe mensen het belangrijk vinden om uniek te zijn. Dat het verschrikkelijk is een compliment over een rokje te krijgen en dezelfde dag nog twee mensen met dat rokje tegen te komen. Dat de mode zich sinds de sixties en seventies niet meer vernieuwd zou hebben.

Mij interesseert dat allemaal geen hout. Ik hou van de herkenningen in vintage kleding. Van de sfeer die de jurken bij me oproepen. Als ik mijn kast opentrek zie ik mijn jeugd, mijn moeder op de fiets, de vakantie in de Ardeche, een dag aan het strand, een klasgenootje op een schommel, lol in het safariepark, James Bond-films en Brigitte Bardot.

In een vintage jurk-met-herinnering voel ik me goed. Voel ik me warm. Voel ik me mooi.


Vocht

augustus 29, 2012

Elke dag haal ik zo’n vier liter water uit de luchtontvochtiger die in mijn kast staat. De naald van de hygrometer gaat van 60 naar 70 procent luchtvochtigheid. Mijn ongebruikte gitaartas blijkt een uitstekende schimmelcollector.


De tantes

augustus 28, 2012

De tantes komen. De oudste tante is jarig en wil afscheid nemen van de zee. Ik hoor ze arriveren. Weet dat ze er zijn. Kan me er niet toe zetten naar ze toe te gaan. Dus ga ik niet.

Mijn moeder vraagt me Chinees te halen. Buiten kom ik de tantes tegen. Net terug van de zee. De oudste tante geeft me drie kussen en praat tegen me. Ik zie een geel bolletje in haar wimpers geplakt zitten. Wil niet weten wat het is. Moet ernaar kijken. Mijn automatische piloot antwoordt voor me. De jongste tante geeft me een hand.


Tomtom

augustus 27, 2012

Drie voorstellingen tussen de regenbuien door. Afgebouwd. Gegeten in de brandweerkazerne. In de auto. Tomtom gericht op huis.

Er wordt op het autoportier geklopt. P draait het raampje omlaag. Ik kijk op van de tomtom. Een man kijkt naar binnen en vraagt waar we naartoe moeten. Wij vertellen het hem. Hij begint uit te leggen hoe we moeten rijden. Wat voor keuzes we hebben. Hoe we bij de E17 moeten komen (of moeten we die niet hebben?). Dat de Expresweg van Antwerpen naar Knokke gaat.

We bedanken hem vriendelijk. En volgen de aanwijzingen van de tomtom.


Einde seizoen

augustus 26, 2012

Het zomerseizoen is over. Even hoef ik niks. Het is al laat in de middag en ik draag nog mijn slaap-t-shirt. Ik zit in mijn bed. Ik lees. Ik rommel wat op Facebook. Ik bedenk dat ik zin heb om aan de nieuwe website te beginnen. Met Freeway Pro in plaats van iWeb. Ik voel me prima. Ik voel me sterk.

Het is geen dag voor mooie vintage jurken. Straks kruip ik in een sweater en badstof trainingsbroek. Ga met een kop verse saliethee achter de iMac zitten. En kom het erf niet af.

 


Je wordt oud

augustus 25, 2012

Ik breek de trapeze-installatie af. Sjouw met de mastdelen. Het is heet. Ik puf. Vind de buizen verdomd zwaar. Kan me niet herinneren ze ooit zo zwaar te hebben gevonden. Vraag me af of het de ouderdom kan zijn. Of dit het punt is waarna alles qua kracht bergafwaarts zal gaan. Dan bedenk ik dat we de mastdelen altijd met z’n tweeën tilden.


Roestig

augustus 23, 2012

Ik lijk wat roestig. Wellicht zijn het de jaren. Of de sproeten.


Festival

augustus 22, 2012

De zon op mijn gezicht. Mijn billen op een muurtje naast een lange trap. Mijn uitzicht een wondermooie tuin. Ik wacht op de organisator van het festival. De afgelopen weken heb ik per mail en telefoon gevochten voor wat voor ons vanzelfsprekende voorzieningen zijn als we op een festival spelen. Alles is geregeld. Nu wordt het optreden. En genieten.

De organisator brengt me naar het mooiste plekje in de tuin. Onze speelplek voor de komende dagen. We staan op een lommerrijk grasveld, omzoomd door muren en bloemen, met vrij uitzicht op de trap en de terrasjes beneden in de tuin. Ik vraag hoe het met de beloofde visuele afscherming zit. Die zal niet nodig zijn, zegt de organisator. Mensen zullen bovenin de tuin een kaartje kopen, met ons meelopen naar de optreedplek en genieten van onze voorstelling. We moeten goed parade lopen om publiek te lokken en dan zal alles goed komen.

De organisator zegt dat de partytent die als kleedkamer en opberghok zal fungeren onderaan de trap ligt en dat we die zelf nog even op moeten zetten. Ik vraag waar ik stromend water kan vinden. Nergens, is het antwoord. Maar omdat ik zo aandring zal ik een jerrycan met kraantje krijgen. Ik vraag wanneer er iemand ankers kan komen slaan. Hij zegt dat ik kan bellen wanneer dat nodig is.

Ik laad uit en begin met bouwen. Bel voor de mokerman. Merk dat vanuit drie hoeken mensen vrij de speelplek op lopen. Ontdek dat de twee toegangen naar de tuin gewoon open zullen blijven. P arriveert. Hij laadt uit en begint met het opbouwen van zijn geluidsinstallatie. Ik bel voor het beloofde stroompunt op de speelplek. De organisator weet niet waar dat is. Ik vraag waar de mokerman blijft. Die is met iets anders bezig. Ik vraag waar het water blijft. Dat komt.

P gaat zelf op zoek naar een stroompunt. Hij vindt het op zo’n 70 meter van de speelplek. Onze haspel is 50 meter lang. P belt de organisatie. Er komt een stroomman.

We sleuren de partytent die kleedruimte gaat worden onze heuvel op en zoeken een geschikte plek om hem op te bouwen. De tent bestaat slechts uit poten en een dak. Ik bel de organisatie voor de rest van de tent.

P vindt een elektriciteitssnoer waarvan hij aanneemt dat het voor ons is bedoeld. Uit een gemangeld gedeelte steken afgebroken draden. De stroomman arriveert. P laat het snoer zien. De man zegt het snoer weg te zullen leggen. P vraagt of wij een ander snoer krijgen. De stroomman zegt dat dat er niet is.

Een vriendelijk mokerman heeft de ankers de grond in gemept en we zetten de mast op. Het is lastig om hem op een hellend vlak recht te krijgen. P staat met een loodlijn naast de mast en ik trek de ratelspanners aan. De mast gaat eerder schever staan dan rechter, als we de loodlijn moeten geloven. Ik zie dat het hoogstgelegen anker uit de grond is gekomen en op het punt staat los te schieten. Ik bel naar de organisatie voor een mokerman.

Ik zet met afzetlint de paden die naar de speelplek leiden af. Ik begin trek te krijgen. Van de organisatie krijgen we geen eten en/of drinken. Na een snack uit onze picknicktas ga ik op zoek naar de toiletten. Ik vind er drie. Zonder water en zonder toiletpapier. Ik bel de organisatie voor toiletpapier.

Een blonde jongen komt helpen met het losse anker. Ik pak net op tijd een tui vast als hij het bewuste anker uit de grond rukt. Even later staat de mast iets steviger verankerd. Bij het afspannen komt het anker weer los. Ik jas het met rondstrop en al tot aan de kop de grond in.

De vriendelijke mokerman komt met een jerrycan met kraantje en voor een-vijfde gevuld met water èn met de zijkanten van de partytent aangelopen. Hij vraagt of we schermen krijgen. Ik antwoord dat dat volgens de organisatie niet nodig is. Hij uit zijn twijfel.

P informeert bij de buren of er misschien een elektriciteitskabel over is. Een kabel is nodig omdat het gezin wil frituren die avond, de andere voor het playstation van de kinderen. Desondanks komt P terug met een kabel.

De acrobaten waarmee we de speelplek delen arriveren. Ze vragen waar de bankjes zijn die ze besteld hebben. Ze bellen de organisatie. De bankjes moeten helemaal bovenaan de tuin gehaald worden. Samen met de bouwlampen voor de avondshow.

De zijkanten van de kleedruimte-partytent passen niet. Ze horen bij een andere tent en zijn in de breedte twee meter te kort. De wanden bestaan uit namaak-ramen. Naast een raam zit een grote scheur. Ik bel de organisatie. De organisator deelt mee dat zo’n scheur niet erg is. Voor het gat kunnen we een groen Gamma-zeiltje hangen.

Door alle vertragingen kunnen we de show van half zes niet spelen. Ik bel de organisatie. Ik krijg te horen dat die show ook helemaal niet nodig is.

Tijdens de acht uur show zijn de bankjes bevolkt door anderhalve man en een paardekop. Beneden in de tuin kijken minstens dertig mensen. Ze applaudisseren en lopen hard weg voordat ze om een donatie gevraagd kunnen worden. Ik bel de organisatie. Visuele afscherming kan niet meer geregeld worden.

Vlak voor de show van negen uur willen we de bouwlampen aansteken. Allebei zijn ze stuk.

We bouwen af in het donker. Op onze speelplek is geen licht voorzien.

We hebben nog drie dagen te gaan.


Luchtacrobatiekkamp

augustus 21, 2012

Het is heet. Sterker nog, het zijn de heetste dagen van het jaar. En het is luchtacrobatiekkamp. Hier op de boerderij. In de wei, waar de trapeze-portiek en de Chinese mast staan, golft de hitte vanuit de grond mijn gezicht in. Een paar tellen in de zon en ik voel mijn huid krimpen. Ik sla rood-paars uit.

We hebben een fotosessie in de Chinese mast gepland. Ik waarschuw iedereen rustig aan te doen en de zon te vermijden. In de schaduw van de wilgen bespreken we posities en trucs. Vol enthousiasme vliegen de twee dames en de twee heren de zon en de mast in. En poseren als volleerde acrobaten.


In de ren

augustus 20, 2012

Wazig van een dag hard werken in de zon sta ik bij het kippenhok. Ik heb een pan pastastrikjes met zeevruchten in mijn handen en gooi strikje voor strikje de ren in. De zeevruchten blijven in de pan achter.

De kippen zijn lekker aan het pikken. Af en toe kijken ze op. Ze vertrouwen me niet. Ze zijn bang om bekogeld te worden. Dus gooi ik elk strikje ergens anders om ze ter wille te zijn.

Vanuit mijn ooghoek zie ik een derde kip aankomen. En bedenk dat we er maar twee hebben. De derde kip blijkt poes Barend te zijn die op zijn buik door de ren sluipt. En zich tussen de kippen tegoed doet aan de pasta.


Positief

augustus 17, 2012

Laat ik positief blijven en doen alsof iedereen aardig is. Laat ik positief blijven en vìnden dat iedereen aardig is. Laat ik positief blijven en er vanuit gaan dat iedereen alles goed bedoelt. Het is hard werken. En ik weet niet of het lukt.


Familiekring

augustus 16, 2012


Stil

augustus 15, 2012

Het is stil op de boerderij. En grijs.


Vogeltje

augustus 14, 2012

Als ik de keuken binnen kom zie ik haar lopen. Ineengekrompen van de pijn. Ze lijkt, zo van achteren gezien, nog magerder geworden dan ze al was. Als ze zich omdraait schrik ik. Matte ogen in een vermoeid gezicht.

Op de bank. Er is geen enkele manier waarop ze comfortabel kan zitten. Af en toe trekt ze van de pijn in haar buik en rug. Ze vertelt me dat ze niets meer binnen kan houden.

Ze vraagt me waarom het zo moet. Waarom ze niet gewoon kan leven en als de tijd daar is dood kan gaan. Ik zie haar lijden en kan niets doen.


Hondje

augustus 12, 2012

Terwijl ik iets uit de auto pak hoor ik een jongetje blaffen. Ik kijk op en zie een gezet Chinees kind over de parkeerplaats lopen. Ik vraag of hij een hondje is. Hij antwoordt van nee en zegt dat hij gewoon honds praat. Hij blaft. Ik kef terug. Hij kijkt expressieloos voor zich uit en slentert blaffend voort.


Zomaar een ochtend

augustus 8, 2012

Wakker worden maar niet wakker worden. Decafé drinken omdat de gewone koffie op is. Restant van de zak tacochips die naast het bed ligt leegeten. Zien dat het buiten regent. Weer gaan slapen.


Eerste ontmoeting

augustus 7, 2012

Ik heb het verhaal honderden keren gehoord. Zelf weet ik er nog maar heel weinig van. Piepjong was ik toen ik op de markt in ons dorp mijn eerste donkere man zag. Of – zoals dat toen zonder gêne gezegd kon worden – mijn eerste neger. Een bijzonder lange neger, als ik mijn moeder mag geloven. Ik was geïntrigeerd. Liep een rondje om hem heen. Keek naar boven. En zei triomfantelijk: “Zwarte Piet!”


Lachen met clown Bassie

augustus 6, 2012

Tijdens onze act bouwen de mannen van clown Bassie op. Ze gebruiken hetzelfde stroompunt als wij. In het meest subtiele en gevoelige stuk van MasTango slaan de stoppen door waardoor de gitaar niet meer hoorbaar is.

Als wij onze derde show willen gaan spelen blijkt een andere act op onze tijd begonnen te zijn. Wij wachten. En wachten. Als we eindelijk groen licht krijgen klinkt uit Bassie’s boxen luide en infantiele ratatadatadatadadada muziek.

Tijdens de afbouw luisteren we gedwongen naar tararaboemsiekee, de dikke dominee, die had zijn gat verbrand en zit nu in ’t verband. En naar een medley van ouderwetse kinderliedjes. En naar Bassie’s hinnikende lach.


Visserijfeesten Breskens

augustus 5, 2012

Joaquin en Rosita. MasTango.

Fotografie: Renée Jopp


Zeeman

augustus 4, 2012

Dochter: “Mam, ik heb nog bh’s nodig.”

Moeder: “Hoezo?”

Dochter: “Die van jou zijn te groot.”

Dochter: “Weet jij eigenlijk mijn maat?”

Moeder: “Jouw maat? Geen idee.”


Verder kijken

augustus 3, 2012

Regelmatig zie ik de laatste tijd op Facebook berichten waarvan ik in eerste instantie denk “Wat verschrikkelijk!” en huil ik verontwaardigd mee met de wolven in het bos. Als ik daarna, uit pure nieuwsgierigheid, andere bronnen raadpleeg blijkt dat het Facebookverhaal niet veel meer was dan stemmingmakerij, of in het beste geval de klok hebben horen luiden en niet weten waar de klepel hangt. Ik word me er hoe langer hoe meer van bewust dat ik niet klakkeloos kan geloven wat ik lees. Dat iedere op sensatie en effect beluste flapdrol kan schrijven wat hij wil. Zonder bronvermelding of onderbouwing en veelal zonder teruggefloten te worden. En dat duizenden Facebookers erin tuinen en de brouwsels delen, “liken” en erop reageren.

Laatst las ik een stemmingmakend stuk over het verbod op regenwateropvang in sommige Amerikaanse staten. Toen ik verder las leek ik te ontdekken dat regenwateropvang op zich niet illegaal was, maar wel het aftappen van grondwater. Toen ik nog verder las bleek dat regenwateropvang in sommige gevallen en in sommige staten wel strafbaar is, soms afhankelijk van de manier waarop het water wordt opgevangen. Het heeft heel wat surftijd gekost om een genuanceerd en goed onderbouwd artikel te vinden over het onderwerp. Ik moet leren veel en veel verder te kijken dan mijn neus lang is.


Anders

augustus 2, 2012

Mijn tante was anders. Ze slikte pillen. Zoveel pillen dat ze er een ingewikkeld uitziende systeemdoos voor had. Op een warme zomerdag nam ze onze door een krielkip uitgebroede gans Pipo mee naar de kreek. Om hem zwemles te geven. Voordat ze Pipo in het water zette trok ze handig haar bh vanonder haar hemdje en deed haar schoenen uit. Zodat ze klaar was om hem te redden, mocht hij dreigen te verdrinken.

Mijn oudtante was anders. Ze slikte geen pillen maar toog op zomerochtenden met haar blokfluit naar buiten. Om de vogels zangles te geven.

Ik ben anders.


Vogeltje

augustus 1, 2012

Ze ligt op de bank. Bleek. Half onder een plaid. Haar magere lichaam schokt. Soms wel vijftien keer in een minuut. Ze heeft krampen. Al meer dan drie uur lang. Erge krampen. Ze zakt weg. Rilt van de kou. Je hoeft niet ergens ver weg en tegen een fout regime te zijn om gefolterd te worden.