Oordeel

september 27, 2012

Vroeger waren spijkerbroeken fout. Spijkerbroeken waren voor werkvolk. Nagellak mocht ook niet. Make-up was überhaupt verboden. En zichtbare bh-bandjes. Daar griezelde hij van. Als de bh-bandjes onverhoopt toch zichtbaar waren moesten ze hagelwit zijn. Nog steeds moet ondergoed wit zijn. Zonder kant. Kant is ordinair. Daarbij is kleding in laagjes uit den boze. Niets mag ergens onderuit steken. Dat is lelijk en hoort niet.

Ik loop naar de schuur na mijn training in de bungees. Ik kom hem tegen op de oprijlaan. Hij kijkt naar me, groet, en schudt meewarig zijn hoofd. Ik weet meteen wat hij bedoelt. Ik draag een short over mijn trainingsbroek. Als bescherming in het tuigje tijdens het trainen. En dat is lelijk.


Waas

september 26, 2012

Soms lijkt er een waas te hangen tussen mij en de rest van de wereld.

En vraag ik me af of ik überhaupt zichtbaar ben.


Napraten

september 25, 2012

In de auto praatten we na over de theatershow die we hadden gezien. Over de rapper die onverstaanbaar was en non-stop achtbaanbewegingen maakte met zijn microfoon-vrije hand. Over de mooie jonge jongen met de groeiring in zijn oorlel en het zorgvuldig gebrushte achterwind-kapsel dat aan een gecoiffeerde kokosnoot deed denken. Over wat er werkte en wat niet. Over wanneer we echt mee waren en hoe dat kwam. Over de autistische jongen die ons betoverde.

Over achterafweggetjes kwamen we bij het café. We stapten de deur door en een eeuw terug in de tijd. Het rook er naar schimmel, vocht en deed me denken aan mijn oma. De plattebuiskachel was nog uit en de port koud. We verbaasden ons, dronken, en reden door naar huis.


Storm

september 24, 2012

Ik heb een grote doos nodig voor de vijftien jurken die ik moet versturen. Ik rijd door de storm naar de Albert Heijn. De dozenbak is leeg. Naast de bak staat een heel grote doos. Zeker groot genoeg voor de jurken. Ik wurm mezelf de winkel uit. De doos flappert en vervormt in de harde wind. Ik open de deur van mijn Corsa. Probeer de doos erin te krijgen. De doos is te groot voor de achterbank. De doos is ook te groot voor de passagiersstoel, zelfs als ik die helemaal achteruit schuif. Ik manoeuvreer de doos naar de achterkant van mijn auto. De doos is te groot voor in de achterbak.

Ik ben nat en flink chagrijnig. Ik zet de doos op de grond en haal de hoedenklep weg. Voordat ik de achterbank naar beneden heb kunnen klappen waait de doos weg. En sliert door een paar diepe plassen. Ik loop nijdig met de gehavende, natte doos terug de Albert Heijn binnen en deponeer hem naast de nog steeds lege dozenbak.

Ik ga naar de Aldi. De Aldi heeft geen dozenbak. En ook geen lege dozen. Weer buiten slingert een oudere vrouw met een grote zwaaibeweging haar winkelwagentje 180 graden rond. Ze mist me net. Dankbaar blaf ik: “Eerst denken, dan doen!”


Open dag

september 23, 2012


In het donker

september 20, 2012

Lang trainen betekent laat eten. En dus laat koken. En dus met de zaklamp de moestuin in om een courgette te vinden en te oogsten. En even het jager-verzamelaar-gevoel te krijgen.


Flits

september 18, 2012

Voor ik er erg in had was de dag voorbij.


Sardines

september 17, 2012

De kamer is donker. Het ruikt er naar asbak, ranzige olie, vis en slaap. Hij ligt in zijn bed. Op de stellage onder het matras staan eindeloze stapels lege sardine-blikjes.

We blijven bij hem eten. Hij is in zijn macrobiotische periode. Hij opent een blik sardines, pakt ze er met zijn vingers uit en bakt ze in een steelpan. Zijn handen veegt hij schoon in zijn haar. We eten er zilvervliesrijst bij.


Nazomer

september 16, 2012


Logeren

september 15, 2012

Een Amsterdamse studentenkamer. Ik lig in zijn bed. Onder zijn dekbed. Hij ligt op een geleend matras. In een slaapzak. We kletsen wat, zo voor het slapen gaan. Hij zegt dat hij me het slapen in de slaapzak niet aan had kunnen doen. Niet met de kazigheid onderin de zak. Hij giebelt wat. Ik draai me om. Ik word wakker van een gefluisterd “welterusten.”

Thuis kijkt mijn vriend me onderzoekend aan. “Ik moet altijd in de slaapzak,” zegt hij.


Kijken

september 14, 2012

Na de training. Liggen naast de doeken op het gymnastiekmatje. Kijken naar wolken, zon en bomen.


Beeldverhaal

september 13, 2012

Fotografie: Louis Haagman

Hoeden: Jackie Habets

Visagie: Lia Kinibaeva

Styling: Esther van Gorp


Vanachter glas

september 12, 2012

Ik zit in mezelf. Ben afgesloten van de wereld. Mijn oren suizen en mijn hart klopt hoorbaar. Ik lijk rustig maar vanbinnen kolkt het.

Dat doet me denken aan een ochtend in Barcelona. Op een plein in een woonwijk stond ik te wachten. Ik had het idee van alle kanten bekeken te worden. Voelde me bespied. Totdat ik me realiseerde dat de mensen daar achter die ramen alleen maar mijn buitenkant zagen en van mijzelf nauwelijks iets meekregen. En ikzelf kijk eigenlijk net zozeer veilig en vanachter glas de wereld in. Ook daar, open en bloot op dat plein in die Spaanse woonwijk.

Fotografie: Louis Haagman

Hoed: Jackie Habets

Styling: Esther van Gorp


Tijdloos

september 11, 2012


Water

september 10, 2012

Vintage blauwe galajurk. Handgemaakte vilten hoed. Rode lippenstift. Ik stap in bad. Laat me onder water zakken. Moet met mijn tenen op de achterrand goed kracht zetten om niet boven te komen drijven. Ik snork water naar binnen en kom proestend boven. Voel me grieperig. Snuit water in een zakdoekje. Ik ga nog vier keer onder. Omdat het beeld in mijn hoofd sterker is dan het ongemak van wat water in mijn longen.


Zijn voeten

september 8, 2012

In de trein. Mijn mijn vriendje van een maand. De onzekerheid van nieuwe verliefdheid. Hij ging niet naast maar tegenover me zitten. Ik weet niet of we praatten of vooral zwegen. Ik was onzeker. Opeens legde hij zijn voeten op mijn schoot. Met sandalen en al. Ik keek ernaar. En naar het haar op zijn benen. Ik rook voetengeur. Ik deed alsof er niets aan de hand was.


Rust

september 7, 2012

Soms kan ik het. Me helemaal niet opwinden. Nergens naartoe hoeven. Wachten. Het niet erg vinden om te wachten. Te zijn.

Maar dan moet de temperatuur wel meewerken.

Fotografie: Frank Bassleer


Hoedje

september 6, 2012

Ik heb een poederblauw vintage hoedje. Zo’n kleintje dat je op je hoofd vast moet spelden. Dat spelden is zo simpel nog niet omdat de binnenkant van het hoedje hard is en de spelden alleen vat hebben op de kwetsbare, stoffen buitenkant. Het hoedje ligt op een bureaulamp die bij mijn voordeur staat. Als soortement decoratie. En, eerlijk gezegd, omdat het hoedje te vies is om op te zetten.

Vandaag besloot ik daar iets aan te doen. Sinds kort ben ik in het bezit van een fantastische vlekkenverwijderaar. Eigenlijk alleen bedoeld voor gasstellen en tegels, maar werkend als een tierelier op alle textiel waarop ik hem tot nu toe heb uitgeprobeerd. Ik spuit wat wondermiddel op de vlekken aan de buitenkant en op de ranzige bruine rand aan de binnenkant. Masseer het in de stof. Krabbel wat met mijn nagels aan aangekoekt vuil. Krabbel verder een oude tandenborstel. Spuit met de kraan de vlekkenverwijderaar weg.

Het hoedje zakt in mijn handen ineen. Het verliest alle vorm. Ziet eruit als een pannenkoek met een bedekking van lichtblauw microverzeldoekje. Met nog wel een leuk stukje voile en een broche met strass-steentjes. Ik vraag me af wat er gebeurd zou zijn als de vorige eigenaresse – die van de bruine randen – met hoed op overvallen zou zijn door een stortbui, en moet lachen.

’s Avonds wil ik mijn tanden poetsen met mijn nieuwe tandenborstel. Hij is niet in zijn gele beker op de wasbak. Hij ligt op het aanrecht. Kraakhelder.


Date

september 5, 2012

Hij kwam de deur van het café-restaurant binnen. Nam meteen de hele ruimte in. En ik dacht nee. Hij praatte over zijn tomtom en waarom hij zo laat was. Ik vond het allemaal best. Hij sprak me aan in steenkolen-Spaans en noemde me bij de naam van het personage uit een van onze acts. Ik spitste mijn oren. Hij had me als een cyberdetective nagezocht op internet. Met niet meer dan de woorden “vintage,” “podiumkunsten,” mijn voornaam en mijn woonplaats had hij bijna alles over me gevonden. Ik dacht nee. Hij vroeg of hij het verkeerd had gedaan. In mijn hoofd schreeuwde ik ja. Ik zei nee.

We dronken wijn. Ik voelde me comfortabel met mijn nee’s. Het werd gezellig. Hij vertelde over een alcoholfuik waar hij ingereden was na een andere date waar hij al een beetje kachel naartoe gegaan was. Zei dat hij nu een hotelkamer had gereserveerd. Zei opvallend vaak “voilà”, maar sprak het uit als “wallah.” Toen het cafe-restaurant ons buiten zette verhuisden we naar het café annex discotheek, een paar huizen verder. Het werd nog gezelliger. Hij had het over een “gegevemblik.”

Buiten, in de frisse nachtlucht, vond ik het niet moeilijk hem teleur te stellen.


Huisje

september 4, 2012

Ik ben graag in mijn huisje. Sterker nog, ik denk dat ik nooit meer ergens zo fijn kan wonen als hier. Ik probeer me er geen zorgen over te maken. De toekomst is niet nu.

En aan alles kun je wennen.


Goed voor je

september 3, 2012

Begin de dag met een lekkere mok koffie. Ik maak de Kanis en Gunnink koffie op die ik in mijn keuken vond. Gewoon in mijn espresso-potje. Een goed ontbijt is het halve werk. Ik ontbijt met chips en dadels. Je moet zorgen voor genoeg lichaamsbeweging. Ik hang tot in de middag in mijn bed. Lezend en surfend. Spaarzaamheid is een deugd. Ik koop online een spiegelreflexcamera en schrijf me in voor een digitale fotografie cursus.

Lekker hoor.


Vakantie

september 2, 2012

Ik heb een paar dagen vakantie. Vakantie van mezelf. Ik sta op wanneer ik wakker word. Of blijf nog wat liggen. Ik hoef niet te trainen. Ik hoef niet aan de nieuwe website te werken. Ik hoef geen mailingen te doen. Geen administratie. Geen betalingen. Ik hoef niet te koken. Niet gezond te eten. Niet sociaal te zijn. Ik hoef geen onkruid te wieden, geen gitaar te spelen, geen verstelwerk te doen. Ik hoef me niet eens te wassen.

Maar als ik er zin in heb màg het wel.


Kapper

september 1, 2012

Na de laatste keer kapper kwam ik met tranen in mijn ogen thuis. Ik zwoor nooit meer naar haar toe te gaan. Vroeg rond naar goede adressen. Was vastbesloten.

Ik zit weer met gladde zwarte cape op haar stoel. Me verbazend over de verlichting die de marmot en de smurf in mijn gezicht naar boven haalt. De kapster houdt een pluk haar omhoog en zegt dat een flink stuk “om zeep” is. Maar dat ze spaarzaam zal knippen. Ik geef me over.

Na het knipwerk kijk ik maar niet hoeveel er van mijn haardos op de grond ligt. Een meisje met een uitdrukkingsloos gezicht föhnt mijn haar. Ze ontwijkt mijn blik in de spiegel. Haar mond hangt open. Ik voel de energieloze, verveelde vingers door mijn haar kammen. Na een minuut of vijf heeft ze bijna al mijn krullen weg gekregen. Ik zeg niks.

Thuis kijk ik in de spiegel. Ondanks de ontkrulling en de enthousiaste knipperij ben ik blij. Alsof er ballast weggenomen is en vrolijkheid is geplant. Maar die krullen, die wil ik graag terug.