Zware jongen

maart 31, 2013

In de apotheek. Een zware man in een knalgeel gewatteerd jack, grijze joggingbroek en verrassend kleine gymschoenen. Hij kletst met de baliebediende over zijn ziekte en de fitness. Als hij klaar is komt hij de Albert Heijn-zak halen die vlak bij mij staat. Hij bukt en geeft me vrij zicht op zijn met rode korsten bedekte onderrug en zijn bilspleet. Zijn grijze onderbroek lubbert nog meer om zijn gigantische billen dan zijn inmiddels afgezakte joggingbroek. Als hij, met zak, naar buiten loopt zie ik een grote scheur in zijn jas waar de voering uit puilt.

Iedereen wordt wel eens ziek. De gepermanente dames op het bankje voor wachtenden net zo goed als de man met de scheur en de spleet. Net zo goed als ik.


Armen

maart 30, 2013

In een café. Hij zit tegenover me. We hebben allebei een drankje maar drinken niet. Hij is verliefd op me. Het is niet zo dat ik dat met mijn vrouwelijke intuïtie heb aangevoeld. Hij heeft het me simpelweg verteld. Ik vind hem aardig. Ik kijk naar de onderarmen die uit zijn t-shirt steken. Ik weet het zeker: die armen wil ik liever niet om me heen voelen. Ergens vind ik het wel jammer.


Tarzan

maart 29, 2013

Op de akker, waar wij als kinderen speelden, was een berg. Naast de berg lag een sloot. Naast de sloot stond een boom. Aan een uitstekende tak van de boom was een touw geknoopt. Vanaf de berg kon je, net als Tarzan (of Jane), je met het touw over de sloot zwieren. Zoals mijn broertje deed. En mijn stoere vriendinnetje. Ik zwierde, durfde niet los te laten, zwierde terug richting boom, knotste ertegenaan, liet los en plonsde in de sloot.


Kou

maart 28, 2013

poedel

Ik denk niet dat mijn voeten ooit nog warm worden. Ik heb geen vetjas om in weg te duiken. Geen echtgenoot om tegenaan te kruipen. Geen kat voor op schoot. En gelukkig ook geen hond. Mijn voeten moeten dreigen af te sterven voordat ik me aan een hond zou warmen.


Inrichting

maart 27, 2013

Ik heb een prachtig kledingrek. Als ik het vol hang blokkeert het een raam. En moet ik het luik dicht laten omdat de kleren anders verkleuren. Ik heb een nieuw ladekastje. Ook al prachtig. Als ik mijn sokken, dubbelgevouwen en op z’n kant in een la leg, kan de la niet meer dicht. Ik heb een ukulele. Ik speel er alleen op als hij naast mijn bed staat en ik hem zonder moeite kan grijpen. Als hij naast mijn bed staat stoot ik er regelmatig tegen aan en valt hij om. Dus zet ik hem veilig een stukje verder. En speel er niet op. Ik heb, in mijn grote kast, een ladendoos voor onbelangrijke papieren die toch niet weg mogen. Bij het opruimen heb ik de lade uit de doos getrokken. Sindsdien staat er alleen nog de lege doos. De lade is spoorloos.


Snow

maart 26, 2013

The world is white
The car is cold
My hands stick to the wheel
My brain is fuzzy
I fear I must see
Things that are not real

Right before me
On the road
Looms up a mountain white
I drive into it
Try to plough through it
Pray and just sit tight

My car is stuck
Into the snow
I curse, take a deep breath
Step into the blizzard
And though I’m no wizzard
I know I can catch my death

I cry to the moon
I kick some snow
I long to go
Home soon

My hands are red
And hurt like hell
I dig ‘till I’m worn out
Bob Dylan is singing
I’m thinking of ringing
A friend to help me out

No one answers
I’m all alone
I guess I’m out of luck
When a knock on the window
Gets me out of limbo
‘Cause I see a snow plow truck

I cry to the moon
Thank God on my knees
Knowing I will be
Home soon

Safely home
And in my bed
I’m slowly thawing out
My hands and feet tingle
I hear Christmas bells jingle
I see Rudolph – and pass right out


Vreemde man in de keuken

maart 25, 2013

Ik stap in ochtendjas en met een kop koffie in de hand de keuken van de boerderij binnen. Een mij onbekende, oudere man zit aan de keukentafel. Ik stel me voor en geef hem een hand. Hij klemt mijn hand in de zijne. Te lang. Veel te lang. Ik trek. Hij laat niet los. Ik zet me schrap, alsof ik aan het touwtrekken ben en bevrijd mezelf. Theatraal wapper ik met de gedeeltelijk wit geworden hand. De man vraagt of ik zijn dochter ken.


Hulp

maart 24, 2013

Ik loop met in elke hand een tas door Gent. Ik word ingehaald door een man. Hij vraagt me of hij kan helpen dragen. Nou nee, dank u wel. Hij merkt op dat de tassen er zwaar uitzien. Nou ja, niet te zwaar voor mij. Hij zegt dat hij toch dezelfde kant op moet. Hij zegt dat hij echt wel wil helpen. Hij zegt dat ik het maar moet zeggen als ik hulp nodig heb. Ik loop een koffiebar binnen en bestel een dubbele espresso. Terwijl ik met het kopje espresso in mijn hand naar buiten staar, vraag ik me af hoe iemand kan denken dat ik mijn tas vintage jurken los zou willen laten.


Badkamergeur

maart 23, 2013

Vanochtend aan de koffie kwam een oud badkamerverhaal bovengedreven.

Mijn tante werkte als hulp in de huishouding bij een dokter en zijn familie. Als ze zijn kinderen in bad deed gebeurde het regelmatig dat heer dokter de badkamer in gewandeld kwam, tante sommeerde buiten te wachten, en – in bijzijn van zijn dochters – een flinke bolus draaide op het toilet naast het bad.


In de parkeergarage

maart 22, 2013

Ik breng wat spullen naar mijn auto die in de parkeergarage staat. Op de plek speciaal voor kleine auto’s. Ik maak me een beetje zorgen. In de achterbak liggen onder andere mijn laptop, fototoestel en videocamera. Als ik bij mijn auto aankom zie ik dat de voordeur op een kier staat. Ik trek aan het handvat en de deur gaat open. Zonder sleutel. Zou er iemand in de auto zijn geweest? Ik dump mijn zak met spullen op de achterbank en besluit de achterbak niet te controleren, maar gewoon terug de stad in te gaan en te doen wat ik gepland had. Zou er iets gestolen zijn dan kan ik daar toch niets aan veranderen en vergalt dat de rest van mijn dag.

Terug in de parkeergarage zet ik de tweede lading spullen op de achterbank en check de achterbak. Alles is er nog. Alleen moet ik nu enorm plassen. En ik moet nog een uur rijden voordat ik thuis ben. Ik bezing altijd de voordelen van het dragen van een rok in de auto, maar nu heb ik – dom – een strakke spijkerbroek met riem aan. Het kan me niet schelen. Zit-zwevend op de bestuurdersstoel maak ik mijn broek los, schuif broek en slipje naar beneden en wurm een handig Griekse-yoghurt-emmertje onder mijn billen.

Even later rij ik lekker ontspannen naar huis.

parkeergarage


Uitblazen

maart 17, 2013

Even terzijde.

trompetter


Glas

maart 16, 2013

Met een glas rode wijn ga ik aan het tafeltje zitten dat net door een groepje ouderen is verlaten. Ik ben alleen. Wacht tot het optreden gaat beginnen. De glazen van het groepje worden door de glazenophaler verwijderd. Behalve een nog halfvol glas water. Ik drink mijn wijn. Kijk naar het glas water op tafel en denk “Soit.” Ik pak het en drink het leeg. Spa rood. Lekker.


Huilen naar de maan

maart 15, 2013

isegrim


Ga maar zitten

maart 14, 2013

Ik loop het kantoor van de praktijkondersteunster van mijn huisarts (POH) binnen. “Ga maar zitten,” zegt ze. Hetgeen ik doe. Zij blijft staan en kijkt me wat moeilijk aan. “Uh,” zegt ze, en wijst naar de twee stoelen aan de andere kant van het bureau. Dan pas zie ik het computerscherm voor mijn neus en realiseer ik me dat ik op haar stoel ben gaan zitten.


Ordi

maart 13, 2013

Ik vind het heerlijk om een doekenact te doen in een rood, glanzend, kort jurkje met glinsterstenen (gekocht in een clubwear-winkel waar hij naast de latex verpleegsterspakjes hing). Ik heb een leren hesje met lange cowboy-franjes. En een biker-jasje met studs en goudkleurige ritsen. Een beetje ordi is best lekker.


Ihr sollt sein hart wie kruppstahl

maart 12, 2013

Op de circusschool. Ik had al een paar weken pijn in mijn rug. Op een dag kon ik mijn arm niet verder meer optillen dan schouderhoogte. Met tranen in mijn ogen stond ik naast de trapeze en kreeg mijn hand niet naar de stok. “Dan ga je maar eenwielfietsen,” zei een van de docenten. “Dan heb je daar geen last van.”

eenwieler


In mijn hol

maart 11, 2013

Er giert een poolwind om mijn huis. Stuifsneeuw komt horizontaal langs gevlogen. Als ik de voordeur open wil krijgen moet ik er met mijn volle gewicht tegenaan leunen. Dus laat ik de voordeur dicht. En de luiken ook. En vind ik dat ik ook niet hoef te trainen, maar lekker in mijn bed een boek kan lezen. En een nieuwe liedtekst schrijven. En bedenken hoe fantastisch het is dat de lente eraan komt.


Dood

maart 10, 2013

Ik woonde in Engeland. Studeerde er Engels en gaf Nederlandse les. Halverwege het jaar kwam mijn vriend op bezoek. Eenmaal op mijn kamer keek hij me ernstig aan en zei dat hij slecht nieuws had. Ik schrok. Was er iets met mijn ouders? Mijn broertjes? “Je ex, P, is doodgeschoten,” zei hij. Ik slaakte een zucht van verlichting. En schaamde me.


Het kleine huis op de prairie

maart 9, 2013

Schort voorgebonden en klaar om de afwas te gaan doen.

IMG_0853


Nice

maart 8, 2013

Met mijn rode Porsche en vintage caravan scheur ik naar Nice alwaar ik lekker aan een lantaarnpaal ga hangen. Dat zou toch leuk zijn.

nice


Model

maart 7, 2013

Ik loop de modeltekenruimte in Gent binnen. Er is een mevrouw die ik niet ken. Ze zegt: “Ik ben nieuw.” Ik zeg: “Ik ben het model.”

Tijdens het poseren vang ik af en toe een glimp op van het werk van een van de tekenaars. Een vrouw met wie ik wel eens wrijving voel beeldt me af als een skelet.

Ik merk op dat ik vervel tussen mijn grote teen en de teen ernaast. Aan allebei mijn voeten.

Ik moet naar het toilet.


Caravan

maart 6, 2013

De zon schijnt. Het is aangenaam warm. Ik heb zin om buiten te zijn. En ook wel een beetje zin om te vluchten. Gelukkig heb ik een rode Porsche. En een mooie caravan.

caravan


Vogels

maart 5, 2013

Ik lig in bed en hoor de vogels zingen. Het wordt duidelijk lente. De vogeltjes die zingen zijn gezond. Vogeltjes met griep, een blindedarmontsteking of astma hoor je niet. Die kruipen onder een struik. Die gaan niet naar de dokter. Die zitten daar en wachten tot het weer beter gaat. Of ze gaan dood.


Dagzoen

maart 4, 2013

Hij was de vader van mijn vriend. En best aardig. Veel aardiger dan zijn zure vrouw. Toch gruwelde ik altijd van de goed gemeende welkomszoenen. Al waren ze netjes op de wangen. Ik had het gevoel dat het opdrogende speeksel mijn huid samentrok. En dat ik het kon ruiken. Zodra ik de kans zag snelde ik altijd naar de wc om mijn gezicht te wassen.


Nachtzoen

maart 3, 2013

Ik was nog klein. En verlegen. Op de groene bank in onze woonkamer zat een meneer die ik niet kende. De meneer had een week, bleek gezicht en een baard. Ik hield afstand. Toen het bedtijd was en ik mijn ouders goedenacht kuste wilde de meneer ook een kus. Ik wilde niet maar durfde niet te weigeren. Op mijn slaapkamer heb ik met een washandje mijn lippen geschrobd.


Bang in de lucht

maart 2, 2013

Ik was vers geopereerd. En mijn vriend had me net laten zitten. ’s Nachts had ik af en aan gehuild. ’s Ochtends, in de badkamer, ontdekte ik dat ik nog bloedde. Ik moest een solo-trapezenummer doen in het atrium van een winkelcentrum. De tissu-artieste, die aan dezelfde ophanging als ik moest werken, stond erop dat de truss op 9 meter zou hangen. Het werd uiteindelijk 8,5 meter. En dat is hoog. Zeker als je ongezekerd boven een marmeren vloer werkt.

De organisator van het evenement wees ons de kleedkamer, maakte het zich gemakkelijk in een van de stoelen en stak een sigaret op. Ik kleedde me om in het toilet. Zag dat ik nog steeds bloedde. Onderweg van de kleedkamer naar de optreedplek werd ik duizelig.

De drie optredens gingen goed. Na de tweede kwam er een man op me af, met een bang kijkende vrouw in zijn kielzog. Hij was boos. Hij brulde tegen me: “Wat jij doet is gevaarlijk! Weet je dat wel? Weet jij hoe het klinkt als iemand van een flatgebouw afspringt en zijn hoofd openbarst op de straatstenen? Nou, een vriend van me heeft dat gehoord hoor!”

Als ik nu weer eens bang ben denk ik terug aan die dag. Opeens valt alles dan best mee.


Gevaar

maart 1, 2013

Vroeger herkende ik, tijdens het winkelen in de Prijsslag, mijn vader aan zijn schoenen en broek. Dat is nog steeds het geval met gevaarlijke mannen.

been