Achter de tralies

januari 31, 2014

Nog even en ik trek de wijde wereld in.

image


CreJa

januari 30, 2014

Uit mijn koffiekopje eet ik pinda’s. In de kledingkast ligt een banaan. Ik heb pijn onder mijn rechter ribben. De gordijnen zijn even bruin als het hoofdkussen. Mijn kamerdeur kan niet op slot. Mijn haar krult in Brugge harder dan thuis. Het gaat me goed.

image


Geluk

januari 29, 2014

Ik heb geluk. Ik slaap op een eenpersoonskamer deze vijf dagen. Een kamer met smeedijzeren hek voor openslaande deuren. Een kamer met eigen wasbak. En met toilet om de hoek. Waar ik  ’s nachts rustig in mijn blootje naartoe kan. Zolang ik mijn oren open houd.


Fritzl

januari 27, 2014

In het Fritzlhuisje slapen we niet in de kelder maar op de zolder. Of in een bedstee van zo’n 1,75m lengte met gordijntjes ervoor. Onderaan de trap en in de keuken. We zijn dit keer met vier begeleiders. Op het menu staan vijf dagen hard werk, geen privacy, maar wel veel creativiteit, uitdaging en voldoening.

Ik zet mijn verstand op nul, drink nog een kopje van de allerlekkerste espresso van het land, en maak me klaar om in de auto te stappen en naar Brugge te rijden voor een uitgebreide CreJa-stage.


Zeevrouw

januari 26, 2014

Ik hou van de zee. Al zie ik haar bijna nooit. Ik ben niet van de lange, koude strandwandelingen met harde wind over de overbekende strook zand. Of van het zomerse braden in de zon. Van zwemmen krijg ik oorontsteking. Toch denk ik vaak aan de zee. Ik ben blij dat ze dichtbij is. En zie haar opduiken in mijn teksten. Is liefde op afstand per sé minder waard?

zeevrouw


Het orgasme van de vrouw

januari 24, 2014

De pubers zijn op dreef. Twaalf jongens. Ze praten over de verschillen tussen porno en het echte leven. Als we het over de geluiden van porno-actrices hebben zeggen ze dat die actrices hun orgasmes faken. Ik vraag of dat in het echte leven ook gebeurt. Ze denken van wel. En dat de vrouw een orgasme faket omdat ze geen zin meer heeft. Omdat ze wil dat de man snel klaarkomt en de vrijpartij is afgelopen. Ik ben benieuwd of ze dat oké vinden. “Nee,” zeggen ze. “Het is beter van niet.” Ik vraag wat er dan wel fijn zou zijn. “Dat de vrouw niets zegt en je gewoon door kunt gaan.” De hele groep lacht hysterisch.


Dreiging

januari 22, 2014

De wolken zijn zwart. De bomen paars. Ik hoor geen vogels. Wel zware machines. De grond trilt. In mijn hoofd een hoge piep. Mijn ogen branden. Mijn schorre keel prikt. Ik trek mijn poncho aan en kruip onder de dekens.


Lifter

januari 21, 2014

Net buiten Sint Laureins rent een man door de berm van de weg. Hij steekt moedeloos zijn duim in de lucht. Ik stop. Een lifter. Die zie je niet veel meer. De man kijkt verbaasd. Hij probeert de achterdeur maar komt toch door de voordeur naar binnen. Hij moet naar Eeklo. Dat kan.

Mijn auto ruikt naar rook. De geur komt uit de man. De man spreekt een beetje Engels en een beetje Nederlands. Ik spreek Engels en Nederlands, maar zeg niet veel. In Eeklo zeg ik dat hij maar aan moet geven waar hij eruit wil. Hij vraagt of ik boodschappen ga doen. Ik zeg dat ik naar Gent ga. Hij zegt dat hij ook naar Gent wil. Dus rijdt hij mee naar Gent. In Gent stop ik voor een stoplicht. Een goede plek om uit te stappen. De man stapt uit. Hij zwaait nog even voor het zijraam.


Op de gang

januari 20, 2014

In het ziekenhuis zie ik een oudere meneer. Hij draagt een grijs pak, een lichtblauw overhemd en een hardrode stropdas. Zijn haar heeft hij met brillantine achterover gekamd. Hij is zwaar. En heeft een bril met stalen montuur op zijn neus. Hij ziet eruit als een belegen versie van onze vroegere SRV-man.

De man duwt een karretje met daarop stalen containers met koffie en thee door de gang waar ik mijn boek zit te lezen. Een mevrouw zegt vanachter het glas van haar loket dat ze wel twee kopjes thee wil. De man bedient haar. En moppert dat het een schande is dat het karretje een afdankertje is van een ander ziekenhuis. Ik kijk naar het karretje en zie niets vreemds.


Gevangen

januari 19, 2014

ondine kopie

 

Fotografie: Louis Haagman


Klaar

januari 18, 2014

In de oven staat een appel-bosvruchtentaart te brommen. De kamer is geveegd. De ochtendtraining is dan wel niet geslaagd, maar wel achter de rug. Ik ben fris gewassen. Er staat bier in de koelkast. Ik ben moe, maar wellicht kan ik dat verbergen. Ik weet waar de matrassen staan. Het bezoek kan komen.


Bruid

januari 17, 2014

Ik krijg een mail via Facebook.

“Hello,…….My name is Miriam,i saw your profile…. …… today and became interested in you,….. ……i will also like to know you the more,…… …..and i want you to send an email to my…. ….. email address, so i can give you my…… …..picture for you to know whom i am….. ( miriamurlov@yahoo.co.uk )”

En vraag me af of de Russische bruiden zich nu ook op de damesmarkt storten. Of dat Miriam alleen maar een email naar haar…. …. email-adres gestuurd wil krijgen


Voedselvoorraad

januari 15, 2014

In de fruitschaal vind ik een verschrompelde vinger. Nader onderzoek wijst uit dat het een wortel betreft die ik daar twee weken geleden weglegde. Achterin de koelkast blijkt zelfgemaakte chocolade te kunnen beschimmelen. De inhoud van een blikje kokosmelk is roze geworden. Morgen krijg ik eters.


Prikken

januari 13, 2014

Ik mag op de stoel gaan zitten, zegt de mevrouw van het priklab. Ik doe mijn jas uit. Knoop de manchet van mijn jurk los. Schuif de mouw naar boven. Zo’n tien centimeter boven mijn pols blijft de mouw steken. Ik trek nog wat, maar de mouw wil geen millimeter verder omhoog. Ik zucht en rits de voorkant van mijn jurk open om zo mijn arm te bevrijden. Het duurt nog vijf minuten voordat ik aan de beurt ben.


Bette

januari 12, 2014

Bette

Ik lig languut in het wiland
Knaag op een stingel gras
An ‘k dost heb drink ik sjuust
Een slokje water uut een plas

‘k èn joe een tied zien lopen
Mie je snuutje in de wind
‘k Docht ’t es noe sjuust die bette
Die me zwo goed is gezind

refrein
Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Kom je bi me in m’n hok?

k’ Ben van men eigen stille
Hou nie van veel gepraat
’t Geleuter van de mensen
Is vaak niet beter dan geblaat

Geef mie ma zachte wermte
De geur van ’t platteland
‘k Zie jillemaar gelukkig
An ‘k m’n zaadjes heb geplant

refrein
Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Kruup je bi me in m’n hok?

Bridge
Ik griep je in je volle vacht
Terwiel of gie schaapachtig naa me lacht
Bette, bluuf staan en è gjin schrik
Je kriegt een roze blinddoek mie een schwone strik

refrein
Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Ik trek je bi me in m’n hok

Ik zien de lammers lopen
Ma maar eentje spreek men aan
De geliek’nis mie m’n eigen
Is oek niet mis te verstaan

refrein
Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Bluuf je bi me in m’n hok?

Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Bluuf toch bi me in m’n hok!!
© Esther van Gorp


Lelijk

januari 11, 2014

Het is uitverkoop. Ik sta tussen vintage kleding waarvan ik niets, maar dan ook niets, mooi vind. Andere klanten kopen enthousiast. In een tweede winkel koop ik een schamele drie stuks. Waaronder een jurk waar de knopen vanaf zijn geknipt.

Ik hoor veel Hollandse stemmen. Stemmen die luid verkondigen hoe leuk een jurkje, of hoe vet een hoed is. De Hollanders lijken elkaar allemaal te kennen. Als er twee vertrekken zwaaien ze naar de anderen die in de rij voor de kassa staan. Voor mij kopen twee blonde Hollandse meisjes een heleboel kleren. Alles wat ze kopen vind ik lelijk. Wat ze dragen vind ik ook al lelijk. Ik kijk naar mijn eigen outfit. Zie mijn bemodderde afgetrapte gympen. Mijn spijkerbroek met vegen klei. Mijn roze beenwarmers. Mijn tien jaar oude jas. Ik erken dat wat ik draag ook vrij lelijk is.


Verlies

januari 9, 2014

Hij is een kop kleiner dan de rest van de klas. En zegt weinig. Opeens vertelt hij dat zijn vriend is overleden. Tijdens een ongeval. Nog maar een maand geleden. Op de vraag: “Wat deed dat met je?” antwoordt hij met: “Ik bleef thuis.”


Duivennagel

januari 8, 2014

Ome T is duivenmelker. Aan de muur van zijn woonkamer hangen de onderscheidingen die de duiven voor hem binnengevlogen hebben. Ertussen hangen de ingelijste kruissteekwerkjes van tante D. Ome T houdt van zijn duiven. De duimnagel van zijn rechterhand heeft hij tot een lengte van een halve centimeter laten groeien omdat dat makkelijk is met het ringen. De duimnagel is dik van de kalk. De ruimte tussen zijn nagel en het vlees van zijn duim zit vol met oorsmeer-gele korrels.


Overwinning

januari 6, 2014

“Luister naar je lichaam en volg de beweging die daaruit voortkomt,” zegt ze. Er is geen muziek. Wel andere mensen. Die dat kunnen. En die wowsie bewegingen maken. Mijn lichaam geeft me geen instructies tot wowsie bewegingen. Mijn lichaam doet helemaal niets. Behalve ervoor zorgen dat ik me oncomfortabel bewust ben van elke cel. Elke cel die niet wil bewegen. Dus beweeg ik niet.

“Loop in rechte lijnen door de ruimte,” zegt hij. “Varieer in snelheid. Varieer in hoogte. Spring. Rol. Schuif alsof je schaatst. Vind een partner. Spiegel hem. Laat je spiegelen.” Ik doe het allemaal. Tot de eindopdracht. Waarbij twee of drie mensen gevraagd worden om een combinatie van alle geleerde ingrediënten op muziek voor te doen voor de groep. Ik wil liever niet. De anderen willen nog liever niet. Voor ik het weet beweeg ik solo voor de groep. En laat me inspireren door de ruimte.


Koffie

januari 5, 2014

Na drie dagen van huis geniet ik extra van mijn zelfgezette kopje koffie.

kopje


Liever niet

januari 4, 2014

Van kleinst af aan heb ik te horen gekregen dat je eerlijk moet zijn. Dat je fouten moet bekennen. Dat je niet moet veinzen. Ik merk dat ik daar een tic aan over heb gehouden. Als ik de brieven die ik beloofd heb te posten in de verkeerde gleuf van de brievenbus stop heb ik de bijna onbedwingbare neiging die fout op te biechten. Alsof ik absolutie nodig heb om door te leven. Als ik een flinke slipper maak op een glad stuk weg beken ik meteen in mijn hoofd dat ik te hard reed en zoek ik iemand om in levende lijve met die informatie te kunnen belasten. Want dat is het: belasten. En ik ga proberen dat niet meer te doen.


Januari

januari 1, 2014

De bomen zijn kaal. Behalve de appelboom achterin de boomgaard. Daar hangen nog een stel donkerrode appels in. Ik trek mijn laarzen aan. Ik klim over het schapengaas en loop naar de boom. Afgezien van een enkele spetter vogelpoep en wat bruine vlekken, zien de appels er goed uit. Ik pluk er acht. Ze ruiken heerlijk. Vandaag bak ik appeltaart.