Dutch jungle

april 29, 2014

In Zeeuws Vlaanderen gaat het iets anders dan in de rest van Nederland. Hier kan het zomaar gebeuren dat een internist opeens de behandeling van een terminaal bloedkankerpatiënt vergeet voort te zetten. En daarna gezellig op vakantie gaat zonder de zorg voor de patiënt over te dragen. Dat de vervangend internist even geen tijd heeft om dringende telefoontjes van de huisarts te beantwoorden. En dat mevrouw de patiënt te verstaan krijgt dat als ze niet naar Terneuzen belieft te komen ze voor straf een dag later bloed krijgt. Dat ze dat misschien niet overleeft wordt hier niet belangrijk gevonden.

 


Abnormaal

april 28, 2014

Ik heb geen smartphone. Ik heb geen kinderen. Ik val van mijn zolder. Ik ben ouder dan veertig en heb lang, ongeverfd haar. Ik zit niet op Twitter. Ik post geen foto’s van mijn eten op Facebook. Ik heb geen tv. Ik laat jongeren condooms opblazen. Ik luister nooit naar de radio. Ik ontbijt bijna elke dag met appel-frambozentaart. Ik praat vaak hardop tegen mezelf. Ik ben graag alleen. Ik vraag Maria van Guadalupe om bescherming.

Ik lijk wel abnormaal.


Normaal

april 27, 2014

Ik slaap onder een enkel dekbed, zonder extra dekens. Ik bak koekjes. Ik maak een afspraak om een deuk uit mijn auto te laten halen. Ik drink thee met mijn vriendin. Ik plant courgette-zaadjes in de moestuin.

Ik lijk wel normaal.


Maria van Guadalupe

april 26, 2014

In Texas koop ik in een religieuze winkel een gebedskaartje van Maria van Guadalupe. Ik gebruik het als boekenlegger. Ik krijg een ongeluk met de auto op de snelweg. Ik maak een serieuze val. Ik rij bij het uitparkeren tegen een lantaarnpaal. Alles binnen een maand. Ik raak nooit gewond.

Ik kijk naar de serie Penoza. Een Mexicaanse maffiabaas geeft zijn nieuwe zakenpartner een beeldje van Maria van Guadaloupe. Om haar te beschermen. Ik zoek mijn gebedskaartje. Kan het niet vinden. Weet dat ik het uit voorzorg uit mijn boek heb gehaald toen ik het boek mee op reis nam. Het kaartje is weg.

Ik klim naar mijn zoldertje om de ring naar beneden te halen. Als ik met ring op de bovenste traptrede sta schiet de trap vanonder me. Ik val met trap en ring naar beneden. Raak een muur, een kastje, mijn computer, de spiegel. Het is een herrie van jewelste. Voor ik het weet lig ik met een been tussen twee traptreden, temidden van een enorme chaos, op de grond. Ik krabbel op. Ik heb pijn, maar er is niets gebroken. Het computerscherm is zwaar beschadigd maar de computer doet het nog. Scherven hangen half in en half uit de spiegel. Mijn muur is beschadigd. Ik zie splinters van de trap liggen.

Op mijn slaapkamer trek ik mijn bed van de muur. Vind van alles achter het hoofdeinde. Waaronder het kaartje van Maria van Guadaloupe. Ik geef haar een ereplaats.


Hulst

april 25, 2014

“Heb je de hulst gezien?” vraagt hij. Ik heb de hulst niet gezien. En ik passer hem elke dag. “Hij is helemaal gekortwiekt.” Ik loop nog een paar keer zonder zien langs de hulst. Uiteindelijk bekijk ik hem vanuit het raam. Hij is wat gesnoeid, ja. En ik vind hem nog steeds lelijk. Hij is bij ons gekomen omdat hij bij mijn schoonzus uit de tuin moest. Mijn schoonzus houdt niet van planten. “De takken reikten helemaal tot in je goot,” zegt hij. Ik kijk nog eens naar de hulst. Van mij mag-ie om.


Fabriek

april 24, 2014

Van de ene op de andere dag stijgt mijn bloedsuikerspiegel met zo’n drie punten. Dat is veel. Veel te veel. Maar niet genoeg om te denken dat mijn alvleesklier het op heeft gegeven. Ik vertrouw mijn glucosemeter niet. Maar als hij 11,2 mmol/L aangeeft ga ik me toch slecht voelen. Ben ik me erg bewust van mijn tintelende handen en voeten. Van de piep in mijn oren. En ben ik moe.

Ik bel de fabrikant van de meter. Vertel over de rare uitslagen van de laatste paar dagen. De mevrouw aan de lijn is erg coulant. Ik krijg een nieuwe meter toegestuurd. Maar ze kan me niet beloven dat met een nieuwe meter mijn waarden weer normaal zullen zijn.

De nieuwe meter arriveert. Ik meet. Durf bijna niet naar de uitslag te kijken. Mijn waarden zijn terug normaal. Dat ik moe ben ligt vast aan iets anders.


Wachten

april 23, 2014

Tot de dag begint.

barber


Mag het iets meer zijn?

april 22, 2014

Nou liever niet. Het is op het moment allemaal een beetje veel.

veel


Zangles

april 21, 2014

Vanavond krijg ik mijn eerste zangles. Van mijn vriendin. Die erg goed kan zingen. Ik ben een beetje zenuwachtig. Denk terug aan de eerste keer dat ik met P aan de keukentafel zat. Hij met gitaar. Ik zonder stem. Met een rood hoofd en een geblokkeerde strot. Uiteindelijk zong ik tijdens onze muzikale circustheateract. En blokkeerde weer toen hij me – aan diezelfde keukentafel – vroeg om met mijn stem een opstijgende raket na te doen.

Mijn vriendin zegt dat ik me geen zorgen moet maken. Ze gaat me oefeningen geven die ontspannen. En verzekert me dat ik alleen maar heel rare geluiden moet maken.


Styles

april 20, 2014

Zorg

april 19, 2014

Ik rij de rolstoel voorzichtig de onderzoekskamer binnen. “Pas op voor zijn knieën!” klinkt het uit de mond van een gezette verpleegster. Ik kijk haar aan, laat de rolstoel los en loop terug naar de wachtkamer. Na een poos word ik terug binnengeroepen. Het onderzoek is klaar. We moeten alleen nog even op de arts wachten. De arts in kwestie zit in de hoek van de kamer achter een computerscherm. Hij negeert ons. En scheldt zachtjes op zijn computer. Een verpleegster komt iets in zijn oor fluisteren. Uiteindelijk draait de arts zich om. Hij spreekt neerbuigend. Als tegen een klein kind. Met jij en jou, terwijl dit de eerste ontmoeting is met de patiënt. Als hij uitgetutoieerd is rij ik de rolstoel naar buiten. Richting uitgang. De gezette verpleegster komt in de deuropening staan en blaft: “De lift is de andere kant op, hoor!” Ik kijk haar aan en wacht even. “We moeten niet met de lift,” zeg ik zacht.


Model en hond

april 18, 2014

Het is druk bij de schilders. Vijf man, een vrouw en een hond. Ik zit op een met donkerblauw doek beklede kubus. De schilders zitten met hun stoelen en tekentafels op Oosterse tapijten. De vrouw vraagt of ik bezwaar heb tegen de aanwezigheid van de hond. Ik schud mijn hoofd en zeg dat het oké is. De hond likt mijn blote been.

Tijdens de sessie gaat de hond de schilders af om geaaid te worden. Alle schilders aaien de hond.

De hond krabt zich. En schudt zich luidruchtig uit. Een schilder vraagt of hij vlooien heeft. De vrouw antwoordt ontkennend. Ik zie een klein insect over mijn arm kruipen.

We luisteren naar jazz van Pat Metheny. De hond valt in slaap aan mijn voeten.


Verre blik

april 17, 2014

De druppels in mijn ogen verwijden de pupil. De oogarts schijnt met een pijnlijk felle lamp op mijn netvlies. Mijn kleine bloedvaten worden goedgekeurd.

Buiten is de zon veel te fel. Ik zie wazig. Houd zoveel mogelijk mijn ogen dicht.

We moeten trainen. De mast staat opgesteld. Ik ben onzeker. Mijn kracht is prima, maar er lijkt iets niet te kloppen. Vooral de theatrale gedeelten zijn zwaar. Het lijkt alsof ik van heel ver weg naar de wereld kijk. En het onmogelijk is contact te maken.


Verbinding

april 16, 2014

Ik gooi een glas wijn om waar ik net een koffievlek gemaakt heb. Ik vergeet een hele zak plastic als ik naar de milieustraat rij. Ik breng weer geen knoflook mee uit het dorp. Het suist in mijn hoofd. Is alles wel goed aangesloten?

kabel


Rustig

april 15, 2014

kemmel

Ik houd het rustig. Ik maak me niet druk over netwerken. Ik hoef niet sociaal te zijn. Te kussen en te begroeten. Ik neem mijn kopje koffie mee naar de kleedkamer. Ik lees een boek. Ik kijk uit over het platdak dat begroeid is met heide-achtige planten. Ik zie een duif. Op het gemak doe ik mijn make-up. Ik rek een beetje. Voel de spieren in mijn rug. Mijn handen en voeten tintelen. Ik heb zin in de show.


Nachtleven

april 14, 2014

Ik lig in bed. Ik kan niet slapen. Ik hoor zacht gesnurk. Ik doe oordopjes in. Ik hoor het gesnurk nog even hard. Ik haal een oordopje weg. Nauwelijks verschil. Ik stop het oordopje terug. Duw het stevig aan. Ik draai me om. Het plastic dat om het matras heen zit piept. Ik leg mijn bovenarm op mijn oor. Mijn arm wordt koud. Ik stop mijn arm onder het dekbed. Ik hoor zacht gesnurk. Ik draai me om. Het plastic dat om het matras heen zit piept. Ik zucht. Ik heb het warm. Ik vouw mijn slaapzak weg. Ik voel mijn polsen. En de spieren in mijn rug. Ik hoor zacht gesnurk. En een windje dat knettert tegen het plastic dat om het matras heen zit.


Trainen

april 10, 2014

Ik voel mijn hartslag in mijn handpalmen. Op mijn rechter onderarm staat een grote bobbel. Ik heb tranen in mijn ogen. Mijn linker oksel ruikt anders dan mijn rechter.


Koffiemoment

april 7, 2014

Ik ben vroeg wakker. Zet koffie. Zet de wifi aan. Neem de koffie mee naar boven. Zet de mok op de grond naast mijn bed. Pak een boek. Lees de eerste bladzijde. Ik heb dorst. Ik pak de RVS waterfles die ook naast mijn bed staat. Ik hoor een galmende tik. Het duurt even voordat ik in de gaten heb dat ik mijn mok heb omgestoten.

Het tapijt is bruin en nat. Mijn computer ook. Hij was dicht en uit, maar lag met de USB- en andere poorten naar de koffie-kant. Ik haal wat spetters weg en zet hem aan. Hij doet het. Een half uur later doet hij niets meer. Hij is zo dood als een pier. Ik hoor van een vriend dat ik hem moet laten drogen. Dat ik er minstens een dag niet aan mag komen. Ik weet dat ik dat niet kan.

Ik föhn de poorten zo droog als maar kan. Ik druk op de aan-knop. Er gebeurt niets.

Ik laat de computer. En probeer toch nog eens. Niets.

Weer later probeer ik nog eens. Hij gaat aan. En geeft beeld. En zoekt wifi. Ik zet hem uit.

Ik spreek met mijn computer af dat ik hem met rust zal laten tot de volgende ochtend. Dat ik eerst goed hard zal gaan lopen en hem dan pas aan zal zetten. Ik loop hard. Zweet en hijg. En de computer doet het.


Schapengeluid

april 6, 2014

Het is twee uur ’s nachts. Ik ben wakker. Ik hoor schapen mekkeren. Hard. Ze blijven maar aan de gang. Ik bedenk dat ik mijn raam dicht kan doen om minder last van het lawaai te hebben. Ik blijf liggen. Ik vraag me af of er iets mis is met de schapen. Of er misschien te vroeg lammetjes zijn geboren. Ik val in slaap.

Het is zes uur ’s ochtends. Ik hoor schapen mekkeren. Hard. Ik bedenk dat ik afgelopen nacht de lammetjes toch niet had kunnen zien. Omdat het ’s nachts donker is. Nu is het licht. Ik blijf liggen. En hoor dat een kip een ei legt.


Dan maar zo

april 5, 2014

Ik heb gewichtmanchetten te leen gekregen om mijn buikspieren extra mee te oefenen. Om in conditie te zijn voor het duo-trapeze optreden volgende week in Ieper. En om de Amerikaanse suiker-vergiftiging te boven te komen. Ik train met de gewichten. Voel mijn bovenbenen branden. Heb het gevoel dat ik goed bezig ben. Ik wil ook zulke gewichtmanchetten.

Ik koop er een stel op Marktplaats. Op het plaatje zien ze er hetzelfde uit als het geleende paar. Als ze aankomen blijken ze lichter. Een heel stuk lichter. Dus ga ik ze gebruiken als polsgewichten bij het hardlopen. Iets waar ik anders nooit aan gedacht zou hebben.


Nooit genoeg

april 5, 2014

Als ik ren denk ik aan doekentraining. Tijdens de doekentraining vind ik dat ik nog de trapeze in moet. Na de trapeze dient mijn deel van de schuur ontruimd te worden. Terwijl ik uithijg boven mijn salade voel ik me schuldig omdat ik mijn administratie van het eerste kwartaal nog niet heb opgestuurd.


Schone schijt

april 4, 2014

Terug van twee dagen weg, zit ik op een lekker ontspannen manier – in mijn bed – even heerlijk schijt aan alles te hebben. En dat voelt goed.


Oorring

april 3, 2014

Onder de douche, mijn hoofd vol conditioner, kam ik voor de tweede keer in een week, per ongeluk, mijn gouden oorring uit mijn oorlel. Na wat zoeken vind ik hem terug. De ring wil niet terug. Ik krijg hem wel in het gaatje, maar niet vast. Ik probeer twee minuten. Twee minuten vol mislukkingen duren lang. Ik haal de tweede ring uit mijn andere oorlel en leg beide ringen op een veilige plaats. Het is tijd om, na een klein jaar, mijn oren met iets anders te versieren.


Lopen

april 2, 2014

Mijn tweede keer lopen ben ik niet alleen. Ik vertel mijn loopmaatje dat ik niet goed ben. Dat de afstand kort is. Dat ik meer wandel dan hardloop. Tot hij mijn excuses zat is en we beginnen. Al snel zie ik hem vrolijk voor me uit huppelen. Hij haalt het eerste richtpunt. Ik niet.

Samen lopen is gezellig. Zolang het maar niet zo gezellig is dat ik moet lachen. Lachend werken mijn spieren een stuk minder goed.

Het is prachtig weer. We zien twee jonge kalfjes. Bomen en struiken staan in bloei. Met een beetje afzien lijkt de wereld net een ietsje mooier.


Thuis

april 1, 2014

Onderuit op bed. De woorden op. En het beeld simpel.

IMG_3873 kopie