Illegaal

september 30, 2014

Ik moet trainen. Ik zeg tegen mezelf dat ik om half elf moet beginnen. Ik lees een detective van P.D. James. Om tien voor half elf geef ik mezelf een half uur extra leestijd. In die illegale tijd lees ik steevast het lekkerst.

Advertenties

Sloopvogel

september 28, 2014

Ik heb een halve dag nodig om mezelf zover te krijgen te gaan trainen. Ik loop naar de schuur. Ik kijk naar de groenhouten betimmering. Bedenk dat ik de sloopvogel niet meer heb gehoord.

Ik train. Na vijf dagen niet in de lucht te zijn geweest. Als ik uit de doeken kom ben ik misselijk.

In mijn ooghoek zie ik iets felgekleurds. Onder het grote raam. Groen met geel en rood. Ik kijk beter en herken de groene specht. Een vlieg stijgt op van het kadaver.

Ik zoek iets om de specht mee op te ruimen. Vind een schop. Voorzichtig schuif ik hem onder de specht. Er verschijnen geen vliegen. Of maden. De specht is prachtig. Ik leg hem in het hoge gras tussen de struiken achter het houthok. En wens hem welterusten.


Huis

september 27, 2014

“Ik verkoop mijn huis,” zegt mijn vriendin. Ik hoor het. En ook niet. Haar huis staat in een dorp. Een dorp met een erg mooie naam, weliswaar, maar toch een dorp. En ik wil in de buiten wonen. Ik denk dat ik niet meer kan wennen aan mensen om me heen.

Ik maak een paar tochten door Zeeuws Vlaanderen. Bekijk huisjes. Bedenk wat ik wel en niet mee kan nemen. Word droevig bij de gedachte dat er nog meer spullen van mijn ouders weg gedaan moeten worden. Ik voorzie verbouwingen. Ik kijk naar mijn budget. Ik krijg het benauwd.

Ik ga kijken in het huis van mijn vriendin. Het staat aan het eind van een doodlopende straat. De weg die achter het huis loopt is rustiger geworden doordat hij niet langer doorgaand is. Er is zoveel ruimte dat ik zo goed als alles wat ik wil mee kan nemen. Er is zelfs trainingsruimte. De sfeer is goed. Ik voel me geborgen. En Waterlandkerkje is een mooie naam.


Sloopvogel

september 24, 2014

Ik hoor gehamer. Ik heb geen buren. T is weg. Ik ben alleen. Alleen met de hameraar. Ik loop op het geluid af. Het stopt. Ik ga terug mijn huis in.

Het gehamer begint weer. Wederom ga ik naar buiten. Het geluid komt uit de schuur. Ik zoek. En zoek.

In de grote schuur zit een vogel. In de nok. Onder de dakbedekking. Op de stenen zijmuur. De stenen zijmuur is van de buitenwereld afgesloten door houten planken. En die houten planken probeert de vogel af te breken. Ik roep naar hem. Hij draait zijn kop, kijkt me aan en gaat door met zijn sloopwerkzaamheden. Ik gooi walnootbolsters naar hem. Hij geeft geen sjoege.

Ik zit in bed. Ik hoor gehamer. Uur na uur na uur.


Instinct

september 23, 2014

Op hun bruiloft. Vond ik hem eng. Hard gezicht. Kille ogen.

Op bezoek. Vond ik hem grof. “Liefje! Koffie!”

Ik dacht: ze is gelukkig. Ik dacht: smaken verschillen. Ik dacht: ik zal me vergissen.

Ik hoor dat hij haar slaat. En wil uit alle macht dat dat niet zo is.


Vuurwerk en fluo

september 21, 2014

Op mijn netvlies de mannen in Passendale met fluo-hesjes. En fluo-sticks. Die ons maanden door te rijden in een richting die we niet op wilden. Terwijl het vuurwerk boven de huizen knetterde.


Schrijfvaardigheid

september 19, 2014

We werken rond talenten. De godsdienstlerares doet mee. Een jongen vraagt aan haar of iemand van de groep goed is in schrijfvaardigheid. Hij houdt het kaartje met het talent omhoog. De lerares antwoordt dat ze het niet weet. Dat ze de groep nog niet zo goed kent. En dat ze nog niet heeft kunnen zien wie er een mooi geschrift heeft.