Venus voor de spiegel

oktober 31, 2014

Ik lig op een sofa. Mijn rug naar de schilders. Mijn hoofd oncomfortabel op de harde armleuning. “Als de Rokeby Venus van  Velázquez,” zegt een van de schilders. Ik hoor snerpende gitaren van Pat Metheny. Ik hoor een schilder aan de Rokeby schilder vragen of hij uit zijn licht wil gaan.

Ik voel onrust. Hoor gepraat. Ik draai mijn hoofd. En zie dat de schilders al lang en breed aan het opruimen zijn. Terwijl ik nog braaf in mijn blote naakterik op de sofa lig.


Gedehydrateerd

oktober 30, 2014

Ik pak het vel van mijn hand tussen wijsvinger en duim. Laat los. Er blijft te lang een heuveltje vel op mijn handrug staan. Ik surf wat op internet. Naar dehydratatie en wat te eten en drinken. Ik kom vooral veel crèmes tegen. Waarvan deze de aantrekkelijkste is: “Been vermagering samengestelde etherische olie 30ml kachelpijp vormgeven verstevigende full-body.” Moet ik hebben.


Postkantoor

oktober 29, 2014

Een oudere vrouw staat aan de balie. Brabants accent. Plastic regenkapje. Bril. Beige jas. Ze vertelt over alle betaalpassen en kaarten die ze in haar portemonnee heeft. Ze kijkt om om me bij het gesprek te betrekken. Ze zegt haar bloemenpas bij de bloemist te hebben laten liggen. Toen ze terugging bleek er een kaart te zijn gevonden. De hare. Ze wist het zeker. Maar haar naam stond er niet op. De vrouw van de bloemist vroeg of ze haar naam op de pas had geschreven. Ze zei dat ze het niet wist.

“De volgende keer zeg ik dat hij van mij is hoor,” zegt de vrouw als ze naar buiten stapt. “Salut!”


Abuis

oktober 28, 2014

Ik zit op de trapezestok. Ik kijk omhoog, naar de touwen. Ze zouden wit moeten zijn maar zijn grijs. Ik kan ze wassen, bedenk ik. In bad. Dan realiseer ik me dat we geen bad meer hebben. En dat ook mijn moeder, die zo graag in bad ging, er niet meer is.


Kijkdoos

oktober 26, 2014

Kijkdoos

Mijn hoofd vlakbij de vette ruit
Van buiten komt gedempt geluid
TL-licht filtert door mijn huid
Het trillen van het glas

Flitsende balken van een brug
Gerinkel houdt twee auto’s terug
De intercom kraakt door de lucht
De boodschap onverstaan

Vuurrode banken, net geen leer
De natte geur van herfstweer
Een haast hallucinante sfeer
Als ik naar buiten kijk

refr

Je ogen groot
Gezicht zo wit
Een laatste blik
Een laatste dag
Niet wetend of je me nog zag

De wereld donker als een gat
Een rij van lichten vormt een pad
Naar daar waar ik geen weet van had
Voordat ik jou verloor

Terwijl het leven langs me glijdt
Is vastgevroren stil in tijd
De kijkdoos van de huislijkheid
Met beelden scherp als glas

refr

Mijn ogen groot
Gezicht een vlek
Richt ik mijn blik
Op huizen ver
Of dichter langs de spoorlijn staand

De televisie flikkert zacht
Terwijl moeder naar vader lacht
Samen spelend op de grond
Drie kinderen en een bassethond

Een man verdiept zich in een krant
Een balpen in zijn linker hand
Een vrouw staat bij een open raam
Een rookwolk drijft bij haar vandaan

Dan felle lichten, een sirene
Verplegers die een vrouw meenemen
Een meisje zwaait, de deur gaat dicht
Een traan reist over mijn gezicht

refr

Je ogen groot
Gezicht zo wit
Een laatste blik
Een laatste dag
Niet wetend of je me nog zag

Als ik herfocus, heel dichtbij
Zie ik twee ogen, die van mij
Ik sluit ze en ben even vrij
Achter een roze muur

De gele warmte van het station
Geen mens te zien op het perron
Een trein die naast de mijne komt
Gereden fluisterzacht

En staan de treinen zij aan zij
Zie ik een wereld nevens mij
Zo onbereikbaar en dichtbij
Het lijkt welhaast een droom

refr

Je ogen groot
Gezicht zo wit
Een laatste blik
Vandaag de dag
Waarop ik je nog eens zien mag

Daar zit je, aan die andere kant
Twee ruiten ben ik van je hand
Verwijderd, het is een afstand
Onoverbrugbaar ver

Je draait je hoofd en kijkt me aan
Voordat de treinen verder gaan
Vormt jouw mond moeiteloos mijn naam
Een tel en je bent weg

Met ogen groot
Gezicht een lach
Een laatste blik
Een allerlaatste dag
Weet ik niet of ik je echt zag

© Esther van Gorp


Negers

oktober 25, 2014

“Altijd als ik door de stad loop kijken de negers naar mij,” zegt een toekomstige kleuterjuf. Haar klasgenoten knikken bevestigend. “Dat is waar,” zegt haar buurvrouw. “Ze kijken altijd om als E passeert, met hun mond open.”

Ik loop over de prondelmarkt bij Sint Jacobs. Ik passeer een donkere man. “Olaba…” fluistert hij me toe.


Wassen

oktober 23, 2014

De jongeren praten over seks. Maar een enkeling heeft ook werkelijk seks gehad. Het grootste deel van de groep is goed zenuwachtig voor de eerste keer. Ze maken een tien-stappen-plan. In het plan komt tweemaal “wassen” voor. Eenmaal voor de daad en eenmaal erna. Een jongen kijkt me fronsend aan. “Is het dan niet slecht voor je om zonder wassen seks te hebben?”

Ik vertel ze het verhaal van Napoleon. Dat die, als hij wist dat hij over een paar dagen terug van veldtocht zou komen, een boodschapper vooruit liet sturen naar Joséphine. In de brief stond: “Schatje, ik ben er zo. Was je alsjeblieft niet.”


Vienger

oktober 22, 2014

Ik heb net mijn pakje afgegeven bij het postkantoor. M, vanachter de balie, vraagt aan de vrouw die na mij komt of ze eerst even naar het toilet mag. “Ejje je vienger wel opgestoken?” vraagt de vrouw. M lacht en zegt dat ze al een tijdje nodig moet en dat de vorige klant maar niet ophield met praten. “Dan doe je moa zjirre deu meisjn, anders worrut zwon natte boel.”


Aangenaam

oktober 20, 2014

Ik heb me al uitgekleed als er nog mensen binnen komen. Er zijn veel nieuwe tekenaars. Veel nieuwe mannen. Ik kijk ze niet aan. Ik wring mijn lijf in een serie poses variërend van twee tot vijf minuten. In de pauze gaan we met z’n allen wat eten en drinken in het restaurant aan de overkant van het plein. Ik vraag me af of het raar aan zou voelen om met een van de mannen te praten. Zo’n wie-ben-je-en-wat-doe-je-praatje. Ik besluit dat dat niet zo zou zijn. Maar knoop toch geen gesprek aan.


Kwarren

oktober 18, 2014

Ik reed paard. Met mijn vriendinnen. Bij een oude geile boer. Hij droeg altijd een olijfgroene overall en een brede grijns.

“Weet je wat kwarren zijn?” vroeg Corre. Zijn grijns werd nog breder dan anders. “De tetten van een vèrken.”


Op de snelweg

oktober 17, 2014

Ik ben moe. Zo moe dat ik er misselijk van word. Ik draai het autoraampje open. En weer dicht. De uitlaatgassen op de snelweg doen me geen goed. Ik eet een paar noten. En een stuk quiche. Waar ik eigenlijk geen zin in heb. Ik haal een gele bestelauto in waar ik al zo’n 80 km lang bij in de buurt rijd. De bestuurder zwaait uitbundig naar me.


Valkuil

oktober 15, 2014

We krijgen een vorming. We moeten uit vinden wat onze persoonlijke valkuil is. De mijne is niet moeilijk. Ik voel me vaak een outsider. Een alien die de codes niet begrijpt. Die niet past. En die zich nooit helemaal comfortabel voelt in groepen.

Ik zeg dat in de groep. Waar ik me nou juist vaak niet comfortabel in voel.


Winterjas

oktober 14, 2014

De jas wordt bezorgd door een meneer met een gouden oorbel. De handtekening voor ontvangst komt maar voor de helft door op zijn tekenapparaat. Hij wenst me een goede dag, zwaait en verdwijnt in zijn witte bestelbus (iemand vertelde me ooit dat alleen psychopaten in witte bestelbussen rijden, maar soit).

Ik haal de jas uit zijn plastic verpakking. Het leer voelt aan als karton. De jas zit krap om mijn rug en ruim aan de voorkant. Het kost me moeite mijn armen naar voren of omhoog te bewegen. De jas gaat linea recta terug in de verpakking en op de post.


Tas

oktober 13, 2014

Op de Facebookpagina van Tweedehands West Zeeuws Vlaanderen zie ik een leren boekentas met schouderband. Ik denk aan het gerommel met mijn huidige tas. Het gegraaf. Het geduw als ik er een map terug in wil krijgen. Ik stel me een keurige vakverdeling voor. Overzicht. Ik wil de tas. Ik onderhandel. Krijg de tas voor een schappelijke prijs. Maar moet hem ophalen in Sas van Gent. Dat helemaal niet in West Zeeuws Vlaanderen ligt. De verkoopster zegt dat ze best mag adverteren op de Facebookpagina. Zegt dat ze veel geld voor de tas betaald heeft. Dat ik maar aan vrienden moet vragen of ze hem willen halen. Dat ze al consessies heeft gedaan. Ik kijk op de Facebookpagina van mevrouw zelf. Lijk het type te herkennen. Ze doet me denken aan een tante. En aan de oude krantenbezorgster. De lelijkste vrouw van het dorp. Waarvan gezegd werd dat ze in haar jonge jaren prostituee was. Die niet zo lekker rook. Ik wil de tas niet meer. Ik koop op Marktplaats een duurdere, minder mooie tas waar ik vast heel tevreden mee ga zijn.


Zwakkere broeders

oktober 12, 2014

De schapen blaten. Ook ’s nachts. Als ik een schaap in onze wei zou zijn zou ik ook blaten. Er zijn er met uierontsteking. Met wildvleesgroei. Met hoefontsteking. De helft graast op hun knieën omdat ze niet kunnen staan van de pijn.

Ze hebben een brede keus aan appels om te snacken. Zoals het hoort op een ziekenboeg.


Subversief

oktober 11, 2014

Ik leg uit. Het is een tactische samenwerkingsopdracht. De hele groep van 22 leerlingen moet over het koord geraken dat ik op zo’n anderhalve meter hoogte tussen twee bomen heb gespannen. Ze mogen het koord niet raken. Als de sleutelbos die over het koord gedrapeerd ligt valt, dan moet er iemand terug. En ze mogen alleen hun lichamen gebruiken. Niets anders.

“Mevrouw? Mogen we een tak gebruiken?” Een leerling verdwijnt. Even later komt hij met een enorme tak op sleeptouw terug naar de oefening. Een ander houdt met een klein takje het koord omlaag. “Ik raak het koord toch niet aan mevrouw?” “Kijk mevrouw!” roept een jongen, en loopt om de boom met het koord heen. “Mevrouw! Ik pak de sleutel vast. Dan kan hij niet vallen!” “Mevrouw ik pak de sleutel vast.” “Kijk mevrouw!” “We gaan de boom omzagen.” “Kan iemand een schaar gaan halen? Dan knippen we het koord door.” “Ik vond die tak een goed idee mevrouw.” “Mevrouw, kijk, ik pak de sleutel vast.” “Ik pak de sleutel vast mevrouw!” “Kan het koord niet lager mevrouw?” Twee jongens lopen om de boom heen. “Mevrouw, kunnen we geen andere oefening gaan doen?”


Ontkreukelen

oktober 9, 2014

Ik werd vroeg wakker. Vers uit bed spring ik in mijn shirt van gisteren, trainingsbroek en loopschoenen. Het is nog maar net licht. Ik vraag me af of ik veilig ben zonder fluo-hesje.

In de bossen valt het mee met de plassen. Ik loop op een verend tapijt van herfstbladeren. Als ik de abdij passeer is het licht. Ik voel me bloot.

Ik ken de weg niet goed. Jog langs een drukke baan. Ik spring in de berm als er fietsers tegemoet rijden.

Weer terug kijk ik in de spiegel en zie dat mijn gezicht een stuk minder verfrommeld is dan een half uur ervoor.


Persoonlijke bubbel

oktober 7, 2014

Ik wandel naast een vrouw. Ze is vriendelijk. Het gesprek is interessant. Toch kap ik het af. Met een excuus. Ze wandelde zo dicht naast me dat ze me elke stap raakte. Ik week meer en meer uit naar rechts. Tot het bospad op was en ik in de berm wandelde. Dat was mijn grens.

Ik praat met een man. Ik ken hem nog maar twee minuten. Ik leun tegen een muur. Hij komt ook tegen de muur aanleunen. Zijn gezicht is oncomfortabel dicht bij het mijne. Ik zie dat een van zijn ogen vochtig is. Ik wil hem niet ruiken. Ik schuifel achteruit. Hij stapt dichterbij. Ik kan me niet meer concentreren op het gesprek.


Barst!

oktober 6, 2014

Ja, ik ben boos.

boos


Zwarte handdoek

oktober 5, 2014

Drie nachten van huis. Ik wil mijn gezicht wassen voor het slapen gaan. Ik kom er achter dat ik vergeten ben een handdoek mee te nemen. In mijn auto liggen twee grote zwarte handdoeken. Al jaren. Ik klop er een uit en neem hem mee naar mijn kamer. Als ik mijn gezicht afdroog hap ik zand.

’s Nachts wordt er op mijn raam geklopt. De sleutel van het verblijf steekt nog aan de binnenkant in het slot. Ik sla de zwarte handdoek om me heen en maak de deur open voor drie buitengesloten docenten.


Muilen

oktober 3, 2014

Hij ziet eruit als een blonde John Travolta. Volgens zowel de jongens als meisjes van de groep is zijn naam synoniem met seks. Hij grijnst breed. Hij heeft een vriendinnetje.

Mijn collega vertelt over een meisje in haar groep dat zegt “muilvrees” te hebben. Ze durft niet met een jongen te tongzoenen. Telkens, als het bijna zover is, draait ze haar hoofd weg.

We komen er achter dat nou net John Travolta haar vriend is.

Tijdens een oefening zegt John Travolta dat de jongen nooit te snel moet gaan. Hij moet het meisje aanvoelen en geduld hebben.

Voilà.


Jong en brutaal

oktober 2, 2014

In de refter. Ik leg een nat vaatdoekje op een tafel en vraag de jongeren die aan die tafel gegeten hebben de tafel even schoon te maken. Een blonde jongen met licht uitpuilende blauwe ogen reageert: “Dat heb ik vanmiddag al gedaan.” Waarop ik antwoord dat ik kan geloven dat dat een zware fysieke inspanning moet zijn geweest en dat die nu weer geleverd zal moeten worden. “Maar jij wordt er toch voor betaald?” zegt de jongen. “Nou nee,” antwoord ik. “Ben je dan de kok of zo?” vraagt de jongen.

Even later schiet ik hem aan. “Buiten dat je opmerking niet bijster intelligent was, was hij ook nog eens respectloos. Ik zou het fijn vinden als je daar eens over nadacht.”

Ik zeg niet dat ik hem gewoon een verwend teringjong vind.


Anders kijken

oktober 1, 2014

Ik mag van mezelf de tomtom niet gebruiken om naar het Chiro-huis in Westmalle te rijden. Ik vertel mezelf dat het simpel is. Dat ik na de afrit links moet op de rotonde en dan alleen nog maar rechtdoor. Ik volg het plan. Al snel slaat de twijfel toe. Ik zie gebouwen die ik nog nooit heb gezien. Winkels met vreemde namen. Wegwijzers met onbekende namen.

Ik maak een uitje naar rechts. Waar het nog onbekender is dan eerst. Ik maak een uitje naar links. Met even teleurstellend resultaat.

Ik blijf twijfelen. Vraag me af of rijden zonder zelf de weg te moeten vinden je zoveel oppervlakkiger laat kijken. Ik ben blij als ik de immense verlichte parking van de Trappisten zie en weet dat ik goed zit.