Oudjaar

december 31, 2014

In mijn peignoir. In bed. Straks een film. Of boek. En een glas wijn. Het gordijn blijft open. Wellicht zie ik later een vuurpijl.

Advertenties

Oudjaar

december 30, 2014

Morgen is het oudjaar. Ik heb geen afspraken. Geen feest. Geen champagne. Geen aftellen om twaalf uur. Geen nieuwjaarskussen.

Ik ga een boekje lezen in bed. En al voor twaalf uur bedenken dat ik onderuit wil zakken, het licht uitdoen en mijn ogen sluiten. En dat ook gewoon doen.


Gluren

december 29, 2014

Ik woon in een doodlopende straat. Op het eind. Tegenover me een heg. Ik heb geen gordijnen in de keuken. Het staat eventuele passanten vrij om een stukje gezelligheid mee te pikken.

DSC_0511-001


Voor een gesloten deur

december 28, 2014

“Ze zijn niet thuis,” denk ik terwijl ik aan de klink trek. De deur geeft niets mee. Een bejaarde man die toevallig passeert zegt: “Hij komt eraan. Daar, aan de overkant van de straat.” Ik zie H. H ziet mij. Hij zwaait. Ik zwaai terug en roep: “H!” H holt de straat over. Hij geeft me een hand. En duwt de deur open.


Stoelen

december 25, 2014

Er staan drie pakketten in de gang. Ingepakt in bruin karton. Ze staan er al een dag.

Ik sleep pakket nummer een naar de keuken. Ik pak uit. Snijd plakband en tie wraps door. Haal karton en plastic weg. Lees het instructieblad. Haal de gereedschapskist. Draai moeren vast en druk doppen in openingen. Voilà, de eerste keukenstoel staat. Een nette, beukenhouten vlinderstoel. Ik weet niet of ik hem echt mooi vind. Ik ga zitten. Ik weet niet of ik hem echt lekker vind zitten. Ik lijk wat onderuit te zakken op het gladde hout. Misschien is het een kwestie van wennen.

Ik zet de tweede stoel in elkaar. Sleep het tweede pakket naar de keuken. En het derde.

Zes nette stoelen staan rond de eettafel. Ik wil ze mooi vinden. Ik denk Ikea. Ik ga nog eens zitten. Ik ben niet enthousiast.

Een voor een schroef ik de stoelen uit elkaar. De doppen krijg ik niet meer uit de stalen buizen. Ik schuif plastic over poten, karton tussen zittingen, plak zakjes schroeven dicht en druk tape op karton.

Ik zet mijn bonte verzameling oude stoelen terug rond de tafel en ben tevreden.


Vrachtwagen

december 24, 2014

Voor de deur staat een vrachtwagen te ronken. De vrachtwagen hoort bij de verbouwing twee huizen verder. Net als de bouwkeet die nu, samen met de vrachtwagen, de straat afsluit. Ik ga naar buiten. Een vadsig mannetje met oorbeschermers op zijn hoofd is aan de achterkant van de wagen dikke slangen aan het aansluiten. Ik zeg dat ik over een kwartiertje weg moet. En vraag of ik er dan langs kan. Hij antwoordt met een kortaf: “Dan ga je maar langs de andere kant weg.” Ik wijs hem erop dat het een doodlopende straat betreft en er geen andere kant is. “Ik moet hem toch ergens zetten?” werpt het mannetje tegen. “Ik kan ook de politie bellen,” zeg ik. Waarop hij hij antwoordt dat ik dat vooral moet doen omdat hij, als ik zo begin, al helemaal geen zin meer heeft om iets voor me te doen.

Ik bel het bedrijf waarvoor hij werkt. De mevrouw die me te woord staat zegt dat hun medewerkers het een beetje beu zijn, al die mensen in de straat die klagen en er langs moeten. De slangen af- en weer aankoppelen kost heel veel tijd. Dat wil ze het mannetje niet aandoen. Ik vraag of ze liever heeft dat ik de politie bel. Nou nee, dat wil ze nu eigenlijk ook weer niet. Ze gaat proberen het op te lossen.

Vijf minuten later beweegt de vrachtwagen. Hij gaat voor het huis staan waar verbouwd wordt, waar de straat breder is, waar geen bouwkeet staat en waar ook niemand last van de herrie heeft. In een mum van tijd zijn de slangen weer aangekoppeld. Het mannetje kijkt stug de andere kant op als we langs komen gereden.


Bootje op de snelweg

december 23, 2014

Zaterdag is het groot feest in het dorpshuis in Waterlandkerkje. Al onze liedjes gaan er te horen zijn, waaronder deze gloednieuwe:

Bootje op de snelweg 

Met mijn bootje op de snelweg
Zwaai ik naar de volle maan
Ben zo blij dat ik weer zingen kan
en nooit meer stil zal staan

Op de landweg ben ik kapitein
En nooit ging het mij zo goed
De wind wuift door mijn haren en
Wat eb was is nu vloed

ref
Laat me gaan, laat me gaan
Naar een frank en vrij bestaan
Ik verlang naar een wereld
Die zo vol is als de maan
Laat me gaan, ja laat me gaan
Gun mij mijn frank en vrij bestaan
Al heb ik een zwerversziel, ik heb je lief

Op mijn racefiets door moerassen
Zing ik naar een zwarte zwaan
Blaas een handkus naar een dikbilstier
en kraai naar een kerkhaan

Ik ben nietsnut paljas vagebond
En nooit ging het mij zo goed
De weg beweegt mijn wielen en
Ik kus de morgengloed

ref
Laat me gaan, laat me gaan
Naar een frank en vrij bestaan
Ik verlang naar een wereld
Die zo vol is als de maan
Laat me gaan, ja laat me gaan
Gun mij mijn frank en vrij bestaan
Al heb ik een zwerversziel, ik heb je lief

Met mijn brommer op de Noordzee
Staar ik naar een zeemeermin
Ik vergeet om gas te geven en
Ik zink de diepte in

In een watergroene wereld
Zit ik in een gouden kooi
Moet ik zingen voor mijn leven
Ben een menselijke prooi
Voor zeewolven die zacht grommen
Voor een vals waterkonijn
Ik zou heel wat willen geven om
Bij jou terug te zijn

ref
Laat me gaan, laat me gaan
Naar een vrij en licht bestaan
Ik verlang naar een wereld
Die zo vol is als de maan
Laat me gaan, ja laat me gaan
Gun mij mijn vrij en licht bestaan
Ik geef jou mijn zwerversziel en heb je lief

Ik zal nooit meer ’s nachts op pad gaan
Zwaaien naar de volle maan
’t Is voor jou dat ik nu zingen zal
en niet meer voor een zwaan

Al die reislust zal ik wegstoppen
En dat doet me oh zo goed
Je hand beroert mijn haren en
Wat eb was is nu vloed

ref
Laat me gaan, laat me gaan
Naar een vrij en licht bestaan
‘k Ben tevreden met een wereld
Die zo vol is als de maan
Laat me gaan, ja laat me gaan
Gun mij mijn vrij en licht bestaan
Ik geef jou mijn zwerversziel en heb je lief
Ik geef jou mijn zwerversziel, heb me lief

© Esther van Gorp