Panne

februari 25, 2015

Ik sta vast op een kruispunt in Antwerpen. Een bus probeert mijn rechter portier binnen te rijden. Een zwarte audi bedreigt me aan de linker kant. Een witte audi rechtsvoor. Ik kruip richting Waaslandtunnel. In de tunnel zie ik auto’s voor me op de linker weghelft rijden. Wat nogal gedurfd is in met twee rijstroken – één voor elke rijrichting. Middenin de tunnel staat een auto stil. Panne. De bestuurder heeft een gevarendriehoek geplaatst en staat er zelf achter. Te wachten.

Thuis ligt T in bed. Panne. Hij kan niet meer op of om vanwege de rugpijn. Het enige wat hij kan doen is liggen. En wachten.

Advertenties

Groenbak

februari 22, 2015

Het yoghurt-emmertje voor het groenafval dat op het aanrecht staat is vol. Ik loop ermee naar buiten. Het is koud. Er ligt ijs op de groenbakken. Ik probeer de rechter groenbak. Het deksel zit vastgevroren. Ik probeer de linker. Hetzelfde. Ik sla met mijn vuist op het deksel van de linker groenbak. En warempel, ik krijg het naar boven. Ik zie dat de bak leeg is. Dus sla ik met mijn vuist op het deksel van de rechter bak, licht het op en gooi de inhoud van het yoghurt-emmertje bij de andere groenresten.


Schuld

februari 21, 2015

Het was een leuk feest. Het bruidspaar straalde. De vrienden waren blij. De autorit was gezellig.

Ik ben laat thuis. Heb veel gedronken. Draai de deur op het nachtslot. Kruip in bed.

Ik ben onrustig. Ik woel. Ik voel me schuldig. Omdat dat vele drinken van me geld heeft gekost. En dat dat niet door mij betaald is. Ik weet dat dat de bedoeling is van een feest. Maar het schuldgevoel laat me niet los. Ik bel mijn broer om te vragen of ik die nacht misschien iets gedaan heb wat niet oké is. Iets waar ik me voor zou moeten schamen. Iets wat ik misschien heb verdrongen. Hij zegt dat er niets is gebeurd. Dat het gewoon gezellig was.

Ik blijf binnen tot het schuldgevoel slijt.


Liedjes

februari 19, 2015

P nodigt een man uit om naar onze liedjes te luisteren. Ik ben er niet bij. Ik schrijf de teksten en denk mee, maar P voert uit. De man weet van muziek. Hij heeft gewerkt met Boudewijn de Groot, Doe Maar en The Lau. De man is enthousiast. P is blij. En opgelucht.

Op het eind van de sessie zegt de man dat hij zich de vrouw achter de teksten zo voor kan stellen. Hij beschrijft haar en plakt onder andere het etiket “licht hysterisch” op haar bloesje. Ik denk niet dat ik die vrouw ken.


Vroeg

februari 18, 2015

Het is vroeg. Heel vroeg. En stil. De weg naar het volgende dorp is afgesloten. De haan zwijgt. Ik hoor alleen het tikken van mijn wekker. Mijn bed is warm. Mijn kruik lauw. Ik lig lekker. Ik sta op om een was te draaien en koffie te zetten.


Afvoerleed

februari 17, 2015

Ik voel me schuldig. Schuldig en een beetje dom. Gisteren dacht ik opeens aan de kokosolie die ik in de gootsteen had gegoten. En die nu waarschijnlijk in propvorm de afvoer blokkeert. Ik beken mijn daad aan de loodgieter.

De loodgieter sluit een soort stofzuiger aan op de afvoer. En zuigt. Er gebeurt niets. Hij haalt een fles zwavelzuur tevoorschijn. “Een druppel brandt zo door een werkhandschoen heen,” waarschuwt hij. Er gebeurt niets. Hij zuigt nog eens. De blokkade blijft. “Dit kan niet van kokosolie zijn,” zegt hij. “Dit zit er al veel langer.” Hij ploppert met een superplopper. Zonder resultaat. Hij sluit de kraan van de vaatwasser aan op de afvoer. Zet de kraan aan. Na meer dan een minuut hoor ik een verandering in het stromen. De prop is weg.

Nu alleen nog de twee lekkages aan de zwanenhals.


Afvoer

februari 16, 2015

Van het ene op het andere moment stroomt het water in de gootsteen niet meer weg. Ik haal de plopper. Plopper mezelf nat met spuitend water uit de overloop. Het water in de gootsteen blijft staan. Ik draai de zwanenhals los. Water spuit half in de klaarstaande emmer en half in het gootsteenkastje. En op mijn vintage peignoir. De zwanenhals is schoon. Ik zet alles weer in elkaar. Het water stroomt niet weg. Ik giet gootsteenontstopper de afvoerbuis in. Ik laat de boel vijf uur werken. Ik giet kokend water in de gootsteen. Het metaal van de gootsteen maakt een plopgeluid. Het water stroomt niet weg. Ik haal een ontstoppingsveer bij de Gamma. Ik draai de hele drie meter de afvoerbuis in. Het water loopt niet weg.

Morgen komt de loodgieter. Om acht uur. Met een blazer. En een zuiger. En een heel lange veer.

Het vervelendst vind ik dat ik het niet snap. Hoe kan het ene moment een gootsteen als een tierelier doorstromen om daarna volledig verstopt te zitten? Ik denk dat ik me daar tot morgen acht uur maar eens het hoofd over ga breken.