Jong zijn

maart 31, 2015

Toen ik op de middelbare school zat dacht ik niet na over het al dan niet afscheren van schaamhaar. Over het moeten bezitten van een stijltang. Een computer, tablet, ipod, smartphone – het was er allemaal nog niet. Ik verlangde niet naar trouwen en kinderen krijgen. Ik keek geen porno. Ik kon me niet voorstellen dat ik ooit echt geld zou gaan verdienen. En ik wilde geen wereldreis maken.

Mijn leven was een stuk simpeler dan dat van de jongeren nu.


De zon

maart 30, 2015

Scheen vanochtend. Heel heel even. Mijn kamer in.

zonrok


Filter van tijd

maart 29, 2015

In de spiegel zie ik de imperfecties. De diepere rimpels. De grijzere haren. De dunnere huid. Het is moeilijk om het geheel te zien. Vervormd dat het is door gewenning.

Op Facebook krijg ik een foto van mezelf te zien van precies vier jaar geleden. “Goh, wat zag ik er toen goed uit zeg,” denk ik. En ik weet zeker dat ik dezelfde gedachte zal hebben als ik over nog eens vier jaar naar een foto van nu zal kijken.


Tegenprestatie

maart 28, 2015

Om de leerlingen te motiveren zich in te zetten bij de Een Tegen Allen verzinnen wij, de begeleiders, een tegenprestatie. Meestal liegen we en zeggen we dat wij na de vorming de lokalen zullen dweilen. We hoeven helemaal niet te dweilen. Vegen wel. En opruimen. En papier en vuilnis gescheiden wegbrengen.

We voelen ons niet goed bij het liegen. Dus zegt een collega, geheel spontaan, dat we met z’n drieën tijdens de laatste gezamenlijke lunch een liedje zullen zingen. Ik geloof niet wat ik hoor. Zingen. Met drie begeleiders. Voor tachtig leerlingen en leerkrachten.

De muzikale collega schrijft de tekst. Op het wijsje van een mij onbekend kinderliedje. De spontane collega heeft alweer een goed idee: “Als wij nou zingen, Esther, dan kun jij dansen.”


Tuinzicht

maart 25, 2015

Ik sta buiten. Het waait. Een natte koude wind. Ik sta binnen. Achter de tuindeuren. De zon schijnt op mijn vest. Ik kijk de tuin in en zie de boerenjasmijn die mee is gekomen van de boerderij. Ik hoop dat hij het haalt. Zodat ik in de lente de geur kan ruiken waar we op de Maaidijk zo van genoten.


Mijn blik op de wereld

maart 24, 2015

Vertroebelt met de dag.

uitzicht2


Toen ik vanochtend wakker werd

maart 23, 2015

Wreef ik nog eens in mijn ogen.

uitzicht


De koffie

maart 21, 2015

Was heerlijk.

schilderij koffiehuis


Seks kun je leren

maart 20, 2015

De vraag op het kaartje luidt: “Kan iedereen seks hebben of moet je het leren?” De kleinste jongen van de klas veertien- en vijftienjarigen zegt dat je het moet leren. Kleine kinderen, bijvoorbeeld, kunnen het nog niet. “En als je ouder bent,” vraag ik, “kan dan iedereen even goede seks hebben?” De jongen schudt zijn hoofd en kijkt naar de grond. “Wat zou er belangrijk kunnen zijn voor het hebben van goede seks?” Hij kijkt me vragend aan. “Een cursus mevrouw?”


Lente

maart 18, 2015

Als het mooi weer wordt. Je zonder jas naar buiten kunt. Je een toffe klasgroep hebt. En je op een prachtig domein verblijft. Wat is er dan fijner dan met z’n allen een boom in te klimmen?

boom


Lezing rouwverwerking

maart 17, 2015

Bij de ingang van het Ledeltheater staan mannen in lange zwarte jassen het publiek op te wachten. Een van de mannen zegt iets tegen me. Ik knik, al versta ik hem niet. Ik ben afgeleid door de enorme wolk aftershave die om hem heen hangt. Ik sluit aan bij een rij. Als ik aan de beurt ben wordt mijn naam afgestreept op een lijst. Ik krijg een pen, een reclamefolder en een opschrijfboekje van een uitvaartmaatschappij.

Ik zoek een plaatsje in het midden van de zaal. Waar nog veel stoelen vrij zijn. Een ouder stel schuift aan de rechter kant tegen me aan. De man ruikt naar aftershave. Links van me komen twee vrouwen zitten. De dichtstbijzijnde kust een vrouw die achter me zit. De sjaal van mijn buurvrouw bedekt mijn gezicht.

De stoelen in het Ledeltheater zijn niet breed. Ik haal mijn armen van de leuningen om geen fysiek contact met mijn buren te hebben. De net gekuste vrouw achter me begint een gesprek met mijn buurvrouw. Daartoe leunt ze naar voor en praat met flink volume. Haar mond bevindt zich op tien centimeter afstand van mijn oor. Ze brult: “Kom je hier voor jezelf of voor iemand anders?”


Beloning

maart 16, 2015

We praten over vormingen. Over mij als begeleider. Over mijn stijl. Over wat er verbeterd kan worden. Over waar ik aan wil werken. Over collega’s. Die me soms moeilijk benaderbaar vinden.

Ik vind het gesprek interessant. Leerzaam. Ik concentreer me. Denk diep na. Staar naar mijn navel. Praat. Vraag. Luister. Met behulp van mijn coach formuleer ik voornemens.

Weer buiten tol ik op mijn benen. Ik ga naar de vintage winkel, een paar straten verderop. En koop een rok, een blouse en een jurk. Zonder me schuldig te voelen.


Moe

maart 14, 2015

Als ik opsta ben ik moe. Na een kop koffie nog moeër. Ik probeer het een dag zonder koffie. Ik ben moe. Ik zeg tegen mezelf dat ik lui ben. Ik train. Heel langzaam word ik sterker. Maar niet minder moe. Vrienden zien kost de grootst mogelijke moeite. Ik doe niet veel meer dan slapen, werken, trainen en lezen. Al maanden. Bij de gedachte dat het nog langer zo door zal gaan zakt de moed me in de schoenen.


Woede

maart 13, 2015

“Ik ben natuurlijk ook de allerslechtste kut-communicator ooit!” schreeuw ik over de parkeerplaats achter de Brouwerijstraat. Ik smijt met al mijn kracht de autosleutels op de grond. De net gekocht zak quinoa slinger ik er achteraan. Driftig been ik op sleutels en quinoa af, raap ze op en open de auto. “Zal ik maar met de bus naar huis gaan?” piept mijn metgezel. Ik zeg niets. Ik haal trillend adem. En rijd naar huis. Geen planten voor in de tuin. Geen eten voor het avondmaal. Het duurt twee uur voordat ik gekalmeerd ben.

Bij de lezing in het Ledeltheater hoor ik dat woede en agressie heel normaal zijn in het proces van rouwverwerking.


Vis

maart 11, 2015

“Hij leeft nog,” zegt T, en wijst naar de zwarte Gamma-emmer. Drie maanden geleden sloopte hij de vijver achter het huis en redde een goudvis door hem, met water en waterplant, in de emmer te doen. Daarna werd de vis vergeten.

’s Ochtends vroeg, op weg naar een vorming in Evergem, stop ik bij de kreek van Stroopuit. Met de emmer in mijn rechter hand glibber ik naar de waterkant. Voorzichtig giet ik de troebele inhoud in de kreek. Met de laatste scheut water komt de vis mee. Fel oranje. Hij kronkelt een paar keer flink met zijn vissenlijf en zwemt, na drie maanden eenzame opsluiting, zijn vrijheid tegemoet.


Suikerziek

maart 10, 2015

Mijn bloedsuikerspiegel is de laatste tijd te hoog. Veel te hoog. Vanaf nu blijf ik tijdens vormingen van frietjes af. En ik laat stevia-chocolade en groentenchips in de winkelschappen liggen.

De drie stevia-caramelrepen en de zak groentenchips die ik nog op voorraad heb wil ik zo snel mogelijk weg hebben. Dus eet ik ze op. Ik ben een dag ziek.


Moeten moeten moeten

maart 9, 2015

Ik heb niet getraind. Ik heb geen blog geschreven. Ik heb niet gefotografeerd. Ik heb geen vintage jurken gerepareerd. Ik heb geen taart gebakken. Ik heb de keuken niet gedweild. Wel heb ik stevia-chocolade gegeten. Wel heb ik een te hoge bloedsuikerspiegel. Wel heb ik me de afgelopen twee dagen eindelijk weer eens goed gevoeld.


Nadere kennismaking

maart 7, 2015

De overbuurman ligt onder mijn auto. Hij probeert met een krik de achteras omhoog te krijgen. Buurman M, die ik nog niet eerder heb ontmoet, moedigt hem aan.

Ik heb mijn auto vastgereden tegen een autotransportwagen van de Dethon. De Dethon-man heeft de gewoonte zich met zijn wagen naast de mijne te persen. Ook als er eigenlijk te weinig plaats is. Vandaag ging het mis.

De buurmannen hebben mijn auto omhoog gekregen. Samen duwen we, en warempel, we verschuiven mijn auto zo’n acht centimeter. De overbuurman biedt aan om hem veilig vrij te rijden. Ik geef hem mijn sleutels. Hij rijdt de auto vlotjes los, manoeuvreert hem van de parkeerplaats en zet hem zo’n veertig meter verder.

Ik bedank de buurmannen en nodig ze uit voor de borrel die ik ga geven als het wat warmer is en we het huis op orde hebben.

De schade valt enorm mee. Die extra kras heb ik graag over voor de twintig minuten plezier met de buurmannen.


Trottoirmaaier

maart 6, 2015

Ik rijd het dorp binnen. Zie een oudere man op het trottoir. Hij draagt een kek hoedje, een rode trui en duwt een buggy. Als ik dichterbij kom zie ik dat het hoedje een simpele zwart muts met een wit randje is. De buggy blijkt een grasmaaier te zijn. Door mijn openstaande autoraam hoor ik het gereutel van de motor. Ik rij door.

Honderd meter later realiseer ik me pas dat de man geen gras aan het maaien was. Hij reed, al maaiend, over het trottoir. In de wijde omtrek is geen grasspriet te bekennen.


Priklab

maart 4, 2015

Ik schuif aan in de rij bij het priklab. Ik herken de ouders van een jeugdvriendin. Ik kom ze wel vaker tegen. In de spreekkamer van de huisarts, het ziekenhuis, of de Lidl.

De grijze mevrouw achter de glaswand vraagt of ik een plasje heb meegenomen. Dat heb ik niet. Ik krijg een plastic bekertje met een groen deksel en word naar de middelste van drie deuren verwezen. De mevrouw vraagt of ik denk te kunnen plassen. Ik denk dat ik dat wel kan.

Ik plas in het bekertje, knijp af, en plas nog wat door in de toiletpot. Ik draai het groene deksel vast. Naast me zie ik een grijs gelakt deurtje met een ouderwetse knip. Als bij een afhaal-Chinees. Ik ontgrendel het deurtje en zet het potje op de stenen toonbank aan de andere kant.


Procrastineren

maart 3, 2015

De betekenis van het Engelse werkwoord “to procrastinate” is volgens de online woordenboeken “to delay or put off doing something.” Hetzelfde als het Nederlandse “talmen” of “uitstellen.” Toch klinkt dat Nederlands, in mijn oren, niet zo lekker. Dus verbaster ik het Engels.

Vandaag bewees ik weer eens meester-procrastinatrice te zijn. ’s Ochtends moest er getraind worden, maar heb ik een pulp-thriller gelezen. In bed. En heb ervan genoten omdat het eigenlijk niet mocht. En ik heb een appeltaart gebakken. Wat wel mocht, maar wat in de middag gepland stond. Ik heb geklaagd bij mijn waterbedrijf, heb tofu gebakken, heb geslapen, heb met T gebrainstormd over de tuin, heb jurken opgemeten en heb koffie gezet. En koffie gedronken. Uiteindelijk ben ik om 17u pas aan de trapeze gaan hangen. Waardoor het al bijna weer tijd is voor de training van morgen.


Anekdotequiz

maart 2, 2015

De leerlingen weten het zeker. Ik heb een sportvliegtuigje. Want jurken, nee, die zien ze me niet dragen. “U heeft van die sportieve kleding mevrouw. Jurken die gaat u nooit aandoen.” Ze zijn verbijsterd als ik ze vertel dat ik toch echt vijfhonderd vintage jurken bezit. En geen sportvliegtuigje.


Toiletbezoek

maart 1, 2015

Ik heb een Bodum travel press gekocht. Omdat ik van koffie hou. En van de geur van koffie in de auto. Maar niet van het gerommel met thermosfles en beker achter het stuur.

Jammer genoeg werkt koffie enorm op mijn darmen. In de parkeergarage naast het station van Brugge speur ik naar een toilet. Ik vermoed dat ik zo’n half uur te wandelen heb naar de locatie waar ik vorming ga geven en weet dat ik dat niet zonder ongelukken zal halen. Ik zucht van opluchting als ik een blauw bordje met een mannetje en een vrouwtje zie naast een ander bordje met “lift.” Ik neem de lift naar boven. Waar ik een blauw bordje zie met een mannetje en een vrouwtje naast een ander bordje met “lift.” Er is geen toilet te bekennen. Ik begin te zweten.

Ik snelwandel met samengeknepen billen naar het station. Ontdek een bordje “toiletten,” open een deur, nog een deur, en plof neer op een wc-bril. Ik doe waar ik voor gekomen ben, knoop mijn broek dicht, pak mijn tas en begeef me naar de wasbak. De toiletman, die ik bij binnenkomst al even had gezien, pakt een nat doekje van de zeep-dispenser en duikt het net door mij verlaten toilet in. Hij zwiept het doekje over de wc-bril. En legt het zonder uitspoelen terug op de zeep-dispenser.