Wasmachine

juni 30, 2015

“De wasmachine is aan het piepen en doet niks meer,” zegt T. Ik denk aan de twee schroeven die nog ergens in het machien rond moeten zwerven van die keer dat ik mijn zakken niet had geleegd. Ik voel me schuldig. We gaan aan de slag. Halen de achterkant los. De bovenkant. Het zeepbakje. Achter het filter zit een stuk plastic vast. Ik herken het boterhamzakje dat ik gisteren in mijn broekzak heb gestopt.

Pas als we het machien op zijn rug leggen kunnen we bij waar we wezen willen. Ik schroef de pomp los. Het zakje zit vast in een soort groene propeller. Ik rommel wel een kwartier lang om het los te krijgen. Zonder succes.

De tegels zijn nat en smerig. Mijn voeten zwart. Overal liggen wasmachine-onderdelen.

T trekt aan het zakje. Het laat los.

We zetten de pomp terug en checken of hij werkt. Hij werkt. T schroeft alle onderdelen op zijn plaats. We vinden zelfs het laatste gaatje waar een eenzaam schroefje in hoort.

Ik haal mijn was uit de badkuip. ik start het machien en hang een uur later mooi schone was op.

“Ik had het in mijn eentje niet voor elkaar gekregen,” zegt T. “Ik ook niet,” antwoord ik. De rest van de dag zijn we vrolijk. Net als tijdens de reparatie.


Grensoverschrijdend

juni 28, 2015

Tijdens het speelkwartier komt hij naar me toe. Een jongetje dat de relationele en seksuele vorming in het vijfde leerjaar lager onderwijs met veel interesse heeft gevolgd. Hij kijkt naar de grond terwijl hij me vertelt dat iemand bij hem al eens iets heeft gedaan wat hij niet wilde. De alarmbellen gaan rinkelen. Hard. Ik vraag hem te vertellen wat er is gebeurd. “Mijn lief heeft eens gevraagd of ik met haar in bed wilde liggen. Maar dat wil ik niet juf!” Hij kijkt me aan. Grote blauwe ogen. Een schram over zijn wang. Ik vraag hem wat hij gezegd heeft. “Ik heb het meteen uitgemaakt.”


Ik zag je

juni 27, 2015

Bijna niet.

schilder


Juf?

juni 26, 2015

“Juffrouw? Mag ik iets zeggen?” vraagt het meisje uit de vijfde klas van de lagere school waar ik die middag vorming geef. “Natuurlijk mag dat,” antwoord ik. Het meisje slaat haar armen om haar vriendinnen die naast haar zitten heen en glimlacht breed. “Wij vinden u een heel lieve juf.”


Het was warm

juni 25, 2015

Ik droeg de chocoladereep voorzichtig van de auto naar de koelkast. Bang dat ik was dat hij uit de wikkel zou lopen.

warm


In het dorp

juni 24, 2015

Ik ga naar de ijzerwarenzaak. Ik koop er drie magneetsysteempjes om kastdeuren te sluiten. Los uit een bakje. In plaats van per twee, in plastic en op een kaartje.

Ik koop verse knoflook op de markt bij de groentenkraam. Naast me staat een norse man. Hij graait kersen uit een bak en steekt ze in zijn mond. De pitten gooit hij op de grond. De verkoper gunt hij blik noch woord.

Bij de apotheek word ik verrast door twee in zwart met geel geklede mannen die vragen waar “hij” is. “Hij is zich aan het wassen bij de fontein,” antwoordt de vrouw achter de balie. “Hij zal wel weer methadon willen,” zegt een van de twee mannen die politieagenten blijken te zijn. “Kun je hem geen apotheekverbod geven?” vraagt hij. De vrouw schudt het hoofd en zegt dat ze zorgplicht heeft. “Dan komt-ie weer terug,” weet de agent.

Ik rij naar huis door de polder. En scheld op de zoveelste auto die stil staat op een kruispunt.


Kleur

juni 22, 2015

Mijn benen zuchten. Mijn hals plakt. Mijn haar is moe. Mijn handen tintelen. En als ik mijn ogen sluit zie ik gekleurde ballen.

ballen


Olifant

juni 21, 2015

“En, hoe bevalt het in de nieuwe woning?” vraagt hij. Ik antwoord dat het er prima is. “Ik had niet gedacht dat jullie de boerderij weg zouden doen,” zegt hij. Hij klinkt beschuldigend. Ik zeg niet dat geen van ons het geld had om de boerderij te houden. Ik zeg niet dat het zijn zaken niet zijn. Ik zeg niet dat hij zijn bek moet houden. “Zo’n mooie plek,” zucht hij. “Zonder mijn ouders is het er leeg,” zeg ik. “Op de boerderij werd ik elke dag met hun afwezigheid geconfronteerd.” “Toch zonde,” zegt hij. “Die vrijheid die je daar had. En zo’n mooi plekje.”


Slaapzak

juni 20, 2015

Ik heb een jaren zeventig slaapzak met typische geel-oranje-bruin-witte retro print. De binnenkant is stuk. Op internet bestel ik een coupon seventies stof om er tegenaan te naaien. Binnenkort ga ik naar het dorp om een goedkope fleecedeken te kopen die ik als tussenschot kan gebruiken. Ik heb zin om aan het project te beginnen.

In de vroege jaren tachtig had ik een afkeer van dezelfde slaapzak. M, een vriend van mijn broertjes, had in de slaapzak geslapen. M had last van acné. Heel veel last. En van vet haar. Hij at altijd met zijn mond wijd open. Chips kauwde hij oorverdovend. Zijn kleuren waren mosterdgeel en bruin. Net als de slaapzak, maar dan zonder het wit en oranje.

Ik ga de slaapzak maar eens heel goed wassen. Na een nachtje weken.


Goedemorgen met God

juni 19, 2015

Ik zit in de keuken. Er wordt hard op de voordeur geklopt. Binnen een paar seconden open ik de deur. “Goedemorgen schone slaapster,” zegt een grijze man in een mosterdgele broek. Hij kijkt vanachter zijn bril naar mijn peignoir. Ik voel verontwaardiging opborrelen. De grijze vrouw die naast hem staat zegt niets, maar glimlacht schaapachtig. “Het is wellicht wat te vroeg voor u om het over God te hebben,” vervolgt de man met een brede grijns. De vrouw grijnst ook. “Of het nu vroeg is voor mij of niet, ik heb nooit de behoefte om over God te praten,” zeg ik. De man grijnst nog steeds als hij me goedemorgen wenst. De vrouw kijkt wat verward.


Zorgen

juni 18, 2015

“Mevrouw, wat gaan we doen?” “Wat gaan we doen mevrouw?” “Ik heb geen zin.” “Ik wil slapen.” “Slapen!” “Komt u uit Holland?” “Komen uw ouders ook uit Holland?” “Ik moet morgen geopereerd worden aan een tumor onder mijn schouderblad. Ik weet niet of ik het ga overleven.” De twaalfjarige trilt. “Wanneer is het gedaan?” “Zwijgt nu toch!” “Mevrouw kunnen we het ook over ziekte en zelfmoord hebben?”

Ik maak me ernstig zorgen.


Trots

juni 17, 2015

Op je lila muur.

ruine


Eten

juni 16, 2015

Ik ben al halverwege Antwerpen als ik me realiseer dat ik mijn middageten thuis heb laten liggen. Te ver op weg om terug te gaan.

Tijdens de lunchpauze besluit ik noten te gaan kopen bij de HEMA. De noten zijn snel gevonden. Voor de kassa staat een lange rij wachtende klanten. Met heel veel kledingstukken in hun handen. Ik leg de noten terug in het schap en vlucht de winkel uit.

Ik kom broodjeszaken tegen. Een pizzeria. Een snoepjeskraam. Niets wat ik kan eten.

Ik koop een vintage jurk.

Terug op Kipdorp pak ik de halve zak pinda’s die al een klein jaar als noodrantsoen in mijn auto ligt.


Er steekt iets

juni 15, 2015

In mijn keel.

leeuw


Wielrenners

juni 14, 2015

Ik jog langs de polderweg. In de verte zie ik een groep wielrenners. Op de rijksweg. Ze minderen vaart. Ik hoop dat ze niet mijn kant op zullen komen. Ze slaan mijn polderweg in. Ik denk aan de opmerkingen van de vorige groep wielrenners die ik tijdens het joggen tegenkwam en ga aan de rechterkant van de weg lopen. Ik kijk stug voor me uit. “Allez hop met de beentjes!” klinkt het vanuit de groep. Ik hoor gegnuif. Of verbeeld ik me dat?


Vintage vlekken

juni 13, 2015

Ik onderhandel met de Franssprekende man van het kraampje. Ik wijs op vlekken op de pastelgroene vintage jurk. Ik versta maar de helft van wat hij zegt. We begrijpen elkaar prima. Hij maakt een goede prijs voor me. Ik koop acht jurken in de winkel van het Palestijnse mannetje. Ik wijs op vlekken op de maxijurk. Twijfel. En krijg een goede prijs van zijn vrouw. Ik loop de blaren op mijn voeten. Ik drink koffie bij het espressokraampje naast de kerk. Het is warm. Ik transpireer. Ik heb het gevoel dat ik op vakantie ben. Ik koop een vintage jasje, rok en jurk bij een winkel aan de andere kant van de stad. Ik wijs op enorme vlekken. Ik krijg een goede prijs van het aardige meisje waar ik altijd een praatje mee maak.

Ik behandel de fragiele pistachekleurige jurk en de jurk met de enorme vlekken. Na een nacht weken gaan ze de wasmachine in. Op hoop van zegen. Ik houd mijn hart vast als ik ze inspecteer. De vlekken zijn verdwenen.


Daar

juni 12, 2015

Aan de waterkant.

varen


Tuin

juni 11, 2015

In Maldegem kopen we stekelnootjes, zonnehoeden en purperklokjes. Bij de milieustraat halen we schijven boomstam weg. Bij de Boerenbond halen we een waterton. Nog even en de tuin is vol.


Duif

juni 10, 2015

thuis

Duif

Je bent vertrokken
En de duif
Waar ik me zo aan erger
Koert nog steeds

Vanuit mijn bed
Hoor ik je
Aan de achterdeur
En luister
Zonder adem
En luister zonder adem
Tot jij
Niet binnen komt

Mijn bed
Is niet mijn bed
Maar tegels in de badkamer
Waarop ik lig
Zo koud
Zo koud als wind op water
En ik huiver
Terwijl ik luister

Je bent vertrokken
En de duif
Waar ik me zo aan erger
Koert nog steeds

Onder de douche
Denk ik dat
Ik je voetstap hoor
En luister
Draai de kraan dicht
Loop druppend naar de kamer
Waar jij
Niet binnenkomt

Je lach
Is niet je lach
Maar regen op het keukenraam
Waardoor ik kijk
Ik wacht
Ik wacht tot alles zwart is
En ik fluister
Dat ik je terug wil

Je bent vertrokken
En de duif
Waar ik me zo aan erger
Koert nog steeds

Je bent vertrokken
En de duif
De duif, de duif
Koert nog steeds

© Esther van Gorp


De spotter

juni 8, 2015

Ik ga model zitten. In het koffiehuis. Of beter gezegd: in een ruimte boven het koffiehuis. Met mijn deken over mijn arm en krukje in de hand wandel ik binnen. In de keuken zie ik de man staan die volgens mijn vrienden wel wat in mij ziet. Ik sluip naar boven. En zit daar een kwartier alleen te wachten op de tekengroep. Het koffietje waar ik zin in had laat ik schieten. Om maar niet gespot te worden.


Een mooie dag

juni 7, 2015

Aan het strand.

sprong


Sporen

juni 6, 2015

Tijdens de vormingen vertellen de leerlingen vaak dat ze een verschil willen maken in de wereld. Ze willen hun sporen achterlaten. Herinnerd worden.

Ik denk erover na. Van mij hoeven mensen zich me niet te herinneren. Zeker niet mensen die ik niet persoonlijk ken. De dingen die ik doe doe ik voor mezelf en voor de mensen die ik graag zie. Wellicht is het omdat ik geen kinderen heb dat wat er na mij komt, en zeker wat er na mij gedacht wordt, mij niet veel interesseert. De gedachte dat vreemden na mijn dood met me bezig zouden zijn is zelfs licht oncomfortabel.


Wat te dragen

juni 5, 2015

Ik pas de rode matrozenjurk. Hij is leuk. Met de witte matrozenkraag. En past bij een strandfeest. Ik trek hem weer uit. Ik pas de romantische Engelse jurk met tule onder de rok. De rozenprint doet wat aan gordijnstof denken. Hij is best leuk. En past bij een trouwfeest. Ik trek hem weer uit. Ik pas een blauwe jurk met bloemen. Hij heeft een soort ingebouwde bh. Hij staat best leuk. Ik lees op internet dat het morgen maar zeventien graden wordt. De jurk laat mijn schouders bloot. Ik trek hem weer uit.

Ik vind een sjieke donkerblauwe jurk. Donkerblauw is niet echt een trouwkleur. Ik hang de jurk klaar voor morgen. Als ik hem na een nacht slapen nog leuk vind mag hij aan.


Vakantiegevoel

juni 3, 2015

Ik word om half zeven wakker. Ik blijf liggen. Maar slapen lukt niet meer. Ik sta op. Zet koffie. Lees een detective in mijn bed. Ik bedenk dat ik een rondje kan gaan joggen voordat ik weg moet naar Brugge. Natuurlijk heb ik allesbehalve zin in dat rondje joggen.

Ik zet nog een kopje koffie en lees verder in de detective. Met een heerlijk vakantiegevoel.


De spotter

juni 2, 2015

F vertelt me dat ik gespot ben in het koffiehuis. Door zijn vriend. Dat verbaast me niets. Ik heb hallo tegen de vriend gezegd en hij zei hallo terug. F vertelt dat ik volgens zijn vriend een mooie vrouw ben. Ik ben gevleid.

Met F en twee andere vrienden gaan we uit eten. Als we uitgegeten zijn komt de spotvriend. Hij eet wat. Wij drinken nog wat. We nemen afscheid.

In de auto moeten mijn twee vrienden lachen. Om de vriend van F. Om hoe hij keek. Ze menen dat hij me leuk vindt.

Ik loop langs het koffiehuis waar ik gespot was. Ik ben stiekem opgelucht dat het dicht is.


Duiven

juni 1, 2015

“Je hield toch niet van duiven hé buurvrouw?” vraagt buurman. “Ik heb er drie dagen geleden 52 afgeschoten. Binnen het uur. En mijn vriend 45.”

De volgende ochtend word ik – heel vroeg – wakker gekoerd.