Olifant

juni 21, 2015

“En, hoe bevalt het in de nieuwe woning?” vraagt hij. Ik antwoord dat het er prima is. “Ik had niet gedacht dat jullie de boerderij weg zouden doen,” zegt hij. Hij klinkt beschuldigend. Ik zeg niet dat geen van ons het geld had om de boerderij te houden. Ik zeg niet dat het zijn zaken niet zijn. Ik zeg niet dat hij zijn bek moet houden. “Zo’n mooie plek,” zucht hij. “Zonder mijn ouders is het er leeg,” zeg ik. “Op de boerderij werd ik elke dag met hun afwezigheid geconfronteerd.” “Toch zonde,” zegt hij. “Die vrijheid die je daar had. En zo’n mooi plekje.”


Slaapzak

juni 20, 2015

Ik heb een jaren zeventig slaapzak met typische geel-oranje-bruin-witte retro print. De binnenkant is stuk. Op internet bestel ik een coupon seventies stof om er tegenaan te naaien. Binnenkort ga ik naar het dorp om een goedkope fleecedeken te kopen die ik als tussenschot kan gebruiken. Ik heb zin om aan het project te beginnen.

In de vroege jaren tachtig had ik een afkeer van dezelfde slaapzak. M, een vriend van mijn broertjes, had in de slaapzak geslapen. M had last van acné. Heel veel last. En van vet haar. Hij at altijd met zijn mond wijd open. Chips kauwde hij oorverdovend. Zijn kleuren waren mosterdgeel en bruin. Net als de slaapzak, maar dan zonder het wit en oranje.

Ik ga de slaapzak maar eens heel goed wassen. Na een nachtje weken.


Goedemorgen met God

juni 19, 2015

Ik zit in de keuken. Er wordt hard op de voordeur geklopt. Binnen een paar seconden open ik de deur. “Goedemorgen schone slaapster,” zegt een grijze man in een mosterdgele broek. Hij kijkt vanachter zijn bril naar mijn peignoir. Ik voel verontwaardiging opborrelen. De grijze vrouw die naast hem staat zegt niets, maar glimlacht schaapachtig. “Het is wellicht wat te vroeg voor u om het over God te hebben,” vervolgt de man met een brede grijns. De vrouw grijnst ook. “Of het nu vroeg is voor mij of niet, ik heb nooit de behoefte om over God te praten,” zeg ik. De man grijnst nog steeds als hij me goedemorgen wenst. De vrouw kijkt wat verward.


Zorgen

juni 18, 2015

“Mevrouw, wat gaan we doen?” “Wat gaan we doen mevrouw?” “Ik heb geen zin.” “Ik wil slapen.” “Slapen!” “Komt u uit Holland?” “Komen uw ouders ook uit Holland?” “Ik moet morgen geopereerd worden aan een tumor onder mijn schouderblad. Ik weet niet of ik het ga overleven.” De twaalfjarige trilt. “Wanneer is het gedaan?” “Zwijgt nu toch!” “Mevrouw kunnen we het ook over ziekte en zelfmoord hebben?”

Ik maak me ernstig zorgen.


Trots

juni 17, 2015

Op je lila muur.

ruine


Eten

juni 16, 2015

Ik ben al halverwege Antwerpen als ik me realiseer dat ik mijn middageten thuis heb laten liggen. Te ver op weg om terug te gaan.

Tijdens de lunchpauze besluit ik noten te gaan kopen bij de HEMA. De noten zijn snel gevonden. Voor de kassa staat een lange rij wachtende klanten. Met heel veel kledingstukken in hun handen. Ik leg de noten terug in het schap en vlucht de winkel uit.

Ik kom broodjeszaken tegen. Een pizzeria. Een snoepjeskraam. Niets wat ik kan eten.

Ik koop een vintage jurk.

Terug op Kipdorp pak ik de halve zak pinda’s die al een klein jaar als noodrantsoen in mijn auto ligt.


Er steekt iets

juni 15, 2015

In mijn keel.

leeuw