Stop

september 29, 2015

In het afvoerputje van de wasbak steekt een stop. De laatste keer dat ik er was wandelden er twee oorwurmen over het witte porselein. Ik spoelde ze weg. Nu verwacht ik, elke keer als ik de stop uit het putje trek, dat woedende oorwurmen me tegemoet zullen snellen om wraak te nemen. Ik laat de stop nog maar even zitten.

Advertenties

Beesten

september 28, 2015

Ik pluk een trosje druiven van de rank boven mijn voordeur. Neem het mee naar mijn kamer. Ik zie een bruin beest op een druif. Een oorwurm. Ik loop naar het raam en schud hem van de tros af.

Ik ga naar de badkamer. Ik houd de tros onder de kraan. Het is de eerste keer dat ik druiven was. Acht oorwurmen en een kleine slak spoelen van tussen de druiven.

Ik vraag me af of ik de afgelopen weken wellicht oorwurmen gegeten heb.


Thee-ei

september 27, 2015

Ik zoek een thee-ei. Een thee-ei dat door de opening van mijn thermosfles past. Ik kijk in de dure keukendbenodigdhedenwinkel in het dorp. Ik kijk bij de Marskramer. Het Marskramer-ei is goedkoper. Ik koop het dure ei omdat er geen verpakking omheen zit.

Ik wil het ei afwassen voordat ik het gebruik. Ik probeer het open te krijgen. De schroefsluiting geeft geen krimp. Ik sla met het ei op het aanrecht. Het helpt niets. Ik leg het ei weg.

Een uur later probeer ik het nog een keer. Weer zonder resultaat. Ik loop naar mijn trainingsruimte en spuit vloeibare hars op mijn vingers. In een wip is het ei open.


Rijstkorrel

september 26, 2015

De tafels in de refter zijn afgeruimd. Twee van de drie tafels zijn ook al schoongemaakt. Op de derde tafel is de vaatdoek stil komen te liggen bij de leerkrachten. Ik loop ernaartoe en haal het doekje zigzaggend over de tafel heen totdat het voor een grijzende leerkracht ligt. De leerkracht kijkt me aan en wijst naar een rijstkorrel die tien centimeter van het doekje af ligt. Zijn blik commandeert me de rijstkorrel op te rapen. Ik kijk de man in de ogen. Mijn blik vertelt hem dat hij dat zelf mag doen. Ik draai me om om mijn collega’s te helpen met het prepareren van de tafels voor de volgende maaltijd.


Lieverkoekjes

september 25, 2015

Tijdens de boswandeling vragen twee leerlingen me over diabetes. De jongen wil weten hoe je het krijgt. En wanneer je insuline moet spuiten. Het meisje luistert. Ze is veel te zwaar. Diabetes zit bij haar in de familie. Ze zegt dat ze nooit zo’n zwaar dieet als het mijne zou willen. Dat ze liever gezond is en vroeg sterft.


De druppel

september 21, 2015

Ik sta bij de kassa. Ik reik over mijn boodschappen heen om een volgende-klant-bordje te pakken. Ik voel dat er iemand in mijn persoonlijke ruimte komt staan. Ik kijk opzij. Een man staat naast me. Dat vind ik wat ongemakkelijk. Aan de kassa hoort de volgende klant achter me te staan. Liefst op wat afstand. Ik kijk nog eens naar de man. En hoop dat mijn blik hem een stap achteruit doet stappen. Ik zie een druppel aan zijn neus hangen. Ik kijk snel voor me.

Ik zet mijn boodschappenmand in de auto. Een stukje verder laadt de man een net aangekochte schuurmachine in zijn auto. Zelfs op afstand zie ik de druppel. Ik ga achter het stuur zitten. Ik wacht tot de druppel valt. De man verdwijnt achter zijn auto. Met druppel. Ik start mijn motor.


Thuis op zondag

september 20, 2015

De buurman maait het gras. Ik zie hem, door de heg heen, op een neer bewegen over zijn minuscule gazon. Zijn grasmaaier knettert.

Ik hang de was op. Ik knijp mijn ogen dicht om niet verblind te worden door de felle zon. Er zitten nieuw, blankhouten knijpers in de ton. En oude bruine.

Ik loop met mijn mand naar het landje. Ik steek mijn sleutel in het hangslot, maar krijg hem niet omgedraaid. Ik klim over het gaas. Ik pluk appels. Ik raap peren. Ik klim terug over het gaas en loop naar huis.

Ik bak appelperentaart.