Schort

oktober 31, 2015

In het restaurant zijn schorten. Zwarte en ouderwetse blauwwitte. De blauwwitte zien eruit en voelen aan als theedoeken. Ik vind ze wel fijn. Toch koop ik zelf een schort. Een lichtblauwe retroschort met witte stippen, kant en een strikje. Hij is een beetje tuttig. Maar draag de schort toch. En voel me erin thuis.


Voor de muur

oktober 29, 2015

Staat een jongen. Hij beweegt niet.

jongen


Service

oktober 27, 2015

Ik snel naar de balie van de apotheek. Het is nog niet mijn beurt. “Zou ik het toilet mogen gebruiken?” vraag ik aan een blonde assistente. “Ik heb een blaasontsteking.” Het blonde meisje antwoordt dat de apotheek geen openbaar toilet heeft en dat ik naar het Ledeltheater kan gaan. Ik kijk haar verbluft aan en ga weer zitten. Ik heb pijn en moet om de haverklap plassen. Urine en bloed.

Ik hoop dat ik het red tot ik bij mijn auto ben die op de markt staat. In mijn auto heb ik een plastic yoghurtbakje. In geval van nood plas ik daarin. Midden op de markt. Zonder met mijn ogen te knipperen.

Eindelijk ben ik aan de beurt. Mijn dokter moet gebeld worden omdat het recept nog niet binnen is. De blonde assistente zegt dat ik het toilet toch mag gebruiken. Het is op wonderbaarlijke wijze openbaar geworden.


Roggecrackers

oktober 26, 2015

De roggecrackers die ik altijd eet hebben een andere verpakking gekregen. Papier heeft plaatsgemaakt voor dun plastic. Ik knip de verpakking open. Zie dat de crackers een slag kleiner geworden zijn. En gladder. Ik vertrouw het niet. Kijk op het oude pak. 100% volkoren roggemeel. Ik kijk op het nieuwe pak. 83% volkoren roggemeel en 17% tarwemeel. Ik loop naar buiten en kieper de crackers in de groenbak.


Versteend

oktober 25, 2015

popje


Scheiden

oktober 24, 2015

A komt dichtbij me staan. Te dichtbij. Ze vertelt over haar schoondochter. En over de schoondochter’s zus. Die junk is. De schoondochter maakt zich zorgen over de junk-zus. Ze wil haar helpen. A zegt dat ze tegen haar zoon gaat zeggen dat hij moet scheiden. Ik vraag waarom. “Omdat er dan dealers en drugs in huis komen en het hele huis naar drugs gaat stinken,” zegt A. “En de dealers slaan je zo dood.” Ik vraag of de schoondochter niet op een manier kan helpen waardoor er geen drugs en dealers in huis komen. “Ik ga tegen mijn zoon zeggen dat hij moet scheiden,” herhaalt A, en zucht.


Verloren

oktober 23, 2015

Het is laat als ik klaar ben met de vorming in Westmalle. Ik ben moe. Mijn schouders gaan hangen bij de gedachte dat ik nog boodschappen moet doen voor morgen in het restaurant. Ik besluit naar de Colruyt te rijden om daarna recht op huis af te kunnen koersen.

Ik rij. En rij. De Colruyt is niet waar ik hem verwacht. Ik keer terug. Weer kom ik geen Colruyt tegen. Ik geef het op en rij naar Oostburg. Waar ik hoop dat ik de Lidl nog kan vinden.


Kwijt

oktober 20, 2015

Ik zit in mijn bed. Ik lees een artikel over C8-vervuiling en de doofpotaffaire van Du Pont. Ik vraag me af of ik vandaag al e-mails heb ontvangen. Ik kijk om me heen, maar zie mijn laptop nergens liggen. Totdat ik besef dat ik het artikel aan het lezen ben op niets anders dan mijn laptop.


Voetbal

oktober 19, 2015

Ik hoor buiten kinderstemmen. Hard. En gebonk. Ik kijk uit het raam. Ik zie geen auto met portieren die net dichtgegooid zijn. De kinderstemmen klinken nog steeds. Ik kijk naar links en zie een voetbal vanachter de heg rollen. Een jongen van een jaar of twaalf rent erachteraan. Hij heeft blote voeten. Twee jongere mannetjes komen in beeld. En verdwijnen weer. Achter de heg.

Ik ga naar buiten. Leun semi-relaxed op een elektriciteitskastje. De jongens kijken op van hun spel. Ik vraag ze of het niet gevaarlijk is, voetballen zo vlak langs de doorgaande weg. De oudste knikt en zegt dat ze dat ook al bedacht hadden. Dat ze hier spelen is omdat ze geen ander veldje kunnen vinden.

Ik vertel ze dat er een eindje verder een heus voetbalveldje is. Achter de kerk. De jongetjes kijken verheugd. De oudste neemt de bal onder zijn arm en gedrieën lopen ze in de richting die ik ze wijs.

Ik voel me een beetje schuldig. Ik vraag me af of ik wel echt medemenslievend bezig was. Of dat ik me alleen ergerde. Het is vast een mengeling van de twee.


Het hoeft niet veel te zijn

oktober 17, 2015

Ik zit in mijn bed. Heb een kruik op mijn buik. Ik heb ontbeten met quinoa-appeltaart en wat gesurft op internet. Over een half uur moet ik vertrekken naar het restaurant. Ik bedenk dat ik nog een stukje in mijn boek kan lezen.

Ik zit in mijn bed. En doe niets. Niets doen bevalt goed. Ik neem er een glas thee bij. Dat bevalt ook.


Cadeautje

oktober 16, 2015

Ik loop over het terrein van de Karmel. Ik ben blij. De driedaagse was een van de leukste die ik gedaan heb. De leerlingen hebben me ontroerd met hun totale overgave.

D, die op de Karmel werkt, komt op me afgelopen. In zijn hand heeft hij een kastanje. “Kun je die eten?” vraagt hij. “Dan is deze voor jou. Achter de kippenren ligt het er vol mee. Neem ze maar mee hé.”


Keurslijf

oktober 14, 2015

Ik schrijf een stukje op Mijn Voeten. Zomaar, een grappig verhaal uit tweede hand. Ik krijg commentaar. Ik hoor dat ik het beter had kunnen verwoorden. Er worden suggesties gedaan.

Ik schrijf een stukje over vervreemding. Over het gevoel dat ik soms heb niet te passen in deze wereld. Het gevoel een alien te zijn. Ik krijg een woedende reactie.

Ik schrijf over de moeite die ik heb met trainen. Met mijn dag door komen. Het stuk wordt gebruikt om mijn competentie als artiest in vraag te stellen.

Ik schrijf over een lief briefje dat ik kreeg tijdens een vorming. Er wordt me verweten dat dat niet kies is. Dat ik mezelf niet op mag hemelen.

Ik schrijf. Ik krijg te horen dat het leuker is om dingen rechtstreeks te horen. En niet via een blog.

Het keurslijf dat om me heen gespannen wordt past me niet. Ik krijg er rugpijn van.


Herfst

oktober 13, 2015

In mijn voortuin staat een laagstam appelboompje. De boom is jong. Hij heeft nog niet veel appels gedragen. Vanmorgen zag ik dat zijn laatste appel gevallen is. Zo wordt het kaler en kaler rondom het huis.


Dromenvanger

oktober 11, 2015

– Ik heb een dromenvanger.
– Werkt hij ook?
– Ik weet het niet.
– Is hij nieuw?
– Ik heb hem net gekocht.
– Ah.
– Ik heb hem heel dichtbij gehangen. Aan de gordijnrails.
– Heb je daar dan geen last van ’s nachts, als hij zo dichtbij is?
– Nee. Ik heb een bril. Dus ik zie hem niet.


Mooi compliment

oktober 10, 2015

Laatst kreeg ik een wel heel mooi briefje van een meisje dat ik een vorming had gegeven:

Esther,

Van in het begin voelde ik me op mijn gemak bij je. Jouw stem en manier van vertellen zijn zeer rustgevend. Soms herkende ik mezelf in jou. Ik heb de indruk dat je een warme vrouw bent en steeds jezelf blijft. Blijf altijd zo want dat is fantastisch.

Groetjes, M.


Wakker

oktober 9, 2015

De pubers vragen me waar ik zoal van wakker lig ’s nachts. Ik lig wakker van de kleinste dingen. Zo maakte ik me afgelopen nacht zorgen over mijn auto. Of beter gezegd: mijn linker achterband. Die toch wel heel erg zacht staat. Ik vraag of er in de buurt van de Karmel een tankstation met lucht is. F kijkt fronsend naar mijn auto en zegt dat ik er zo zeker niet mee naar huis kan rijden.

Ik pers tijdens de middagpauze extra lucht in de band. Maak een afspraak met mijn garage. Rijd na de vorming als de wiedeweerga naar Oostburg. Alwaar de band met een prop gerepareerd wordt.

Ik rij naar huis en vraag me af of ze wel werkelijk de linker achterband hebben hersteld. En niet per ongeluk de rechter. Per slot van rekening kon je niet zien dat hij lek was omdat ik hem net had opgepompt.

Zo heb ik weer iets om vannacht over te tobben.


Herrie

oktober 7, 2015

Ik lees. Ik probeer me te concentreren op mijn tekst. Het lukt me slecht. Bij de overburen wordt een terras aangelegd. De terrasman heeft een radio aan staan. Ik hoor het continue gebrom van stemmen.

Ik probeer me niet te ergeren. Ook dat lukt maar met mate. Ik hoor motorgeronk. En het gesnerp van een slijptol.

Ik kijk naar buiten. En zie de terrasman. Met gehoorbescherming.


Tochtje

oktober 6, 2015

huisje


Huilhanddoek

oktober 5, 2015

Ik heb een lichtblauwe handdoek. Een lichtblauwe handdoek met een verhaal. Een vriend van een vriend heeft in een periode van zwaar liefdesverdriet de handdoek op een avond helemaal vol gehuild. Ik was er niet bij. Ik kende destijds de vriend en de handdoek nog niet. Maar het verhaal maakte grote indruk op me.

Ik heb de lichtblauwe huilhanddoek intussen alweer vijftien jaar en neem hem graag mee als ik niet thuis slaap. Hij is compact en absorbeert goed.

Laatst was ik de handdoek kwijt. Ik wist zeker dat ik hem had laten hangen in de Fritzl. Aan de knop van de verwarming in de badkamer. Eigenlijk vond ik het wel goed dat de huilhanddoek weg was. Zoveel verdriet liet vast zijn sporen na in de vezels van de stof. Ik proefde opluchting.

Ik vond de huilhanddoek terug. In mijn weekendtas. Hij mag gewoon weer mee als ik weg moet.


Appel-honingtaart

oktober 3, 2015

Het bebaarde mannetje komt voor de tweede keer het restaurant binnen. We helpen hem met zijn rolstoel. Een paar uur geleden heeft hij een fors bord macaroni weggewerkt. Nu blieft hij wel een lekkere punt appeltaart.

Even later roept hij. “Ik heb genoeg!” klinkt het tot in de keuken. Ik ga naar hem toe en vraag of hij de taart misschien niet lekker vond. “Jawel, heel lekker,” antwoordt hij, “maar ik heb vanmiddag ook al gegeten.” Ik zeg hem dat hij wat hij niet op kan gewoon mag laten staan.

Als ik een paar minuten later kijk zie ik dat de taart verdwenen is.


Ze blijven komen

oktober 2, 2015

Ik zit in bad. Wrijf amandelolie op mijn onderbenen. Scheer ze. Herhaal het proces met mijn oksels. Ik blijf rechtop zitten tot het bad vol genoeg is naar mijn zin. Ik pak mijn boek. Laat mezelf achterover zakken.

Vanuit mijn ooghoek zie ik iets bewegen. Ik kijk naar links. En zie, vlak naast me, een oorwurm over de doucheslang kruipen. Ik pak hem op met een washandje. Ik open het raam en schud met het washandje. De oorwurm houdt vast. Ik flapper het washandje als een bezetene. Ik kijk nog eens. Het washandje is leeg.

Ik ga in bad zitten en lees mijn boek.


House-apen

oktober 1, 2015

Ik ben net door de Waaslandtunnel heen en sta te wachten tot een stoplicht op groen springt. Ik hoor harde housemuziek. De bestuurder van de auto voor me buigt zich opzij en maakt hakbewegingen met de rechterhand. De passagier buigt zich naar het midden en hakt mee. De bewegingen worden steeds uitbundiger. De passagier zet zich schrap en laat de auto schudden. Ik kijk stug voor me uit.

De passagier wringt zich tussen de twee voorste stoelen en beweegt wild met de armen. In een flits herken ik mijn collega S. En mijn andere collega T. Die naar me aan het zwaaien zijn. De muziek komt uit een auto schuin achter me.