Dorpskapper

april 25, 2017

Ik ben al een paar dagen ziek. Ik hang in mijn bed. Ik kijk Netflix series. En ik eet. Veel. De dagen duren lang. Ik voel me lichtelijk ranzig worden. Ik besluit naar de kapper te gaan. Mijn kapper zit in Gent. En Gent zie ik op het moment echt niet zitten. Er is een nieuw circulatieplan waardoor je bijna niet meer met de auto het centrum in kunt. Dat betekent dat ik dingen uit moet zoeken. Thuis op de computer en in Gent op locatie. Ik heb er de energie niet voor.

Ik bel de kapper in het dichtstbijzijnde dorp. Ik kan dezelfde dag nog komen. Ik was mijn haar, ik was mezelf en trek mijn nieuwe folkblouse en spijkerbroek aan. Ik voel me al iets beter.

Ik rij door de polder naar de nieuwe kapper. Ik kan voor de deur parkeren. Ik mag wachten op een kappersstoel. Voor een spiegel. Het is wat vreemd om een tijd lang voor een spiegel te zitten zonder geknipt te worden, dus kijk ik om me heen.

Links van me zit een bejaarde vrouw. Zo te zien heeft ze net een permanentje boven op het hoofd gehad. Aan de achterkant is geen krul te bekennen. Maar het haar is daar, volgens de kapster, expres leuk langer gehouden. Na verloop van tijd stapt de vrouw naar buiten met twee duidelijk zichtbare klodders mousse achter haar oren.

Aan mijn rechter kant komt een vrouw zitten met een kabouterhoofd en peenhaar in een non-fit kapsel. Ze laat het haar in een kastanjetint verven.

Vanonder de dampkap komt een vrouw met een kort kapsel waar ik nog net niet van ga gillen. Ik bedenk dat ik nog weg kan.

Ik word geknipt. Ik heb foto’s mee van Jean Seburg. De kapster is vriendelijk. We praten. Ze knipt. En overlegt.

Thuis kijk ik in de spiegel. Mijn haar is erg kort. Net als dat van Jean Seburg.

Advertenties

Vol verwachting

april 13, 2017

Terwijl ik in de keuken sta komt de auto van de post voor mijn deur gereden. Ik verwacht een pakketje. Ik maak me klaar om de deur open te maken als de postbode aan zou kloppen. Ik hoor de motor van de auto ronken. Ik schep mijn soep in een kom. De motor ronkt nog steeds. Ik loop met de kom soep de trap op. Zittend op de bovenste trede begin ik te eten. De motor slaat af.

Ik buk me en gluur tussen de traptreden door naar de voordeur. Door het kleine ruitje zie ik nog steeds het wit met oranje van de postauto. Terwijl ik mijn laatste lepel soep naar binnen werk hoor ik een autoportier opengaan. Daarna hoor ik het geklepper van de brievenbus, het slaan van het portier en het wegrijden van de postauto.

Op mijn deurmat ligt een brief.

Een paar uur later rijdt het witte busje met de aardige jongeman voor. Ook dit keer bezorgt hij me keurig mijn pakketje.


Werk

april 3, 2017

Ik word wakker voordat de wekker afgaat. Ik blijf nog even liggen. Ik bedenkt dat ik morgen zo lang kan blijven liggen als ik wil. En dwing mezelf om op te staan.

Ik drink koffie in mijn bed. Eet een stuk bessentaart. Ik surf op internet en koop een vintage rok.

Ik stap in de auto. Het is koud. En een beetje mistig. Als ik ga rijden beslaan mijn ruiten.

Net op tijd zie ik de bus en trek aan mijn stuur.

In Terneuzen is het stil. De rolluiken van de Inloop zijn nog dicht. Ik kijk op mijn horloge. Ik ben een uur te vroeg op mijn werk.