Mededeling van minimaal nut

augustus 20, 2019

Het is kwart voor zes. Ik heb al gegeten. En voel me lamlendig. Ik kijk niet uit naar een avond laptop-Netflix op mijn bed, dus besluit ik een rondje te gaan joggen. In de tuin bekijk ik samen met T de nieuwe rozen en bespreken we de toestand van de oude rode roos uit Halsteren. Uiteindelijk zal het er toch van moeten komen. Ik vraag T om de achterdeur niet op slot te doen en vertrek.

Ik heb mezelf nog maar net aangezet tot een sukkeldrafje als ik uit een langsrijdend wit autootje een stem “Lopen joh!” hoor blèren. Al klinkt het meer als iets tussen “Loipen joh” en “Laupen joh” in als ik mieren zou willen neuken.

Tegen de blèrder uit de auto wil ik graag het volgende zeggen: “Je hebt er vast geen idee van hoe oelewapperig het is om – wellicht in beschonken toestand – vanuit de passagiersstoel van een klein wit autootje (iedereen weet dat bestuurders van witte bestelbusjes psychopaten zijn, dus god mag weten wat voor iemand de bijrijder van een kleine witte autobestuurder voor iemand is) naar een volslagen onbekende jogger “Lopen joh!” te gillen, anders had je je mond wel gehouden.”