De cyberpester

oktober 18, 2016

Ik krijg een bericht op mijn blog. De schrijver vraagt me of ik met mijn blog de wereld rijker maak. Vraagt me of mensen echt op mijn posts zitten te wachten. En vertelt me dat dat in zijn geval zeker niet zo is.

Ik kijk naar de blogpost waar hij op gereageerd heeft. Het is geen bijzondere post. Ik vertel niets schokkends. Doe geen sappige bekentenis. Heb het niet over wereldleed of politiek. Ik heb het gewoon over iets kleins. Iets alledaags. Iets waar ik tegenaan gelopen ben die dag.

Ik krijg weer een bericht. De schrijver vraagt me of ik dit echt nodig heb. Of ik een soort Facebookje over mezelf wil maken. En eindigt met de opmerking dat mijn leraar Engels van de middelbare school niet trots op me zou zijn. Hij ondertekent met zijn naam. M.

Ik herinner me M. Tijdens de Engelse les van de leraar waar hij het over heeft zat hij aan de schoolbank achter me. Ik kon het goed met hem vinden.

M gaat door: “Echt, je bent het zielige zogenaamd artistieke zeikwijf geworden, wat ik al zag aankomen op het KWL. Ga lekker zo verder.” En later: “Lekker ip adressjes met commentaar blokkeren, toch? Lekker echt, Esther, fijn zo, hahaha, als gedacht, hihi.”

Ik heb een tijdje niet meer geschreven. Het voelde niet meer goed. Of het nu helemaal door M kwam of niet kan ik moeilijk zeggen, maar zijn berichten hebben me zeker niet vrolijk gemaakt.

Ik stel me voor hoe het moet zijn: tegen de vijftig lopen en de behoefte voelen om iemand die je meer dan dertig jaar niet hebt gezien te gaan cyberpesten. Ik word er een beetje grauw van.

 


Walging

december 24, 2015

Op Facebook kom ik een foto tegen van een zeer dikke vrouw die ondersteboven in een paaldanspaal hangt. Daarnaast prijkt een foto van een kip aan het spit.

In het commentaar onder de foto’s lees ik hoe onsmakelijk de vrouw is. Dat ze de eetlust bederft. Hoe durft ze.

Ik ben blij dat de vrouw durft. Dat ze, ondanks de handicap van haar kilo’s in bikini die paal in is gegaan. Dat ze zo lang getraind en doorgezet heeft tot ze ondersteboven kon hangen. Dat is iets om trots op te zijn.

Ik van walg van die mannen die laf vanachter hun computer de vrouw – die ze niet eens kennen – beschimpen. En die daarmee alleen zichzelf belachelijk maken.


Commentaar

december 18, 2015

Ik zet een vintage jurk op mijn Vrolijk Vintage Facebookpagina. Er komt reactie: “Wat een verschrikkelijk lelijke jurk.” Iemand die ik niet ken vind het nodig om vanuit het niets negatief te zijn op mìjn Facebookpagina. Waarom?


Zorgen

november 14, 2015

De klastitularis maakt zich zorgen. Een jongen en een meisje hebben gekust. Het meisje was echt verliefd. De jongen versierde haar echter alleen vanwege een weddenschap met zes van zijn klasgenoten. Hij won een bak bier. Het meisje was zwaar gekwetst. Binnen de kortste keren wist, via Facebook, iedereen hoe ze zich erin had laten luizen.

Ik weet wie de jongen is. Ik heb het niet over het voorval. Dat zou te pijnlijk zijn voor het meisje. Op een gegeven moment vraagt de jongen me hoe ik over vluchtelingen denk en zegt dat het toch vreselijk is. Ik antwoord dat het inderdaad vreselijk is en dat als ik in gevaar zou zijn ik het erg fijn zou vinden om ergens opgevangen te worden. “Maar ze kunnen alleen pakken, mevrouw,” zegt de jongen en maakt een graaigebaar met zijn hand. Hij vertelt me dat de vluchtelingen in Koksijde twee vrouwen hebben verkracht. “We zijn niet meer veilig,” benadrukt hij.

Thuis google ik op “Koksijde” en “verkrachting.” Ik vind een nieuwsbericht met de boodschap dat een tennisleraar verdacht wordt van een brute verkrachting. Ik lees niets over vluchtelingen.

Ook ik maak me zorgen. En niet over vluchtelingen.


Roggecrackers

oktober 26, 2015

De roggecrackers die ik altijd eet hebben een andere verpakking gekregen. Papier heeft plaatsgemaakt voor dun plastic. Ik knip de verpakking open. Zie dat de crackers een slag kleiner geworden zijn. En gladder. Ik vertrouw het niet. Kijk op het oude pak. 100% volkoren roggemeel. Ik kijk op het nieuwe pak. 83% volkoren roggemeel en 17% tarwemeel. Ik loop naar buiten en kieper de crackers in de groenbak.


Keurslijf

oktober 14, 2015

Ik schrijf een stukje op Mijn Voeten. Zomaar, een grappig verhaal uit tweede hand. Ik krijg commentaar. Ik hoor dat ik het beter had kunnen verwoorden. Er worden suggesties gedaan.

Ik schrijf een stukje over vervreemding. Over het gevoel dat ik soms heb niet te passen in deze wereld. Het gevoel een alien te zijn. Ik krijg een woedende reactie.

Ik schrijf over de moeite die ik heb met trainen. Met mijn dag door komen. Het stuk wordt gebruikt om mijn competentie als artiest in vraag te stellen.

Ik schrijf over een lief briefje dat ik kreeg tijdens een vorming. Er wordt me verweten dat dat niet kies is. Dat ik mezelf niet op mag hemelen.

Ik schrijf. Ik krijg te horen dat het leuker is om dingen rechtstreeks te horen. En niet via een blog.

Het keurslijf dat om me heen gespannen wordt past me niet. Ik krijg er rugpijn van.


Rijstkorrel

september 26, 2015

De tafels in de refter zijn afgeruimd. Twee van de drie tafels zijn ook al schoongemaakt. Op de derde tafel is de vaatdoek stil komen te liggen bij de leerkrachten. Ik loop ernaartoe en haal het doekje zigzaggend over de tafel heen totdat het voor een grijzende leerkracht ligt. De leerkracht kijkt me aan en wijst naar een rijstkorrel die tien centimeter van het doekje af ligt. Zijn blik commandeert me de rijstkorrel op te rapen. Ik kijk de man in de ogen. Mijn blik vertelt hem dat hij dat zelf mag doen. Ik draai me om om mijn collega’s te helpen met het prepareren van de tafels voor de volgende maaltijd.


Ongewenste muziek

september 6, 2015

Om half twaalf ’s nachts word ik wakker. Muziek bonkt in mijn kamer. Even denk ik dat de muziek uit een langsrijdende auto komt. Het bonken houdt aan. Ik vraag me af waar het vandaan komt. Ik ben klaarwakker. Ik loop naar het raam. Er staan geen extra auto’s op de parkeerplaats. Dus een feest in het dorpshuis is het waarschijnlijk niet. Ik doe oordopjes in en ga slapen.

Om half twee word ik weer wakker. Ik vraag me af of mijn oordopjes uit kunnen. Ik haal ze uit mijn oren. Ik hoor het bonken van muziek. Ik doe de oordopjes weer in.


Ongewenst intiem

juli 16, 2015

Bij de koelvitrine van de Lidl wil ik een zak rucola pakken. Mijn weg is versperd door een zware man en vrouw met winkelwagen. Ik wacht. En wacht. En vraag of ik er alstublieft ook bij zou mogen. De man beweegt enkele centimeters naar links. De vrouw blijft staan. Voor de rucola. Ik vraag nogmaals of ik erbij mag. “Er is toch plaats genoeg? Ga je gang.” zegt de man luid en met een zwaar Brabants accent. De vrouw beweegt niet. Ik wring me in een rechtsdraaiende bocht om de rucola te kunnen pakken.


Als de jurk niet past

juli 13, 2015

Zet je de schaar erin. Ik koop een rood sixties jurkje via internet. Als het arriveert zie ik dat bij de manchetten twee grote japen van zo’n tien centimeter lang in de stof zitten. Dwars door manchet en aanzet heen. Omdat de jurk was afgewerkt met witte accenten zette ik een wit biesje langs de jaap. En zag de jurk er weer netjes uit.

Nu ben ik, in korte tijd, tweemaal een jurk tegengekomen waarbij de korte mouwen, onder de oksel, waren opengeknipt. Weer niets afgewerkt. Domweg stuk gemaakt.

Ik erger me. En vraag me af waarom de naad niet gewoon is los getornd en daarna netjes is afgewerkt. En zie onsubtiele flabber-armige vrouwen voor me waarvan ik me afvraag wat ze in zo’n vintage jurkje hebben gezocht.


Olifant

juni 21, 2015

“En, hoe bevalt het in de nieuwe woning?” vraagt hij. Ik antwoord dat het er prima is. “Ik had niet gedacht dat jullie de boerderij weg zouden doen,” zegt hij. Hij klinkt beschuldigend. Ik zeg niet dat geen van ons het geld had om de boerderij te houden. Ik zeg niet dat het zijn zaken niet zijn. Ik zeg niet dat hij zijn bek moet houden. “Zo’n mooie plek,” zucht hij. “Zonder mijn ouders is het er leeg,” zeg ik. “Op de boerderij werd ik elke dag met hun afwezigheid geconfronteerd.” “Toch zonde,” zegt hij. “Die vrijheid die je daar had. En zo’n mooi plekje.”


Goedemorgen met God

juni 19, 2015

Ik zit in de keuken. Er wordt hard op de voordeur geklopt. Binnen een paar seconden open ik de deur. “Goedemorgen schone slaapster,” zegt een grijze man in een mosterdgele broek. Hij kijkt vanachter zijn bril naar mijn peignoir. Ik voel verontwaardiging opborrelen. De grijze vrouw die naast hem staat zegt niets, maar glimlacht schaapachtig. “Het is wellicht wat te vroeg voor u om het over God te hebben,” vervolgt de man met een brede grijns. De vrouw grijnst ook. “Of het nu vroeg is voor mij of niet, ik heb nooit de behoefte om over God te praten,” zeg ik. De man grijnst nog steeds als hij me goedemorgen wenst. De vrouw kijkt wat verward.


Wielrenners

juni 14, 2015

Ik jog langs de polderweg. In de verte zie ik een groep wielrenners. Op de rijksweg. Ze minderen vaart. Ik hoop dat ze niet mijn kant op zullen komen. Ze slaan mijn polderweg in. Ik denk aan de opmerkingen van de vorige groep wielrenners die ik tijdens het joggen tegenkwam en ga aan de rechterkant van de weg lopen. Ik kijk stug voor me uit. “Allez hop met de beentjes!” klinkt het vanuit de groep. Ik hoor gegnuif. Of verbeeld ik me dat?


Landje

mei 30, 2015

T werkt hard op het landje. De bramen zijn weg. Er is een meidoornhaag. En een takkenwal. Nog even en de jonge laagstam appelbomen kunnen geplant worden.

De buurman komt kijken. En vraagt in opdracht van wie T werkt. In opdracht van de oud-bewoner? Wat is T allemaal van plan? Hij wil vast en zeker een caravan zetten. De buurman zegt dat hij een schutting gaat plaatsen. Dat hij die morgen gaat bestellen.

Hij heeft T langs zijn huis zien lopen. Over de openbare weg. Maar te dicht bij het huis. T moet door het gras. En afstand houden.

T zegt lang niets. En dan: “Sorry.”


Wondermilkshake die diabetes geneest

april 8, 2015

Natuurlijk kon het bijna niet waar zijn. Een milkshake-stappenplan van een paar weken waarna je diabetes verleden tijd is. Maar toch heb ik bijna de hele video afgekeken. Tot bleek dat je helemaal niet te horen kreeg wat er in de milkshake zat. Dat je eerst geld over moest maken.

Tijdens de video werd flink op de emoties gewerkt. Heeft u diabetes 1? Dan bent u wanhopig. U weet dat u een dodelijke ziekte heeft, blind kunt worden, nierfalen riskeert en ledematen kunt verliezen door amputatie. Heeft u diabetes 2? Dan heeft u vast die beschuldigende blik in de ogen van de artsen gezien. En in die van de verpleegkundigen. Die zegt dat het allemaal uw eigen schuld is.

Wilt u ook weer kunnen genieten? Niet alleen konijnenvoer eten? Weer veel energie hebben? Ja natuurlijk wil ik dat. Vooral dan het veel energie hebben. En het niet continue op mijn hoede moeten zijn.

Toen bleek dat het om een zoveelste verkooppoging ging moest ik – ook al wist ik het eigenlijk al – even huilen. Hoop staat blijkbaar volledig los van verstand.


Dazze daddus ljirn

februari 15, 2015

Ik jog langs een polderweg. Ik loop links. Als ik een tegenligger zie draaf ik braaf door een stuk modderige berm. Bij de rijksweg sla ik linksaf een dubbel fietspad op. Ik hoor stemmen achter me. West-Vlaams. “Die moen an de kant van de fits. Dazze daddus ljirn.”

Op internet lees ik dat voetgangers zelf de kant mogen kiezen waar ze lopen. Dazze daddus ljirn, die fitsers.


Vintage Owl

februari 8, 2015

De vintage jurk arriveert per post. Ik scheur de plastic verpakking open. Tevoorschijn komt een leuk jurkje. Met moderne nylon rits. Ik zoek het label. Zie dat het is weggeknipt. Ik onderzoek de jurk op details die me de leeftijd kunnen vertellen. In de print zie ik “Ageless” geschreven staan.

Ik stuur de verkoper, Vintage Owl, een mail waarin ik vraag of ze zeker weet dat de jurk vintage is. Ze antwoordt niet. Ik mail nog eens en ontvang antwoord.

“Ik heb 170 jurken op de marktplaats staan en heb geen tijd om uitgebreid onderzoek gaan doen bij elke jurk of het echte vintage is of niet. Daarom zet ik minimaal 5 foto’s van een jurk op basis waarvan je de keuze kunt maken. Als je jurk je niet past/ bevalt, kun je uiteindeljk hem weer te koop zetten. Ik zie dat je ook jurken verkoopt en voor 10 EUR raakt je hem zeker kwijt.”

Ik mail terug dat zonder foto van het label en/of telltale details, ik af moet gaan op informatie van de verkoper. Die luidt dat het om een vintage jurk gaat.

Ze antwoordt niet meer.

Natuurlijk zou ik die jurk nooit, zoals Vintage Owl suggereert, zomaar verder verkopen. Als ik eraan twijfel of een stuk echt vintage is zal ik dat altijd vermelden. Niet terug mailen en niet samen naar een oplossing zoeken komt ook niet in mijn boekje voor. En denken dat als je een jurk die je voor tien euro plus verzendkosten hebt gekocht weer doorverkoopt voor tien euro, dat betekent dat je geen verlies lijdt, nee Vintage Owl, dat doe ik ook niet.


Vrachtwagen

december 24, 2014

Voor de deur staat een vrachtwagen te ronken. De vrachtwagen hoort bij de verbouwing twee huizen verder. Net als de bouwkeet die nu, samen met de vrachtwagen, de straat afsluit. Ik ga naar buiten. Een vadsig mannetje met oorbeschermers op zijn hoofd is aan de achterkant van de wagen dikke slangen aan het aansluiten. Ik zeg dat ik over een kwartiertje weg moet. En vraag of ik er dan langs kan. Hij antwoordt met een kortaf: “Dan ga je maar langs de andere kant weg.” Ik wijs hem erop dat het een doodlopende straat betreft en er geen andere kant is. “Ik moet hem toch ergens zetten?” werpt het mannetje tegen. “Ik kan ook de politie bellen,” zeg ik. Waarop hij hij antwoordt dat ik dat vooral moet doen omdat hij, als ik zo begin, al helemaal geen zin meer heeft om iets voor me te doen.

Ik bel het bedrijf waarvoor hij werkt. De mevrouw die me te woord staat zegt dat hun medewerkers het een beetje beu zijn, al die mensen in de straat die klagen en er langs moeten. De slangen af- en weer aankoppelen kost heel veel tijd. Dat wil ze het mannetje niet aandoen. Ik vraag of ze liever heeft dat ik de politie bel. Nou nee, dat wil ze nu eigenlijk ook weer niet. Ze gaat proberen het op te lossen.

Vijf minuten later beweegt de vrachtwagen. Hij gaat voor het huis staan waar verbouwd wordt, waar de straat breder is, waar geen bouwkeet staat en waar ook niemand last van de herrie heeft. In een mum van tijd zijn de slangen weer aangekoppeld. Het mannetje kijkt stug de andere kant op als we langs komen gereden.


Kwarren

oktober 18, 2014

Ik reed paard. Met mijn vriendinnen. Bij een oude geile boer. Hij droeg altijd een olijfgroene overall en een brede grijns.

“Weet je wat kwarren zijn?” vroeg Corre. Zijn grijns werd nog breder dan anders. “De tetten van een vèrken.”


Barst!

oktober 6, 2014

Ja, ik ben boos.

boos


Sloopvogel

september 24, 2014

Ik hoor gehamer. Ik heb geen buren. T is weg. Ik ben alleen. Alleen met de hameraar. Ik loop op het geluid af. Het stopt. Ik ga terug mijn huis in.

Het gehamer begint weer. Wederom ga ik naar buiten. Het geluid komt uit de schuur. Ik zoek. En zoek.

In de grote schuur zit een vogel. In de nok. Onder de dakbedekking. Op de stenen zijmuur. De stenen zijmuur is van de buitenwereld afgesloten door houten planken. En die houten planken probeert de vogel af te breken. Ik roep naar hem. Hij draait zijn kop, kijkt me aan en gaat door met zijn sloopwerkzaamheden. Ik gooi walnootbolsters naar hem. Hij geeft geen sjoege.

Ik zit in bed. Ik hoor gehamer. Uur na uur na uur.


Instinct

september 23, 2014

Op hun bruiloft. Vond ik hem eng. Hard gezicht. Kille ogen.

Op bezoek. Vond ik hem grof. “Liefje! Koffie!”

Ik dacht: ze is gelukkig. Ik dacht: smaken verschillen. Ik dacht: ik zal me vergissen.

Ik hoor dat hij haar slaat. En wil uit alle macht dat dat niet zo is.


Bezoek

augustus 13, 2014

Hij staat opeens voor me. Buiten. Terwijl ik de luiken aan het openen ben. In peignoir. Ik. Niet hij. Hij vraagt hoe het gaat. Of we op de boerderij blijven wonen. Zegt het jammer te vinden niet op de uitvaart te kunnen zijn geweest. Maar zijn zoon. Die tandarts is. Die het druk heeft. Die ver weg woont. Duitsland. En de reis was geboekt. Maar hij wil weten hoe het is. Met mij.

Vroeger kwam ik met de bus naar Oostburg en liep ik het laatste stukje naar hier. Zegt hij. Dus. Ik dacht. Ik doe het weer.

En de boerderij ligt er mooi bij. Zegt hij. Dankzij T. Moet T ook weg? Moet die het nu maar uitzoeken?

Hij wist trouwens wel dat het eind nabij was. Hij had een vriend. Ook ALS. Daar was-ie de laatste dag nog. Maar die kon niet meer praten. Net wat intypen op de computer. Hij heeft hem in een coma zien zakken. En heeft de vrouw geroepen. Vijf uur later was hij dood.

Schapen zijn leuk. Zegt hij. Zeker als je ze zelf niet hoeft te ontwormen. En verweiden. We verweiden ze wel. Zeg ik. 


Herinneringen

augustus 12, 2014

Ik kijk door de oude tekeningen. Moet erkennen dat ik als kind niet voorop liep in teken-ontwikkeling. Wel prijkt al snel mijn naam op de vellen. Zelf geschreven. Niet altijd correct. En boomroosvisvuur. Ik vind een tekening van een primitieve vlinder. Zorgvuldig ingekleurd. Met rode balpen staat het cijfer 6 in de hoek gekrast. Ik voel de teleurstelling nog steeds. En de schaamte vanwege het niet voldoen.


Goede deal

augustus 3, 2014

Ik verkoop mijn Engelse detective boekenverzameling. Een deel heb ik op Marktplaats gezet. Voor 2 euro per boek en korting bij aankoop van meer boeken. Ik had een gegadigde voor, jawel, een boek. Ze wilde het graag opgestuurd krijgen. Het boek past niet door de brievenbus, dus zijn de verzendkosten 6,95 euro. Waarop ze voorstelde de verzendkosten te delen. Ze zou 5,50 euro op mijn rekening storten. Waarmee ze effectief vroeg of ik haar mijn boek wilde sturen en daar ook nog eens 1,45 euro aan te betalen.

De koper is in haar kuif gepikt. Volgens haar vang ik 2 euro voor het boek en heb ik geen reden het boek niet naar haar op te sturen.


Tamtam

juli 2, 2014

Ze zijn er niet meer. Wij wel. We regelen de uitvaart, het papierwerk, de lopende zaken. Er wordt gehuild. We zorgen voor elkaar. Zo goed als we kunnen met onze wazige hoofden.

In het dorp wordt flink op de tamtam geroffeld. Zo wist een vriendin van de familie te vertellen dat er gezegd word dat het ouderlijk huis al te koop staat. In een heel duur, glossy blad. Met allemaal heel dure huizen op de achterkant. Vraagprijs: €1,6 miljoen. Als ze het nou ook nog voor ons verkopen hoeven we helemaal niets te doen.


Uitvaart

mei 21, 2014

Het lied “The Parting Glass” klinkt. De familie begeleidt haar kist naar de zwarte Mercedes Benz. De kist rolt geluidloos naar binnen. De achterklep zoeft dicht. De Mercedes Benz zet zich in beweging. De familie volgt. Daarachter komen de andere rouwenden. Bij de dijk houdt de stoet stil. De auto rijdt zachtjes voort. Gaat de bocht om. Komt gedeeltelijk weer terug in het zicht. Lijkt als een schip door het landschap te glijden. De lucht is blauw. Met enkele hitte-temperende wolken. De zon schijnt. Het is stil. Een witte vlinder fladdert om de mensen heen.

Een kennis van de kersverse weduwnaar vindt het schandalig dat niemand mee ging naar het crematorium. Zo kil. Als ze haar auto mee had gehad zou ze erin zijn gesprongen. Achter de Mercedes Benz aan. De uitvaart van haar eigen man was toch duidelijk beter geweest. En persoonlijker.


Lief

mei 16, 2014

“Jij bent niet lief,” zei hij toen ik een jaar of veertien was. “Mama is lief, maar wij, van mijn kant van de familie zijn dat niet. Jij hebt het ook niet, dat lieve.”

Ik heb hem jarenlang geloofd.


Hallucinant

mei 8, 2014

Bij de Gamma. Ik vraag een vriendelijke meneer in blauw Gamma-kostuum of de Gamma ook schuursponsjes heeft om metaal mat mee te polijsten. De meneer weet meteen wat ik bedoel. Binnen de minuut sta ik met een schuurpad aan de kassa. Voor me in de rij kiepert een man zijn Gamma-mandje leeg op de kassaband. Hij zet het mandje op de vloer naast de kassa en geeft er een trap tegen. De man rekent af. Ik kijk naar de tatoeages van de kassière. Ze bedekken haar hele onderarm. Ik hoop maar dat de naam, die ik op haar arm en op het zilveren kettinkje om haar hals lees, van haar is en niet van haar vriendje. Of dat ze voor altijd en eeuwig van het vriendje zal blijven houden.

De man voor me heeft geen scheidingsbordje neergelegd achter zijn spullen. Dus doe ik het. Ik leg mijn schuurpad op de band. En achter de pad positioneer ik een volgend scheidingsbordje. Ik reken mijn pad af. Tijdens het afrekenen komt een meneer aan de andere kant van de kassa staan. Hij wappert met een bon en wil mijn schuurpad pakken. De kassière zegt dat ik die juist heb afgerekend. De man zegt dat de pad van hem is. Hij laat zijn kassabon zien en zegt “Kijk maar!” De kassière zegt dat ze naar de videobeelden van de kassahandelingen moet kijken om te zien of de man gelijk heeft. “Ik had net de laatste pad gepakt,” zegt de man. Hij zwaait met de kassabon naar mij. “Dat is toch ongelofelijk!” roept hij. Ik pak mijn net betaalde pad. Hij kijkt me boos aan. En smaalt: “Nou, als je hem hebt afgerekend zal het wel goed zijn hè?”

Misschien is er iets met me aan de hand.


Dutch jungle

april 29, 2014

In Zeeuws Vlaanderen gaat het iets anders dan in de rest van Nederland. Hier kan het zomaar gebeuren dat een internist opeens de behandeling van een terminaal bloedkankerpatiënt vergeet voort te zetten. En daarna gezellig op vakantie gaat zonder de zorg voor de patiënt over te dragen. Dat de vervangend internist even geen tijd heeft om dringende telefoontjes van de huisarts te beantwoorden. En dat mevrouw de patiënt te verstaan krijgt dat als ze niet naar Terneuzen belieft te komen ze voor straf een dag later bloed krijgt. Dat ze dat misschien niet overleeft wordt hier niet belangrijk gevonden.

 


Zorg

april 19, 2014

Ik rij de rolstoel voorzichtig de onderzoekskamer binnen. “Pas op voor zijn knieën!” klinkt het uit de mond van een gezette verpleegster. Ik kijk haar aan, laat de rolstoel los en loop terug naar de wachtkamer. Na een poos word ik terug binnengeroepen. Het onderzoek is klaar. We moeten alleen nog even op de arts wachten. De arts in kwestie zit in de hoek van de kamer achter een computerscherm. Hij negeert ons. En scheldt zachtjes op zijn computer. Een verpleegster komt iets in zijn oor fluisteren. Uiteindelijk draait de arts zich om. Hij spreekt neerbuigend. Als tegen een klein kind. Met jij en jou, terwijl dit de eerste ontmoeting is met de patiënt. Als hij uitgetutoieerd is rij ik de rolstoel naar buiten. Richting uitgang. De gezette verpleegster komt in de deuropening staan en blaft: “De lift is de andere kant op, hoor!” Ik kijk haar aan en wacht even. “We moeten niet met de lift,” zeg ik zacht.


Roemeen

november 30, 2013

Hij zit in de bus van Goes naar Terneuzen. Kijkt wat uit het raam. Bij een halte stopt een fietsende politieagent de bus. De politieagent parkeert zijn fiets, stapt aan boord en vraagt de buschauffeur of er een Roemeen op de bus zit. Hij zoekt er namelijk een. De busschauffeur vraagt of de Roemeen iets gedaan heeft. De politieagent antwoordt dat alle Roemenen iets in hun schild voeren. “Is het er een met accordeon?” vraagt de buschauffeur. “Nee, het is een gewone,” antwoordt de politieagent.

Hij kijkt om zich heen. Een paar stoelen verder leest een man de krant.


Racistische Nederlanders

november 23, 2013

Gordon, lees ik op Facebook, is een racist. Hij vraagt aan een Chinese deelnemer aan Holland’s Got Talent “‘Which number are you going to sing? Number 39 with rice?” Alsof dat nog niet genoeg is grapt hij: “This is the best Chinese I had in weeks. And it’s not a take away. […] Dat is toch net een ober uit een Chinees restaurant?!” en eindigt met “Surplise!”

Wat me nog meer verbaast zijn de internationale commentaren die ik lees onder het geposte filmpje. Een Chinese jongen zegt dat Gordon’s humor van de onschadelijke boerenkinkelvariant is. Anderen denken daar heel anders over. “Get ready for the Dutch holiday season,” lees ik en zie een plaatje van Sint en Piet. Daarop wordt gereageerd met “ah yes, might I add: the dutch royal family still rides around in their golden carriage once a year on queens day. this is just one side of it. charming…” Daarna weer een plaatje van twee Pieten met “I have a friend that worked on that TV program!! Its just SOOOO wrong!” De volgende gaat eroverheen met: “wrong in every way… sooooo normal for dutch people….” Canada komt met: “I apologize to the world for my Dutch heritage. I’ve never actually lived in the Netherlands, but the Canadian thing to do is to say “Sorry” as much as I can.” Ook Zuid Afrika heeft wat te zeggen: “I’m Afrikaans. Dutch society’s illegitimate child. South Africa is a shining example of this pattern of thought.” Waarop gereageerd wordt met: “its so true.. im so sorry!! another reason to dislike holland!”

Was een vies volk toch, die Nederlanders.


Hertjes

oktober 23, 2013

Er is al tijden wrijving tussen hem en buurman. Buurman is 80. En heeft weinig om handen. Dus bemoeit buurman zich met alles. En ziet de meest onverwachte dingen als aanval. Zo schoot het buurman in het verkeerde keelgat dat hij een keertje fakkels brandde. In zijn eigen voortuin. Buurman’s hertjes, die ronddartelen in het aangrenzende weiland kregen daar namelijk rooklongen van.


Oom weet het wel

oktober 14, 2013

Nat, en met mijn tenen rood van de kou in mijn bejaarde Birkenstocks, sleep ik een zak hout de boerderij binnen. Oom en tante zitten aan de keukentafel. De tafel wordt gedekt. Oom grijnst dat ze alles op zullen eten en er niets meer voor mij zal zijn. Ik eet nooit op de boerderij. En niets van wat er op tafel staat zou ik überhaupt wìllen eten. Oom merkt op dat het geen weer is om te gymnastieken. Ik zeg dat ik dat nu net de hele ochtend heb gedaan. Dat ik wel moest. Omdat ik mijn kracht en conditie niet wil verliezen. Tante vraagt of dat zo snel gaat. Ik vertel dat ik de afgelopen drie dagen ander werk heb gedaan en nu dus dringend de lucht in moest. Ze vraagt of ik nog veel optredens heb staan. Ik zeg dat het niet goed gaat met de kunst. Oom zegt dat in zijn tijd iedereen nog elke dag moest werken.


Luister

juni 19, 2013

De man zit met een boos gezicht aan tafel. Hij vindt dat hij gelijk heeft. De anderen vinden van niet. De dochter is al weggelopen. De huisgenoot, die meestal zwijgt, kan zich niet meer inhouden. Hij steekt een tirade af. De huisgenoot wordt bijgevallen door de vrouw. De man wordt nog bozer. Dan zegt hij dat hij ze niet kan verstaan. Hij heeft zijn gehoorapparaat niet in.


Mijn ballen

mei 21, 2013

Hij was weduwnaar. En jarig. Zijn kinderen hadden voor het feest inkopen gedaan en bedienden de gasten. Hij hoefde niets te doen. Behalve in zijn stoel zitten en feest vieren. Hij had het naar zijn zin. Totdat zijn schoondochter uit de vriezer een bak gehaktballetjes haalde en die op wilde warmen voor de gasten. “Dat zijn mijn ballen!” snauwde hij.


Van horen zeggen

mei 17, 2013

Ze maakt schoon bij andere mensen. Om een centje bij te verdienen. Ze komt overal. Bij gewone mensen, bij rijke mensen, bij oude mensen, bij vreemde mensen. Ze vertelt over een echtpaar. Tweeverdieners. Ze maakte schoon als het echtpaar werkte. Tijdens het stofzuigen vond ze foto’s op de salontafel. Die zo duidelijk in het zicht lagen dat ze er niet overheen kon kijken. Naaktfoto’s. Waarop de vrouw te zien was met een stofzuigerhulpstuk in haar meest intieme lichaamsopening.


Vogeltje

mei 16, 2013

Ze is boos, zegt ze. Woedend. Ze zit aan de grote keukentafel. Haar ogen staan mat. Na een hele nacht boos zijn en niet slapen.

Al een tijd heeft ze last van ontstekingen en pijn in haar mond. Al een tijd krijgt ze het ene advies na het andere van huisarts en specialist. Het ene medicijn na het andere. Waarop ze steevast allergisch reageert. En de ene diagnose na de andere. Nu heeft ze van pillen die ze al zes jaar voorgeschreven krijgt en slikt de bijsluiter bestudeerd. Bij de bijwerkingen vindt ze de ontstekingen in de mond. En ze leest dat het medicijn maximaal acht weken geslikt mag worden.


De lammetjes

april 28, 2013

De wei staat vol schapen met lammetjes. Als ze een mens of auto zien blaten ze hun kelen hees. Eens per dag komt de auto van de eigenaresse het erf op rijden en krijgen ze bijvoer. In een blauwe emmer. Sommige lammetjes staan graag met beide voorpoten in de emmer als ze eten. Of als ze niet eten. Een zwart lammetje komt vooral naar de emmer om te vechten. Iedereen die in de buurt is krijgt van hem een kopstoot. Natuurlijke hufterigheid.


Badkamergeur

maart 23, 2013

Vanochtend aan de koffie kwam een oud badkamerverhaal bovengedreven.

Mijn tante werkte als hulp in de huishouding bij een dokter en zijn familie. Als ze zijn kinderen in bad deed gebeurde het regelmatig dat heer dokter de badkamer in gewandeld kwam, tante sommeerde buiten te wachten, en – in bijzijn van zijn dochters – een flinke bolus draaide op het toilet naast het bad.


Ihr sollt sein hart wie kruppstahl

maart 12, 2013

Op de circusschool. Ik had al een paar weken pijn in mijn rug. Op een dag kon ik mijn arm niet verder meer optillen dan schouderhoogte. Met tranen in mijn ogen stond ik naast de trapeze en kreeg mijn hand niet naar de stok. “Dan ga je maar eenwielfietsen,” zei een van de docenten. “Dan heb je daar geen last van.”

eenwieler


Nachtzoen

maart 3, 2013

Ik was nog klein. En verlegen. Op de groene bank in onze woonkamer zat een meneer die ik niet kende. De meneer had een week, bleek gezicht en een baard. Ik hield afstand. Toen het bedtijd was en ik mijn ouders goedenacht kuste wilde de meneer ook een kus. Ik wilde niet maar durfde niet te weigeren. Op mijn slaapkamer heb ik met een washandje mijn lippen geschrobd.


Bang in de lucht

maart 2, 2013

Ik was vers geopereerd. En mijn vriend had me net laten zitten. ’s Nachts had ik af en aan gehuild. ’s Ochtends, in de badkamer, ontdekte ik dat ik nog bloedde. Ik moest een solo-trapezenummer doen in het atrium van een winkelcentrum. De tissu-artieste, die aan dezelfde ophanging als ik moest werken, stond erop dat de truss op 9 meter zou hangen. Het werd uiteindelijk 8,5 meter. En dat is hoog. Zeker als je ongezekerd boven een marmeren vloer werkt.

De organisator van het evenement wees ons de kleedkamer, maakte het zich gemakkelijk in een van de stoelen en stak een sigaret op. Ik kleedde me om in het toilet. Zag dat ik nog steeds bloedde. Onderweg van de kleedkamer naar de optreedplek werd ik duizelig.

De drie optredens gingen goed. Na de tweede kwam er een man op me af, met een bang kijkende vrouw in zijn kielzog. Hij was boos. Hij brulde tegen me: “Wat jij doet is gevaarlijk! Weet je dat wel? Weet jij hoe het klinkt als iemand van een flatgebouw afspringt en zijn hoofd openbarst op de straatstenen? Nou, een vriend van me heeft dat gehoord hoor!”

Als ik nu weer eens bang ben denk ik terug aan die dag. Opeens valt alles dan best mee.


Verdriet uit het verleden

februari 14, 2013

Zesenzeventig is ze. Ze zit aan de keukentafel. Vertelt dat ze met haar zus gesproken heeft en daardoor afgelopen nacht niet kon slapen. Toen ze jong was is ze, samen met drie jongere zusjes uit huis geplaatst. Haar ouders kwamen nauwelijks of nooit langs op de kostschool waar de vier zussen terecht kwamen. Wel kwam hun oudste broer ze regelmatig opzoeken. Op een keer, rond Sinterklaas, had hij een hele lading cadeautjes bij zich. Ze heeft al die jaren in de veronderstelling geleefd dat die van thuis kwamen. Dat haar ouders soms toch aan hen dachten. Gisteren hoorde ze dat de cadeautjes van haar broer afkomstig waren. Vandaag huilde ze.


Band plakken

februari 5, 2013

De hoofdmeester van de katholieke lagere school in het dorp, vond het fijn om kinderen voor schut te zetten. “Kijk eens wat een verschrikkelijke puinhoop deze jongen van zijn schrift maakt,” zei hij vals terwijl hij het schriftje van mijn achtjarige broertje aan een klas vol elfjarigen toonde. Een meisje in mijn klas kreeg een uitbrander omdat ze een haar op de grond gooide. Hij dwong haar de haar te zoeken, in de prullenbak te gooien en nooit meer zulk smerig gedrag te vertonen.

Op een dag kregen we de opdracht om om de beurt een actie, die de hoofdmeester ons in het oor fluisterde, zonder woorden uit te beelden voor de klas. De klas moest dan raden wat de actie was. Zo had je tennis spelen, de hond uitlaten of autorijden. Toen ik aan de beurt was kreeg ik: “De band van je fiets plakken” in mijn oor gefluisterd. Ik had, als elfjarig meisje, nog nooit een fietsband geplakt. Dat deed mijn vader altijd voor me. In de stress herinnerde ik me alleen dat je het gaatje in het rubber moest zoeken door de opgeblazen binnenband onder te dompelen in een bak water. Met een steeds roder wordend hoofd en onder jennend geroep van mijn klasgenootjes dompelde ik herhaaldelijk de denkbeeldige band onder. Tot de hoofdmeester me nors naar mijn plaats stuurde en aan de klas liet zien hoe het wel moest.

Later hoorde ik dat zijn vrouw en kinderen nog banger voor hem waren dan wij.

band plakken


Need any asphalt?

januari 28, 2013

Een flistende boy aan de deur van de boerderij. In oranje fluo-hes. Of er iemand was die Engels sprak. Hij vertelde, binnensmonds en met zwaar “lower class accent” dat ze een stuk verder aan de weg aan het werken zijn en met asfalt leggen bezig waren toen ze er achter kwamen dat ze veel asfalt over zouden hebben. Dus had de Engelse boy van zijn baas de opdracht gekregen bij mensen in de buurt te vragen of die nog een paadje verhard wilden hebben. Hij gaf zijn naam en telefoonnummer, zodat wij deze buitenkans niet aan onze neus voorbij hoefden te laten gaan.

Mijn vader kende de oplichtingspraktijk van een bevriende boer. Die had de asfalteerders een paadje laten verharden. En moest penning zestien betalen. Terwijl het paadje binnen de kortste keren afbrokkelde en scheuren ging vertonen, omdat het niet op de op juiste manier voorbewerkte ondergrond was aangelegd.

Toen snapte ik opeens waarom de Engelse boy er door zijn baas op uit gestuurd was. Met zijn accent dat mensen in de streek hier van z’n levensdagen niet zouden kunnen verstaan.


Agressie

december 5, 2012

Ome A. De vader van mijn broertje’s vriendje. En kennis van mijn vader. Altijd rood in het brede gezicht. Geel vlashaar – in zijscheiding – en gemene, blauwe ogen.

Ome A voetbalde in hetzelfde team als mijn vader. Stond bekend om zijn agressie. Nadat hij een tegenspeler een vuistslag in het gezicht gaf en de rode kaart kreeg, weigerde hij het veld te verlaten. Ook toen mijn vader, die aanvoerder was, hem daarom vroeg. Mijn vader verliet daarop zelf het veld. Ome A heeft hem dat nooit vergeven.

Ome A maakte graag grapjes ten koste van anderen. Noemde mijn broertje, die aan het wisselen was, eentand-geentand. Hij hield van macht. Zo nam hij me eens mee naar boven nadat ik de postzegeldoos met dubbele zegels van zijn zoons had bekeken. Hij sommeerde me de broekzakken van mijn donkerrode ribfluwelen broek leeg te maken. In een van de zakken zat een lichtblauwe postzegel van 45 cent. Van mezelf. Ik voelde me betrapt, terwijl ik niets had gedaan. Afgezien van het feit dat ik maar wat graag een mooie postzegel uit de doos mijn broekzak in had geschoven, maar het niet had aangedurfd.

Als kind was ik echter het meest gechoqueerd door wat ome A over patiënten in zijn fysiotherapie praktijk zei: “Dan loop je binnen in zo’n ziekenhuiszaal, ligt er daar zo’n vrouw op haar bed en dan moet jij die behandelen. Terwijl de pisvlekken in haar onderbroek zitten. Gadverdamme!”

Om mannen als ome A loop ik het liefst met een grote boog heen.


Piet

november 18, 2012

Den Haag. De intocht van Sinterklaas. Een meisje. Blond haar. Grote blauwe vragende ogen. Verlegen. Blijft dicht bij haar vader. De Pieten zien haar niet. Lopen haar met hun goedgevulde zakken voorbij. De vader moedigt haar aan: “Ga maar naar Piet en vraag hem netjes om een pepernoot.” Ze verzamelt haar moed, loopt op de dichtstbijzijnde Piet af, kijkt naar hem op en zegt: “Piet, mag ik een pepernoot?” De overjarige Piet blaft: “Kinderen die vragen worden overgeslagen,” en deelt ostentatief snoepgoed uit aan alle kinderen behalve het blonde meisje.


Telefoon

november 16, 2012

Telefoon. Een vrouw die zich voorstelt als M. Ze vraagt of ik ook weet waar T is. T is haar vriendje. Ik ben T’s collega. En ex. Ik weet niet waar T is. M wordt zenuwachtig. Zegt dat ze hem al zo lang niet gezien heeft. Hem niet kan bereiken. Dat dat natuurlijk ook niet gek is, zo na de dood van zijn moeder. En T is een gevoelige man. Had er zoveel last van. Zoveel verdriet. Ze heeft een gedicht voor hem geschreven. Om hem te steunen. Weet ik echt niet waar hij is? Haar dochtertje mist hem. Is dol op hem. En hij op haar.

T heeft een andere vriendin. Waar hij mee gaat trouwen. T’s moeder is, voor zover ik weet, niet dood. M huilt. Zegt dat ze misschien zwanger van hem is. Ze hebben het zonder bescherming gedaan. Ze vraagt of ik denk dat ze nu aids kan hebben. Als ze aids heeft gaat ze hem kapot maken.

Ik heb T aan de lijn. Zeg dat M hem zoekt. Hij zegt M niet te kennen. Ik zeg dat ze misschien zwanger van hem is. Hij zegt alleen maar met haar gegeten te hebben. Ik zeg dat ze verdrietig is. Hij zegt alleen maar met haar gegeten te hebben. Ik zeg dat ze een gedicht voor hem geschreven heeft vanwege de dood van zijn moeder. Hij zegt triomfantelijk dat zijn moeder nog springlevend is.


Waar is de vogel

november 7, 2012

Een man reageert op een van mijn zelfportretten: “Leuk!! Weer eens wat anders, je moet alleen lachen naar het vogeltje!” Het eerste wat in me opkomt: “Ik moet helemaal niets.” Het tweede wat in me opkomt: “Ik moet zelfs niet reageren.” Het derde wat in me opkomt: “Kijk naar je eigen vogeltje.”

Ik moet inderdaad helemaal niets. Zijn er regels voor fotograferen? Daar mogen vogeltjes-mannen zich van mij naar hartenlust mee vermaken. Als je het fijn vindt om binnen kaders te werken moet je dat doen. Ik vind dat niet fijn. Dus ik doe dat niet. Ik maak beelden die ik zelf interessant vind. Of grappig. Als toevallig anderen mijn smaak delen is dat leuk. Zo niet is het ook goed. Maar ik wens geen instructies te krijgen.


Geen slachtoffer

november 6, 2012

Na het telefoongesprek met de vrouw die zei de vaste en zwangere vriendin te zijn van T, de man die zei mijn vaste vriend te zijn, en spoedoverleg met mijn vriendin annex therapeute die me inpeperde dat ik moest weigeren slachtoffer te zijn, sprong ik in de auto, de boot en de trein naar Amsterdam. Aldaar kaapte ik de dikke Landrover Discovery van mijn niet-exclusieve vriend, waar ik toevallig de sleutels van had omdat hij me een paar dagen eerder had gevraagd hem op Schiphol af te zetten en zijn auto op de zaak te parkeren. Daarna dronk ik koffie met een andere vriend en wachtte samen met hem op de terugkomst van T in diens appartement.

Ik vertelde T dat ik een telefoontje van L had gehad, dat hij wel wist waar dat over ging en wel snapte dat ik afscheid nam. T zat op de rand van zijn bed en perste een paar tranen uit zijn ogen. Ik liep naar buiten, plengde ook wat tranen, en begon aan de lange terugweg naar het zuidwesten.

Na een tijdje kreeg ik telefoon van T. Of ik zijn auto had. Ik bekende. Hij zei zijn auto nodig te hebben. Ik vertelde hem dat hij hem terug kon krijgen als hij zijn schuld bij mijn vader en die bij zijn zwangere vriendin had afgelost. T strubbelde nauwelijks tegen.

Thuis stalde ik de auto bij een bevriende boer. T betaalde de schulden af. De inmiddels niet meer zwangere L stuurde een bos bloemen.


Zoete koek

oktober 16, 2012

De bakker in Watervliet. Ik sta voor de vitrine met zoete broodjes en koffiekoeken. De geblondeerde mevrouw achter de toonbank vraagt vriendelijk glimlachend wat het mag zijn. Ik wijs naar een mooi groot broodje met gele room en frambozen. “Deze graag,” zeg ik. “Gelijk deze?” vraagt ze, en wijst met de knijptang naar precies het broodje dat ik aanwees. “Ja,” bevestig ik. Ze klemt een veel kleiner en minder aantrekkelijk broodje tussen de tanden van de tang en schuift hem een papieren zakje in. “Ik wees een ander broodje aan,” probeer ik nog. “Dat is één euro en vijf,” zegt de geblondeerde mevrouw. Ik betaal. Ze glimlacht als ik de zaak uit loop. Ik glimlach niet terug.

En het broodje smaakt me ook niet.


Festival

augustus 22, 2012

De zon op mijn gezicht. Mijn billen op een muurtje naast een lange trap. Mijn uitzicht een wondermooie tuin. Ik wacht op de organisator van het festival. De afgelopen weken heb ik per mail en telefoon gevochten voor wat voor ons vanzelfsprekende voorzieningen zijn als we op een festival spelen. Alles is geregeld. Nu wordt het optreden. En genieten.

De organisator brengt me naar het mooiste plekje in de tuin. Onze speelplek voor de komende dagen. We staan op een lommerrijk grasveld, omzoomd door muren en bloemen, met vrij uitzicht op de trap en de terrasjes beneden in de tuin. Ik vraag hoe het met de beloofde visuele afscherming zit. Die zal niet nodig zijn, zegt de organisator. Mensen zullen bovenin de tuin een kaartje kopen, met ons meelopen naar de optreedplek en genieten van onze voorstelling. We moeten goed parade lopen om publiek te lokken en dan zal alles goed komen.

De organisator zegt dat de partytent die als kleedkamer en opberghok zal fungeren onderaan de trap ligt en dat we die zelf nog even op moeten zetten. Ik vraag waar ik stromend water kan vinden. Nergens, is het antwoord. Maar omdat ik zo aandring zal ik een jerrycan met kraantje krijgen. Ik vraag wanneer er iemand ankers kan komen slaan. Hij zegt dat ik kan bellen wanneer dat nodig is.

Ik laad uit en begin met bouwen. Bel voor de mokerman. Merk dat vanuit drie hoeken mensen vrij de speelplek op lopen. Ontdek dat de twee toegangen naar de tuin gewoon open zullen blijven. P arriveert. Hij laadt uit en begint met het opbouwen van zijn geluidsinstallatie. Ik bel voor het beloofde stroompunt op de speelplek. De organisator weet niet waar dat is. Ik vraag waar de mokerman blijft. Die is met iets anders bezig. Ik vraag waar het water blijft. Dat komt.

P gaat zelf op zoek naar een stroompunt. Hij vindt het op zo’n 70 meter van de speelplek. Onze haspel is 50 meter lang. P belt de organisatie. Er komt een stroomman.

We sleuren de partytent die kleedruimte gaat worden onze heuvel op en zoeken een geschikte plek om hem op te bouwen. De tent bestaat slechts uit poten en een dak. Ik bel de organisatie voor de rest van de tent.

P vindt een elektriciteitssnoer waarvan hij aanneemt dat het voor ons is bedoeld. Uit een gemangeld gedeelte steken afgebroken draden. De stroomman arriveert. P laat het snoer zien. De man zegt het snoer weg te zullen leggen. P vraagt of wij een ander snoer krijgen. De stroomman zegt dat dat er niet is.

Een vriendelijk mokerman heeft de ankers de grond in gemept en we zetten de mast op. Het is lastig om hem op een hellend vlak recht te krijgen. P staat met een loodlijn naast de mast en ik trek de ratelspanners aan. De mast gaat eerder schever staan dan rechter, als we de loodlijn moeten geloven. Ik zie dat het hoogstgelegen anker uit de grond is gekomen en op het punt staat los te schieten. Ik bel naar de organisatie voor een mokerman.

Ik zet met afzetlint de paden die naar de speelplek leiden af. Ik begin trek te krijgen. Van de organisatie krijgen we geen eten en/of drinken. Na een snack uit onze picknicktas ga ik op zoek naar de toiletten. Ik vind er drie. Zonder water en zonder toiletpapier. Ik bel de organisatie voor toiletpapier.

Een blonde jongen komt helpen met het losse anker. Ik pak net op tijd een tui vast als hij het bewuste anker uit de grond rukt. Even later staat de mast iets steviger verankerd. Bij het afspannen komt het anker weer los. Ik jas het met rondstrop en al tot aan de kop de grond in.

De vriendelijke mokerman komt met een jerrycan met kraantje en voor een-vijfde gevuld met water èn met de zijkanten van de partytent aangelopen. Hij vraagt of we schermen krijgen. Ik antwoord dat dat volgens de organisatie niet nodig is. Hij uit zijn twijfel.

P informeert bij de buren of er misschien een elektriciteitskabel over is. Een kabel is nodig omdat het gezin wil frituren die avond, de andere voor het playstation van de kinderen. Desondanks komt P terug met een kabel.

De acrobaten waarmee we de speelplek delen arriveren. Ze vragen waar de bankjes zijn die ze besteld hebben. Ze bellen de organisatie. De bankjes moeten helemaal bovenaan de tuin gehaald worden. Samen met de bouwlampen voor de avondshow.

De zijkanten van de kleedruimte-partytent passen niet. Ze horen bij een andere tent en zijn in de breedte twee meter te kort. De wanden bestaan uit namaak-ramen. Naast een raam zit een grote scheur. Ik bel de organisatie. De organisator deelt mee dat zo’n scheur niet erg is. Voor het gat kunnen we een groen Gamma-zeiltje hangen.

Door alle vertragingen kunnen we de show van half zes niet spelen. Ik bel de organisatie. Ik krijg te horen dat die show ook helemaal niet nodig is.

Tijdens de acht uur show zijn de bankjes bevolkt door anderhalve man en een paardekop. Beneden in de tuin kijken minstens dertig mensen. Ze applaudisseren en lopen hard weg voordat ze om een donatie gevraagd kunnen worden. Ik bel de organisatie. Visuele afscherming kan niet meer geregeld worden.

Vlak voor de show van negen uur willen we de bouwlampen aansteken. Allebei zijn ze stuk.

We bouwen af in het donker. Op onze speelplek is geen licht voorzien.

We hebben nog drie dagen te gaan.


Positief

augustus 17, 2012

Laat ik positief blijven en doen alsof iedereen aardig is. Laat ik positief blijven en vìnden dat iedereen aardig is. Laat ik positief blijven en er vanuit gaan dat iedereen alles goed bedoelt. Het is hard werken. En ik weet niet of het lukt.


Hufter van middelbare leeftijd

juli 30, 2012

Ik sta in de hal van de Albert Heijn. Buiten regent het. Als ik me tussen de wachtende mensen door naar buiten wurm schudt een binnenkomende man zijn paraplu uit. Ik sta in de vuurlinie. Ik zeg “Dank u wel.” Hij zegt met een koude blik en zonder greintje humor “Graag gedaan.”


Liftster

juli 23, 2012

Langs de weg loopt een vrouw. Af en toe draait ze zich om en steekt ze haar duim op. Ik geef een ruk aan mijn stuur, trap op de rem en kom naast haar tot stilstand. Ze wil naar Waarschoot. Zo’n kilometer of zes verder.

Als ze zit vertelt ze dat ze tijdens het winkelen ruzie kreeg met haar vriend. Dat hij met auto, huissleutels, geld en telefoons is weggereden en haar op de parkeerplaats achterliet. Dat ze aan de buren een ladder zal moeten vragen om door een raampje naar binnen te klimmen.

Ze kijkt strak voor zich uit. En vertelt dat het niet de eerste keer is dat hij haar heeft laten staan. De vorige keer gebeurde het in Cadzand. Na een lange strandwandeling. Ook toen nam hij haar geld en telefoon mee. Ze heeft er twee uur over gedaan om thuis te geraken.

Ik vraag of ze hem niet verteld heeft dat hij dat nooit meer moet doen. Ze zegt van niet. Daarna zegt ze, met zachte stem, dat ze dat dit keer maar wel gaat doen.


Klikspaan

juli 4, 2012

Een dorp hier dichtbij. Een doopfeest. Een feestganger zegt tegen de kersverse vader “’t Is nie van u, ’t is van de patron.” De toch-geen-vader pleegt zelfmoord.

Zou die feestganger nog in de spiegel kunnen kijken ’s ochtends? Of krijgt de vrouw de schuld in de schoenen geschoven?


Identiteit

maart 1, 2012

Toen ik eind vorig jaar het gemeentehuis binnen liep keek de mevrouw achter de balie van burgerzaken me angstig aan. “U komt toch niet voor een identiteitskaart hoop ik?” vroeg ze, “want daar hebben we een tijdelijke stop op moeten zetten vanwege het enorme aantal aanvragen nu hij gratis is.” Ik kon haar geruststellen. Ik kwam slechts mijn rijbewijs verlengen.

Vandaag keek de mevrouw achter de balie ontspannen. Ze glimlachte zelfs toen ik om een identiteitskaart vroeg en haar mijn dikke paspoort gaf dat niet in mijn portemonnee past. Ze nam vier elektronische vingerafdrukken, liet me mijn handtekening zetten, plakte mijn pasfoto op een kaartje, toetste nog iets in op de computer en overhandigde me een afhaalbon. “Dat is dan veertig euro en vijf cent,” zei ze. “Maar de identiteitskaart was toch gratis?” reageerde ik verschrikt. “Dat hebben ze na 3 weken al teruggedraaid,” antwoordde ze. “Het kostte de staat teveel geld. Eigenlijk is het maar een paar dagen zo geweest dat je die aanvraag kon doen. De rem is er meteen op gegaan.” “Oh,” zei ik, “maar dan ligt de zaak anders. Dan hou ik het wel bij mijn onhandige paspoort.” “Dat kan niet meer,” was het antwoord. “De aanvraag is in behandeling en kan niet worden teruggedraaid. Veertig euro en vijf cent alstublieft.”

Fotografie: Louis Haagman


Filicudi

februari 24, 2012

Hij belde vanaf Filicudi om te zeggen dat ze zo blij met hem waren. Ze waren het eiland gaan verkennen en de filmploeg was vol goede moed over het project. Zo fijn dat ik hem had aangemoedigd om de klus aan te nemen. Hij belde met het nieuws dat hij door zijn rug was gegaan. Dat hij ondanks de bijna ondraaglijke pijn had lopen slepen met apparatuur. Dat iedereen hem dankbaar was. Hij belde om te zeggen dat ze een dag storm hadden gehad en dat dat de nekslag geweest was. Hij kon niet meer lopen en leden van de filmploeg verzorgden om beurten zijn rug met ijscompressen. Hij belde om naar me uit te halen. Hij had een e-mail onderschept die ik naar een vriend had gestuurd. Hij kon me niet vertrouwen.

Weken later werd ik gebeld door een onbekende vrouw. Die niet begreep waarom hij was verdwenen. Na die romantische vakantie op Filicudi.


Slaapkamerperikelen

februari 17, 2012

Zij: Hou je nog wel van me? We hebben nooit meer seks.

Hij: Natuurlijk schat. En ik wil heel graag. Echt waar. Alleen doet vrijen enorm veel pijn.

Zij: Ik heb een afspraak voor je gemaakt in het ziekenhuis. En ik ga mee. Want dit klinkt niet goed.

Zij: Lieverd, doe nou alsjeblieft wat de uroloog voorstelde. Het is echt maar een kleine ingreep.

Zij: Schat, ik vind het helemaal niet lelijk, je besneden piemel.

Hij: Iedereen kijkt verdomme naar me, in de sauna.

Zij: Lieverd, je hebt toch niet nog steeds last?

Hij: Ik verga van de pijn. Sorry schat.

Zij: Toch maar even terug naar het ziekenhuis dan. Wel gaan hoor.

Hij: Het is een gezwel in mijn onderrug. Wel goedaardig. Als ik een erectie krijg dan drukt-ie daar vanbinnen tegenaan. Dan sterf ik van de pijn.

Hij: Het lukt echt niet meer. Of alleen met heel veel pijn.

Zij: Arme…

Hij: Morgenavond wordt het weer erg laat. Ik kan pas midden in de nacht afbouwen. Wacht maar niet op me.


Telefoon

februari 15, 2012

Ik word opgebeld. Of ik weet waar T is. De vrouw aan de andere kant van de lijn legt uit dat T van de ene op de andere dag verdwenen is. Terwijl ze zo’n goede relatie hebben. En haar dochtertje zo gek op hem is. Ze vraagt of T al een beetje over de dood van zijn moeder heen is. Want het is toch niet niks als een zoon maandenlang aan het ziekbed van een ouder gekluisterd zit en haar daarna ziet overlijden. Ze heeft een gedicht voor hem gemaakt om hem te steunen. Ze huilt. Ze denkt dat ze misschien zwanger van T is.

Ik bel T. Vertel over het telefoongesprek. “Mijn moeder dood?” zegt T, “belachelijk! Mijn moeder leeft nog.” “Ze denkt dat ze misschien zwanger van je is,” zeg ik. “Ik heb alleen met haar gegeten,” zegt T. “Ze is verdrietig,” zeg ik. “Ik heb alleen met haar gegeten,” zegt T.


Snelweg

januari 21, 2012

Het is nacht. Een bord zegt dat ik 130 mag. Ik rijd 80. Het regent zo hard dat ik moeite heb de weg te zien. Af en toe licht de hele wereld lila op. De donder hoor ik niet vanwege het geraas van de druppels op voorruit en autodak. Af en toe schiet een dikke auto me voorbij. De regen verandert in natte sneeuw. Het zicht wordt nog slechter en de weg slaat wit uit. Ik vraag me af hoe glad het is.

Ik zie op mijn telefoon dat ik een gemiste oproep heb. Bij het eerstvolgende benzinestation ga ik van de snelweg af en zet mijn auto op een parkeerstrook. Ik hang onderuit in de stoel en verstuur een sms. Als ik weg wil rijden zie ik in mijn zijspiegel dat er iemand aankomt. Ik hou in om hem voor te laten gaan. De auto vermindert vaart en lijkt te gaan stoppen. Ik geef gas en hij komt alsnog langszij om schuin voor me stil te gaan staan. Op de weg. Als ik om hem heen manoeuvreer kijkt de bestuurder me aan. En lacht zich rot.

Fotografie: Louis Haagman

 


Sorry, maar nee

januari 20, 2012

Ik heb een schijthekel aan mensen die geen sorry kunnen zeggen. En ik ontplof bijna als meerdere keren per dag niet-sorry-mensen mijn pad kruisen. Zonder sorry kan ik niet vergeten.

Apple zegt ook geen sorry. Ze gooien met een grote zwier iWeb uit iLife. Ze dwingen je om je software update via de “Apps store” te doen en je met je hele hebben en houwen aan te melden bij hun winkel. En ze knallen ongevraagd je nieuwe computer vol oude e-mails.

Ik rijd naar het dorp en zeg geen sorry. Ik trap het gaspedaal belachelijk diep in en bries als er iemand in de weg rijdt. Ik vloek als een dokwerker en lever overal commentaar op. In het begin moet ik nog om mezelf lachen. Maar als dan thuis de zoveelste niet-sorry-situatie zich aandient knallen de deuren en schreeuw ik mijn keel schor.

Fotografie: Louis Haagman

 


Griek

januari 11, 2012

Vier uur in de ochtend. Dronken keek ik naar het loszittende stuur van mijn vouwfiets. Met de fiets aan de hand begon ik aan de wandeling Oude Beestenmarkt-Brugse Poort. Een kalende man bood aan me naar huis te brengen. Als hij zijn auto kon vinden. Hij vond zijn auto niet en ik wandelde voort. Een andere man bood zijn diensten aan en boog zich over mijn fiets. Ik draaide aan moeren en bouten, verloor mijn evenwicht en viel over mijn fiets heen. Toen ik weer stond bleek de ketting van het tandwiel afgeschoten te zijn. De man grijnsde en maakte een hulpeloos gebaar.

Hij vertelde dat hij Grieks was. Vertelde over zijn familie in Griekenland. Zei dat hij naar Mariakerke moest. Stond erop met me mee te lopen.

Met mijn stuur min of meer vastgezet – mijn niet afhoudende gefiedel met bouten moet iets hebben opgeleverd – sprong ik in het zadel en peddelde als op een step, maar dan met de voeten aan weerszijde van de fiets, richting huis. De Griek was vergeten. Ik voelde de wind in mijn haren en dacht waanzinnig hard te gaan. In een mum van tijd stond ik voor de voordeur. Terwijl ik in mijn jaszak naar de sleutel zocht dook de Griek naast me op. In mijn geestesoog zag ik hem achter me aan galopperen. Met de deur open duwde de Griek me naar binnen en begon me te kussen. Ik zag in close-up de stoppels op zijn kin en zijn slechte tanden. Ik werd boos. Ik blies mezelf op, maakte me breed, elleboogde hem schreeuwend naar buiten en smeet de deur dicht.

Ik keek nog even naar het grote raam aan de straatkant om te zien of er geen baksteen doorheen zou komen. Daarna poetste ik mijn tanden, schonk mezelf een glas water in en ging naar bed.


Vriend

januari 10, 2012

Ik had eens een vriend die privé e-mails las. Die klaagde dat als hij naast een ander gezet zou worden ik niet hem maar de ander zou kiezen. Die zei alleen maar gelukkig te willen zijn en was dat nou zoveel gevraagd? Die buikpijn kreeg van relationele problemen.

Ik kreeg een telefoontje van een vrouw die wilde weten waar de vriend was. Omdat hij niet op was komen dagen op de vlokkentest. Omdat hij ook haar vriend was.

Fotografie: Louis Haagman


Ridder

december 20, 2011

Mijn vriendin S en ik logeerden bij mijn nieuwe vriend op zijn boot. We zaten aan een glas tawny port uit mijn geboortejaar – kado van vriend T – toen er een auto de kade op geraasd kwam, er een portier knalde en we een vrouwenstem hoorden gillen: “T, waar ben je klootzak!” Vriend T begaf zich naar het dek. S en ik hoorden het brommen van stemmen. Ik liep binnendoor naar de stuurhut om iets te pakken. “Is ze dat? Je nieuwe vriendin?” hoorde ik. “Mag ik ‘r niet zien? Wie ben ik dan, klootzak? Je Turkse hoer?!” Snel liep ik terug naar de roef waar op hetzelfde moment T binnen kwam. “Dat was A,” zei hij. “Ik heb haar eens geholpen en nu kom ik niet meer van haar af. Ze hangt continu rond bij haar junken-vriendjes en wil dat ik voor haar ga zorgen. Alleen maar omdat ik haar vader ken. Weet je nog dat ik begin mei in Zuid-Afrika was? Dat was bij haar vader. Daar was ze nog leuk.” We hoorden een auto weg rijden.

Een paar minuten later kwam de auto weer terug gescheurd, knalde wederom het portier, rende T naar buiten en hoorden S en ik als in een hoorspel met maximaal volume: “T zou de ridder zijn op het witte paard. Nou, ik kan je vertellen T WORDT VADER IN JANUARI!!!”

Het rekenwerk was simpel.


Verstopbroek

november 30, 2011

“Heeft u nog klachten?” vraagt de gynaecologe van het Erasmus MC. Ik ken haar niet. De professor waar ik het goed mee kon vinden is met pensioen en deze vrouw met beoogschaduwde wrat op haar ooglid zit op zijn stoel. “De klachten zijn eigenlijk minder geworden,” antwoord ik. “Maar wilt u er niet iets voor hebben?” vraagt ze. “De klachten zijn minder geworden en ik heb er nooit wat voor willen hebben dus nu zeker niet,” leg ik uit. “Maar er zijn middelen voor,” dramt ze.

Ik lig op de gynaecologenstoel naar het systeemplafond te kijken als ze een wel erg lompe opmerking maakt. En nog eens maakt. En nog eens. “Het is niet echt aardig wat ik nu zeg hè?” vraagt ze. “Nee, het is niet aangenaam nee,” antwoord ik netjes. Ze laat de co-assistente meekijken. Ze rommelt rond. Doet me pijn. “Mevrouw, waar is uw baarmoeder?” vraagt ze.

Op de terugweg van het ziekenhuis koop ik een broek. Geen vintage dit keer, maar een echte nieuwe dure. Kan ik mijn baarmoeder nog beter verstoppen.


Circusplaneet

november 25, 2011

Op naar de Circusplaneet. Rustig aan, zeg ik tegen mezelf, maar schuif wel iPod en speakers mijn rugzak in.

Er zijn maar zeven beginners voor de luchtacrobatiekles. Ik laat ze het Etude-5-gedeelte van stRINGs zien. Ze mogen stukjes ervan zelf proberen. Iedereen behalve B piept van de pijn. Iedereen vindt het leuk.

Van de gevorderden zijn er maar twee. De derde is te voet gesignaleerd. Belgen nemen nooit een passagier achterop de fiets. ’t Is “Hey, ben je pas hier?” en doortrappen. Om de tijd tot de derde arriveert nuttig te besteden laat ik het Etude-5-gedeelte van stRINGs zien. De gevorderden willen doeken doen, geen ring. Tijdens de doekentraining vragen ze of ik niet kan laten zien wat ik in de doeken doe. Ik verplaats iPod en speakers en doe mijn doekenact.

In de kleedkamer slaat de ontzetting toe. Tijdens de les zijn er inbrekers binnengekomen en hebben geld, een dure telefoon, een portemonnaie met passen en een kabeltje meegenomen. Mijn spullen lagen veilig in de zaal. Ik voel me schuldig.


Schoolfotograaf

november 20, 2011

Op de lagere school kwamen vier mannen van buitenaf. Naast de saaie en stoffige pastoor kregen we bezoek van de schooltandarts, de schooldokter en de schoolfotograaf. De schooltandarts was gevreesd. Kinderen werden huilend naar zijn groene bus gebracht en kwamen er met bloedende monden weer uit. De hele klas was bang als de groene bus naast de school werd geparkeerd. Alsof het een mobiele martelkamer betrof en je nooit wist wanneer het jouw beurt zou zijn om afgevoerd te worden. Over de schooldokter werd gefluisterd dat het een viezerik was. Hij zou in je broekje kijken om te zien of je aardbeien had.

De schoolfotograaf had zich geïnstalleerd op de zolder van de school. Het was een loensende man met een groenbruin maatpak en levervlekken op zijn handen. Toen mijn broertje en ik op het aangewezen bankje hadden plaatsgenomen trok hij zachtjes foeterend een kam uit zijn binnenzak om die hardhandig door mijn haar te trekken. Mijn broertje werd onrustig van het wachten en begon wat te bewegen, waarop de fotograaf hem een tik op de benen gaf. Ik was bang, mijn broertje niet. Toch trok ook hij op commando zijn beste lach tevoorschijn.


Kousenman

november 9, 2011

In het dorp is de markt half verlaten. De kousenman staat niet meer op de Markt zelf maar op het Ledelplein. Hij is panty’s aan het sorteren als ik aankom en laat me, zoals gebruikelijk, net iets te lang wachten. Ik vraag om de dunne witte kniekousen die ik al eens eerder bij hem gekocht had en hij vraagt “Welke kleur? Ze zijn er in alle kleuren.” Ook wilde ik graag rode netpanty’s voor stRINGs. Na lang zoeken trekt hij er twee tevoorschijn.

Bij het uitschrijven van de bon zegt hij de datum niet te weten maar dat dat hem ook niet uitmaakt. De panty’s schrijft hij neer voor vijf euro per stuk. Op Marktplaats staan ze voor twee euro. BTW gist hij. Zegt “Dit moet ongeveer oké zijn.” Bij zuchtend toch correct berekenen blijkt hij zestig cent te hoog hebben gegokt en maak ik een flauw grapje over fraude. Hij kijkt me in de ogen terwijl hij me de plastic zak met beenmode overhandigt en zegt “Met dit soort dingen kun je niet genoeg frauderen. Onthoud dat maar.”


La Trampa

november 4, 2011

Als ik van het erf richting dorp kijk zie ik hopen aarde, gestort voor de aanleg van het nieuwe fietspad. Achter die hopen weet ik La Trampa. In La Trampa woont de man die we allemaal proberen te vergeten.

Zo’n dertig jaar geleden kwam de man wel eens bij ons op het erf. Op zijn hurken zittend praten met mijn vader terwijl die palen in de grond hengstte, puin stortte, of prikkeldraad spande. Binnen kwam hij nauwelijks. Mijn moeder moest niets van hem hebben en vond dat hij muf rook. Zijn auto was herkenbaar door de extreme traagheid. Op zijn fiets reed hij liggend op zijn stuur en met een sjekkie in zijn mondhoek.

Er kwamen jongens bij hem over de vloer. Zo tussen de twaalf en vijftien jaar oud. Geen meisjes. De enige vrouw die er ooit binnen schijnt te zijn geweest is M van Jan Pupe, die zich mocht rekenen tot een van de minst vrouwelijke vrouwen van de streek.

La Trampa was spannend. Ik hoorde de verhalen. Er waren wapens, verboden boeken, er mocht wiet gekweekt worden in de achtertuin en er was een pingpongtafel. Er werd over interessante dingen gepraat. Want de man van La Trampa is niet dom en wist waar jonge jongens warm voor lopen.

Jaren later kwamen de verhalen van het misbruik. Die nooit verteld konden worden toen het hoog nodig was. De misdaden waren verjaard en de jongens die intussen mannen waren, ouders en politie waren machteloos.

Gisteren keek ik naar “Tierra” van Julio Medem en kwam erachter dat La Trampa “De Val” betekent.


Kind

november 2, 2011

De kapster waar ik al zeven jaar kom verandert me in een poedel. Voor de zoveelste keer knipt ze er tien centimeter vanaf in plaats van het gevraagde kleine beetje. Als ik de kappers-crème uit mijn haar was en het föhn-vrij z’n eigen weg krult sta ik vloekend voor de spiegel. Mijn haar is niet eens meer lang te noemen.

Pas nu begin ik me af te vragen waarom ik toch telkens naar haar terug blijf gaan. Het is niet de eerste keer dat ze me overknipt. Komt het doordat ze zo streng kijkt en meestal helemaal niet aardig is? Dat ik het gevoel heb dat ze me gedoogt en dat ik dankbaar moet zijn dat ze me überhaupt in haar zaak toelaat? Ik snap niet hoe ik bij het idiote idee ben gekomen dat alleen zij me goed kan knippen en dat alles wat ze zegt of vindt de waarheid is. Hoe kan het dat ik me blijkbaar door arrogantie laat manipuleren?

Ze weet dat ik mijn haar zo lang mogelijk wil. Als ik naar foto’s kijk uit het jaar dat ik vreemd ging is mijn haar prachtig lang. Daarvoor kreeg ik, terug bij haar na een wat minder geslaagde knip- en verfbeurt, een flinke uitbrander en werden de lange lokken er bijna helemaal afgeknipt. “Pas na de volgende keer zal het weer goed zitten,” zei ze. “Als ik nu alles zou proberen repareren zou je niets meer over hebben.” En ik geloofde het.

Waarom? Ik lijk wel weer tien te worden als ik in die stoel zit met de juf-achtige vrouw achter me. En zeg nog “Dank u wel, het is prachtig” ook als ik betaal.


Geurspoor

september 20, 2011

In mijn boek lees ik dat de Indiaanse chauffeur kan ruiken wanneer de sjieke dame seks heeft gehad. Beangstigend idee. Zo heb ik ook wel eens gehoord van een jongen die kon ruiken wanneer een vrouw ongesteld was. En dat doet me weer terugdenken aan mijn middelbare schooltijd, aan het lange blonde meisje in mijn klas met wie ik in de pauze at en bij wie ik me regelmatig afvroeg of ze vis op haar brood had of dat het de tijd van de maand was.

Ik weet niet of het te ruiken is en al helemaal niet of de geclaimde specifieke geur wel het meest opvallende kenmerk is van de après-seks-vrouw. Of beter gezegd, de après-goede-seks-vrouw. Ik neem aan dat de vrachtwagenchauffeurs die na een middagje intimiteit naar me toeteren (wat ze op een doorsnee dag niet doen) hiertoe niet worden aangezet door een potent geurspoor dat ik over de snelweg trek. Wat het is weet ik niet, dat er een verschil is weet ik wel. In het gewone leven word ik bijna nooit nageroepen, maar vlak voor of na een afspraak met lichamelijkheid hangen mannen opeens uit autoraampjes, worden er complimentjes gemaakt over figuur, benen, het algemene lekker-wijf-zijn en wordt er overdreven vaak en gulzig kijkend gegroet. Ik vind het wel grappig en groet vrolijk terug, maar realiseer me terdege dat deze Gerard van de frietkraam, Jaap de zwerver en de jonge gast in de veel te dure auto nou niet echt de mensen zijn die ik zou uitzoeken voor communicatie die verder gaat dan één zin.

Een tijdje geleden maakte ik echter het toppunt mee. Tussen Breda en Antwerpen werd ik ingehaald door een auto die me maar niet voorbij wilde rijden. Erg irritant omdat ik daardoor in moest houden voor een langzaam rijdende auto voor me. De niet-inhaal-auto haalde uiteindelijk mij en de langzame auto in en ging er zacht voor rijden. Ik de langzame auto en de irritante auto weer inhalen. Niets aan de hand. Gebeurt zo vaak. Beetje onhandig rijgedrag, denk ik dan. Ik dacht in een flits gezien te hebben dat er een blonde vrouw achter het stuur zat en vroeg me opeens af of ze me niets had willen zeggen. Misschien deed één van mijn lichten het wel niet of was er iets anders waarop ze me attent wilde maken. Maar geen van de andere weggebruikers reageerde vreemd op me. Een paar minuten later echter, kwam dezelfde auto weer naast me rijden, precies op een stuk waar het verder enorm stil was. Ik hield wat in. Verdorie, de auto naast me ging ook langzamer rijden. Ik keek opzij om te zien of er iets aan de hand was en keek recht in het gezicht van een geil grijnzende blonde kerel, die niet op de weg keek, maar alleen naar mij. Ik keek snel weer voor me en gaf gas. Hij ook. Kilometers lang, en alleen in de verte achterlichtjes van auto’s. Pas toen we die naderden en ik van 140 km/h terug ging naar 120 km/h taaide hij af. Ging hij achter me rijden. Goed herkenbaar omdat één van zijn koplampen het niet goed deed. Wat wilde die kerel? Me dwingen tot stoppen? Of dacht hij dat ik als hij maar lang genoeg aanhield ik vrijwillig op de pechstrook zou parkeren en mezelf aan zou bieden? Of was het niets meer dan puur intimidatie?

Later, bij een stoplicht in Antwerpen, kwam er weer een auto naast me gezoefd. Aan een stoplicht is dat natuurlijk te verwachten, dus ik keek even opzij om te zien of deze automobilist misschien wat over mijn auto te melden had. Zat er verdorie weer een geil grijnzende vent in die traag en likkebaardend naar me zwaaide.


P

juli 28, 2011

Het is herfstachtig en de koffie smaakt bijzonder goed, zo vlak voor de training. Opeens moet ik denken aan een rare e-mail-wisseling van een kleine twee jaar geleden. Hieronder het verhaal:

Ik voelde me de laatste dagen wat ongemakkelijk. Met mijn werk hobbel ik een beetje van de ene afzegging naar de andere, buiten zie ik de blaadjes vallen en veel vrienden lijken door een wat moeilijkere periode te gaan.. Opeens had ik een briljante ingeving en dacht: ik ga me weer eens inschrijven op e-matching. De eerste drie weken gratis, dus wat heb ik te verliezen? Is er in ieder geval eens wat actie in de tent en weet ik weer eens hoe ik tegenover mannen sta. Ik merk snel genoeg of ik open sta voor nieuwe contacten of dat mijn impuls is om alles af te houden.

Wat kan ik zeggen, je weet hoe het is op die dating-sites. Het bladeren door de foto’s blijft deprimerend. Teveel oh jee’s. Mannen die zichzelf promoten met een groot glas bier in de hand of zittend aan een tafel vol eten, mannen met zonnebrillen (vind ik meteen verdacht, denk ik: wat verberg je? durf je je niet te laten zien?), mannen stoeiend met joekels van honden, mannen die een foto plaatsen van zichzelf met hun kinderen maar dan de gezichtjes huidkleurig egaal fotosjoppen waardoor je eerst de impressie krijgt dat ze met een lappenpop op schoot zitten en als je beter kijkt denkt dat ogen en neus met Hansaplast afgetaped zijn. Roept bij mij meteen Fritzl-achtige associaties op. Veel mannen willen erg graag in actie gezien worden. Ongetwijfeld ter promotie van de viriliteit. Opvallend veel zeilbootmannen kwam ik tegen op e-matching, maar ook mannen in de branding, mannen in de bergen,  mannen op de skipiste en mannen met auto of motor. Op de één of andere manier werkt dat niet echt voor mij. Ga ik me alleen maar afvragen wie er achter die pose zit en betwijfel ik of ik dat wel echt wil weten.

Als ik al een oké-ogende man zag en doorklikte naar zijn profiel kreeg ik de volgende bekende afknappers voor mijn kiezen: mannen die een maatje zoeken, die graag met je een glas wijn voor het haardvuur drinken en een DVDtje met je willen kijken, die zeggen geen prins op een wit paard te zijn of zeggen dat ze er volgens hun vrienden heel goed uitzien en een flinke dosis humor hebben. Mannen die wachten op de “klik” met hun “soulmate”. Ik krijg er de bibbers van. Het is verbazingwekkend hoeveel de meeste profielen op elkaar lijken. Kopiëren ze die van elkaar? Vrouwen willen toch helemaal geen dertien-in-een-dozijn-man? Of stiekem wel? Ik ben toch niet de enge uitzondering?

In ieder geval…

Toen ik P’s foto zag dacht ik in eerste instantie: oei, wat een harde ogen! Maar ja, hij zag er parfumreclame-modellerig-goed uit als je van de militaire look met kort gel-haar houdt. Hij deed me een beetje aan Michiel, de ex van Sara denken, en tsja, om eerlijk te zijn, Michiel vind ik niet interessant. Allemaal leuke voortekenen waar ik niet naar luisterde. Want wat is er mis met ervaren, zeker als je veilig achter de computer zit?

Hij noemde zichzelf Psssthoi. Niet heel erg fout. Romeo is erger. Of Druppeltje. Of Binkie. Het is jammer dat hij nu zijn profiel onzichtbaar heeft gemaakt, maar er stond in ieder geval in dat hij erg tevreden was met zichzelf, onconventioneel en ontwikkeld. Een pestend extravert gevoelsmens met vast ook weer humor en empathie en zeker een aantrekkelijk uiterlijk.  Dus ik stuurde hem een berichtje waarin ik interesse toonde en zei niet te denken aan de gevraagde criteria “”gematigd en stabiel” te voldoen. Ik kreeg een “Dag jongedame”-mailtje terug waarin hij zei dat hij het leuk vond dat ik van uitdagingen hield en dat dat goed uit kwam want dan was ik bij hem aan het juiste adres. Hij zei wel een overdadig knuffeldier te zijn en maande me die uitdaging te voelen. Beetje gek verwoord, vond ik wel. Alsof ik me schrap moest zetten voor een op handen zijnde knuffelaanval. Leek me toch een beetje aan de vroege kant. Dus mailde ik terug dat ik van een random-knuffeldier misschien wel heel hard zou gaan rennen (even een beetje intomen, die man), maar dat ik nieuwsgierig was. Maar kijk, hij draaide bij en mailde dat zijn knuffelen niet random was maar dat passie en verliefdheid een voorwaarde voor hem waren om “iemand oprecht te omhelsen”. Yep, omhelzen met een “s”. Klein foutje, maar wel opgemerkt. Dan denk ik meteen: maar hij profileert zich toch als ontwikkeld en herinner ik me nou niet dat hij ook zei op zoek te zijn naar een ontwikkelde vrouw? Tegelijkertijd denk ik: niet zo mierenneuken Es, je maakt zelf ook wel eens fouten. In zijn zelfde mailtje de weinig opwindende uitspraak dat hij het heerlijk vindt om in bed met een bakje koffie samen de krant te lezen. Komt al gevaarlijk dicht bij de wijn en het haardvuur. Ik ga hier vrolijk in mee, gooi nog wat croissants in de strijd en draai het onderwerp weer een beetje mijn kant op door te opperen dat actie en onverstandige dingen doen ook erg leuk kan zijn. Dat lijkt hij wel leuk te vinden en noemt wat stoere dingen op die hij gedaan had waaronder seks hebben in een paskamer, waarna hij vraagt of ik nog durf. Ik negeer maar even die seks-strofe en zijn “liefs” onder de mail, keuvel wat over mijn reis naar Barcelona, zeg dat ik nog durf en geef hem gewoon groetjes. Misschien niet heel sportief of empathisch, maar ik wéns hem geen liefs, ik kén de man niet eens.

Natuurlijk wist ik in dit stadium al dat P op alle fronten niet mijn man was, maar ik begon wel erg benieuwd te raken naar waar dit op uit zou draaien. Hij was zo overduidelijk aan het hinten naar lichamelijkheden en deed zo hard zijn best alle conversaties om te buigen naar seks. Intrigerend en ook een beetje zielig omdat het zo verdomd doorzichtig was.

Intussen kreeg ik nog fijn wat quasi-filosofisch geneuzel op mijn bordje gegooid dat zou moeten bewijzen dat hij op meer dan één vlak aantrekkelijk was. Zo vergastte hij me op de wijsheid: “Tussen onderbewust en bewust zit een continuüm. Soms doe je dingen, die, als je later op een hoger bewustzijn verkeerd, pas kunt ‘plaatsen'”, (Goed P, twee taalfouten. Zat jij in het onderwijs?) uitte nog wat gemeenplaatsen en – verrassing – vertelde nog even dat wat seks betreft (volgens hem sex) hij een behoorlijk hete dondersteen is en van leuke locaties houdt die hem het stiekeme pubergevoel weer teruggeven. Is ook wel leuk, dat moet ik toegeven, maar jemig wat zakte mijn broek af bij de zin die daarna kwam: “Ik voel aan mijn water dat je glimlacht bij de laatste alinea”. Waaaahhhh!!! Verschrikkelijk!!!! Nee P, ik heb NIET geglimlacht.. En als ik dat wel zou hebben gedaan zou die door jouw woorden op mijn gezicht getoverde glimlach door die zin in één keer zijn weggevaagd. Zijn afsluiter was navenant: “Dus wil je een vent met ‘body en brains’ dan ben je aan het juiste adres”.
Ik weet het niet hoor. Is het werkelijk zo triest gesteld met mannen of is dit een uitzondering? Dit exemplaar lijkt te verwachten dat ik in katzwijm lig door zijn diepzinnige uitspraken, hem stoer en aantrekkelijk vind, zijn mannelijke dominantie opwindend vind, met een beetje aanmoediging wel in zal zijn voor een robbertje seks en vooral dat ik niet in de gaten heb hij waar hij het op aanstuurt. In zijn mail-stem klinkt geen enkele zelfspot door, enkel arrogantie.

Ik speelde het spelletje nog steeds mee en vertelde hem over mijn spannende plekken waarna ik zei dat ik het leuk zou vinden meer foto’s van hem te zien. Het antwoord kwam snel: “Mogen naaktfoto’s ook? Ze zijn gemaakt door een professionele fotograaf en soms lig ik met de billen bloot voor een clubje schilders”. Hij was niet te verlegen om meteen ook mij maar om naaktfoto’s te vragen onder het motto “laten we maar eens gelijk ‘gek’ doen”.

Ik beloofde te zoeken in mijn portretfoto’s maar stuurde niets. Tot mijn verbazing kreeg ik de volgende dag een mail met als titel “de foto’s”. Wat heb ik gelachen zeg! In de bijlage een zwart-wit-foto van hem in spijkerbroek voor een ouderwets ogend gordijn. Fotomodellenpose en mooi ontbloot bovenlichaam waaraan zichtbaar was dat moeite was gedaan om elke spier goed uit te laten komen. Ik hoorde hem al aan de fotograaf vragen: “Ogen ze zo het best of moet ik nog een beetje draaien?”. Op de tweede foto een hurkende naakte P voor hetzelfde gordijn. De pose kan niet ontspannen zijn geweest want in plaats van te steunen op de volle voet balanceerde hij op zijn tenen. Op een lelijke tegelvloer waar heel slordig een elektriciteitssnoer over lag.. In dit beeld kwam zijn slappe zwarte piemeltje met zakje dat onder zijn wel goed uitgelichte bovenbenen bungelde wel erg raar uit. Als een terzijde. Maar het meest idiote was dat hij zijn gezicht onherkenbaar had gemaakt met grote zwarte rechthoeken. De enige zin in zijn mail luidde: “Om redenen van discretie heb ik mijn gezicht afgeplakt”. Superdiscreet. Wel geslacht, geen gezicht. Klasse.

Toen ik uitgelachen was heb ik hem gemaild dat hij een mooi lichaam had en dat ik snapte waarom hij zijn gezicht had afgeplakt, maar dat ik het wel jammer vond van het plaatje. Ik heb hem twee onduidelijk kunst-foto’s gestuurd waarvan ik het prima vind als de hele wereld ze ziet en vertelde P wat over de achtergrond van die foto’s.

Het is toch vreemd. P zei dan in een eerder mailtje wel lak te hebben aan meningen van anderen, maar was blijkbaar toch bang dat ik foute dingen zou kunnen doen met zijn beeltenis. Waarom hij ook de spijkerbroekfoto onherkenbaar had gemaakt was me duister tot een paar minuten geleden. Hij heeft me namelijk weer een mailtje gestuurd (hij weet van geen ophouden) met in de bijlage de ongecensureerde spijkerbroekfoto. En daarop is zijn gezicht wel heel erg eng…

In zijn volgende mailtje reageerde P totaal niet op mijn foto’s noch op wat ik geschreven had. Wel stuurde hij nog een foto, dit keer van zijn gezicht. Hij kreeg van mij weer een complimentje retour over zijn mond en een leuke foto van mijn gezicht. Daar reageerde hij als volgt op (ik knip en plak het maar gewoon even): “Dank wederom voor het compliment en jouw mond is er 1 om te zoenen. Mooie eerste foto’s met sluitertijd en belichtingsexperimenten. Ik zal Bart (van de foto’s) eens vragen of hij ook eens zo’n sessie wil maken. Ik kijk hem gewoon lief aan want hij is homosexueel en gooi gewoon mijn vrouwelijke charmes in de strijd.  ;-)”

Dat kan toch echt niet? Even doodleuk aankondigen dat hij plagiaat gaat plegen. En dank wederom? Heb ik ergens overheen gelezen? Nee. Hij gaat simpelweg zo in zichzelf op dat complimenten zo vanzelfsprekend zijn dat hij niet eens de behoefte voelt erop te reageren. Om mij een compliment te geven over de fototechnische experimenten…

Dus besloot ik hem even te stangen. Grote kans dat zo’n jongen homofoob is dus vroeg ik onschuldig of hij ooit al eens homoseksuele ervaringen had gehad. Hij antwoordde dat hij wist dat deze vraag ging komen (ja,ja, dan wist hij meer dan ik) en vertelde over zijn eenmalige ervaring met ene knappe Kees die hij gepijpt had en door wie hij gepijpt was en die heel lief en begripvol was. Hij noemde het een noodzakelijk levensexperiment. Daarna vroeg hij of ik wilde bellen..

Zoals je begrijpt had ik daar ondanks de nieuwsgierigheid helemaal geen zin in dus zei ik dat ik graag nog even door zou mailen. Omdat ik het leuk vond en meer van hem wilde weten. Wat deed hij bijvoorbeeld in het dagelijks leven? Iets in het onderwijs toch?

Zijn antwoord hierop gaf me pas echt het gevoel dat het met P helemaal niet pluis was. Daarvoor was hij wel dominant en seksgericht, maar gestoord had ik hem nog niet willen noemen. De uitval in deze mail echter had ik met geen mogelijkheid kunnen voorspellen:  “Ik krijg meestal de kriebels als concrete voorstellen worden geparkeerd. Ik wil het hier verder bij laten….” Wat?!!! Ik wilde niet meteen met hem bellen! O jee! Verraad! Afwijzing! Kom op P, laat zien dat je de baas bent!

Ik dacht dat dit het eind zou zijn van ons mailcontact. Hij gaf aan het erbij te zullen laten en ik respecteerde dat en stuurde ook geen mailtje meer terug. Dat kon P echter ook weer niet hebben dus trok hij zijn grote pot mannelijke, verbale  en seksuele agressie open om het volgende over me heen te spuiten: “Trouwens mocht je eens een keer een lekker potje willen neuken, kun je alsnog reageren. Denk je dat je mijn lul volledig in je mond kunt nemen?”. (Uuuhhhh, die zwarte aardbei van de foto? Wat denk je P?)

Ik heb nog niet vaak meegemaakt dat iemand zich zo liet kennen. Het maffe is dat je weet dat hij denkt dat hij me met dit soort woorden wel even een lesje leert. Eerst wilde ik niet reageren, maar later dacht ik: waarom zou ik hem daarmee weg laten komen? En hem een overwinaarsgevoel gunnen? Nee. Ik mailde liefjes: “Vanwaar de agressie P? Groetjes E” waarop hij weer, volledig idioot als een blad aan de boom veranderde en schreef: “Ik ben de belichaming van (oprechte) liefde dus neem geen loopje met me. Mijn liefde moet je verdienen. Ik heb teveel verdriet achter de rug……………….”

Flipperdeflap. Hoe krijg je het uit je strot…

Als uitsmijter kreeg ik vanavond, samen met de enge-hoofd-foto: “Zou je het niet heerlijk vinden, dat jij met je kutje op mijn mond gaat zitten en liefdevol mijn harde pik streeld en zoent. Zijn er nog grenzeloze vrouwen, of kakt het in boven de veertig……….??”

Een relatie? Ik geloof niet dat ik er klaar voor ben.


Klantenbinding

juli 27, 2011

Ik had al een tijdje lopen nadenken over een nieuwe act in de ring met live gitaarmuziek erbij, maar kwam maar niet verder dan een paar trefwoorden en sfeerbeelden. Samen met P naar muziekjes geluisterd, gepraat, gebrainstormd, gelachen en niet echt veel verder gekomen. Totdat ik keek naar de video van een recent solo-optreden waar ik een fijn muziekje onder had geplakt (dank je, M) en dacht: “Amelie!” De kleding (vintage jurkje dat weliswaar tijdens het laatste optreden in flarden was gescheurd), de sfeer (zoals P het verwoordde “licht in plaats van kunstzinnig”) en de techniek (simpele pulley in plaats van motortakel) toverden opeens het beeld van Amelie op mijn netvlies.

Omdat het jaren geleden was dat ik de film had gezien repte ik me naar de plaatselijke DVD-boer en vroeg hem of hij Amelie misschien op voorraad had. Toen dat niet zo bleek te zijn wilde ik al weggaan om hem op internet te bestellen, maar de winkelier haalde me over dat bij hem te doen. “Dan is-ie er morgen.” Hij stond erop om mijn telefoonnummer in zijn computer te zetten en zei dat hij me zou bellen zodra de DVD binnen was.

Als ik iets in mijn hoofd heb wil ik er ook zo snel mogelijk mee aan de slag, dus de hele volgende dag heb ik mijn telefoon in de gaten gehouden, klaar om naar de DVD-winkel te snellen. Niets gehoord. Omdat het die avond toevallig koopavond was besloot ik op goed geluk naar het dorp te gaan en dan maar te kijken of er toch misschien iets voor me binnengekomen was. Bij de winkel aangekomen zag ik tot mijn grote teleurstelling dat de rekken met CD’s en DVD’s die altijd buiten staan weg waren, de ijzeren rolluiken naar beneden waren en het licht in de zaak uit was.

De volgende ochtend, in de winkel, bleek dat de DVD er gewoon was. De dag ervoor aangekomen. Op mijn vraag waarom ik niet gebeld was antwoordde de DVD-man dat hij het te druk had gehad. Waarop ik zei dat ik het dan fijner zou vinden als hij niet beloofde te bellen. “Ik kan toch niet iedereen voor alles gaan bellen,” viel hij uit. “Beloof het dan ook niet. Je bood het zelf aan,” zei ik. “Ik zal ook nóóit meer bellen” snauwde hij en met opgetrokken neus smeet hij me de kassabon toe. Ik kon het niet laten en pareerde met een vriendelijk “Je weet je klanten wel te houden hè?” Met een “Je hoeft hier ook nooit meer te komen!” maakte hij een eind aan onze conversatie.

Niet helemaal wat ik me van de ochtend had voorgesteld.