In de wachtkamer

januari 3, 2017

“Hosker!” zegt de bejaarde vrouw als ze hoort dat de huisarts weg is voor een spoedgeval. Ze gaat zitten en kijkt om zich heen. Ik kijk naar haar. Naar haar pimpelpaarse skijack, grijze wollen broek en gezondheidsschoenen. Ze begint te praten. Met mij. Ze praat over haar wasmachine, haar Miele, haar tweede nog maar. Over hoe haar witte was de witste was is die er bestaat. De mensen nu kunnen dat niet meer, wit wassen. Witte was van nu is groezelig. Maar die van haar niet. Al wast ze hem niet meer op 90 graden. Als ze een nieuwe moest kopen zou ze een 7 kilo model nemen. Want hij zit soms toch wel vol. Ze lacht hard.

Ik kijk naar haar tanden. Ze zijn nog maar zo’n twee millimeter lang en afgebrokkeld. Ik moet denken aan een oude haai.

Ze vertelt over haar CV-ketel die ze al 30 jaar heeft. Volgens de monteur moet hij maar één keer in de twee jaar nagekeken te worden. Omdat de lucht in Oostburg zo schoon is. Veel schoner dan in Terneuzen. In Terneuzen gaan de CV-ketels niet zo lang mee.

Ze praat over de Marokkanen in Vlissingen. Over dat ze wel eens door zo’n straat gelopen heeft. Met junks en van die mensen. Dat was toch wat.

Ik kijk star voor me uit en antwoord niet meer. Ik concentreer me op de pijn in mijn buik en mijn rug.

“Kijk,” zegt ze tegen haar man terwijl ze naar een kunststof draad wijst met een haakje eraan. “Dat is voor de fiffi.” “Wat?” vraagt de man. “De fiffi!” “Oh, wifi,” zegt de man. “Maar neen, dat is om de lijsten op te hangen.”

Ik word binnengeroepen door de huisarts.

 

Advertenties

Ring

december 22, 2015

“Ik zou graag een ring passen die ik in de etalage heb gezien.”
“Wijst u hem maar aan, dan pak ik hem voor u.”
“Het is die gouden met rode steentjes.”
“Deze?”
“Nee, eentje naar rechts.”
“Deze?”
“Ja.”
“Ik moet u teleurstellen. Deze ring heeft donkerblauwe steentjes. Heel donkerblauw. Kijkt u maar.”
“Ik zie het niet.”
“Sinds we zijn overgestapt op LED-verlichting kun je hier binnen de kleuren niet zo goed meer zien.”
“Mag ik hem passen?”
“Maar de steentjes zijn donkerblauw.”
“Ik vind hem mooi.”
“Alstublieft.”
“Hij past precies. Ik neem hem.”
“Dat is een teken. Maar weet u het zeker? De steentjes zijn donkerblauw.”
“Ik vind hem mooi.”
“Veel mensen denken er langer over na.”
“Ik wil hem graag. Ik vind hem mooi.”
“Weet u zeker dat het de goede maat is? Groter maken kost extra geld.”
“Hij is perfect. Dezelfde maat als mijn andere ring.”
“Een ring moet niet te klein zijn. Maar ook niet te groot.”
“Ik wil hem graag kopen. Hij is perfect.”
“Weet u het zeker?”


Bij de juwelier

december 17, 2015

Ik ben bij de juwelier. De watermanhanger van mijn moeder is opgepoetst en fonkelt. De juwelierster nodig me uit om voor de spiegel plaats te nemen. Zodat ik kan zien hoe de hanger staat aan de kortere ketting die ik wil kopen. De hanger is mooi, maar ik val wat uit de toon. Ik draag nog steeds mijn trainingsjasje van vanochtend.

Ik vraag de juwelierster of ze eventueel een bijpassende ring heeft. Ze leidt me langs de etalages en laat me een heleboel ringen zien. Ze geeft uitleg. Over groeimogelijkheden, herkomst, materialen. Ik vind de ringen niet mooi. Ze vraagt of ik er eentje wil passen. Ik zie dat mijn handpalmen nog zwart zijn van het hars van de training van vanochtend. Ik sla haar aanbod af.


Service

oktober 27, 2015

Ik snel naar de balie van de apotheek. Het is nog niet mijn beurt. “Zou ik het toilet mogen gebruiken?” vraag ik aan een blonde assistente. “Ik heb een blaasontsteking.” Het blonde meisje antwoordt dat de apotheek geen openbaar toilet heeft en dat ik naar het Ledeltheater kan gaan. Ik kijk haar verbluft aan en ga weer zitten. Ik heb pijn en moet om de haverklap plassen. Urine en bloed.

Ik hoop dat ik het red tot ik bij mijn auto ben die op de markt staat. In mijn auto heb ik een plastic yoghurtbakje. In geval van nood plas ik daarin. Midden op de markt. Zonder met mijn ogen te knipperen.

Eindelijk ben ik aan de beurt. Mijn dokter moet gebeld worden omdat het recept nog niet binnen is. De blonde assistente zegt dat ik het toilet toch mag gebruiken. Het is op wonderbaarlijke wijze openbaar geworden.


Voetbal

oktober 19, 2015

Ik hoor buiten kinderstemmen. Hard. En gebonk. Ik kijk uit het raam. Ik zie geen auto met portieren die net dichtgegooid zijn. De kinderstemmen klinken nog steeds. Ik kijk naar links en zie een voetbal vanachter de heg rollen. Een jongen van een jaar of twaalf rent erachteraan. Hij heeft blote voeten. Twee jongere mannetjes komen in beeld. En verdwijnen weer. Achter de heg.

Ik ga naar buiten. Leun semi-relaxed op een elektriciteitskastje. De jongens kijken op van hun spel. Ik vraag ze of het niet gevaarlijk is, voetballen zo vlak langs de doorgaande weg. De oudste knikt en zegt dat ze dat ook al bedacht hadden. Dat ze hier spelen is omdat ze geen ander veldje kunnen vinden.

Ik vertel ze dat er een eindje verder een heus voetbalveldje is. Achter de kerk. De jongetjes kijken verheugd. De oudste neemt de bal onder zijn arm en gedrieën lopen ze in de richting die ik ze wijs.

Ik voel me een beetje schuldig. Ik vraag me af of ik wel echt medemenslievend bezig was. Of dat ik me alleen ergerde. Het is vast een mengeling van de twee.


Herrie

oktober 7, 2015

Ik lees. Ik probeer me te concentreren op mijn tekst. Het lukt me slecht. Bij de overburen wordt een terras aangelegd. De terrasman heeft een radio aan staan. Ik hoor het continue gebrom van stemmen.

Ik probeer me niet te ergeren. Ook dat lukt maar met mate. Ik hoor motorgeronk. En het gesnerp van een slijptol.

Ik kijk naar buiten. En zie de terrasman. Met gehoorbescherming.


Ongewenste muziek

september 6, 2015

Om half twaalf ’s nachts word ik wakker. Muziek bonkt in mijn kamer. Even denk ik dat de muziek uit een langsrijdende auto komt. Het bonken houdt aan. Ik vraag me af waar het vandaan komt. Ik ben klaarwakker. Ik loop naar het raam. Er staan geen extra auto’s op de parkeerplaats. Dus een feest in het dorpshuis is het waarschijnlijk niet. Ik doe oordopjes in en ga slapen.

Om half twee word ik weer wakker. Ik vraag me af of mijn oordopjes uit kunnen. Ik haal ze uit mijn oren. Ik hoor het bonken van muziek. Ik doe de oordopjes weer in.