Ratatosk

december 14, 2016

Mijn vingers koud en opgezet
Mijn voeten zijn twee blokken
IJs de lakens van mijn bed
Tot boven opgetrokken

Met lippen blauw en uitgedroogd
Met ogen dichtgeknepen
Schreeuw ik, niemand die me hoort
Je naam totdat ik hees ben

Opeens zie ik, daar bij de kist
“t Is donker, ‘k weet niet zeker
Heel even iets, als in een flits
Een schaduw, een beweging

Daar is het weer – en weer – ik zie
Een eekhoorn, ‘k ben aan ’t dromen
Hoe kan zo’n beestje uit het niets
Mijn slaapkamer in komen?

Mijn hart bonkt hol en uitgeblust
Mijn adem komt in horten
Scherp, de koude nachtlucht kust
Mijn angsten en mijn zorgen

De ochtend raakt mijn rechter wang
De zon komt aangekropen
Eindelijk ben ik minder bang
En doe mijn ogen open

Ik zie de eekhoorn, naast mijn arm
En dichterbij; hij fluistert
Met zachte stem, heel lief en warm
Ik adem uit en luister

Zijn woorden ruisen in mijn hoofd
Als wind door hoge bomen
‘k Weet zeker: Ratatosk belooft
Dat alles goed zal komen

220px-am_738_4to_ratatoskr


Duif

juni 10, 2015

thuis

Duif

Je bent vertrokken
En de duif
Waar ik me zo aan erger
Koert nog steeds

Vanuit mijn bed
Hoor ik je
Aan de achterdeur
En luister
Zonder adem
En luister zonder adem
Tot jij
Niet binnen komt

Mijn bed
Is niet mijn bed
Maar tegels in de badkamer
Waarop ik lig
Zo koud
Zo koud als wind op water
En ik huiver
Terwijl ik luister

Je bent vertrokken
En de duif
Waar ik me zo aan erger
Koert nog steeds

Onder de douche
Denk ik dat
Ik je voetstap hoor
En luister
Draai de kraan dicht
Loop druppend naar de kamer
Waar jij
Niet binnenkomt

Je lach
Is niet je lach
Maar regen op het keukenraam
Waardoor ik kijk
Ik wacht
Ik wacht tot alles zwart is
En ik fluister
Dat ik je terug wil

Je bent vertrokken
En de duif
Waar ik me zo aan erger
Koert nog steeds

Je bent vertrokken
En de duif
De duif, de duif
Koert nog steeds

© Esther van Gorp


Liedjes

februari 19, 2015

P nodigt een man uit om naar onze liedjes te luisteren. Ik ben er niet bij. Ik schrijf de teksten en denk mee, maar P voert uit. De man weet van muziek. Hij heeft gewerkt met Boudewijn de Groot, Doe Maar en The Lau. De man is enthousiast. P is blij. En opgelucht.

Op het eind van de sessie zegt de man dat hij zich de vrouw achter de teksten zo voor kan stellen. Hij beschrijft haar en plakt onder andere het etiket “licht hysterisch” op haar bloesje. Ik denk niet dat ik die vrouw ken.


Wolkenland

januari 8, 2015

Wolkenland

Voor de auto snellen wegen
Naar een horizon waartegen
Bergen leunen koud en zacht
Als pluizen van een schapenvacht

Knipper ik snel met mijn ogen
Komt een windvlaag aangevlogen
Blaast me vierkant aan de kant
En neemt me mee naar wolkenland

Alles is koud
Mijn adem giert
Mijn hart is wit
Was jij maar hier

(De) schreeuw die nagalmt in mijn oren
Wordt gedempt en gaat verloren
In een zachtheid als fluweel
Die deugd doet aan mijn rauwe keel

Een wereld van ijsblauwe watten
Die mijn hele lijf omvatten
Pijn verzacht en adem stil
Ben ik juist waar ik wezen wil

Alles is koud
Mijn adem giert
Mijn hart is wit
Was jij maar hier

Stemmen fluist’ren zonder woorden
Al het liefs dat ik nooit hoorde
In het ruisen van wit gras
Ruik ik de geur van hoe het was

Handen reiken naar mijn haren
Lange vingers wijzen naar m’n
Ziel ontbloot en nat van licht
Een bol van goud, teer en ontwricht

Alles is stil
Deur op een kier
Mijn hart ontdooit
Ben jij soms hier?

Adem streelt zacht langs mijn voorhoofd
Als mijn wanhoop langzaam uitdooft
Voel ik druppels op mijn wang
Mijn ogen open, niet meer bang

Tussen witte berglandschappen
Ben ik sterk, ik kan ontsnappen
‘k Schuif de lakens aan de kant
Mijn bed niet langer wolkenland

Alles stil
Deur op een kier
Mijn hart ontdooid
‘k Weet zeker,
Jij was even hier

© Esther van Gorp


Bootje op de snelweg

december 23, 2014

Zaterdag is het groot feest in het dorpshuis in Waterlandkerkje. Al onze liedjes gaan er te horen zijn, waaronder deze gloednieuwe:

Bootje op de snelweg 

Met mijn bootje op de snelweg
Zwaai ik naar de volle maan
Ben zo blij dat ik weer zingen kan
en nooit meer stil zal staan

Op de landweg ben ik kapitein
En nooit ging het mij zo goed
De wind wuift door mijn haren en
Wat eb was is nu vloed

ref
Laat me gaan, laat me gaan
Naar een frank en vrij bestaan
Ik verlang naar een wereld
Die zo vol is als de maan
Laat me gaan, ja laat me gaan
Gun mij mijn frank en vrij bestaan
Al heb ik een zwerversziel, ik heb je lief

Op mijn racefiets door moerassen
Zing ik naar een zwarte zwaan
Blaas een handkus naar een dikbilstier
en kraai naar een kerkhaan

Ik ben nietsnut paljas vagebond
En nooit ging het mij zo goed
De weg beweegt mijn wielen en
Ik kus de morgengloed

ref
Laat me gaan, laat me gaan
Naar een frank en vrij bestaan
Ik verlang naar een wereld
Die zo vol is als de maan
Laat me gaan, ja laat me gaan
Gun mij mijn frank en vrij bestaan
Al heb ik een zwerversziel, ik heb je lief

Met mijn brommer op de Noordzee
Staar ik naar een zeemeermin
Ik vergeet om gas te geven en
Ik zink de diepte in

In een watergroene wereld
Zit ik in een gouden kooi
Moet ik zingen voor mijn leven
Ben een menselijke prooi
Voor zeewolven die zacht grommen
Voor een vals waterkonijn
Ik zou heel wat willen geven om
Bij jou terug te zijn

ref
Laat me gaan, laat me gaan
Naar een vrij en licht bestaan
Ik verlang naar een wereld
Die zo vol is als de maan
Laat me gaan, ja laat me gaan
Gun mij mijn vrij en licht bestaan
Ik geef jou mijn zwerversziel en heb je lief

Ik zal nooit meer ’s nachts op pad gaan
Zwaaien naar de volle maan
’t Is voor jou dat ik nu zingen zal
en niet meer voor een zwaan

Al die reislust zal ik wegstoppen
En dat doet me oh zo goed
Je hand beroert mijn haren en
Wat eb was is nu vloed

ref
Laat me gaan, laat me gaan
Naar een vrij en licht bestaan
‘k Ben tevreden met een wereld
Die zo vol is als de maan
Laat me gaan, ja laat me gaan
Gun mij mijn vrij en licht bestaan
Ik geef jou mijn zwerversziel en heb je lief
Ik geef jou mijn zwerversziel, heb me lief

© Esther van Gorp


Waarom klopt mijn hart

november 1, 2014

WAAROM KLOPT MIJN HART

Doelloos slenter ik door het lege huis
Jezus hangt nog maar met één hand aan het kruis
Een kastdeur staat wijd open, de platte buis
IJskoud
Alsook
Mijn hart
Gebroken

Een streepjestrui op jouw kant van het bed
Je horloge nooit op zomertijd gezet
Een boek half uitgelezen, een rode vlek
Bloedt stil
Alsook
Mijn hart
Gebroken

Waarom is de regen toch zo droog
Waarom valt de sneeuw keihard
Waarom schijnt de zon omhoog
Waar eindigt de regenboog
Waarom klopt mijn hart

Ik weet nog hoe je klonk en hoe je lachte hoe je was
Ik hoor steeds nog je zelfverzonnen woorden
Ik weet nog welke schrijver je het allerliefste las
En welke opera je nooit genoeg kon horen

Elke dag draag ik je zwarte wollen hemd
Wetend dat je nog een beetje bij me bent
Je geur al lang vervlogen, en je stem
Verstomd
Alsook
Mijn hart
Gebroken

Ik zie je kijken naar de maan van achter ’t vensterglas
’s Ochtends frisgewassen binnenkomen
Ik zie zoveel maar is dat wel wie jij ook werk’lijk was
Waarom kom ik je niet tegen in mijn dromen?!

Waarom smaakt thee ineens zo zout
Waarom smelt het glas terwijl ik drink
Waarom is wat goed was fout
Waarom zijn mijn voeten koud
Waarom klopt mijn hart

Elke nacht zie ik je staan daar bij het raam
Kan ik in gedachten steeds naar jou toe gaan
Is de band nooit verbroken, en geen traan
Gevloeid
En is
Mijn hart
En blijft
Mijn hart
Mijn hart
Met jou
Verbonden

© Esther van Gorp


Kijkdoos

oktober 26, 2014

Kijkdoos

Mijn hoofd vlakbij de vette ruit
Van buiten komt gedempt geluid
TL-licht filtert door mijn huid
Het trillen van het glas

Flitsende balken van een brug
Gerinkel houdt twee auto’s terug
De intercom kraakt door de lucht
De boodschap onverstaan

Vuurrode banken, net geen leer
De natte geur van herfstweer
Een haast hallucinante sfeer
Als ik naar buiten kijk

refr

Je ogen groot
Gezicht zo wit
Een laatste blik
Een laatste dag
Niet wetend of je me nog zag

De wereld donker als een gat
Een rij van lichten vormt een pad
Naar daar waar ik geen weet van had
Voordat ik jou verloor

Terwijl het leven langs me glijdt
Is vastgevroren stil in tijd
De kijkdoos van de huislijkheid
Met beelden scherp als glas

refr

Mijn ogen groot
Gezicht een vlek
Richt ik mijn blik
Op huizen ver
Of dichter langs de spoorlijn staand

De televisie flikkert zacht
Terwijl moeder naar vader lacht
Samen spelend op de grond
Drie kinderen en een bassethond

Een man verdiept zich in een krant
Een balpen in zijn linker hand
Een vrouw staat bij een open raam
Een rookwolk drijft bij haar vandaan

Dan felle lichten, een sirene
Verplegers die een vrouw meenemen
Een meisje zwaait, de deur gaat dicht
Een traan reist over mijn gezicht

refr

Je ogen groot
Gezicht zo wit
Een laatste blik
Een laatste dag
Niet wetend of je me nog zag

Als ik herfocus, heel dichtbij
Zie ik twee ogen, die van mij
Ik sluit ze en ben even vrij
Achter een roze muur

De gele warmte van het station
Geen mens te zien op het perron
Een trein die naast de mijne komt
Gereden fluisterzacht

En staan de treinen zij aan zij
Zie ik een wereld nevens mij
Zo onbereikbaar en dichtbij
Het lijkt welhaast een droom

refr

Je ogen groot
Gezicht zo wit
Een laatste blik
Vandaag de dag
Waarop ik je nog eens zien mag

Daar zit je, aan die andere kant
Twee ruiten ben ik van je hand
Verwijderd, het is een afstand
Onoverbrugbaar ver

Je draait je hoofd en kijkt me aan
Voordat de treinen verder gaan
Vormt jouw mond moeiteloos mijn naam
Een tel en je bent weg

Met ogen groot
Gezicht een lach
Een laatste blik
Een allerlaatste dag
Weet ik niet of ik je echt zag

© Esther van Gorp


Reiger

augustus 2, 2014

Reiger

Als ik probeer te lopen
Me over ’t tuinpad sleep
Houdt stroop mijn voeten tegen
Zo moeilijk te bewegen
Ik struikel voor ‘k het weet

Als ik begin te zoeken
Lukraak, maar keer op keer
Geen spoor van mij kan vinden
Verwaaid door regenwinden
Leg ik het bijltje neer

Soms sta ik uren
– Denk ik 
Wat weet ik nou van tijd?
Te turen naar
Die vogel die
Stil door de lucht
Heen glijdt

Als ik probeer te horen
Mijn oren lang en spits
Wil niemand met me praten
Alleen, koud en verlaten
Verdwijn ik in de mist

Als ik iets tracht te zeggen
Gezicht in een grimas
Mijn strot in zeven knopen
‘k Forceer mijn kaken open
En spuug een straal zwart as

En sta ik uren
– Denk ik 
Zo leeg is nu de tijd-
Te turen naar
Een vis die
Zachtjes door het
Water glijdt

Iemand wil mijn hand pakken
Een vuur, de hel, zo heet
Vingers grijze slangen
Houden mijn hart gevangen
Mijn haren nat van zweet

Als ik begin te voelen
Een stroom een kamer breed
Een sluisdeur helemaal open
Zie ik twee tranen lopen
Ik huil voordat ik het weet

En turend aan
De waterkant
– Daar was ik
Al die tijd –
Zie ik hoe de reiger
In slow motion
In het visje bijt

© Esther van Gorp


Veertje

maart 5, 2014

Ik kreeg de muziek van “Veertje”. Gitaar en zang. Op video. En was ontroerd.

Veertje

De sneeuw valt op mijn haren
En in die witte vlokkendans
Zie ik opeens een man staan
Heel stil en wit en bijkans
Onzichtbaar

Jij
Kijkt me aan
Ik
Staar

Maar als ik op je af loop
Je in mijn armen neem
Omhels ik niets dan vlokken
En ben ik weer alleen

De zee prikt in mijn ogen
En door die groene waterwand
Zie ik een schim die man wordt
Een jas een hoed een hand
Verschijnen

Jij
Beweegt
Ik
Wacht

Maar als ik naar je toe zwem
Je in mijn armen neem
Vang ik niet meer dan zeewier
En ben ik weer alleen

De zon verwarmt mijn lichaam
Als ik over mijn schouder kijk
Zie ik opeens een man staan
Donker, lang, opmerkelijk
Levensecht

Jij
Staat doodstil
Kaars
Recht

Maar als ik me dan omdraai
Je in mijn armen neem
Blijk jij slechts mijn schaduw
En ben ik weer alleen

Ik hoor een vogel zingen
En in die notenwaterval
Hoor ik je zacht iets zeggen
Licht, als de wind in bladeren
Gefluister

Jij
Lacht en ik
Ik luister

En als ik dan omhoog kijk
De bron zoek van die klank
Valt uit de lucht een veertje
Dat zacht streelt langs mijn wang

Strelend langs mijn wang

© Esther van Gorp


Bette

januari 12, 2014

Bette

Ik lig languut in het wiland
Knaag op een stingel gras
An ‘k dost heb drink ik sjuust
Een slokje water uut een plas

‘k èn joe een tied zien lopen
Mie je snuutje in de wind
‘k Docht ’t es noe sjuust die bette
Die me zwo goed is gezind

refrein
Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Kom je bi me in m’n hok?

k’ Ben van men eigen stille
Hou nie van veel gepraat
’t Geleuter van de mensen
Is vaak niet beter dan geblaat

Geef mie ma zachte wermte
De geur van ’t platteland
‘k Zie jillemaar gelukkig
An ‘k m’n zaadjes heb geplant

refrein
Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Kruup je bi me in m’n hok?

Bridge
Ik griep je in je volle vacht
Terwiel of gie schaapachtig naa me lacht
Bette, bluuf staan en è gjin schrik
Je kriegt een roze blinddoek mie een schwone strik

refrein
Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Ik trek je bi me in m’n hok

Ik zien de lammers lopen
Ma maar eentje spreek men aan
De geliek’nis mie m’n eigen
Is oek niet mis te verstaan

refrein
Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Bluuf je bi me in m’n hok?

Ee bette,
‘k bin gern een kji je bok
Ee bette
Bluuf toch bi me in m’n hok!!
© Esther van Gorp


’t Is Goe

december 31, 2013

’t Is Goe

’t is chique
Om in mijn bed te luisteren
Naar accordeonmuziek
De kat is warm
De kachel snort
‘k Ben nu eens benieuwd wat voor dag ofdat het wordt

‘k Vind ’t best
Als ik me in de achtermiddag
Nog eens omdraai in mijn nest
Op mijn hemd
Zie ‘k een brune vlek
An ik tegen de avond de gordijnen open trek.

ref
Toch, als we ’t hèn over echte goesting
Zou ik ook gèrn een keer vree woest zijn
M’n kop verliezen – van alles vrij zijn
Maar t is goe
’t Is goe

‘k Ben content
Mi m’n hond op z’n rug
Omdat ie gèrn wordt verwend
Het licht is strogeel
Mijn trui is van wol
Ik schenk mijn glas nog weer meer dan half vol

Ik vind het tof
Om met spuug op mijn vinger
M’n naam te schrijven in het stof
Ik kijk naar de spin
Doodstil in z’n web
En ontdek da’k een scheur in m’n duimnagel heb

ref
Toch, als we ’t hèn over echte goesting
Zou ik ook gèrn een keer vree woest zijn
M’n kop verliezen – van alles vrij zijn
Maar t is goe
’t Is goe

(zacht gezongen)
Ik droom wel eens heel stilletjes
Over een meisje dat welwillend is
Waarmee ik langs de vloedlijn loop
Voor wie ik Kölnisch Wasser koop

Voor min is’t goe
Ik kiek nog eens naar buten
En schuuf de gordijnen toe
M’n glas is leeg
M’n stemme verstomt
Vanonder de sprei steekt de snuut van de hond
© Esther van Gorp


Liedje

juli 28, 2013

Ik loop door Gent met een liedje in mijn hoofd. Ik zou nog met een bevriend gitarist aan een liedje werken, dus dat komt goed uit. Het liedje is in het Zeeuws Vlaams. Wat nog beter uitkomt, omdat de gitarist zijn liedjes doorgaans in het Zeeuws Vlaams zingt. Ik zet mijn fotocamera op de video-modus en zing zacht het liedje in. Zodat ik het niet kan vergeten.

Ik wandel door. Ik loop een winkel binnen en koop een mini- blocnote en een pen. Om de tekst op te schrijven. Wat ik vervolgens niet doe omdat ik de maagdelijke blocnote te mooi vind. Op de Vlasmarkt zing ik een nieuw idee in mijn camera. Een dame kijkt me vragend aan.


Lady Grey

mei 29, 2013

Looking in my cup of tea
(A too dark Lady Grey)
I see someone staring back at me
And don’t know what to say
I fall into a murky sea
I close my eyes and pray

Oh Lady Grey
Lady Grey
Raise your anchor
Sail away

Gazing at some coffee stains
Blooming on the floor
I hear cloudy days where boredom reigns
Knocking at my door
I knot endless daisy chains
Feel empty to the core

Oh Lady Grey
Lady Grey
Raise your skirts and
Run away

Staring at my desktop screen
Dull with dust and grime
I add another layer of nicotine
Feel old before my time
I sink into a clammy dream
I wake up and I cry:

Oh Lady Grey
I’m gagged and bound
Lacking the courage to escape (I’m)
Lost and never found
Kicking dust
On the company ground
Kicking dust
On the company ground

Looking in my cup of tea
(A perfect Lady Grey)
I see a honey coloured sea
In which some tea leaves sway
I take a sip…
My mind unzips…
I face another day

Oh Lady Grey
Sweet Lady Grey
Spread your wings and
Fly away

———-
Liedtekst:
Esther van Gorp
Tom de Poorter


Snow

maart 26, 2013

The world is white
The car is cold
My hands stick to the wheel
My brain is fuzzy
I fear I must see
Things that are not real

Right before me
On the road
Looms up a mountain white
I drive into it
Try to plough through it
Pray and just sit tight

My car is stuck
Into the snow
I curse, take a deep breath
Step into the blizzard
And though I’m no wizzard
I know I can catch my death

I cry to the moon
I kick some snow
I long to go
Home soon

My hands are red
And hurt like hell
I dig ‘till I’m worn out
Bob Dylan is singing
I’m thinking of ringing
A friend to help me out

No one answers
I’m all alone
I guess I’m out of luck
When a knock on the window
Gets me out of limbo
‘Cause I see a snow plow truck

I cry to the moon
Thank God on my knees
Knowing I will be
Home soon

Safely home
And in my bed
I’m slowly thawing out
My hands and feet tingle
I hear Christmas bells jingle
I see Rudolph – and pass right out


Ik ben je kwijt

februari 8, 2013

Ik ben je kwijt

Ik kijk vanuit een volle zaal
Zie concentratie en tragiek
Je bent ver weg, hebt niemand nodig
Lijkt op te gaan in je muziek

Ook dichtbij ben je nog steeds prachtig
Zo ongekunsteld authentiek
Zo vol van vuur, zo oppermachtig
En ik je ademloos publiek

‘k Herinner me je warme handen
Je blik tot heel diep in m’n ziel
Ik had zo graag diep teruggekeken
Maar was toen nog niet zo subtiel

ref
Ik ben je kwijt
De werk’lijkheid is killer
Dan ik ooit had gedacht
Zonder jou is alles zoveel stiller
‘k Lig wakker elke nacht
Ik ben je kwijt

Ik zag je ’s avonds in pyjama
Je haren viste ik uit bad
Ik zag je ziek en zwak en zielig
Als je weer eens migraine had

Ik wilde niet in het bos gaan lopen
Fijn, met de hond van tante Jo
Of kerst gaan vieren bij je ouders
Echt, voor mij hoefde dat niet zo

ref
Ik ben je kwijt
De werk’lijkheid is killer
Dan ik ooit had gedacht
Zonder jou is alles zoveel stiller
‘k Lig wakker elke nacht
Ik ben je kwijt

Nooit kon jij als mijn geliefde
Die oerkracht van het podium zijn
In het fletse licht van alledaagsheid
Kon ik niet jouw aanbidder zijn

Ik zag niet dat die alledaagsheid
Juist bij het echte leven hoort
ik zie nu dat ik met mijn blindheid
Onze liefde heb vermoord

ref
Ik ben je kwijt
De werk’lijkheid is killer
Dan ik ooit had gedacht
Zonder jou is alles zoveel stiller
‘k Lig wakker elke nacht
Ik ben je kwijt

Dus stap ik terug tot in de massa
En luister slechts naar je muziek
Jij vol van vuur en oppermachtig
En ik je ademloos publiek

Liedtekst door: Esther van Gorp