Veertje

maart 5, 2014

Ik kreeg de muziek van “Veertje”. Gitaar en zang. Op video. En was ontroerd.

Veertje

De sneeuw valt op mijn haren
En in die witte vlokkendans
Zie ik opeens een man staan
Heel stil en wit en bijkans
Onzichtbaar

Jij
Kijkt me aan
Ik
Staar

Maar als ik op je af loop
Je in mijn armen neem
Omhels ik niets dan vlokken
En ben ik weer alleen

De zee prikt in mijn ogen
En door die groene waterwand
Zie ik een schim die man wordt
Een jas een hoed een hand
Verschijnen

Jij
Beweegt
Ik
Wacht

Maar als ik naar je toe zwem
Je in mijn armen neem
Vang ik niet meer dan zeewier
En ben ik weer alleen

De zon verwarmt mijn lichaam
Als ik over mijn schouder kijk
Zie ik opeens een man staan
Donker, lang, opmerkelijk
Levensecht

Jij
Staat doodstil
Kaars
Recht

Maar als ik me dan omdraai
Je in mijn armen neem
Blijk jij slechts mijn schaduw
En ben ik weer alleen

Ik hoor een vogel zingen
En in die notenwaterval
Hoor ik je zacht iets zeggen
Licht, als de wind in bladeren
Gefluister

Jij
Lacht en ik
Ik luister

En als ik dan omhoog kijk
De bron zoek van die klank
Valt uit de lucht een veertje
Dat zacht streelt langs mijn wang

Strelend langs mijn wang

© Esther van Gorp


CD

maart 4, 2014

Het is best wat. Liedjes maken. Heel voorzichtig komen we ermee naar buiten. Een paar nummers op een feest met vrienden. Op een muziek-en-poezie-avond.

Ik maak teksten. Paul maakt de muziek en zingt. Als ik durf zing ik ook een paar regels.

Ik hou van onze liedjes. Vind ze prachtig. Het zal vreemd zijn ze straks op CD te horen.


Asleep at the Wheel

februari 23, 2014

De oudste dance hall van Texas, in Gruene, is vol. Het concert van Asleep at the Wheel is uitverkocht. Via C konden we nog binnen met een plaatje op de guest list.

Ik ken de band niet. Maar mijn vriendin is erg enthousiast over ze. Ze schijnen al decennia lang een begrip te zijn. Wereldwijd.

In het voorprogramma krijgen we muziek te horen die me doet denken aan de Muppet Show. Muziek die goed bij Amerika past. Meisjes met korte rokjes en cowboylaarzen zwieren elkaar verbeten over de dansvloer. Ik kijk naar de laarzen. Vergelijk ze met de mijne. Ik vraag me af of mijn schachten niet te wijd zijn.

Asleep at the Wheel trekt zowel ouderen als tieners. De ouderen kennen de teksten van alle songs en zingen regelmatig mee. De jongeren lijken nauwelijks aandacht voor het podium op te kunnen brengen. Ze maken vooral foto’s van elkaar en lachen en gillen luidkeels door de muziek heen.

Ik zie veel cowboyhoeden. En prachtige western shirts. De mannen in het publiek staan achter hun vrouwen. Meestal met een arm om hun vrouw heen. Als ze overmand worden door de behoefte draait de vrouw zich om en begint het koppel een dansje. Losse vrouwen dansen soms alleen. Losse mannen drinken.

De band houdt het lang vol. Het publiek ook. Ik verkleum bij de open ramen en de zoevende ventilatoren. Er wordt enthousiast gelinedanst op Cotton Eye Joe. Ik kijk. En bedenk dat dit wel echt Amerika is.


Liedje

juli 28, 2013

Ik loop door Gent met een liedje in mijn hoofd. Ik zou nog met een bevriend gitarist aan een liedje werken, dus dat komt goed uit. Het liedje is in het Zeeuws Vlaams. Wat nog beter uitkomt, omdat de gitarist zijn liedjes doorgaans in het Zeeuws Vlaams zingt. Ik zet mijn fotocamera op de video-modus en zing zacht het liedje in. Zodat ik het niet kan vergeten.

Ik wandel door. Ik loop een winkel binnen en koop een mini- blocnote en een pen. Om de tekst op te schrijven. Wat ik vervolgens niet doe omdat ik de maagdelijke blocnote te mooi vind. Op de Vlasmarkt zing ik een nieuw idee in mijn camera. Een dame kijkt me vragend aan.


Muziek en taal

mei 3, 2013

Ik luister naar gitaarmuziek. Live. En zang. Engels. Amerikaans Engels wel te verstaan. En mondharmonica. Ik vind de gitaar wat lomp. Maar wie ben ik om te oordelen? Ik ben geen kenner. De liedteksten zijn simpel. Heel simpel. Ze bestaan uit niet meer dan een zinnetje of drie met een reeks herhalingen. Het publiek schudt op de muziek met het hoofd.

Na de pauze stapt een tweede gitarist het podium op. De muziek wordt subtieler. De taal af en toe Zeeuws Vlaams. De Zeeuws Vlaamse liedteksten vertellen een verhaal. Het publiek is alert. Mensen gaan rechter op zitten. Een jonge man lacht om een grappige frase.


Ukulele

november 26, 2012


Met de muziek mee

juli 3, 2012


Huiskamerconcert

april 29, 2012

Het gaat niet goed met mijn moeder. We maken ons zorgen waardoor angst de overhand krijgt en de toekomst zwart lijkt.

Vanavond geeft P, speciaal voor mijn moeder, in haar eigen huiskamer een klein gitaarconcert. Mijn moeder geniet. Op haar gezicht verbazing en ontzag. In haar houding alertheid. In haar ogen tranen. Na afloop omhelst ze P. Een klein, fragiel vrouwtje met een brede lach. Haar armen om het middel van die lange man.

Ik weet niet waarom ik zo moet huilen.

 


Gitaarmuziek

januari 30, 2012

Ik zit naast een podium waarop zo’n twintig gitaren staan. Het is een herdenkingsbijeenkomst voor een vijf jaar geleden overleden gitarist. De gitaristen spelen samen, spelen solo, spelen met zangeres. Ik luister. En ik kijk. Ik zie een man verkrampt zitten spelen. Heel erg in zichzelf. Ik heb medelijden met hem. De tonen komen met kramp en medelijden omhuld mijn oren binnen. Hoe kan ik weten hoe het geluid zonder beeld klinkt? Mijn ogen dichtdoen? Ik houd mijn ogen open.

De zangeres zingt, begeleid door de verkrampte man. Ik vind haar goed. Mijn vriendin die naast me zit fluistert: wat verschrikkelijk. Ik denk: ik vind vast al snel een zangeres goed omdat ik zingen zo moeilijk vind. De tonen raken vermengd met oordeel.

Ik zie en hoor een heleboel gitaristen. Aangename persoonlijkheden maken sneller fijne muziek dan eikels. Eentje is verschrikkelijk om naar te luisteren. Misschien mede doordat hij vertelde dat hij een affiche vond waarop de gestorven gitarist als de supporting act van zijn eigen band stond aangekondigd.

Ik merk dat ik ontspannener luister naar iemand die makkelijk speelt. Iemand die niet zichtbaar moeite doet om het goed te doen. Iemand die niet “zijn stinkende best” doet. Of lijkt te doen. Een van de makkelijke gitaristen is volgens mijn vriendin niet zo goed. Ik hoor het niet.

Dan denk ik aan de muziek van P, de gitarist waarmee ik samenwerk. Als ik hem hoor spelen denk ik nauwelijks aan goed of niet goed. Vraag ik me niet af waarom ik hoor wat ik hoor. Ik hoor simpelweg muziek. Mooie muziek. En dat is waar het uiteindelijk om gaat.

Fotografie: Louis Haagman


De dam breekt

november 19, 2011

Als peuter zong ik mijn keel schor. Tijdens mijn middagslaapje sliep ik niet maar zong zelfverzonnen liedjes. Ik bleef zingen. Reproduceerde thuis tijdens de muziekles geleerde liedjes. Op een gegeven moment is mijn vader ze op gaan nemen. Plaatste hij een microfoon op zijn secretaire en mochten wij om de beurt zingen. Mijn oudste broertje en ik vonden het prachtig en vochten om de micro. Na elke liedje gilden we trots “’t Is gedaan!”

Onze nieuwe act stRINGs begint met een liedje. Het is een prachtige manier om de personages te introduceren en snel een band te kweken met het publiek. Het probleem is alleen dat ik niet meer durf te zingen. Wel als ik alleen ben, maar niet als anderen het horen die er iets van zouden kunnen vinden.

Woensdagavond zat P met zijn gitaar aan mijn keukentafel en zette het stRINGs-lied in. Ik opende mijn mond om in te vallen maar er kwam geen geluid. “Oké,” zei P, “dan begin ik en zing jij gewoon mee.” Ik kreeg het hoe langer hoe warmer en voelde hoe mijn keel dichtgeknepen werd. Nog geen piepje kreeg ik eruit. Om de druk wat van de ketel te halen vroeg P mijn mening over een lied uit de nieuwe cabaretshow van M en hem. Daar zijn we een tijdje mee bezig geweest. P zingen, ik commentaar leveren en wijn drinken. Tot het moment er was. Het vreemde is dat ik het aan voelde komen. Als bij een orgasme. P zong nog even voor en opeens brak de dam en zong ik mee. En bleef zingen. Achter mijn ogen voelde ik iets branden, maar die dam bleef overeind.


Gitaar concert

oktober 30, 2011

We zouden naar een optreden van Trio Asturias gaan in Retranchement, mijn vader, moeder en ik. Een half uur voor aanvang belt mijn moeder me op om te vragen of ik het ook vergeten ben. Dat ben ik niet. Mijn moeder moet zich nog aankleden. Mijn vader geeft me de sleutels om de auto uit de schuur te halen. Als ik achteruit de schuur uit rijd zie ik mijn vader achter de auto springen en met zijn armen zwaaien. Hij moet nog een zak cement uit de kofferbak halen. Als ik hem erop wijs dat het niet erg slim is om achter een achteruitrijdende auto te springen zegt hij: “Maar kind toch, dat heb je helemaal fout.”

Mijn vader stapt zo’n twintig meter voor mijn moeder en mij uit omdat we laat zijn. Mijn moeder zegt dat ze haar eigen tempo loopt. Bij de deur van de kerk wacht hij op ons. De kerk zit stampvol. We proppen ons op drie klapstoeltjes helemaal achterin. Een man met grijs haar dat te lang is in de nek en bordeauxrode blouse kijkt verstoord om. Ik moet scheef op de stoel zitten om mijn benen kwijt te kunnen.

Het concert begint en het Trio Asturias komt binnenlopen. Ik zie even hun gezichten. De man voor me gaat staan om een foto te nemen. Als hij weer zit zie ik alleen nog maar het haar van de uiterst rechtse gitariste. Ze spelen zittend.

De muziek is mooi. Lieflijk is het woord, denk ik. Ik weet niet veel van muziek, maar ik vind de tonen wat dof. Misschien is het de akoestiek van de kerk. Het haar van de rechtse gitariste beweegt heen en weer. Soms zie ik, tussen de mensen door, ook het haar van de middelste gitariste.

Ik kijk naar de boze rug van de grijze man voor me. Hij zit bijna bij me op schoot. Een kindje begint te snikken. De moeder neemt het mee naar buiten. Een oudere vrouw staat op en loopt al filmend met haar iPhone naar voren, draait om, filmt de toehoorders en de koffietafel en gaat weer zitten. Tijdens het gehele concert doet ze dit drie keer. De vrouw rechts naast me heeft een groen kussentje meegenomen zodat ze, een tweede stoel gebruikend, haar voeten omhoog kan leggen. Ze draagt huidkleurige pantykousen met versterkte hiel. De versterkte hiel is opgetrokken tot over haar bijna onzichtbare enkels.

Op weg naar buiten koop ik een CD. Ik vraag me af of ik vooringenomen ben door het gitaarspel van P waar ik bewust of onbewust alles mee vergelijk. Of dat het woord “kamermuziek” me negatief beïnvloedt. Of misschien wel het woord “koffieconcert”, gecombineerd met de witte horeca-koffiekopjes en schoteltjes en de RVS schaal met café noir koekjes op het witte tafellaken. Wat vond ik er eigenlijk van? En moet ik er wel wat vinden?


stRINGs

oktober 5, 2011

Fotografie: Louis Haagman – Visagie: Lia Kinibaeva


Accordeonles

augustus 9, 2011

Les. Ik ben, vrees ik, een slechte les-ontvanger. Niet dat ik niet wil of kan leren, maar omdat ik het per sé op mijn manier wil leren. Ik raakte vanavond nog net niet in paniek toen de accordeon-Duitser zei dat ik maar gewoon moest gaan zitten, naar de noten van een kinderliedje op bladmuziek moest kijken, weten waar die noten terug te vinden zijn op het pianogedeelte van de accordeon en met hem mee moest spelen. Ja maar… Dat werkt bij mij zo niet. Ik heb technische details nodig, anders word ik verblind door de rondspringende vraagtekens in mijn hoofd. Hoe moet ik de balg bewegen? Welke vingers zitten op welke toetsen en hoe verplaats je ze als je meer dan vijf opeenvolgende noten moet spelen? En en… Stress!

Ik heb mijn best gedaan en ben tegen wil en dank met het liedje begonnen. Ging best aardig, maar voordat we op de helft waren hield ik het niet meer uit en heb ik al mijn vragen op hem afgevuurd. Geen noot meer gespeeld, alleen mijn ratio bevredigd. Veel half uitgelegde dingen dingen werden me nu gelukkig duidelijk. Zo ook waarom ik de noten voor de bassen niet begreep. De bladmuziek waar we mee werkten bleek voor orgel te zijn, niet voor accordeon, en dus met volledig afwijkende baspartijen. De bassen speelde mijn leraar er zelf bij, omdat hij ze uit zijn hoofd kende. Niet zo handig voor een alles-willen-snapper als ik.

Resultaat: ik denk genoeg te weten om nu zelf vanaf simpele bladmuziek te gaan oefenen en in mijn eigen volgorde en tempo melodie en bassen erin te pielen. Nu nog het spelen zelf. Uit het blauwe boekje “Accordionette, 31 pieces for 12 basses”.

Toch vraag ik me af waarom het voor mij zo moeilijk is me over te geven en te laten leiden. Het zou het leven zoveel makkelijker maken.


Angst voor accordeonles

augustus 8, 2011

Op die laatste deprimerende rommelmarkt, toen ik al op weg was naar mijn auto, kwam ik de Duitser weer tegen van wie ik mijn accordeon gekocht had. Hij wenkte me naar zich toe, begon een praatje en zei dat hij thuis nog wel een accordeonboekje voor me had liggen. Hij bood aan me de eerste accordeonbeginselen bij te brengen. Gezond verstand zegt: “Ga niet met de man met de snoepjes mee,” maar ik ga wel. Morgenavond, zeven uur.


Angst voor de accordeon

augustus 5, 2011

Daar is-ie dan, de accordeon die ik na veel wikken en wegen heb gekocht op de rommelmarkt. Erg “billig” was hij volgens de Duitser die met zo’n zes tweedehands accordeons om zich heen liedjes zat te spelen die zeker weten nooit uit deze accordeon zullen komen. Misschien wel “billig”, ik heb geen idee, maar voor mij was het toch nog veel geld.

Nadat ik de accordeon in huis had ben ik op internet gaan speuren om er achter te komen hoe oud hij bijvoorbeeld is. Ik heb, behalve op Marktplaats, niet precies dezelfde accordeon kunnen vinden, dus ook het bouwjaar niet, maar ben wel achter heel veel andere dingen gekomen.

Zo weet ik nu dat dit een kinder-accordeon is waar je maar een heel beperkt repertoire op kunt spelen. Studieboeken en/of YouTube filmpjes voor mijn 12 bassen accordeon zijn onverwacht schaars en stammen vaak uit het begin van de vorige eeuw. De boeken dan. Op een tips-voor-het-aanschaffen-van-een-tweedehands-accordeon-site bleek dat ik bijna alles fout had gedaan wat ik maar fout kon doen. Zo had ik aan de accordeon moeten ruiken. Ruikt hij naar kelder: niet kopen. Nou walmde de Duitser continu zijn zure adem in mijn gezicht en betwijfel ik of ik überhaupt nog wel iets kon of wilde ruiken dus deze fout vergeef ik mezelf. Wat ik ook had moeten doen is alle toetsen en knopjes even uitproberen. Kijken of er wel geluid uit komt. Niet gedaan. Net als dat ik nu al twee keer een kleed niet heb uitgevouwen voor aanschaf en bij thuiskomst door grote gaten verrast werd. Ik heb simpelweg aan de Duitser gevraagd of het instrument het goed deed, hij zei ja, speelde er een stukje op, ik dacht “klinkt toch wel schel” en kocht hem toch. Verder had ik moeten weten dat alle toetsen netjes even hoog moeten zitten, Hohner een B-merk is en de balg had moeten inspecteren op luchtlekken. Mijn onwetendheid bleek grandioos.

Nu staat de accordeon al een paar dagen mijn woonkamer te decoreren. Ik heb een enorm ontzag voor muziekinstrumenten (behalve dan, als ik eerlijk en volledig ben, voor de vijftig-cent-tamboerijn die ik op een andere rommelmarkt kocht) en heb de accordeon na het hoognodige schoonmaken niet meer aan durven raken. Ik heb op internet drie boeken besteld en naar de accordeon gekeken. Ook – moet ik toegeven – uit angst dat ik uit zou vinden dat er van alles aan mis zou zijn.

Een half uurtje geleden verraste ik mezelf. Hing de accordeon voor, pompte hem ongetwijfeld helemaal verkeerd wat open en dicht en probeerde eerst de pianotoetsen en daarna de basknoppen. Alles produceerde geluid. Dat stemt optimistisch.