Leuk Zeeuws

februari 13, 2017

In mijn cadeaumand vind ik drie zoete Zeeuwse verrassingen. Ik hou van cadeaus en ik hou van verrassingen en de buurman houdt van zoet. Het Zeeuwse knop blikje met dropjes ziet er leuk uit, maar de 99% koolhydraten maakt het iets minder leuk. Het is voor de buurman. Een mok met een Zeeuwse boer en boerin erop is gevuld met chocolaatjes in de vorm van een Zeeuwse knop. Ik hou van mokken, dus verwijder ik de cellofaan verpakking zodat de chocolaatjes richting buurman kunnen gaan en de mok hier kan blijven. De mok blijkt voor de helft gevuld met een prop verpakkingsmateriaal. De tekst “Leuk Zeeuws” wordt zichtbaar aan de binnenkant. Er rest nog een blok chocolade met een lepel erin. Ik hou van lepels. Ik heb een heel assortiment. Ik open de “Leuk Zeeuws” verpakking, trek de lepel uit de chocolade en ontdek dat de lepel van plastic is. Ik gooi hem in de vuilnisbak. De chocolade gaat naar de buurman.

Advertenties

Lichaam

februari 8, 2016

Het is warm in de ruimte. De tekenaars installeren zich. Ik trek mijn kleren uit.

De poses duren eerst twee, dan vier en uiteindelijk vijf minuten. Ik begin het koud te krijgen.

Ik kijk naar mijn benen. Ze zijn bleek. Ik zie wat rode vlekjes die nieuw voor me zijn. Ik zie mijn buik. Hij lijkt groot. Ik heb vier dagen niet getraind. Ik vraag me af of ik hem in moet trekken.

Ik weet dat ik haartjes heb op plaatsen waar de meeste andere vrouwen zich scheren. Ik voel me er wat ongemakkelijk bij. Ik vraag me af of de tekenaars de haartjes zien of dat ze te ver weg zitten.

Ik krijg het echt koud. En ben moe. Ik denk niet te diep na over de poses. Ik doe maar wat. Ik voel me net een hond die een goed plekje zoekt. Ik hoop dat het snel tijd is.

Na afloop komt een tekenaar naar me toe en complimenteert me met de inspirerende poses.


We blijven doorgaan

december 21, 2015

De weg naar Terneuzen bestaat uit rotondes. Bij elke rotonde rij ik rechtdoor. Ook als ik eigenlijk linksaf had gemoeten. Ik rij kilometers om.

In de Inloop sta ik met de sleutel van El Cantina in de hand klaar om weg te gaan. Op de weg naar buiten steek ik de sleutel in het sleutelgat van de Inloop. En warempel, de sleutel past.

Een halve minuut nadat ik gebeld heb ben ik mijn telefoon kwijt. Het zoeken duurt vijf minuten.

Op de terugweg van Terneuzen naar Waterlandkerkje moet ik even huilen.

Het is tijd voor vakantie.

De komende twee weken moet ik hard trainen voor een duotrapeze optreden in Duitsland, begin januari. Vooruit met de geit.


Geur

december 10, 2015

Ik stap mijn slaapkamer binnen en ruik iets wat ik niet herken. Vies zweet? Oud t-shirt? In textiel getrokken oksellucht?

Ik maak me zorgen. Ik hoop dat die geur niet van mij komt. Of van de kleren die op de stoel liggen.

Dan herinner ik me dat ik een stel washandjes, die na dagen in de badkamer nog steeds nat waren, op mijn verwarming had gelegd om eindelijk eens te drogen.

Ik ruik aan een washandje. En zucht van opluchting.


Jas

december 2, 2015

Ik heb een nieuwe jas. Ik vind hem mooi. Hij is heel heel zacht. Ik ben bijna bang om hem aan te doen. Misschien beschadigt of kreukt hij.

Ik draag de jas tijdens een dagje Gent. Buiten is het negen graden. De jas is warm. Daarom heb ik hem ook gekocht. Terwijl ik in de rekken van de tweede vintage winkel van de dag rommel, breekt het zweet me uit.

Die nacht slaap ik onder mijn oudste dekbedovertrek. Die heel heel zacht is. Midden in de nacht word ik half wakker. Ik heb het heet. Ik denk dat ik in mijn jas lig. Tevreden draai ik me om.


Lezing rouwverwerking

maart 17, 2015

Bij de ingang van het Ledeltheater staan mannen in lange zwarte jassen het publiek op te wachten. Een van de mannen zegt iets tegen me. Ik knik, al versta ik hem niet. Ik ben afgeleid door de enorme wolk aftershave die om hem heen hangt. Ik sluit aan bij een rij. Als ik aan de beurt ben wordt mijn naam afgestreept op een lijst. Ik krijg een pen, een reclamefolder en een opschrijfboekje van een uitvaartmaatschappij.

Ik zoek een plaatsje in het midden van de zaal. Waar nog veel stoelen vrij zijn. Een ouder stel schuift aan de rechter kant tegen me aan. De man ruikt naar aftershave. Links van me komen twee vrouwen zitten. De dichtstbijzijnde kust een vrouw die achter me zit. De sjaal van mijn buurvrouw bedekt mijn gezicht.

De stoelen in het Ledeltheater zijn niet breed. Ik haal mijn armen van de leuningen om geen fysiek contact met mijn buren te hebben. De net gekuste vrouw achter me begint een gesprek met mijn buurvrouw. Daartoe leunt ze naar voor en praat met flink volume. Haar mond bevindt zich op tien centimeter afstand van mijn oor. Ze brult: “Kom je hier voor jezelf of voor iemand anders?”


Mest

februari 4, 2015

We woonden in een Vinex-wijk in Delft. In een appartement van grijze baksteen. Aan een grijs plein met een supermarkt. In onze woonkamer de grijze vloerbedekking van de vorige bewoner. In het midden van de kamer stond een groene plant. Een ficus.

Een vriend kwam langs. Hij peuterde in zijn neus. En gooide de oogst in de pot van de ficus. “Dat is goede mest,” beweerde hij.

Ik woon in een voormalige bakkerij in Waterlandkerkje. Ik kijk uit over landerijen. In de keuken staan de planten van mijn moeder.

Een vriend komt langs. Hij maakt zijn nagels schoon. En gooit de oogst in de pot van een vetplantje. “Dat is goede mest,” beweert hij.