Koffer of naaimachine

mei 16, 2015

Op de rommelmarkt koop ik een elegante witte Samsonite koffer. De verkoopster vertelt dat ze hem ooit in California gekocht heeft. Met de koffer in de hand beweeg ik me over de markt. Ik word aangesproken door een oudere man. “Naaimachine gekocht?” vraagt hij, terwijl hij naar mijn koffer wijst. “Nou nee,” antwoord ik, “hier ga ik lekker mee op reis.” Ik voeg eraan toe dat de koffer ook wel erg smal is om een naaimachine te herbergen. “Zulke smalle naaimachines bestaan anders wel,” zegt de man.


Rommelmarkt

augustus 7, 2013

Ik slenter al voor achten over de rommelmarkt. Ik heb het koud. Ik heb nog geen koffie gehad. Ik wil het liefst niets van wat er uitgestald ligt aanraken. Ik heb al genoeg lampjes, voorraadbussen en borden. De ghettoblaster die ik zie staan en wel kan gebruiken wil ik ook niet aanraken. De klokjes, waar ik al een tijdje naar op zoek was om mijn met plakband aan elkaar hangende wekker te vervangen, interesseren me niet. Ik wil mijn plakband-wekker.

Ik koop een vintage Lucie Linden jurk met vlekken. Ik denk niet dat de vlekken er in de was uit zullen gaan. En ik koop een sjaaltje met een tijger.


Wilt u iets kopen mevrouw?

mei 11, 2013

Een set van 32 glazen? Nou nee, dat is me te veel. En die flanellen pyjama met pluis blief ik ook niet. Op de rommelmarkt koop ik wel een zakje met 15 klosjes garen (goed voor heel wat meters naaiplezier) en een vintage statief in een schimmelige tas. Weer thuis voel ik me vies. En koud. Zonder mijn handen gewassen te hebben eet ik wat crackers. Even kan niets me meer schelen.


Hoeden

oktober 13, 2012

Ik loop door Gent en zoek een hoed. In de stijl van de twintiger jaren. Voor een man met een groot hoofd. De mevrouw van de tweedehands-winkel in een zijstraatje van de Vrijdagsmarkt zucht en zegt dat vroeger de hoofden klein waren. Grote hoeden zijn nauwelijks te vinden. En als ze ze al vindt en ze zijn ook nog eens oud, dan zijn ze erg duur. Maar ze zal voor me kijken, de volgende keer als ze naar de groothandel in Brussel gaat.

Bij Sint Jacobs snuffel ik rond bij de kleine verkopers. Ik zie een oude trompet. De verkoper is volgens zijn maat even weg. Ik loop verder. In een doos met bollen wol liggen twee hoeden. De bovenste ziet er zeer geschikt uit. Ik pas hem. Hij heeft precies de goede maat. Ik vraag hoe duur ze zijn. Een mevrouw die op een stoel voor het kraampje zit pakt een van de hoeden uit mijn hand en zet hem op. De mevrouw achter de verkooptafel zegt “Pakt ze mee,” en knikt naar me. Ik vraag: “Echt?” “Ja, pakt ze mee!” verzekert ze me, en zegt tegen de vrouw op de stoel: “Geeft eens aan dat meisken, of wilde gij hem hebben?” Ik krijg ook de tweede hoed en bedank de vrouwen vriendelijk. “Kom eens hier naar achteren,” zegt de eigenaresse van de kraam dan, “Ik heb hier nog een hele zak.” Ik loop om, gevolgd door een volkse vrouw die ook bij de kraam rondhangt. “Is’t voor toneel?” Ik beaam dat het voor toneel is en dat ik vooral op zoek ben naar hoeden die bij de jaren twintig passen. “Hier, in deze zak zit ook astrakan. Voor kragen. Kijkt maar.” Ze geeft me de zak. De volkse vrouw trekt de zak uit mijn handen. Ze haalt de astrakan eruit. Ze haalt er een mooie grijze hoed uit en legt hem naast zich. Ze haalt er een beige hoed uit. De mevrouw van de kraam zegt “’t Is voor dat meisken, voor toneel.” De volkse vrouw zegt “”t Is veur mijnen man.” Ik pak de beige hoed uit haar handen en zeg dat ik hem goed kan gebruiken. De mevrouw van de kraam vraagt of ik misschien nog uniformen nodig heb. Ik vind twee dames-tulbandhoeden in de zak. De volkse vrouw is er met de grijze hoed vandoor. Ik vraag hoeveel mijn vijf hoeden bij elkaar kosten. “’t Is voor niet,” zegt de mevrouw van de kraam, “Ik heb die zak van de morgen gekregen.” Ik bedank haar. Ze vraagt of ik niet ook nog een paar lappen stof wil. Ook voor niet.


Westvlaamse rommelmarkt

juli 31, 2012

Of het nu gedragen schoenen zijn, een gebruikt elektrisch broodmes of een warmte-lamp, van verbazingwekkend veel spullen hebben de verkopers op deze rommelmarkt nog de originele verpakking. Ik stel me zo voor dat in elk Vlaams huis een grote kast moet staan vol met lege dozen. Die jaar in jaar uit wachten tot de inhoud oud en moe genoeg is om – weer terug in de doos –  van de hand gedaan te worden.

DJ Dany heeft geen dozen. Wel een arsenaal aan Nederlandstalige hoempapamuziek die uit zijn boxen blèrt. Zijn overbuurvrouw, de twee poten van een overmaats pluche kuiken en haar vuisten klemmend, deint vrolijk mee op de maat.


Jaarmarkt

juli 27, 2012

Ik zit op een stoel naast mijn kledingrek vol vintage jurken. Hoofd op buikhoogte. Ik zie een man met ontbloot bovenlichaam. Zijn enorme buik loopt uit in een vetschort die voor voor zijn gulp bengelt. Ik zie een jongetje – ook met ontbloot bovenlichaam – met twee ferme tieten. Ik zie vlezige vrouwen met wandelwagens waarin ze kleine, hijgende hondjes voortduwen. Ik zie een vrouw met maar één arm. Een moddervette vrouw in gemotoriseerde rolstoel komt over de kinderkoppen langsgesnord. Ik zie haar schoudervlees lillen.

Mijn jurken lijken opeens erg klein.

Mijn naar alcohol riekende buurman, die veel te dichtbij komt, vraagt wanneer mijn man en kinderen komen. Ze laten mij hier toch niet zomaar alleen zitten? Hij zou wel weten wat hij met me zou doen. Ik zeg hem dat man en kinderen vanmiddag andere bezigheden hebben.


Treurnis

juli 14, 2012

Het is rommelmarkt in een dorp vlakbij. Het regent. Ik heb geen zin om te gaan. Ik ga toch. De regen verandert in geplens. Het is koud. Twee meisjes zitten naast hun met ondoorzichtig groen zeil en twee peddels afgedekte koopwaar. Een Chinees zit glimlachend met paraplu in de hand op een stoel. Een bejaard echtpaar schuilt in regenkledij onder de luifel van het oude stadhuis. Ze verkopen een hengel.


DOK

juni 10, 2012

Vanmiddag is het rommelmarkt bij DOK in Gent. Ik verheug me er nu al op. Eerst nog flink trainen in de ring en dan eropuit. En hopen dat ik een mooie trolly voor mijn vriendin kan vinden. Gelukkig heeft mijn vader mijn stropdas al voor me geknoopt.


In de doos?

maart 31, 2012


Retrobeurs

maart 11, 2012

Ik liep flink door, van het parkeerterrein naar de “ingang van de hallen”, zoals het bord met pijl aangaf. Thuis had ik tegen beter weten in een flinke bak koffie gedronken waar ik halverwege de rit naar Gent al last van had gekregen. Via een tunnel kwam ik, te midden van een stroom medebeursbezoekers, terecht in een leeg gebouw waar de deur van de toiletten op slot zat. Door een andere deur werden we het gebouw weer uitgeloodst en kwamen na een flinke wandeling bij de ingang van de sjacherbeurs, waar een enorme rij voor de deur stond. Aansluiten in die rij en op mijn beurt wachten tot ik naar binnen en dus naar de wc mocht was geen optie. Even doorlopen gaf uitzicht op de retrobeurs, met drie loketten, en waar de rijen te overzien waren. Eenmaal binnen wees een beer van een meneer me de weg naar de al flink gebruikte toiletten.

De enorme hal was afgezet in kleinere stukjes waar de verschillende Vlaamse kringwinkels hun opgespaarde retro-waren verkochten. Ik liep een met dranghekken afgezet gebied in en wilde me het liefst zo snel mogelijk weer uit de voeten maken. Razend druk was het. Ik denk niet dat ik ooit zoveel hippe twintigers bij elkaar heb gezien. Op de een of andere manier had ik verwacht dat alle retro-spulletjes alleen voor mij uitgestald zouden liggen, maar nu bleek dat het dringen was om bij een rek kleding of een stapel tassen terecht te komen. Daarbij werd je, volgens het beproefde Ikea-model, door middel van een verplicht traject langs alle te verkopen waren geleid en was het lastig laveren tussen de servies-geïnteresseerden en lampen-liefhebbers die de smalle gangpaden verstopten.

Ik heb moeite met mensenmassa’s en heb waarschijnlijk enorm veel gemist. Ik zag meisjes mooie jurken passen, zag mannen weglopen met trendy seventies meubelen die ik ook wel wilde hebben, kwam een stel vrienden tegen die net zo verdwaasd keken als ik, ben aan bijna alles voorbij gelopen omdat er teveel mensen omheen stonden en stond toch na anderhalf uur met twee goed gevulde zakken in mijn handen en flinke pijn in mijn onderrug weer buiten.

Ik had het idee dat ik in de mêlee min of meer lukraak wat dingen uit rekken had getrokken, maar toen ik thuis kwam bleek dat reuze mee te vallen. Mijn beste vangst is een prachtig getailleerde lange leren jas uit de seventies. Bijna had ik hem laten hangen omdat ik hem te duur vond en stond al klaar met een minder mooie en minder goed passende jas die nog niet de helft kostte, maar besefte tijdig dat zo’n actie weinig bevrediging tot gevolg kon hebben. Ik heb hem dus, die fantastische jas, en ik heb nog veel meer waar ik blij mee ben of anderen blij mee kan maken. Ik kan me blind gaan staren op wat ik allemaal gemist heb, maar eigenlijk ben ik heel content. In de auto hier naartoe heb ik lekker hard gebruld om me af te reageren en ben daarna uit volle borst gaan zingen.


Huisgenote

augustus 19, 2011


Tristezza

augustus 6, 2011

Misschien was het gewoon wat veel, vier rommelmarkten in acht dagen. Toen ik vanochtend vroeg de Visserijfeesten op liep werd ik niet overspoeld door het bekende schattenjagersgevoel. Integendeel. De helemaal niet dure zwarte vintage reistas met modderspetters heb ik laten staan omdat de verkoopster me deed denken aan een kruising tussen een morsige aangetrouwde tante van me en de vetharige krantenbezorgster uit mijn kindertijd. Ook van andere handelaren werd ik een beetje triest. Zo was er een mannetje dat met een wasrekje hangplanten op een wel heel ongezellige plek was gaan zitten, zelf bijna verscholen in het struikgewas. Een ander oud mannetje verkocht zijn hengels. En een stel doorgeroeste strijkbouten.

Met verbazing heb ik staan kijken naar een groep vrienden (ik kan me niet voorstellen dat ze allemaal in het huis wonen waar ze voor stonden) die behalve hun handelswaar ook de boxen hadden buitengezet en daar joekelhard de Havenzangers, André Hazes en Koos Alberts uit lieten schallen. Om het genot nog te verhogen hadden ze allemaal een biertje op de buik.

Ik begon trek te krijgen, maar wilde niets eten voordat ik de gelegenheid had gehad mijn handen te wassen die plakkerig waren geworden door het aanraken van wat ik dacht dat een brillenkoker was maar een etui met sleutelset bleek te zijn. Het was duidelijk tijd om naar huis te gaan.

Op weg naar de auto kwam ik nog wel twee zusjes tegen. Die, samen met de retro zonnebril die ik had gevonden, maakten de ochtend dan toch weer goed.


Rommelmarkt

augustus 3, 2011

Ondanks de regen toch vroeg opgestaan om naar de rommelmarkt in een dorp verder te gaan. Dit keer mijn auto niet op het parkeerveld gezet maar langs de weg en opgewonden het dorp in getogen. Naarmate het weer beter werd werden steeds meer schatten ontdaan van groen zeil en landbouwplastic. Wat ik niet heb gekocht: tweed jas, bruine tweedehands BH cup F, oranje koffer met witte bies (twijfelgeval), cake, zelfgemaakte schilderijen en een vintage LP-collectie.

Wat ik wel heb gekocht, maar pas na lang nadenken, zoeken op internet en weer terug naar de rommelmarkt rijden, is een vintage accordeon. Met maar 12 bas-knoppen en daarom volgens internet een kindermodel, maar volgens mij is zo’n overzichtelijk aantal indrukmogelijkheden precies geschikt voor mij. De foto volgt zodra mijn ontzag voor zomaar een nieuw muziekinstrument iets gesleten is.


Rennen maar!

juli 30, 2011


Jaarmarkt

juli 29, 2011

De wekker ging vanochtend vroeg – zeven uur – zodat ik op tijd bij de jaarmarkt een dorp verder zou zijn en me als één van de eersten zou kunnen vergapen aan alle ongetwijfeld prachtige dingen die voor bijna niets door allemaal aardige mensen zouden worden verkocht. Ik parkeerde mijn auto op een bijna leeg grasveld (€2,50 alstublieft) en toog vol verwachting op mijn hoge hakken het dorp in. Na 100 meter had ik al een knaloranje gehaakte sprei te pakken die tijdens de tienertijd van de verkoopster haar slaapkamer opgevrolijkt had. Weer een paar meter verder scoorde ik een poef uit de zestiger jaren. Met handig veel opbergruimte. Dat begon goed. Poef en sprei in bewaring gegeven en meteen al liep ik tegen een wasrekje met poezen-pannenlappen aan. Gehaakt door de dames van de kerk voor het goede doel (ben even vergeten wat precies, maar zal vast de kerk zelf geweest zijn). Twee van gekocht. Nadat ik ook nog een sixties sjaaltje, een onhandige maar o zo leuke thermoskan, een oud blik en een kleedje dat bij thuiskomst een fors gat bleek te bezitten had gekocht en met een oud-klasgenote van de lagere school en haar zus een praatje had gemaakt had ik blaren op mijn tenen, pijn in de onderrug en kon ik niet meer lachen om de tweedehands WC-bril, het afgeragde eenzame pingpongbatje en de eindeloze stapels verwassen babykleding. Tijd om naar huis te gaan.

Toen ik echter bij mijn auto aankwam bleek hij omringd door andere auto’s. Volledig vastgezet. De parkeerwachten bleken al een paar keer te hebben laten omroepen dat de auto verplaatst moest worden, maar er was niemand op komen dagen. Het bestuur van de jaarmarkt zou het probleem maar op moeten lossen. Ik maakte nog een halfslachtig rondje langs de kraampjes en begon mijn blaren wel erg goed te voelen. Terug bij de auto was de situatie nog onveranderd. Gewacht, praatje gemaakt met ex-leraar uit de brugklas, zeer net briefje geschreven en onder de ruitenwissers van de zwarte wagen gedaan, gewacht, flesje water gekregen van een parkeerwacht en uiteindelijk gebeld naar huis en me op laten halen.

Zoeven heb ik de auto gehaald. Onder mijn ruitenwissers zat mijn eigen briefje. Daarop lag een pruim. Op het briefje was niets bijgeschreven. Geen woord van berouw. Alleen een godvergeten pruim.