Berenleed

juli 26, 2015

In een doos op zolder vind ik een heleboel kinderspullen. Waaronder een roze met witte beer. Ik herinner me hem niet bewust. Maar ik herinner me wel het verhaal dat mijn moeder over hem vertelde. Omdat de beer wel heel vies gespeeld was had ze hem gewassen. En hem te drogen gehangen. Tot ze me hard hoorde huilen en me onder de waslijn vond. Waar beer hing. Aan zijn witroze oren.


Ardèche

april 28, 2015

We slapen in een caravan. Mijn broertje in het onderste gedeelte van het stapelbed. Ik erboven. In een oranje soort hangmat. Overdag spelen we in het water van de Ardèche. Samen met de kinderen van een bevriend koppel. Het is midden jaren zeventig.

’s Avonds kleden vrouwen en kinderen zich om en flaneren met lange rokken over de camping. Ik kijk met verlangen. Ik zeg tegen mijn moeder dat, als we terug in Nederland zijn, ik ook graag een lange rok wil. Mijn moeder neemt me mee de caravan in en geeft me een blauwe lange rok met gekleurde geometrische figuurtjes erop. Die ze thuis al voor me heeft gemaakt.


Mest

februari 4, 2015

We woonden in een Vinex-wijk in Delft. In een appartement van grijze baksteen. Aan een grijs plein met een supermarkt. In onze woonkamer de grijze vloerbedekking van de vorige bewoner. In het midden van de kamer stond een groene plant. Een ficus.

Een vriend kwam langs. Hij peuterde in zijn neus. En gooide de oogst in de pot van de ficus. “Dat is goede mest,” beweerde hij.

Ik woon in een voormalige bakkerij in Waterlandkerkje. Ik kijk uit over landerijen. In de keuken staan de planten van mijn moeder.

Een vriend komt langs. Hij maakt zijn nagels schoon. En gooit de oogst in de pot van een vetplantje. “Dat is goede mest,” beweert hij.


Vintage boekenplanken

november 10, 2014

Ik lig wakker. Denk over het nieuwe huis. Maak me zorgen over hoe ik alles erin kwijt zal kunnen. Ik verdrink in de kasten. En kisten. En boeken. Van alle kasten zijn er maar twee boekenkast.

Vroeger, in mijn tienerkamer, had ik een systeem van vier boekenplanken. Royal Systems van Poul Cadovius. Voordat het bij mij hing, hing het bij mijn ouders boven het bed. Er zat een roetvlek van een walmende kaars op. En een paar krassen.

De muur waaraan de planken hingen verdween. De planken en het ophangsysteem werden opgeslagen tussen andere planken. Ergens op zolder. En verdwenen.

Tijdens het uitruimen van een kast op zolder vind ik acht Royal System haken en pennen. Ik zoek verder. En vind alle planken en bevestigingslatten. Ik herken de roetvlek. En de krassen.

Ik moet huilen.


Terug in de tijd

november 2, 2014

Ik ben aan het inpakken. De bunzing en de hermelijn wikkel ik in een theedoek en leg ze naast het kinderkapstokje in de verhuisdoos. Ik moet denken aan mijn moeder.

De hermelijn stond tijden lang op de tv. Met zijn rug in de zon. Na een paar jaar was zijn vacht een paar tinten lichter geworden. Toen een van mijn broertjes daar een opmerking over maakte zei mijn moeder met een stalen gezicht: “Dat is zijn wintervacht.”


Abuis

oktober 28, 2014

Ik zit op de trapezestok. Ik kijk omhoog, naar de touwen. Ze zouden wit moeten zijn maar zijn grijs. Ik kan ze wassen, bedenk ik. In bad. Dan realiseer ik me dat we geen bad meer hebben. En dat ook mijn moeder, die zo graag in bad ging, er niet meer is.


Kwarren

oktober 18, 2014

Ik reed paard. Met mijn vriendinnen. Bij een oude geile boer. Hij droeg altijd een olijfgroene overall en een brede grijns.

“Weet je wat kwarren zijn?” vroeg Corre. Zijn grijns werd nog breder dan anders. “De tetten van een vèrken.”


Opeens

september 4, 2014

Opeen herinner ik me hoe de grote berging in ons vorige huis eruit zag. Dat er grijs-metalen boekenkasten tegen de rechter wand stonden. En de doos met verjaardagsslingers. Waar ik een hekel aan had.

Aan de andere kant van de deur, op zolder, stond de kist met verkleedkleren. Waar we graag in gingen zitten. Bovenop de kleren.

Op zolder stond ook het 60s fineer wandmeubel uit het huis daar weer voor. Waarin ik een koetjesreep vond. Een heel oude koetjesreep. Ik at hem op en kreeg een uitbrander omdat het de laatste reep was die oma voor haar dood had uitgedeeld.


Herinneringen

augustus 12, 2014

Ik kijk door de oude tekeningen. Moet erkennen dat ik als kind niet voorop liep in teken-ontwikkeling. Wel prijkt al snel mijn naam op de vellen. Zelf geschreven. Niet altijd correct. En boomroosvisvuur. Ik vind een tekening van een primitieve vlinder. Zorgvuldig ingekleurd. Met rode balpen staat het cijfer 6 in de hoek gekrast. Ik voel de teleurstelling nog steeds. En de schaamte vanwege het niet voldoen.


Tandenstokers

augustus 6, 2014

We vinden een vintage potje cocktailprikker tandenstokers. Het potje is nog vol.

IMG_4540

Wat niet vreemd is als je ontdekt dat ze niet door de strooigaatjes naar buiten passen.

IMG_4541

 


Herinneringen

juli 25, 2014

We vinden batterijen en kroonsteentjes. Rol na rol rekverband. Een la vol herbruikbaar cadeaupapier. Nachtlampjes. Een doosje Norrit uit de jaren zeventig. Spray tegen insectenbeten uit Inverness. Heel veel schoenveters. Mappen vol knipsels. Wegenkaarten en wegenkaarten en wegenkaarten. Boeken over paarden. Over molens. Over Zeeland. Over kunst. Over gravures. Over manuscripten. Over boekbinden.

We vinden een doos oud speelgoed en poppen uit onze kindertijd. Het jeugdsentiment fladdert over de zolder. En een zakdoekje. De rand versierd met fijn haakwerk. In een hoek – heel delicaat – is de letter “H” geborduurd.


Armband

juli 10, 2014

In een trommel met oud-Hollands wintertafereel en deksel met hout-motief, vind ik – tussen gordijnhaken, een magneetje, wasbakstoppen en schroeven – een lederen armbandje. Het is zo’n twee centimeter breed, kinderpols-lang en versierd met gestanste motieven. In de binnenkant staat in jeugdig schrift Esther te lezen.

Ik herinner me de tijd van het maken van de armband. Ik zat in de brugklas en was de kleinste van de school. Zo licht was ik dat de gymleraar me in de ringen tegen het plafond van de gymzaal trok. Voor de grap. En me tijdens handstand-les aan mijn enkels omhoog hield. Zodat ik als een vis aan een haak boven de grond bengelde.

Ik klik de armband rond mijn pols. Hij zit klemvast. Maar past. Ik neem me voor hem heel heel lang te dragen. Ook al ruikt hij wat muf.


Kijken

juni 28, 2014

Naar de wereld. Op veilige afstand.

raam


Roze

juni 21, 2014

Wij aten vaak Saroma pudding. Poeder uit een pakje dat met melk opgeklopt werd en moest stijven in de koelkast. Als het feest was kregen we er Klopklop bij. Instant slagroom. Later veranderde Klopklop in Slagslag, maar bleef hetzelfde smaken.

Drie smaken Saroma waren op onze tafel toegestaan: vanille, banaan en karamel. Wij wilden graag framboos en aardbei. Dat mocht niet. Die smaken kwamen namelijk in de kleuren roze en roze. En dat vond hij onderjurkenkleuren. Onderjurkenkleuren waren fout. Dus bleven we vanille, banaan en karamel eten.

Een oude vriend kwam het erf oprijden. Met in zijn auto een zitbadje. Een knalroze zitbadje. De vriend zat in geldnood. En wilde het zitbadje verkopen als waterbak voor de paarden. Het badje werd gekocht. En verbleekte al snel naar een perfecte onderjurkenkleur.

87237_1-2

Foto: Museum Rotterdam

 


Die man ben ik

oktober 24, 2013

“Dat ben ik,” beaamde ik. “Op de poster van de Gentse Feesten.” “Maar dat is toch een man?” vroeg hij. “De man die de wolken meet,” antwoordde ik.

2005040614327

Fotografie: Frank Bassleer


Schrijver

oktober 13, 2013

Ik hield niet van poppen. Niet van lego, playmobil en autootjes. Niet van winkeltje spelen. Niet van de echte wereld nadoen met kindermateriaal.

Ik wilde klimmen in bomen. Hard rolschaatsen. Touwtje springen. Lezen. Knutselen. En vooral veel schommelen.

Ik heb me een tijdlang afgevraagd of ik niet een fantasieloos kind was. Omdat ik nooit laten-we-doen-alsof-spelletjes speelde. Ik maakte geen andere werelden. Ik had al meer dan mijn handen vol aan de wereld zoals hij was. Ik las dat veel schrijvers juist wel die fantasie-kinderen waren. En dat die manier van denken ze voorbereide op het schrijversvak. Ik voelde een steek van jaloezie.

En inderdaad. Ik ben geen schrijver.

pop


Maria Volvam

oktober 6, 2013

Toen ik klein was dacht ik dat Maria’s achternaam Volvam was. Vanwege de eerste regels van het gebed:

“Wees gegroet Maria Volvam,
Genade, de Heer is met U…”


Kleding maakt de man

augustus 29, 2013

Ik was veertien. Mijn vader nam me mee naar de herenmodezaak in het dorp. Daar kreeg ik twee ribfluwelen broeken en twee geblokte overhemden aangemeten Die prima pasten onder de twee door mijn moeder gebreide truien. En die, na een van mijn groeispurts, nog heel goed door mijn broertjes gedragen konden worden.


Italian lover

juli 31, 2013

Ik denk terug aan die Italiaanse man met wie ik een avondje op stap ging op Sicilië. Ik weet niet veel meer van zijn uiterlijk. Hij zal wel zwart haar gehad hebben. Hij was niet mager. Wat ik nog wel weet is hoe slecht zijn adem rook. In de auto legde hij zijn hand op mijn been. Er gingen alarmbellen rinkelen. Ik duwde zijn hand weg. Hij legde hem terug. Ik duwde hem weg. Hij was beledigd. Ik zat immers in zijn auto.

Hij schepte op over zijn baan bij de krant in Messina. Hij zweette. Hij nam me mee naar het tweede huis van zijn ouders. In een droevig dorpje aan de kust. Hij manoeuvreerde wel tien minuten om zijn auto een krappe poort in te rijden. Ik vroeg me – me stierlijk vervelend – af waarom hij de auto niet gewoon langs de weg parkeerde. De auto bleek van zijn vader te zijn.

Binnen trok hij twee flessen wijn open. Wit en rood. En wilde boven op het dakterras naar de sterren kijken. Ik wilde geen sterren kijken. Het dakterras was niet meer dan een platdak dat bedekt was met asfaltpapier en het was er ijskoud. Hij stelde voor om een dekentje mee te nemen. Voor de warmte. Ik stelde me voor wat hij nog meer met dat dekentje wilde.

Hij gaf me een cadeau. In feestverpakking. Een doosje van een juwelier. Met een trendy armband. Een lelijke trendy armband. Ik wilde geen cadeau. Niet van hem. Hij drong aan. Ik stribbelde tegen.

Niet veel later zette hij me terug af bij de groene deuren van de Terra Rossa. Met twee geopende flessen wijn en een doosje met armband. De armband heb ik aan mijn broer gegeven.

flatsmessina


Naast de Kennedybaan

juli 24, 2013

We klimmen over een roestig rood hek. Mijn vriend houdt galant prikkeldraad voor me omlaag zodat ik er overheen kan stappen. Door woest hoog gras, tingels en wilde bloemen banen we ons een weg naar de verlaten boerderij.

Het huis staat vol. Ligt vol. Overvol. Banken, stoelen, kasten, kranten, rouwbrieven, een trouwfoto, drie televisies, schoenen, servies. Een beeld van een vrouw met een afgebroken arm. Afgescheurd behang. Spiegels, textiel, losse deuren. Iets van bont. Alles op en door elkaar. Onder een dikke laag stof. En half vergaan.

Ik ben halverwege de trap als een man zijn hoofd naar binnen steekt. Hij vraagt ons wat we doen. Wij antwoorden. Hij vertelt. Over zijn moeder die hier woonde. Over het huis dat al vijftien jaar leeg staat. Over de eigenaar van de seksclub die er naaktfoto’s van zijn dames maakte. Over de twee vrouwen die met een camion voorreden en alle huisraad mee wilden nemen voor het goede doel. Over wonen in het havengebied. Over de man die in de boerderij op een stoel vastgebonden was en in brand gestoken zou worden. Hoe die man nog net gered was. En hoe jammer dat was, omdat het huis toen nog was verzekerd en een goede brand veel problemen zou hebben opgelost.

Pas als hij vertrokken is bedenk ik dat ik die dag behalve mijn halter-bh geen ondergoed onder mijn korte rode jurk draag.

rodetrap


Alleen slapen

juli 16, 2013

We brachten een dronken vriend naar huis. Eerder was hij in het café rugwaarts van een trap gevallen. Nu kostte het met z’n tweeën heel wat moeite om hem overeind te houden. Eenmaal thuis afgeleverd en veilig in zijn bed, vroeg mijn compagnon of ik bij hem nog een slaapmutsje kwam drinken. Een knappe man om te zien. Ik kende hem niet goed.

Na het drankje, wat gepraat en een liedje speciaal voor mij op gitaar, vroeg hij of ik wilde blijven slapen. Het was al erg laat. Mijn bed een dik half uur wandelen weg. Alleen maar blijven slapen, benadrukte hij. Ik kon een eigen matras krijgen of bij hem in zijn grote bed komen liggen. Ik koos voor het grote bed. Hij koos voor meer dan slapen. Ik koos voor geen seks. Het duurde even voordat hij overtuigd was.

De volgende ochtend, rondzwervend door zijn appartement terwijl hij al lang en breed op zijn werk was, trok ik de deur van zijn logeerkamer open. De kamer was als een grote bak, tot zo’n meter hoogte gevuld met spullen. Een soort zee, waarin geen logeermatras te bekennen was.


Geur

juli 3, 2013

Ik had gedronken. En gekust. Toen hij weg was rook ik nog een vleugje parfum. Ik vond het niet lekker. Zelfs irritant, die geur die zo bij me bleef. Tot ik er achter kwam dat wat ik rook mijn eigen parfum was.


Met de tong

juni 29, 2013

Na de eerste tongzoen volgden er meer. Niet met de slungelige jongen van de eerste kus, maar met een serie andere knapen. Er waren ongeschreven regels. Een jongen kocht drankjes voor zijn meisje. Het meisje betaalde nooit. De jongen zat bij voorkeur op een barkruk, met de benen wijd. Het meisje stond tussen zijn benen, tegen de jongen aangeleund. Een drankje te drinken. Of met haar vriendinnen te praten die tussen de benen van hun jongens stonden.

Voordat je tussen de benen van een jongen belandde moest je natuurlijk wel al met hem gezoend hebben. Met tong. Dat gebeurde op de dansvloer. Of buiten. Of op de trap naar de discotheek. De handen van het meisje werden meestal op de schouders van de jongen geplaatst, de jongen had zijn handen laag op de onderrug of op de billen van het meisje terwijl hij zo’n beetje over haar heen gehangen kwam. De handen kwamen doorgaans niet van hun plaats. Niks geen gestreel. Niks geen ontdekkingstochten. Als de handen eenmaal in positie waren werden de monden op elkaar geplaatst en begon er een geconcentreerd en glibberig roteer- en steekspel.

Ik herinner me een vriendje waarmee ik kuste op een muurtje achter disco Jopie. Het orale gestoei kon me niet lang boeien, dus ik opende mijn ogen en dacht – met enige afkeer –  dat hij, zo in extreme close-up, wel iets weg had van het monster van Frankenstein.


Eerste kus

juni 28, 2013

Ik ben zeventien. Ik heb nog nooit getongzoend en vind dat de tijd aangebroken is om daar verandering in te brengen. Over de techniek heb ik al tips gekregen van mijn populaire vriendin. In de middagdisco van Maldegem moet het gebeuren. We praten met wat jongens. De leukste van het stel zoent al snel met mijn vriendin. De jongen die overblijft ziet er slungelig en erg onervaren uit. Bij een slow-plaatje vraagt hij me met hem te dansen. Hij kust me. En wriemelt zijn tong mijn mond in. Ik vind het best wel vies. Moet aan een slak denken. En aan een vaatdoek. Om vijf uur meldt hij dat hij thuis moet eten, maar dat hij meteen daarna terug zal komen. Als ik hem een uur later zoekend rond zie kijken verstop ik me.


Jaren zestig

juni 14, 2013

In de jaren zestig had iedere vrouw een handtas.
Omdat je in je borstzak nou niet echt handig je sleutelbos kwijt kon.

605_fhdrkl


Kleine dingen

juni 12, 2013

Als ik aan mijn tante denk denk ik aan kleine dingen. Aan het kersen tellen voor in de yoghurt. Aan de bami kloejoe. Aan het breien van dikke sokken. Aan de vruchtenhagel van mama en de chocoladehagel van papa. Aan de duster die Chinese carnavalsuitrusting werd. En aan het zwemles geven aan een gans.


Castor

juni 9, 2013

Onze hond was een afdankertje. Mijn nicht vond hem te klein en daarom niet bij haar passen. Een grotere hond zou haar beter staan, zei ze. Dus kregen wij Castor. Castor was in zijn jeugd mishandeld. Dat was best zielig, maar het maakte hem er niet leuker op. Hij was slaafs, achterbaks en kruiperig. En wilde graag geaaid worden. Als je Castor geaaid had stonk je hand.

Castor had behoefte aan seks. Bij gebrek aan een teef reed hij zich regelmatig klaar op het harige kleed onder de salontafel. En besprong hij elke hond die het erf op kwam. Zijn nood was zo hoog dat het hem niet uitmaakte of het dames- of herenhonden waren. Toen Castor op een keer een veel grotere en erg irritante reu op de knieën had gekregen waren we trots op hem.


Achteruit

juni 7, 2013

Ik was nog klein. En liep aan de hand van mijn vader door het dorp. Achter de kerk werd mijn vader aangesproken door een Belgische madam. Of hij astemblief haar wagen voor haar uit het parkeervak wilde rijden. Ze wist niet waar de achteruit zat.


IJdelheid

april 18, 2013

Met een dikke laag make-up voor de show zie ik er oud uit. Ik kijk naar de foto’s die ik toegestuurd heb gekregen. Lijnen in mijn gezicht. Gek uitziende huid boven mijn ogen. Te mager. Steeds meer grijze haren. Ik vind dat ik daar niet om moet geven. Ik weiger mijn haar te kleuren. Maar die lijnen vind ik stiekem vervelend. Ik vergelijk met foto’s van vroeger. Toen ik er heel anders uitzag.

vroeger


Tarzan

maart 29, 2013

Op de akker, waar wij als kinderen speelden, was een berg. Naast de berg lag een sloot. Naast de sloot stond een boom. Aan een uitstekende tak van de boom was een touw geknoopt. Vanaf de berg kon je, net als Tarzan (of Jane), je met het touw over de sloot zwieren. Zoals mijn broertje deed. En mijn stoere vriendinnetje. Ik zwierde, durfde niet los te laten, zwierde terug richting boom, knotste ertegenaan, liet los en plonsde in de sloot.


Badkamergeur

maart 23, 2013

Vanochtend aan de koffie kwam een oud badkamerverhaal bovengedreven.

Mijn tante werkte als hulp in de huishouding bij een dokter en zijn familie. Als ze zijn kinderen in bad deed gebeurde het regelmatig dat heer dokter de badkamer in gewandeld kwam, tante sommeerde buiten te wachten, en – in bijzijn van zijn dochters – een flinke bolus draaide op het toilet naast het bad.


Ihr sollt sein hart wie kruppstahl

maart 12, 2013

Op de circusschool. Ik had al een paar weken pijn in mijn rug. Op een dag kon ik mijn arm niet verder meer optillen dan schouderhoogte. Met tranen in mijn ogen stond ik naast de trapeze en kreeg mijn hand niet naar de stok. “Dan ga je maar eenwielfietsen,” zei een van de docenten. “Dan heb je daar geen last van.”

eenwieler


Dood

maart 10, 2013

Ik woonde in Engeland. Studeerde er Engels en gaf Nederlandse les. Halverwege het jaar kwam mijn vriend op bezoek. Eenmaal op mijn kamer keek hij me ernstig aan en zei dat hij slecht nieuws had. Ik schrok. Was er iets met mijn ouders? Mijn broertjes? “Je ex, P, is doodgeschoten,” zei hij. Ik slaakte een zucht van verlichting. En schaamde me.


Dagzoen

maart 4, 2013

Hij was de vader van mijn vriend. En best aardig. Veel aardiger dan zijn zure vrouw. Toch gruwelde ik altijd van de goed gemeende welkomszoenen. Al waren ze netjes op de wangen. Ik had het gevoel dat het opdrogende speeksel mijn huid samentrok. En dat ik het kon ruiken. Zodra ik de kans zag snelde ik altijd naar de wc om mijn gezicht te wassen.


Nachtzoen

maart 3, 2013

Ik was nog klein. En verlegen. Op de groene bank in onze woonkamer zat een meneer die ik niet kende. De meneer had een week, bleek gezicht en een baard. Ik hield afstand. Toen het bedtijd was en ik mijn ouders goedenacht kuste wilde de meneer ook een kus. Ik wilde niet maar durfde niet te weigeren. Op mijn slaapkamer heb ik met een washandje mijn lippen geschrobd.


Down in a hole

februari 28, 2013

Als klein meisje geloofde ik in de “zwarte mannen.” De zwarte mannen waren slecht. Als ze de kans kregen ontvoerden ze je en deden erge dingen met je. De zwarte mannen zaten in dezelfde hoek als de kinderlokker. Alleen kreeg je van de kinderlokker snoep en van de zwarte mannen niet. Als je over een zebrapad liep en op de zwarte strepen stapte, had je kans dat er een zwarte man achter je aan zou komen. Ik was bang. Een tijdlang heb ik putdeksels ontweken, want daaronder, dat was waar de zwarte mannen woonden.

hole


Verdriet uit het verleden

februari 14, 2013

Zesenzeventig is ze. Ze zit aan de keukentafel. Vertelt dat ze met haar zus gesproken heeft en daardoor afgelopen nacht niet kon slapen. Toen ze jong was is ze, samen met drie jongere zusjes uit huis geplaatst. Haar ouders kwamen nauwelijks of nooit langs op de kostschool waar de vier zussen terecht kwamen. Wel kwam hun oudste broer ze regelmatig opzoeken. Op een keer, rond Sinterklaas, had hij een hele lading cadeautjes bij zich. Ze heeft al die jaren in de veronderstelling geleefd dat die van thuis kwamen. Dat haar ouders soms toch aan hen dachten. Gisteren hoorde ze dat de cadeautjes van haar broer afkomstig waren. Vandaag huilde ze.


Eropuit

februari 10, 2013

Mijn auto is niet rood. Ik stop niet in de bossen. Ik ben niet zo van de mutsen. Maar vandaag ga ik er wel op uit. Ik zie al zon. De lucht is blauw. Ondanks de voorspellingen ligt er geen sneeuw. Ik richt mijn neus op het noorden en geef gas.

auto


Vroeger

februari 9, 2013

Tussen de familiefoto’s. Biljart. Bier. Drie broers. En ouderwetse gezelligheid.

biljart


Band plakken

februari 5, 2013

De hoofdmeester van de katholieke lagere school in het dorp, vond het fijn om kinderen voor schut te zetten. “Kijk eens wat een verschrikkelijke puinhoop deze jongen van zijn schrift maakt,” zei hij vals terwijl hij het schriftje van mijn achtjarige broertje aan een klas vol elfjarigen toonde. Een meisje in mijn klas kreeg een uitbrander omdat ze een haar op de grond gooide. Hij dwong haar de haar te zoeken, in de prullenbak te gooien en nooit meer zulk smerig gedrag te vertonen.

Op een dag kregen we de opdracht om om de beurt een actie, die de hoofdmeester ons in het oor fluisterde, zonder woorden uit te beelden voor de klas. De klas moest dan raden wat de actie was. Zo had je tennis spelen, de hond uitlaten of autorijden. Toen ik aan de beurt was kreeg ik: “De band van je fiets plakken” in mijn oor gefluisterd. Ik had, als elfjarig meisje, nog nooit een fietsband geplakt. Dat deed mijn vader altijd voor me. In de stress herinnerde ik me alleen dat je het gaatje in het rubber moest zoeken door de opgeblazen binnenband onder te dompelen in een bak water. Met een steeds roder wordend hoofd en onder jennend geroep van mijn klasgenootjes dompelde ik herhaaldelijk de denkbeeldige band onder. Tot de hoofdmeester me nors naar mijn plaats stuurde en aan de klas liet zien hoe het wel moest.

Later hoorde ik dat zijn vrouw en kinderen nog banger voor hem waren dan wij.

band plakken


Aarsogen

februari 4, 2013

Ik sta bij de kassa van de Lidl. Kijk naar wat de klanten voor me op de band hebben geladen. Ik sta versteld. Bijna niets ervan eet ik. Vlees, zoetigheid, frisdrank, toetjes, fabrieksbrood, een plastic bak boerenkoolstamppot. Ik kijk naar hun hoofden. Het loshangende vlees. De bruinige en gerimpelde huid rond hun ogen.

Op een oude familiefoto ontdek ik een onbekend lid dat wel heel slecht moet hebben gegeten.

ogen


Meisjes

januari 24, 2013

Ze zijn vijf en zes jaar oud en zitten vol vragen. “Esther, doe jij dat nog steeds in de doeken? En wil je ons dat leren? Heb je lippenstift op? Zijn je lippen echt zo rood? Jouw lippen zijn veel groter dan die van mama. Esther, draag jij wel eens broeken? Heb je een vriend? Ben je er morgenochtend nog? Heeft iemand wel eens tegen je gezegd dat je een heel mooie rok aan hebt? Denk je dat ik genoeg mais-schuimpjes voor mijn vlot heb?

De oudste rent naar de bank waar ik op zit. “Ik ben de eerste die naast Esther durft te zitten!” De jongste komt tussen ons in zitten en kijkt eerst haar zusje en daarna mij triomfantelijk aan.

Ik herinner me dat mijn broertje en ik ons achter de gordijnen verstopten als er bezoek kwam. En dat we bibberden van de spanning.


Ontmoeting

december 31, 2012

Voor het kaas-schap in de Lidl loop ik bijna tegen een triest uitziende vrouw op. “Esther?” vraagt ze. Na wat razendsnel denkwerk zeg ik haar naam. We zaten bij elkaar in de klas op de lagere school. Ik vraag wat ze doet. Ze werkt bij de Rabobank. Al zesentwintig jaar. Daarop kan ik niet veel meer verzinnen dan dat het dan wel een erg leuke baan moet zijn. Ze vraagt of ik nog steeds trapeze doe. Dat had ze in de krant gelezen. Ik geef toe. Ze vraagt of ik in Amsterdam woon. “Nee hoor, gewoon in het dorp,” zeg ik. Ze is verbaasd. Vraagt “Echt?”

Ze zegt dat het een lange tijd geleden is. Dat we ouder zijn. Dat we rimpeltjes hebben. Ik kijk naar haar. Ze heeft inderdaad rimpeltjes. Net als ik. Ik weet niets meer te zeggen.

Bij de kassa staat ze achter me. Ik glimlach breed. Ze lacht terug en legt haar spullen op de band. Dan besef ik dat niet haar gezicht, maar haar bewegingen haar een oude vrouw maken. Triestheid overvalt me.


Kerst

december 26, 2012

Sinds mijn vroege jeugd skiën ze tijdens de kerstdagen boven de rustiek eikenhouten eettafel. Zo ook dit jaar.

kerst


Kersttijd

december 15, 2012

Als klein meisje al, weigerde ik de kerstboom mee op te tuigen. Ik vond dat de boom het huis te vol maakte, dat hij te duidelijk dood was, maar vooral dat hij te hard en stekelig aanvoelde. Ik vond het naar om de naalden aan te moeten raken en om om die onuitnodigende, prikkende takken de haakjes van de kerstballen te moeten priegelen.

Als veel kleiner kind had ik een afkeer van gras. Ik wilde de sprieten niet aanraken. Ik vond dat ze prikten. Voor mijn ouders was het handig. Als ze een kleed op het grasveld legden en mij erop zetten, kwam ik er niet vanaf.

Wellicht is er een connectie tussen de twee.


Anders

december 12, 2012

Ik was geen Zeeuws Vlaamse. Ik sprak geen dialect. Ik was verlegen. Ik had lang, blond haar. Ik droeg door mijn moeder gebreide truien. En Bunny-schoenen. Van die vetleren veterschoenen waarvan de modellen voor jongens en meisjes identiek waren. Ik weet niet of dat het was wat me zo anders maakte dan mijn Zeeuws Vlaamse klasgenoten.  Maar anders was ik.

Een jongen dreigde me in een kleedje te rollen en in de vaart te gooien. Bij slingertikkertje moest ik lege mouwen vasthouden omdat ik te vies was om aan te raken. Bij het ontvangen van de klassenfoto’s verklaarde een jongen dat hij de zijne alleen maar wilde hebben als mijn hoofd eruit geknipt werd. Er werd gezegd dat ik “in’t oerkot” geboren was.

Nog steeds ben ik anders. Nog steeds weet ik niet precies waar het hem in zit. En nog steeds lok ik vreemde en soms agressieve reacties uit in anderen. Het is niet anders.


Tulband

november 5, 2012

Ik lees dat er halverwege de vorige eeuw vrouwen waren die elke dag krulspelden zetten. Om er goed uit te zien als hun man van zijn werk thuis kwam. In een leerboek van een katholieke huishoudschool voor vrouwen uit 1960 staat:

“Laat u van uw beste kant zien als u gaat slapen. Probeer er innemend uit te zien zonder uitdagend te zijn. Als u gezichtscrème moet gebruiken of krulspelden wilt draaien, wacht dan tot hij slaapt want een dergelijke aanblik zou hem in de war kunnen brengen bij het inslapen.”

Met mijn ontembare haar zou ik geopteerd hebben voor een kekke tulbandmuts. Alles om de man te behagen, natuurlijk.


Herinnering

oktober 31, 2012

Een herinnering. Ik zit ergens te wachten. Te midden van anderen. Een rij harde stoelen tegen een witte muur. Werkgerelateerd. Naast me zit een meisje van ergens in de twintig. Ik ken haar niet. Ze vraagt of ze mijn buikspieren mag voelen. “Span ze eens aan,” zegt ze en prikt een paar keer met haar wijsvinger in mijn buik. Ik weet niet meer of ik voldeed.


Andere tijd

oktober 28, 2012

Ik denk aan het trapeze-optreden waarbij mijn broek achter de trapezestok bleef hangen en ik in mijn huidkleurige string hing. Aan het mast-optreden waarbij bh en jurkje volledig verschoven waren en de band die achter het podium zat me in mijn volle glorie zag hangen. Aan het doekenoptreden waarbij mijn jurkje tijdens de laatste val vast kwam te zitten waardoor ik half ontkleed beneden aankwam.

Een paar uur voor het optreden rijd ik, met mijn ordi optreedjurkje in een plastic zak, naar de lingeriezaak in het dorp. Ik vertel dat mijn gebruikelijke optreed-bh het het laatste seizoen regelmatig heeft af laten weten en zoek samen met D een stevig ogende, perfect passende bh uit die me in de toekomst voor gênante ogenblikken zal moeten behoeden. Voor de zekerheid trek ik ook nog het jurkje aan en paradeer door de zaak. Een oudere dame komt binnenlopen, neust wat door de bh’s, kijkt me glimlachend aan en zegt: “Dag Esther.” Ik herken mijn oude buurvrouw uit mijn lagere schooltijd. Van toen ik nog een heel klein blond verlegen meisje was. Een andere wereld. En ook weer niet.


Zijn voeten

september 8, 2012

In de trein. Mijn mijn vriendje van een maand. De onzekerheid van nieuwe verliefdheid. Hij ging niet naast maar tegenover me zitten. Ik weet niet of we praatten of vooral zwegen. Ik was onzeker. Opeens legde hij zijn voeten op mijn schoot. Met sandalen en al. Ik keek ernaar. En naar het haar op zijn benen. Ik rook voetengeur. Ik deed alsof er niets aan de hand was.


Eerste ontmoeting

augustus 7, 2012

Ik heb het verhaal honderden keren gehoord. Zelf weet ik er nog maar heel weinig van. Piepjong was ik toen ik op de markt in ons dorp mijn eerste donkere man zag. Of – zoals dat toen zonder gêne gezegd kon worden – mijn eerste neger. Een bijzonder lange neger, als ik mijn moeder mag geloven. Ik was geïntrigeerd. Liep een rondje om hem heen. Keek naar boven. En zei triomfantelijk: “Zwarte Piet!”


Anders

augustus 2, 2012

Mijn tante was anders. Ze slikte pillen. Zoveel pillen dat ze er een ingewikkeld uitziende systeemdoos voor had. Op een warme zomerdag nam ze onze door een krielkip uitgebroede gans Pipo mee naar de kreek. Om hem zwemles te geven. Voordat ze Pipo in het water zette trok ze handig haar bh vanonder haar hemdje en deed haar schoenen uit. Zodat ze klaar was om hem te redden, mocht hij dreigen te verdrinken.

Mijn oudtante was anders. Ze slikte geen pillen maar toog op zomerochtenden met haar blokfluit naar buiten. Om de vogels zangles te geven.

Ik ben anders.


Uit de oude doos

juni 2, 2012

Hoogmoed tijdens de Europafeesten in Tielt (B).


Uit de oude doos

mei 31, 2012

La Tarantella was erg leuk om te spelen. Jammer dat I geblesseerd raakte en we er noodgedwongen mee op moesten houden.

Fotografie: Frank Bassleer


Blauwe deur

april 1, 2012

Ik was een jaar of acht en deed mee aan de avondvierdaagse. Vier avonden achter elkaar verzamelen op het parkeerterrein van de Albert Heijn tegenover het ziekenhuis en daarna in optocht de polder in. Elke avond, vlak voordat ik me bij mijn groep voegde, ging ik voor de lichtblauwe deur aan de achterkant van de Albert Heijn staan en zwaaide ik naar het ziekenhuis. Ik wist dat ergens in dat gebouw, achter één van de vele ramen mijn moeder stond en dat ze terug zwaaide.


Cijferlucht

maart 27, 2012

Ik heb een gek soort cijferblindheid. Vooral bij het intoetsen van cijfers, op computer of rekenmachine, druk ik irritant vaak op verkeerde knoppen. Of kijk ik in een rij van cijfers een plek te hoog of te laag. Het maakt het maken van facturen een vervelend en langdurig karwei, waarbij fouten nooit uitgesloten zijn.

Ik denk stiekem dat de oorzaak ligt op de middelbare school. Nadat ik heel wat wiskundelessen had gemist vanwege ziekte kreeg ik bijles van een heel capabele, maar abominabel uit zijn mond stinkende leraar. Eén op één. Met zijn ontstoken parodontitis-tandvlees zat hij naast me in de schoolbank. Hij legde, walmend naar beerput, wiskundige problemen uit, terwijl ik me concentreerde op elke ademhaling, er pijnlijk van bewust dat ik die halitose-lucht keer op keer mijn lijf in zoog. Plaats voor cijfers was er niet meer.


Sombrero

maart 18, 2012

Voor gezelligheid was niet veel nodig in de jaren 70.


Disco Jopie

februari 18, 2012

Disco Jopie op een vrijdagavond. De rookmachine blaast een lege dansvloer blauw. Een paar wazig kijkende jongens hangen aan de bar. Af en toe stompt één van hen tegen de tegeltjes boven zijn hoofd. De barmeisjes doen uit verveling een dansje achter de spoelbak.

Ik denk aan de eerste keer dat ik in Jopie was. Aan de jongen die naast me zat met glitters in zijn haar. Aan dat ik me later pas realiseerde dat zijn glitters vlokken roos waren die door de blacklights werden opgelicht.


Ziek

februari 14, 2012


Familieband

februari 13, 2012

Wij woonden in Zeeland, de rest van onze grote familie in Brabant. Veertig jaar geleden was Brabant een stuk verder weg dan nu. Op bezoek bij mijn kinderloze peetoom en peettante bedacht ik dat ik ook wel in een flat wilde wonen omdat je dan van heel ver af Sinterklaas al aan kon zien komen. We zaten op de bank en draaiden net zo lang aan de knopen tot ze los sprongen. We gooiden knikkers door de nauwe hals van een kindshoge vaas. De band tussen de twee families werd er niet beter op.


Klein meisje met eerste dagboek

februari 8, 2012

In de kast op zolder vond ik mijn eerste dagboek.

Dinsdag 21 februari 1978

“Het was ijsvrij. Toen we op het ijs waren was W er ook. Hij mocht mij niet zien. Toen W naar huis ging gingen N en ik ook naar huis. Toen we thuis kwamen was E er ook. We zijn toen naar het huis van Pietje Leut geweest. Toen heb ik me in me vinger gesneden. Dat kwam door E. Hij duwde mij toen ik een tegeltje in mijn hand had. We zijn op de zolder geweest. Toen kwam er een vent. Die zei dat we weg moesten gaan. Hij heeft P geslagen.”

Ik denk aan de tienjarigen die ik ken en sta verbaasd over wat voor klein meisje ik was in 1978.


Tuin van vroeger

februari 2, 2012

In de tuin

van vroeger

kruipt de warmte

door het onkruid

tussen de tegels

naar de poort

Mama met twee staartjes

knijpert

mijn beer

aan de lijn

Kleurig plastic

zwaait naar vliegen

In de lucht

tussen de antennetoppen

de duiven van

hiernaast


Stoer

januari 12, 2012

Bij het hek van mijn middelbare school stonden in de pauze altijd brommers met LTS-jongens erop. De LTS-jongens hielden zo lang mogelijk hun integraalhelmen op en verwijderden die pas als het meisje waarmee ze zouden gaan kussen arriveerde. Gepraat werd er weinig. Getongd des te meer. Jongen op de brommer met zijn handen op de billen van het meisje, meisje tegen hem aan gehangen met haar armen om zijn bekettingde hals.

Eén van die meisjes werd later mijn vriendin. Ze vertelde hoe ze de brommer-jongen had aan moeten sporen kauwgum te gaan kauwen tegen zijn slechte adem.


Non en lucht

januari 7, 2012

In de familieverhalen figureert soms een non. Een lieve non die zeepresten verzamelde en in een grote pot omsmolt – tot wat? De non wiens habijt zo goed als nooit gewassen werd en die verschrikkelijk uit haar mond stonk zodat de kinderen altijd probeerden afstand te bewaren.

Doet me denken aan een citaat uit een thriller. Het enige citaat dat ik altijd paraat heb. Over de geur in een kamer met een rijp lijk. “It was as if the world’s worst halitosis sufferer belched right into my face after a rich meal of garbage.”


Jaren 70

december 11, 2011

Een rond en harig kleed met oranje met bruine bloemen. Een vaas met judaspenning. Schoon metselwerk. Een nieuwe Fisher Price xylofoon. Dat moeten de jaren 70 zijn geweest.


In de leer

december 3, 2011

N was mijn paardrijd-vriendin. We reden bij dezelfde boer. Samen deden we vervelend tegen L die ook bij de boer reed. Vergeten was mijn eerdere vriendschap met L die ik op had moeten geven om met N om te kunnen gaan. N en L waren vijanden. Na ook eerst vriendinnen te zijn geweest. Zo gaat dat als je zeventien bent. De wereld is nog zwart-wit en je moet partij kiezen. Grijstinten en neutraliteit bestaan niet.

N was populair. Ze was een rasechte Zeeuws Vlaamse, rookte, had een permanentje, blondeerde haar haar en zat op de MAVO. Ze leerde me dingen die je niet op school kreeg. Zoals tijdens het uitgaan naar de middagdisco in Maldegem. “Als je wil dat de jongens je leuk vinden moet je veel lachen,” zei ze, “daar vallen ze op.” Ik lachte verlegen, kuste – voor het eerst in mijn leven – met een nog verlegenere jongen en verstopte me toen hij, na thuis zijn avondeten gegeten te hebben, terug naar de disco kwam en me zocht. N gaf me mijn eerste glas bier waar ik zo misselijk van werd dat het ook meteen mijn laatste was. En ze vertelde me dat jongens het fijn vinden om afgetrokken te worden en dat als ik dat deed ik na het gebeuren desbetreffende jongen over zijn trui moest strelen om mijn hand schoon te maken.


Vroege jaren tachtig

november 29, 2011

Een goed gemaakte foto kan ineens iets triggeren. Beelden of een gevoel uit het verleden. Een geur. Muziek. Een herinnering.

Vanmiddag zag ik een foto die van alles op me afvuurde. Christianne F, de eerste niet-tekenfilm die ik in de bioscoop zag. Het boek van Christianne F dat ik jaren later las, met daarin de foto van Babsi, op dat moment de jongste persoon die in Duitsland aan heroïne gestorven was. De geur van donkerblauwe 8 x 4 deodorant. “Overkill” van Men at Work. Ulrike Meinhof. En Nena voor wie de fans een spandoek meedroegen met “NENA, wir lieben Deine haarigen Achseln.”

Fotografie: Louis Haagman


Bobo

november 23, 2011

Mijn rug is stijf, de huid op mijn heupen en knieën is blauw en opgezet, maar de ring-training op Villa-Lobos ging goed, de afwas is gedaan en twee zakelijke mails zijn verstuurd. Nu wil ik niets anders dan lezen. Of beter nog, voorgelezen worden.


Schoolfotograaf

november 20, 2011

Op de lagere school kwamen vier mannen van buitenaf. Naast de saaie en stoffige pastoor kregen we bezoek van de schooltandarts, de schooldokter en de schoolfotograaf. De schooltandarts was gevreesd. Kinderen werden huilend naar zijn groene bus gebracht en kwamen er met bloedende monden weer uit. De hele klas was bang als de groene bus naast de school werd geparkeerd. Alsof het een mobiele martelkamer betrof en je nooit wist wanneer het jouw beurt zou zijn om afgevoerd te worden. Over de schooldokter werd gefluisterd dat het een viezerik was. Hij zou in je broekje kijken om te zien of je aardbeien had.

De schoolfotograaf had zich geïnstalleerd op de zolder van de school. Het was een loensende man met een groenbruin maatpak en levervlekken op zijn handen. Toen mijn broertje en ik op het aangewezen bankje hadden plaatsgenomen trok hij zachtjes foeterend een kam uit zijn binnenzak om die hardhandig door mijn haar te trekken. Mijn broertje werd onrustig van het wachten en begon wat te bewegen, waarop de fotograaf hem een tik op de benen gaf. Ik was bang, mijn broertje niet. Toch trok ook hij op commando zijn beste lach tevoorschijn.


Wil

november 10, 2011

Een meisje heeft staartjes. Ik was een meisje. Ik wilde staartjes. Mijn moeder zei dat mijn haar daarvoor te kort was. Ik was een meisje dus ik wilde staartjes.


La Trampa

november 4, 2011

Als ik van het erf richting dorp kijk zie ik hopen aarde, gestort voor de aanleg van het nieuwe fietspad. Achter die hopen weet ik La Trampa. In La Trampa woont de man die we allemaal proberen te vergeten.

Zo’n dertig jaar geleden kwam de man wel eens bij ons op het erf. Op zijn hurken zittend praten met mijn vader terwijl die palen in de grond hengstte, puin stortte, of prikkeldraad spande. Binnen kwam hij nauwelijks. Mijn moeder moest niets van hem hebben en vond dat hij muf rook. Zijn auto was herkenbaar door de extreme traagheid. Op zijn fiets reed hij liggend op zijn stuur en met een sjekkie in zijn mondhoek.

Er kwamen jongens bij hem over de vloer. Zo tussen de twaalf en vijftien jaar oud. Geen meisjes. De enige vrouw die er ooit binnen schijnt te zijn geweest is M van Jan Pupe, die zich mocht rekenen tot een van de minst vrouwelijke vrouwen van de streek.

La Trampa was spannend. Ik hoorde de verhalen. Er waren wapens, verboden boeken, er mocht wiet gekweekt worden in de achtertuin en er was een pingpongtafel. Er werd over interessante dingen gepraat. Want de man van La Trampa is niet dom en wist waar jonge jongens warm voor lopen.

Jaren later kwamen de verhalen van het misbruik. Die nooit verteld konden worden toen het hoog nodig was. De misdaden waren verjaard en de jongens die intussen mannen waren, ouders en politie waren machteloos.

Gisteren keek ik naar “Tierra” van Julio Medem en kwam erachter dat La Trampa “De Val” betekent.


Vroeger

oktober 7, 2011


Stuiterbal

september 25, 2011

Toen ik acht was ging ik vaak spelen bij Annette. Ik had wel meer vriendinnen, maar deze was bijzonder omdat haar vader bakker was en altijd rond liep in een wit hemd en een blauwwit geruite bakkersbroek. Hij had een breed, grof gezicht met kleine sluwe ogen en enorme handen. Ik dacht dat die handen zo groot waren vanwege het kneden van het brooddeeg, tot ik ontdekte dat hij daar een machine voor had. Ik was bang voor hem. Annette’s moeder zagen we niet veel. Die stond in de winkel.

Hun huis was heel anders dan dat van ons. Bij ons kwam je officieel binnen in de hal en ging door de deur naast de kapstok (door de andere deuren kwam je in de WC en de meterkast) naar de woonkamer die, als je rechtsaf sloeg overging in de woonkeuken. Mijn ouders hadden bij de bouw van het huis speciaal gevraagd om een open keuken zodat mijn moeder altijd mij en mijn twee broertjes in de gaten kon houden. Als we naar buiten wilden moesten we altijd langs achteren, door wat voor mijn ouders het klompenkot was en voor de mensen aan wie ze later het huis verkochten de sèrre, de tuin in, het poortje door naar het gangetje tussen onze garage en die van de buren, de oprit (rails van witgewassen grinttegels met daar tussen een strook gras) af en je stond op straat. Een doodlopende straat, zonder gevaar.

Annette woonde midden in het dorp, aan de winkelstraat. Voor hun huis was geen tuin maar de winkel waarin haar moeder verkocht wat haar vader bakte. Achter de winkel begon meteen de bakkerij en om in de woonkamer te komen moest je met een trap naar boven. Voor mij was dit allemaal erg ongewoon en spannend. Als ik kwam spelen mocht ik niet via de winkel naar binnen maar moest omfietsen naar een smal straatje parallel aan de winkelstraat waar de achterkanten van de winkels op uit kwamen. Een straatje zonder tuinen maar met geplaveide binnenplaatsen voor de bestelwagens en opslagruimtes met ijzeren rolluiken. Daar kon ik dan de  ingang van de bakkerij nemen.

Ik hield niet van de bakkerij; er bewoog teveel tegelijkertijd, het was er lawaaierig en het stond er vol met dingen waar we niet aan mochten komen. Al die herrie en beweging gaven me een gevoel van onveiligheid: ik had moeite me te oriënteren en daardoor kon het gebeuren dat ik Annette’s vader pas zag als hij ineens voor me stond, groot, dreigend, de enorme handen in zijn zij geplant. Hij zei nooit wat. Pas als ik piepte „Ik kom voor Annette meneer,” stapte hij opzij om me door te laten. Ik rende dan met rood hoofd en kloppend hart de trap op naar de woonkamer, waar Annette op me wachtte.

Annette was de baas. Ze was een half jaar ouder dan ik, een stuk groter en populair in de klas. Ik was verlegen en onzeker. Misschien wilde ik te graag aardig gevonden worden. Bij het spelen besliste Annette wat we gingen doen. Ik wist niet altijd zeker of ik haar spelletjes wel echt leuk vond, maar ik stelde geen vragen en deed wat ze me zei. Ik denk dat ik er vanuit ging dat ze, vanwege haar populariteit, beter wist wat leuk was dan ik. Zoals die ene keer dat Annette haar truitje en hemd uitdeed, achterover ging liggen op de luie stoel in de hoek van de woonkamer die onzichtbaar was vanaf de straat, hoofd gekanteld, ogen half dicht, mond open, armen slap over beide leuningen en zei: „En nu ben jij het kind dat binnen komt en dan moet je zeggen: wat heeft mamma een grote borsten.”

Op een woensdagmiddag kwam ik hijgend de trap op rennen om niet alleen Annette maar ook Leonie in de woonkamer te vinden. Leonie was van Annette’s leeftijd, een wat grofgebouwd kind met bruin haar, bruine ogen en een opvallend rond gezicht. Ik kende haar van school en ging ook wel eens bij haar spelen, maar op een of andere manier ik voelde me nooit helemaal op mijn gemak als zij in de buurt was. Wat ik vooral wantrouwde waren haar handen, met de korte maar sterke vingers, stomp en rafelig van het nagelbijten. Ik deed er alles aan om die handen niet aan te hoeven raken, was constant op mijn hoede; ik liet me nooit door haar vangen bij tikkertje spelen, accepteerde van haar geen koekjes en nam haar niet mee naar mijn hut (waar je net met z’n tweeën in kon en contact onvermijdelijk was). En nu was zij er ook. Met haar enge handen. Waarom? Ik zou toch met Annette komen spelen?

Maar Leonie bleef en al snel kreeg ik het idee dat ze liever met z’n tweeën waren gebleven, dat ik ze stoorde in wat het ook mocht zijn waar ze tot ik binnen kwam mee bezig waren geweest. We speelden dit keer niet in de woonkamer maar in Annette’s slaapkamer, aan de achterkant van het huis. Annette en Leonie zaten te fluisteren op het bed terwijl ik me teveel voelde op de stoel aan haar bureau. Tranen kriebelden al achter mijn ogen. Opeens had Annette een stuiterbal in haar hand. Ze strekte haar arm zodat ik hem beter kon bekijken maar liet me hem niet vasthouden. De bal was een stuk groter dan de stuiterballetjes die wij thuis wel eens kregen en die geheid na drie keer stuiteren niet meer terug gevonden konden worden. Deze was van doorzichtig rubber met daarin gekronkelde sliertjes in allerlei kleuren en kleine gouden spikkeltjes.  „En kijk nu goed” zei Annette toen ze vond dat ik de bal lang genoeg bewonderd had. Ze hees haar rok omhoog, haakte haar linker duim achter het elastiek van haar onderbroek, trok het naar voren en liet de bal in haar broekje vallen. „Zo.” Ik keek haar onthutst aan terwijl Leonie op het bed lag te lachen.

„En nu gaan we spelen,” zei Annette. Dat was niet zo makkelijk omdat we niet veel spelletje kenden die je ook met z’n drieën kon doen. Daarbij werden we telkens afgeleid door de stuiterbal die Annette van tijd tot tijd op en neer bewoog in haar onderbroek. Maar Annette had een idee: „Ik weet iets leuks, maar dan moet ik wel even iets afspreken met Leonie en jij mag dat niet horen, anders is er niks meer aan.” Ik wachtte terwijl Annette en Leonie fluisterend aan het overleggen waren, af en toe lachten en naar mij keken om er zeker van te zijn dat ik niets zou horen. Ik had wel vaker spelletjes gespeeld waarbij er twee iets afspreken wat de derde later moet raden, uitvinden, of doen, dus wachtte ik vol spanning op wat er zou gaan gebeuren.

Eindelijk was het overleg afgelopen en kwam Annette naar me toe. Het was haar spel; zij zou het leiden. Leonie hield zich op de achtergrond. „Nu moet je je ogen dicht doen, en echt dicht hoor, en dan krijg je iets lekkers.” Ik deed mijn ogen dicht maar vroeg toch nog voorzichtig: „Wat krijg ik dan?” „Een kauwgumpje!” jubelde Leonie. „Ja, een kauwgumpje” beaamde Annette, „maar alleen als je je ogen heel strak dicht doet en niet kijkt, anders mag je niet meer meedoen.” Ik kneep mijn ogen stijf dicht, blij en opgewonden door het vooruitzicht van een voor mij bijzondere traktatie. Ik was ervan overtuigd dat ik binnen een paar tellen een heerlijk lichtblauw glad kussentje Stimorol in mijn mond zou hebben. „Mond open!” beval Annette. Ik opende gehoorzaam mijn mond. „Verder!” Zo groot was een stukje Stimorol toch ook niet . . . of . . . hadden ze misschien Hubba Bubba, de lekkerste en door mijn ouders meest verafschuwde kauwgumsoort! Ik deed mijn mond zo ver mogelijk open, zo ver dat ik mijn kaken voelde kraken. Het volgende moment was mijn mond gevuld door iets veel te groots en ronds; warm, kleverig en smakend naar rubber. Ik hoorde Leonie wild lachen. Ik heb niet gehuild.

Op Annette’s verjaardag zaten we met negen meisjes in de woonkamer. In afwachting. Annette was met haar moeder in de keuken voorbereidingen aan het treffen voor het spel. De lucht in de kamer zoemde van spanning. Twee meisjes, Leonie en Carolien, hadden het spel al eerder gespeeld en vertelden de anderen hoe het zou gaan, of beter gezegd, Leonie vertelde en Carolien knikte. „Straks,” zei Leonie „dan komen ze met een blinddoek die ze om je hoofd heen doen zodat je niks meer ziet en dan steken ze vingers op en dan moet jij raden hoeveel en dat kan je niet en dan is het goed. Dan brengen ze je naar de keuken en dan moet je een nummer zeggen. En dan moet je je mond open doen en dan krijg je een lepel. Dat is heel spannend want sommige lepels zijn heel lekker, met jam of stroop of zo, maar er zijn ook vieze lepels met mosterd en andere vieze dingen. En dan is het gedaan.” Ik stelde me voor wat er nog meer op de vieze lepels zou kunnen liggen: zout, rood-heet uit het zakje van de Chinees, gele vla, bitterkoekjespudding. Bij alles stelde ik me voor hoe het aan zou voelen in  mijn mond en keel, of het zou glijden of niet, of ik het binnen zou kunnen houden . . . Mijn buik begon te verkrampen. Aan de andere kant waren er natuurlijk wel de lekkere lepels . . . maar kon je daar wel zeker van zijn? Ik wilde zoo graag meedoen, was zo opgewonden, dat ik niet stil kon blijven zitten. Ik ging achterstevoren op mijn stoel zitten, op de bank, benen over de leuning, ging liggen, liep rond. Intussen stroomde de kamer langzaam leeg. Telkens werd er een ander meisje geblinddoekt en weggeleid. Leonie was al geweest. En Els. Later ook Catherine. Ik hoorde opgewonden kreten en gelach uit de keuken komen. Ik hield vanuit mijn verschillende posities gefascineerd de deuropening in de gaten waarin keer op keer weer de blinddoek verscheen. Tot ik, warm en zwetend, met bonzend hart, als enige in de woonkamer over was. Daar kwam de blinddoek al. Het was mijn beurt. Maar ik wilde niet, durfde niet, begon te huilen terwijl de andere meisjes me eerst aanmoedigden en daarna uitlachten. Zonder blinddoek werd ik meegenomen naar de keuken. Daar lag, op de laatste lepel, bruin en glanzend, de meest onvoorstelbare lekkernij: een knakworstje. „Die krijg je nu niet,” zei Annette, pakte het worstje, stak het in haar mond, draaide zich om en marcheerde de keuken uit, op de voet gevolgd door de andere meisjes.


Jeugdherinnering

september 24, 2011

Wat zijn eigenlijk herinneringen? Heel veel van wat ik nu herinneringen noem zijn feitelijk verhalen van anderen. Ik herinner me dan het verhaal, niet de gebeurtenis. Ik weet dat een oom tegen mijn neef die huilde omdat hij tegen een paaltje was gelopen zei: “Schoppen moet je tegen dat paaltje! Het paaltje is stout!” en dat diezelfde oom om interessant te doen in een café bloemen uit de vaas at. Je ziet het al, de waardeoordelen kreeg ik er gratis bij. Ook de gebeurtenissen waar ik zelf wel bij was, en zeker die waar foto’s van genomen zijn, zijn gekleurd. Vaak zijn ze keer op keer herverteld, subtiel veranderd, geherinterpreteerd en – in het geval van de foto’s – erbij gefantaseerd en in de loop der tijd volledig verworden.

Mijn echt eigen herinneringen zijn daarom vaak helemaal niet zo spectaculair. Ze zijn geen verhaal of foto waard geweest en zijn daarom intact gebleven. Zo weet ik nog goed dat ik thuis op het toilet zat te kijken naar de op-slot-knop van de deur en net mezelf had verteld dat hij op slot zat toen tot mijn verbijstering de deur werd opengetrokken door een oom die me meteen het onderste uit de zak gaf omdat ik verzuimd had de wc-deur op slot te doen. Ik herinner me dat in Oss de chocolade hagelslag “van papa” was en de vruchtenhagel “van mama” en er ook in die benamingen naar gevraagd werd. Daar heb ik geleerd dat stoute kinderen geiten plastic zakjes voerden en de geiten daaraan dood konden gaan. Ook weet ik nog hoe teleurgesteld ik was toen ik niet meer bij mijn neefje op de kamer mocht slapen omdat hij een jongetje was en ik een meisje. En dat mijn broertje en ik zo opgewonden waren van het op handen zijnde familiebezoek dat toen uiteindelijk de bel ging we bang werden en ons verstopten achter de gordijnen.

Nu, met de nieuwe partij foto’s, heb ik opeens beelden gekregen bij een paar authentieke jeugdherinneringen. De blauwgroene badstof zwembroek van mijn vader kan ik me nog heel goed herinneren. Ik denk niet dat hij in mijn leven een andere heeft bezeten. Ook weet ik nog dat ik hem op die enkele keer dat we naar het strand gingen altijd zo wit vond vergeleken met de echte strandvaders. Maar de dag met de drie ooms erbij was echt bijzonder. Ik heb me zorgen gemaakt om mijn peetoom die als een tank te water ging, zwom waar je niet meer kan staan en die eng lang veel te dicht bij de paalhoofden rond dobberde.

De ervaring die het meest indruk op me maakte kwam echter toen de jongste en joligste oom me op zijn schouders nam en diep het water in liep. Ik was doodsbenauwd. Niet alleen omdat ik wist dat ik waar we waren zelf niet kon staan, omdat ik voelde dat de oom met de beweging van de golven los kwam van de grond, of omdat ik wist dat er vlak bij de golfbrekers sterke stroming kon zijn, maar omdat zijn huid die eerst nog goed plakte van zweet en zout nu in het water zo glibberig als zeep was geworden dat ik al mijn houvast kwijt was. In paniek bleef ik “We gaan te diep!” gillen, terwijl de oom gestaag, mij bij de enkels vasthoudend, verder de zee in liep en zelfs voorstelde een eindje te gaan zwemmen.

Wie schetst mijn verbazing toen ik bij nadere inspectie van een wel erg uitgebleekt beeld mezelf tegen kwam op die betreffende stranddag. Veilig achter moeder’s rug.


Verleden wereld

september 23, 2011

De 500 familiefoto’s die ik gisteren kreeg hebben een raar effect. Ik kijk ze keer op keer door en val van de ene verbazing in de andere. Het is alsof ik er een stukje verleden heb bijgekregen. In ons gezin zijn veel foto’s en dia’s gemaakt, maar die waren altijd voor handen. Fotoboeken werden regelmatig opengeslagen en af en toe werd er ook wel een dia-avond georganiseerd. Vader achter de projector, wij commentaar leveren: “Hij zit gespiegeld pap! Hij is onscherp! Je hebt de slee er achterstevoren ingezet.” Geruis van de projector, geklik van het mechanisme om de volgende dia voor de lens te schuiven, het dwarrelde stof in de lichtstraal. Gezelligheid troef.

Wat ik wil zeggen is dat de beelden op die foto’s en dia’s al onderdeel waren van ons verleden. Ze waren bekend. Maar met de foto’s van deze oom ging er opeens een andere wereld voor me open. Waar onze gezinsfoto’s voornamelijk huislijke taferelen en vakanties tonen waren de foto’s van oom verdeeld in fietsfoto’s en feestfoto’s. Helemaal niet zo vreemd als ik er over nadenk. Oom en tante hadden zelf geen kinderen, dus heugenswaardige gebeurtenissen waren de fietstochten die vier van de broers vanuit Brabant naar West Zeeuws Vlaanderen ondernamen en de familiefeesten.

Natuurlijk herinner ik me de feesten ook nog wel. De grote mensen gingen zodra ze het feesthuis binnen waren zitten, praten en dingen drinken die wij niet mochten en niet lekker vonden. Wij hingen eerst een beetje om onze ouders heen en als we over onze verlegenheid heen waren togen we, al dan niet met met neven en nichten, naar buiten om te skelteren, fietsen, in de tuin te graven, te schommelen, of de buurt te verkennen met de kinderen van het feestvarken. Als we binnen moesten blijven aten we chips. Wat de ouders deden merkten we eigenlijk niet. Dat waren grote-mensen-dingen.

Nu, op de foto’s, zie ik pas wat die grote mensen deden. Tafels staan vol met flessen en glazen bier. Iedereen heeft een sigaret in hand of mond en er wordt goed glazig uit de ogen gekeken. Ik zie oma met een groene sombrero, oom met fez, oom met schurken-zakdoek voor gezicht, oom met groene sombrero, oom met paarse badmuts, tante met Grieks gewaad, nicht met groene sombrero, de hele familie met gekke petjes op, een groeps-slaapkamerfoto waarbij twee ooms hun armen om de verkeerde tante hebben geslagen. En ik zie dan wel niet de hele familie maar toch een groot deel, inclusief opa en oma, onder een stel kranten. Accessoires: prachtige grote lamp, glas alcohol, doekje op opa’s hoofd, bitterballen, sigaar, en hamertje tik. En de kranten natuurlijk. Opeens is er een nieuwe wereld van verleden.


Familie

september 22, 2011

Op familiefeesten ben ik niet op mijn best. Ik weet het gelukkig en trek me vaak terug. Vandaag mocht ik evenwel het grote van-Gorpen-lied aanhoren dat volgens goede traditie gezongen moet worden bij het eerste glas alcohol op de verjaardag van een van Gorp van de oorlogsgeneratie en dat eindigt met de kreet “Saufen!!” Ook keek en luisterde ik met verbijstering naar de oom die zijn binnenkomende smsjes uitlegt en voorleest, je het uitgaande smsje letter voor letter en spatie voor spatie mee laat beleven en die in het wilde weg aan niemand in het bijzonder verhalen vertelt die ook niemand een zier interesseren.

Daarbij wordt er lustig op los gerijmd. Vandaag kreeg ik een gratis “Soep is warm, dat is goed voor je darm” van een nicht en een lieve tante vergastte me op een waanzinnige dichtregel met daarin een hoofdrol voor de naam van de straat waar ze woont maar die ik jammer genoeg alweer vergeten ben. Wel grapte ze nog even: “Ik heb geen vlugzout gegeten,” toen ze als laatste haar soep op had. Reuze gezellig allemaal. En ja, ik heb me dit keer echt vermaakt.

Ik was eerder op de dag aangenaam verrast door een CD die een nicht mee had genomen met bijna 500 familiefoto’s erop die ooit als dia door een al lang overleden oom gemaakt zijn. Daar zag ik naast de andere familieleden opeens mijn ouders in waanzinnige 70’s kleren, mijn broertjes als peuters, maar ook mezelf langskomen. Een vreemde maar erg toffe duik terug in de tijd.