Tunnelpech

mei 26, 2018

Ik sta in de file voor de Sluiskiltunnel. De thermometer geeft 29 graden aan. De weg wordt versperd door slagbomen. Ik zie autoportieren open gaan. Mensen lopen de weg op.

Mijn start stop systeem slaat af. Net als de ventilatie. Het wordt heet in de auto. Ik denk aan de sla en aardbeien op de achterbank. Ook ik zet mijn portieren open.

De hippe jongen met kort zwart baardje klimt samen met zijn kortgerokte vriendin terug in het gele busje dat links van me staat. Hij begint te manoeuvreren, wurmt zich tot mijn grote verbazing voorlangs me en begint een spookrit door de berm. Ik kan nog net op tijd mijn portier dicht trekken.

Meer auto’s keren en rijden terug. Tegen de rijrichting in.

Ik praat met de vrouw uit de auto voor me. We snuiven verontwaardigd. “Het zijn allemaal Belgen,” merkt de vrouw op. Ik knik, want zoiets mag je eigenlijk niet hardop zeggen.

Even later klinkt er een mannenstem uit de omroepinstallatie. De tunnel gaat weer open.

Advertenties

De geur van hond

mei 22, 2018

Ik zit op mijn bed te lezen. Ik ruik iets geks. Iets wat ik niet ken. Tenminste, niet in mijn slaapkamer. Ik ruik de geur van natte hond.

Ik ruik aan mezelf. Aan mijn rechter oksel. Ik doe mijn t-shirt uit en ruik daar aan. Ik lijk niet anders dan anders.

Ik loop naar de keuken om thee te zetten. Daar ruik ik niets vreemds meer. Ik vraag aan T of hij eens aan me wil ruiken.

Weer boven ruik ik aan mijn gloednieuwe handgeblokprintte Indiase sprei. Die inderdaad wat muffig ruikt.

Ik spuit parfum op de sprei.

Ik zit op mijn bed te lezen. Ik ruik geparfumeerde hond.

 


Op het land

mei 15, 2018

ophetland


Met mango

mei 14, 2018

“Wat heb je vandaag?”
“Chili con carne. Met verse mango.”
“Mango? Dat ken ik niet.”
“Dat is een tropische vrucht. Lekker zoet.”
“Lust ik niet. Maar chili con carne lust ik wel.”
“Weet je wat, ik laat je een stukje mango proeven.”
proeft
“Ik vind het lekkerder zonder mango.”
eet tweederde bord chili con carne met mango
“Het is gloeiend heet.”

 


Oma hep

november 28, 2017

In de Lidl. Een rieten boodschappenmand aan mijn arm. Ik kijk naar de nootjes. Ik koop er geen. Achter me hoor ik luid: “Oma hep, Lucy. Oma hep. Niet pakken. Oma hep!” Vanuit mijn ooghoek zie ik een dikke vrouw met geblondeerd haar.

Ik loop naar de kassa. De harde stem van de dikke vrouw achtervolgt me. Non-stop wordt tegen Lucy gepraat. En tegen Thomas. En tegen opa.

Een winkelwagentje rijdt tegen me aan. Ik kijk om. Ik zie een grijze man. Grijs van haar, grijs van jas en grijs van huid. Ik ruik een walm van sigarettenrook. Ik doe een stap bij hem vandaan. Hij hoort bij de dikke vrouw.

Opa reikt langs me heen om zijn boodschappen op de band te leggen. Ik zeg hem dat mijn boodschappen ook nog op de band moeten. Ik begin met het stapelen van mijn spullen op een plek waar opa niet bij kan. Opa komt tegen me aan staan. Ik vraag hem om dat niet te doen. “Wat ben je toch een zeikwijf,” snauwt hij. “Wat zegt ze?” brult oma. “Dat ik niet tegen haar aan mot staan.”

Ik voel mijn wangen rood worden. Ik draai me nog eens om. Ik zie schilfers bij zijn linker oor. “Het is fijn als we beleefd tegen elkaar kunnen zijn, hè meneer?” vraag ik. “Jij mot eens niet zo zeiken,” is zijn antwoord.

De mevrouw die voor me in de rij staat rekent af, kijkt naar mij en glimlacht samenzweerderig.


Bij de groenten

november 27, 2017

In de Lidl. Naast de groenten. Een kennis van mijn ouders. Met haar man. Ze groet me. Ik groet terug. De man bromt iets en probeert zich onzichtbaar te maken.

Ik: Oei, krukken, dat ziet er niet goed uit.
Zij: Een nieuwe heup. De tweede al.
Ik: Ah!
Zij: Hoe is het met je diabetes?
Ik: Goed.
Zij: Je haar is kort. Ben je ziek geweest?
Ik: Nou nee. Ik had gewoon zin in kort haar.
Zij: Maar het staat je goed hoor. Daar niet van.

Ik reik naar een bakje champignons.

Zij: Ik moet nu door. Ik moet in beweging blijven. Met die heup.


Kennis

november 24, 2017

Ik kan in het Russisch “open je mond” zeggen.
Ik ken het Inuit woord voor elleboog.
Ik weet dat een specht elke keer voordat hij tegen een boom klopt zijn ogen dicht doet.
Ik weet wat een kwispedoor is.
En een antimacassar.
Ik weet wat de hoofdstad van Madagascar is.
Ik ben goed in het dateren van vintage jurken.
Ik weet dat dolfijnen zich snel vervelen.
Ik kan kantklossen.

Ik ben een vat vol kennis.
Ik zal het nog ver schoppen in het leven.