In de wachtkamer

mei 18, 2016

Ik houd de deur van de huisarts open voor een oudere dame. “Zo hard als u loop ik niet meer,” zegt ze. “Mijn tijd zal nog wel komen,” antwoord ik. “Twee jaar geleden liep ik anders nog goed,” zegt de dame. Er ontstaat een gesprek over hartproblemen, beklemde zenuwen, hoop en toekomst.

Ik kijk naar de kitscherige foto’s aan de muur van de wachtkamer. Vrouw in trouwjurk in en aan de zee. In sepia. In zwart-wit. Zwoel kijkend. Overbelicht.

“Wat een mooie foto’s hè?” zucht de dame. “De vorige keer dat ik hier zat heb ik er ook al zo van genoten.” Ik weet niets meer te zeggen. We zwijgen tot de assistente de dame binnen roept.


Als de dag van gisteren

mei 14, 2016

mkl


Achter glas

mei 12, 2016

Ik zit voor het raam
En ik kijk naar de regen
De regen die valt
En ik zit voor het raam

De regen die valt
Op het dak en de huizen
De huizen die liggen
Zo zwaar als de klei

De koeien die staan
En ze grazen of liggen
En kauwen en kauwen
Met mij voor het raam

De bomen die staan
En ze kunnen niet liggen
Die moeten maar blijven
De regen gaat over
De bomen die blijven
En blijven maar staan


Nachtrumoer

mei 9, 2016

Ik sta op de gang. Het tl-licht doet pijn aan mijn ogen. Ik draag mijn groen gestreepte vintage Marimekko nachtjurk. Ik ben in een jeugdherberg in Zagreb. Ik ben gefrustreerd.

Voor de zoveelste keer vraag ik een wazig kijkende jongere of het misschien wat zachter kan. Want ja, ik krijg graag iets van slaap ’s nachts. Zeker als ik op tijd op moet staan om te verschijnen op het driedaagse congres van jeugd informatie trainers.

De boodschap is afgeleverd. Ik ga weer terug naar de kamer die ik met een collega deel. Om te merken dat ik mezelf heb buitengesloten. Pas na de derde keer kloppen doet K de deur open. Ze had zich al neergelegd bij het lawaai en dacht dat iemand voor de lol op de deur aan het hameren was.


Laat het los

mei 2, 2016

Ik koop een goed afsluitbare en razend hippe drinkfles zodat ik mijn kefir mee kan nemen als ik op reis ga. Ik test de fles. Kefirkorrels, water, gedroogde abrikozen en vijgen, limoen. Vijf uur later draai ik het deksel los. Een flinke straal bruisende kefir spuit naar buiten. De fles werkt prima. Maar ik denk niet dat het een goed idee is hem mee te nemen in het vliegtuig.


Een nieuwe look

april 20, 2016

Ik heb een nieuwe auto nodig. En snel. De Nissan van mijn vader haalt de APK-keuring niet zonder torenhoge kosten. Er is een balk doorgerot en een vulpijp zodanig verroest dat de mecanicien er doorheen greep. Ik wil niet rijden met mijn billen samengeknepen. Ik wil niet met angst en beven naar de volgende APK. Ik wil rijden zonder stress.

Ik bel mijn broer. Ik bel vrienden. Ik praat met mijn garageman. Van iedereen hoor ik iets anders. Maar iedereen raadt me wel aan een tweedehands auto te kopen. Eentje waar “de kop vanaf is.” Ik snor op internet. Word bijna wanhopig. Hier in de streek zijn de tweedehands wagens dun gezaaid. En duur.

Ik besluit een nieuwe auto te kopen. En speur weer op internet. Ik bel garages en ga kijken. Ik onderhandel. En krijg 850 euro van de prijs af. De stress vermindert.

Ik ga de auto ophalen. Ik krijg een draagtasje met daarin een kookboek voor pizza’s, een doosje pepermunt, een reep chocolade, een fles witte wijn en een tijdschrift over wooninrichting.

De automan vraagt me of hij mijn nieuwe auto voor me van de vervaarlijk ogende helling af moet rijden, de buitenlucht in. Dat is me mijn eer te na. Ik rij zelf. In mijn donkerzeeblauwe Corsa.

Ik ga naar Gent. Want bij een nieuwe Corsa hoort een nieuw hoofd. Ik leg de kapster uit wat ik wil. Vrolijk, veel krullen en niet mutsig. Mijn haar vliegt eraf. Ligt in een dikke vacht op de grond. Ik zeg tegen de kapster dat ik moet wennen. Dat het erg kort is. En poedelig.

Ik kom thuis. T vindt mijn haar prima. “Het is haar,” zegt hij. En ik, ik ben blij met mijn auto.


Foto

april 5, 2016

“Esther, ik moet wat vertellen,” zegt hij. “In de kringwinkel heb ik een boek gevonden van Lenin en zijn gezin. Op de kaft van dat boek staat een foto van een vrouw, en die vrouw lijkt precies op jou.”

“Oh,” zeg ik.

“Ja,” gaat hij verder. “En bij de winkel hadden ze ook een lijst. Waar de foto precies in past. Dus heb ik ook die lijst gekocht en de foto ingelijst. Nu staat hij bij me thuis op tafel. Wil je komen kijken?”

Ik zeg even niets.


Gezond begin

april 2, 2016

Het is vroeg. Ik besluit een groene smoothie te maken om de dag goed te beginnen. Ik snij een stuk groene mango klein. Ik pak spinazie. Ik trek een blik kokosmelk open. Ik zucht. Het blik dat ik open heb gemaakt bevat artisjokken. Ik pak een nieuw blik. Een blik met een deuk in de bovenkant.

Ik doe spinazie, mango en wat kokosmelk in de blender. De blender raast. Ik denk even aan T die nog ligt te slapen.

Ik neem een slok van de smoothie. Hij smaakt raar. Ik neem nog een slok. Hij smaakt vies. Ik word misselijk. Als ik de rest van de kokosmelk in de gootsteen giet zie een grote brok weg glibberen.


Praatje

maart 25, 2016

Op de coaching intervisie krijgen we de opdracht om aan verschillende mensen de vraag te stellen: “Wat maakt dat jij leert?”

We wandelen naar buiten. We zijn in het centrum van Antwerpen. Op een pleintje spreek ik een allochtone jongen aan die aan het voetballen is. Alleen. Ik stel hem de vraag. Hij kijkt me niet begrijpend aan. “Voetbal,” zeg ik. “Wat maakt dat jij leert voetballen?” “Ik train,” antwoordt hij. “Ik dribbel en schiet. Zodat ik de beste word.”

Iets verder zit een man op een bankje. Hij kijkt op zijn smartphone. Ook hem stel ik de vraag. “Ik heb er geen antwoord op,” zegt de man. “En weet u, eigenlijk zit mijn hoofd vol met wat er gisteren in Brussel is gebeurd. Op Zaventem en in de metro. Ik werk in de beveiliging en mijn collega’s en ik weten niet meer wat doen.”

De man en ik maken nog een kort praatje. Als we afscheid nemen glimlachen we naar elkaar.


Lichaam

februari 8, 2016

Het is warm in de ruimte. De tekenaars installeren zich. Ik trek mijn kleren uit.

De poses duren eerst twee, dan vier en uiteindelijk vijf minuten. Ik begin het koud te krijgen.

Ik kijk naar mijn benen. Ze zijn bleek. Ik zie wat rode vlekjes die nieuw voor me zijn. Ik zie mijn buik. Hij lijkt groot. Ik heb vier dagen niet getraind. Ik vraag me af of ik hem in moet trekken.

Ik weet dat ik haartjes heb op plaatsen waar de meeste andere vrouwen zich scheren. Ik voel me er wat ongemakkelijk bij. Ik vraag me af of de tekenaars de haartjes zien of dat ze te ver weg zitten.

Ik krijg het echt koud. En ben moe. Ik denk niet te diep na over de poses. Ik doe maar wat. Ik voel me net een hond die een goed plekje zoekt. Ik hoop dat het snel tijd is.

Na afloop komt een tekenaar naar me toe en complimenteert me met de inspirerende poses.


De vreemde man

februari 7, 2016

De deur van de ingang van het appartementencomplex waar mijn collega woont sluit niet vanzelf. Ik draai me om om hem dicht te doen. Ik volg de anderen richting trap en bots tegen een lange, magere man met krulhaar op. Mijn voorhoofd tegen het zijne. Ik mompel  een verontschuldiging.

“Ah,” zegt mijn collega. “De spiegel. Mijn opa heeft er ook al voor gestaan. Hij verbaasde zich erover dat er hier nog meer rolstoelgebruikers woonden.”


Vraag

februari 5, 2016

Op een vraag vanuit de klas of een van de leerlingen al wel eens voorspel heeft gehad zegt een jongen: “Met iemand anders?”


Zoet

februari 3, 2016

Ik eet al jaren nauwelijks suiker meer. Geraffineerde suiker probeer ik helemaal te mijden. Soms zondig ik en eet ik extra pure chocolade met 92 procent cacao. Gezoet met rietsuiker. Door de cacao komt de suiker heel geleidelijk in de bloedstroom en heb ik er geen last van.

Gisteren at ik een stuk pure chocolade met stevia. Dat zou gezonder moeten zijn. Ik kreeg het bijna niet weg vanwege de mierzoete smaak.


Karma en schaamte

februari 2, 2016

Ik zie dat er op mijn rekening 150 euro is bijgeschreven. Ik heb schoenen gekocht en het geld dat ik daarvoor heb betaald is terug gestort. De schoenen heb ik nog.

Twee uur later voel ik me schuldig. Ik bedenk hoe ik me zou voelen als ik per ongeluk geld naar een verkeerde rekening zou hebben overgemaakt. Ik bel de schoenwinkel op en vraag om een rekeningnummer waar ik de 150 euro op terugkan storten. De mevrouw van de schoenwinkel bedankt me.

Ik voel me schuldig over de twee uur waarin ik toch heb gedacht aan hoe lekker die extra 150 euro zou zijn.


Overwin

februari 1, 2016

karmelJe angst voor water.

 


Koelkast

januari 31, 2016

Het wordt wel serieus als ik naar een dramatische film kijk, een koelkast met open deur zie, de hoofdpersoon naar de gang zie lopen, vage stemmen hoor, en hoop dat hij als hij terug naar binnen loopt de koelkastdeur dicht zal doen.


Ik ben blij

januari 30, 2016

Als ik aan kom rijden bij een stoplicht en het springt op precies het juiste moment op groen, waardoor ik geen vaart hoef te minderen.

Als mijn haar in pijpenkrullen opdroogt in plaats van half plat.

Als ik een paar dagen alleen thuis ben en ’s ochtends vroeg zonder gêne kan stampen op de trap en met deuren kan knallen.

Als ik in mijn collectie een fantastische vintage jurk ontdek waarvan ik niet meer wist dat ik hem had.

Als ik over mijn moeder droom.


Pakket

januari 29, 2016

Uit de brievenbus in mijn deur steekt een nat briefje. Een DPD bezorger heeft geprobeerd een pakket af te leveren en ik was niet thuis. Dat klopt. Ik was in Antwerpen. Op het briefje staat dat het pakket de volgende dag tussen negen en vijf weer aangeboden zal worden. Ik blijf thuis.

Ik ben erg slecht in wachten. Tijdens het wachten vind ik het moeilijk me met andere dingen bezig te houden en me te concentreren. De trainingssessie die ik heb gepland wordt vervangen door lezen in bed.

Het wordt vijf uur. Er is geen pakket afgeleverd. Ik kijk of er een briefje in de klep van de brievenbus steekt. Niets. Ik check de link die ik van de webwinkel heb gekregen om het pakket te volgen. Het pakket is bij de Texaco in Oostburg afgegeven. Het is vandaag niet bij mij aangeboden.

Ik stap in de auto. Ik moet en zal het pakket hebben. Bij de Texaco hoor ik dat er vandaag wel heel veel pakketjes zijn afgegeven. Een medewerkster oppert dat de bezorger wellicht alle pakketten direct naar het tankstation gebracht heeft. We wisselen verontwaardiging uit.

Ik ga naar de Lidl. En koop een paar dingen die ik niet echt nodig heb. Om niet alleen voor het pakket naar Oostburg te zijn gereden.


Waterkefir

januari 28, 2016

Van een vriend krijg ik kefir korrels. Nu kan ik zelf waterkefir maken. De vriend zegt dat dat lekker is. En gezond. Het is met name goed voor de darmflora.

Ik koop een grote weckpot en een fles met beugelsluiting. De kefir gaat in de pot, samen met gedroogde abrikozen, pruimen en een stuk kaneelschors. De pot gaat de gangkast in. Dicht, maar zonder rubberen ring en niet afgesloten, zodat opgebouwd koolzuur kan ontsnappen.

Vier dagen later pak ik de pot uit de kast. Ik zeef de inhoud met een metalen zeef-trechter. Volgens internet mag dat niet. Metaal en kefir gaat niet samen. De kefir smaakt prima.

Ik train in de trapeze. En voel me zo sterk als Popeye.


Vlees

januari 25, 2016

Ik sta in de supermarkt bij de vleeskoeling. De klanten van het restaurant hebben te kennen gegeven dat ze graag vlees eten. Ikzelf eet geen vlees.

Het vlees in de koeling ziet er eng rood uit. Ik twijfel. Het plan is om stoofvlees in de pindasaus te maken. Op z’n Indonesisch. Ik las op internet dat je daar mager rundvlees voor nodig hebt. Op geen van de verpakkingen staat mager rundvlees. Ik zie sucadelappen en riblappen. Ik heb geen idee wat sucade is. Ik denk aan geconfijte vruchten, maar niet aan vlees.

De riblappen hebben nogal wat gele vetrandjes. De sucadelappen iets minder. Ik koop de laatste. Twee kilo.

In het restaurant bereiden we het stoofvlees. Volgens het recept en volgens eigen smaak. Er komt sap uit het vlees als ik het bak. Ik vind het er vies uit zien. Het liefst had ik alle vliesjes en randjes vet weg geopereerd voordat het vlees de pan in ging, maar daar was geen tijd voor. En met twee kilo zag ik dat ook niet echt zitten.

Tweeënhalf uur later is het vlees klaar. Zo met de pindasaus ruikt het niet eens zo vies. Ik geneer me een beetje als ik het eerste bord vol schep. Zilvervliesrijst, zure komkommersalade en het vlees.

De mensen vinden het lekker. Zeggen ze.


Jurkenstress

januari 24, 2016

Ik verkoop via internet een rode vintage jurk. Ik kijk in mijn jurkenkast op de rode plank. Ik zie de jurk niet. Ik kijk nog eens. Geen jurk. Ik haal drie stapels rode, roze en paarse jurken uit de kast. Een voor een leg ik ze er weer in. Ik kom de jurk niet tegen. Ik kijk beneden, in de achterkamer, of ik de jurk daar heb laten liggen. Ik vind alleen een stapel vintage herenkleding. Ik kijk nog eens boven in de kast. De jurk ligt er nog steeds niet.

Het wordt stilaan donker. De jurk blijft weg.

Ik pak mijn computer en kijk welke jurken ik in koffers heb opgeborgen. Ik ben er bijna zeker van dat het alleen om mijn eigen collectie gaat en dat de jurk er niet bij kan zitten. In de tweede koffer vind ik de jurk.


Winterzon

januari 23, 2016

Vrieskou, zon en discussieonderwerpen. De Brugse leerlingen kozen voor een extra lange wandeling in het Tillegembos.

discussiewandeling


Kijken

januari 20, 2016

Ik loop mijn rondje door de polder. Het is zonnig vriesweer. De lucht is strak blauw. Het land ligt er prachtig bij. Even heb ik er spijt van dat ik mijn fototoestel niet heb meegenomen. Ik vraag me af waar de behoefte vandaan komt om alles vast te willen leggen. Ik hoef maar even op Facebook te kijken om het antwoord te weten.

Op de foto is een landschap nooit zo mooi als in het echt. Zeker niet met mijn pocket cameraatje. Als ik die teleurstellende foto heb zal ik hem misschien op mijn blog plaatsen, maar vaak zal ik er niet naar kijken. En als ik er wel vaak naar zou kijken gaat dat beeld op den duur de plaats innemen van mijn herinnering aan de mooie ochtend.

Ik kijk nog eens goed rond en geniet.


Rondje joggen

januari 19, 2016

De zon schijnt. De lucht is blauw. Het vriest. Ik trek twee broeken en twee trainingsjasjes aan, zet een muts op en pak mijn wanten. Ik beging aan mijn 3,5 kilometer rondje.

Ik kom een man op een fiets tegen. Ik groet hem. Hij zegt niets. Een man komt me voorbij gefietst. Hij brult: “Goed wakker worden hé!” Ik zeg niets. Een man op een fiets komt me tegemoet gereden. We groeten elkaar. We herkennen elkaar. Tegelijkertijd draaien we ons om en groeten elkaar nog eens. Ik jog door en hij fietst verder.


Goeiemorgen

januari 17, 2016

Op mijn dertiende werkdag in rij rijd ik richting Terneuzen. Vlak voor Turkeye, in een bocht,  staat een auto midden op mijn rijstrook. Stil. Ik toeter. Ik kom dichterbij en zie dat er niemand in de auto zit. Het is een Belgische auto en hij staat er simpelweg geparkeerd.

Ik ben meteen goed wakker.


Bezoek

januari 16, 2016

Van buiten.

lamp


Controle

januari 15, 2016

Vlak buiten Schilde word ik aangehouden door de politie. Ik draai mijn autoraampje open. “Controle in verband met huisinbraken mevrouw. Waar bent u naar op weg?” “Naar Brugge.” “Waar komt u vandaan?” “Westmalle.” “U kunt doorrijden.”

Er gaan vast nog veel boeven gevangen worden.


Doorzetten

januari 12, 2016

De achtste werkdag in rij. De tweede BHV-dag. De eerste en enige eerste hulp dag. Ik leer wonden verbinden, hartmassage geven en mond-op-mond-beademen. Ik hoor dat je een afgerukte vinger het best kunt bewaren in de mond van het slachtoffer. Ik knoop een mitella. Ik doe examen.

Weer thuis doe ik een korte trapeze-training. Ik voel me prima.

Het regent. T wil graag naar Oostburg om boodschappen te doen, maar ziet op tegen het fietsen. We gaan samen met de auto.

Ik maak een lekkere maaltijd met paprika, knoflook, gerookte regenboogforel en zure room. Ik eet wat walnoten.

Ik pas een tuinbroek.

Ik drink een glas wijn.


BHV

januari 11, 2016

Ik zit te bibberen in  mijn bed. Ik heb een dikke trui aan. De kachel staat vol aan. Er ligt een kruik onder mijn knieën. Mijn vingers zijn nog steeds ietwat blauw. Mijn tenen gewoon koud.

Vandaag bluste ik een brandje met een CO2 blusser. Het blussen kostte vier seconden. Voor het blussen stond ik een half uur in de rij. Te kleumen. En te wachten op mijn beurt.

Wel heb ik nu het eerste gedeelte van mijn BHV-diploma op zak.


Gala des Sports

januari 9, 2016

Styles in Enningerloh, Duitsland

stylesenningerloh

Zeitung: Die Glocke


Driekoningen

januari 3, 2016

“In Frankrijk vierden we altijd Driekoningen. Dan gingen we een taart kopen bij de banketbakker. Die had een klein beeldje in de taart meegebakken en wie dat in zijn stuk taart vond was de hele dag koning. Je kreeg zelfs een kroon.”
“Moest je die op doen?”
“Alleen als je wilde.”
“De hele dag?”
“Als je wilde, ja.”
“Ook als je naar buiten ging?”
“Ja.”
“Ik zou de hele dag buiten lopen.”


Nieuwjaar

januari 1, 2016

Het is drie uur in de middag. Ik lig in mijn bed. Niet omdat ik een kater heb. Ik heb gisteren mijn 35 cl flesje prosecco gedronken en dat was dat. Niet omdat ik het laat heb gemaakt. Om half twaalf lag ik warmpjes onder de veren. Geen vuurpijl heb ik gezien. Ik lig in bed omdat ik een middagslaapje heb gedaan en er niet meer uit wil. En dat is een probleem. Omdat ik moet trainen. Omdat ik volgende week een duotrapeze-optreden heb. Omdat ik het niet kan maken tegenover S om niet in conditie te zijn. Omdat ik een angsthaas ben.

Als ik denk aan buikspieroefeningen zakt de moed me in de schoenen. Als ik denk aan hardlopen ook. Ik sta op, hijs me in mijn hardloopoutfit, zet mijn seventies schaatsmuts op en ga naar buiten. Het voordeel van hardlopen is dat ik mijn verstand op nul kan zetten en alleen maar hoef te gaan.

Gisteren werd ik tijdens het lopen ingehaald door een wit bestelbusje. De chauffeur toeterde. Ik keek strak voor me uit. Ooit las ik dat alle witte busje-bestuurders psychopaten zijn.

Op de Goudenpolderdijk werd ik ingehaald door een wit bestelbusje van de Post. Het busje reed erg langzaam. En reed gelukkig door. Vlak bij huis werd ik weer ingehaald door het witte postbusje. Ik wist niet wat ik ervan moest denken.

Vandaag rijden er geen witte busjes. De psychopaten hebben een rustdag.


Oudjaar

december 31, 2015

Buiten klinken harde knallen. Ik zit in bed. Met mijn laptop. Ik heb net een feestmaal gegeten van zwarte bonen met crème fraîche. Voor vanavond heb ik een slecht boek en een 35 cl flesje prosecco.

Iedereen die ik ken is bij vrienden of familie. Ik ben ook graag bij mijn vrienden. En bij mijn broers. Alleen hoeft dat niet per sé op oudejaarsavond. Ik zal aan ze denken als ik mijn glaasje prosecco drink. Dat glas drink ik niet om twaalf uur, maar gewoon, wanneer ik er zin in heb.

Op oudejaarsavond heb ik meestal zin om voor twaalf uur naar bed te gaan. Omdat het kan. Omdat ik voor niets en niemand hoef op te blijven. Dan luister ik vanonder mijn dekbed naar het vuurwerk. En doe oordopjes in als ik het geknal zat ben.


Bloed

december 30, 2015

Mijn vriendin komt klimmen. Na twee keer in het touw geweest te zijn kijkt ze naar haar voet en zegt, niet zonder trots: “Kijk, bloed!”

Ik denk aan de keer dat S kwam trainen en we bloeddruppels op de vloer vonden. We onderzochten onszelf. Niets. S zag bloed onder mijn voetzool en veegde het met een beetje spuug weg. Pas veel later vonden we de wond aan haar enkel.

Gisteren pakte ik in het halfdonker mijn boodschappen uit. Ik voelde iets plakkerigs. Ik vroeg me af wat er gelekt kon hebben. Het pak gerookte haring was nat. Even later ontdekte ik een aardige en flink bloedende wond aan mijn ringvinger, waar ik niets van had gevoeld.

Ik prik mezelf om mijn bloedsuiker te meten. Ik voel de naald nauwelijks. Het bloed komt gemakkelijk. Ik denk aan neuropathie en zou blij zijn met een ietsje meer pijn.


Lijn

december 28, 2015

Ik trek een oude spijkerbroek aan. Hij zit niet lekker. Hij spant. Vooral in de taille. Ik kijk. Ik kan me niet herinneren dat de broek zo zat. Ik vraag me af of ik ben aangekomen.

Mijn vriendin vertelt me dat ze ongemerkt vijf kilo verzwaard was. Niemand had het gezien. Ook ik niet. Ze vertelt dat haar jurkjes strakker gingen zitten.

Ik ga op de weegschaal staan. De weegschaal doet niets. De batterij is op.

Ik denk aan de wasdroger. Misschien laat die mijn spijkerbroek wel krimpen. Aan mijn andere kleren merk ik niets. Het is alleen die ene broek.

Ik meet mijn bloedsuiker. Na een normaal ontbijt van roggecrackers en kaas. Ik piek enorm. Ik meet die dag nog een paar keer. Ik word ongerust.

Ik vervang de batterij van de weegschaal. Ik weeg 62,8 kilo. Ik bedenk dat ik al die kilo’s in de trapeze op moet trekken. Ik denk aan het optreden in januari waar ik voor aan het trainen ben.

Ik let op mijn eten. Nog meer dan normaal. In januari moet en zal mijn broek weer lekker zitten.


Monomaan

december 27, 2015

Begin januari heb ik een duotrapeze-optreden in Duitsland. Met mijn vriendin S. We hebben twee dagen samen getraind om te zien waar we stonden. De kracht is goed. De techniek ook. Behalve één klein ding. Bij de ceinturé, wanneer ik mijn benen rond S’ lichaam haak, klem ik mijn voeten niet stevig genoeg. En dat is nu juist iets wat ik niet in mijn eentje kan oefenen.

Ik bedacht dat ik dat zou kunnen trainen door mijn benen rondom een vrij hangende bokszak te klemmen en dan sit-ups te doen. Jammer genoeg heb ik twee jaar geleden mijn bokszak verkocht. Ik verzin een oefening op mijn vintage fitnessbank. Ik krijg er een enorme bloeduitstorting van, schuin onder mijn knie en dus zichtbaar in het optreedkostuum.

Ik slaap. En droom. Een erotische droom nogal liefst. Als de droomman zich tussen mijn benen laat zakken haak ik mijn voeten achter zijn rug in elkaar. En test of ik genoeg kracht heb.


Kerst

december 26, 2015

Ik ben graag alleen. Toch ging ik gisteren naar de ouders van een goede vriend om Kerst te vieren. Nou ja, eigenlijk niet om Kerst te vieren, maar om er te zijn voor de vriend en zijn ouders. Ik ben sociaal geweest. En geduldig. En heb het fijn gehad met mijn vriend.

Daarom mag ik vandaag doen wat ik wil. Ik hang de hele morgen in bed. Ik lees een boek. Surf wat op internet. Vanmiddag ga ik misschien wel trainen. En misschien ook niet. Als er iemand aanbelt doe ik niet open.


Walging

december 24, 2015

Op Facebook kom ik een foto tegen van een zeer dikke vrouw die ondersteboven in een paaldanspaal hangt. Daarnaast prijkt een foto van een kip aan het spit.

In het commentaar onder de foto’s lees ik hoe onsmakelijk de vrouw is. Dat ze de eetlust bederft. Hoe durft ze.

Ik ben blij dat de vrouw durft. Dat ze, ondanks de handicap van haar kilo’s in bikini die paal in is gegaan. Dat ze zo lang getraind en doorgezet heeft tot ze ondersteboven kon hangen. Dat is iets om trots op te zijn.

Ik van walg van die mannen die laf vanachter hun computer de vrouw – die ze niet eens kennen – beschimpen. En die daarmee alleen zichzelf belachelijk maken.


Vaatwasser

december 23, 2015

Na een weekend oliebollen bakken in Terneuzen lijkt alles naar vet te ruiken. Mijn huid voelt vet aan. Mijn kleren stinken. Zelfs mijn huis ruikt anders.

Ik was mezelf en mijn kleren. Ik besluit de roosters van mijn afzuigkap schoon te maken. Eerst met de hand, waarna ze nog vettig aanvoelen, en daarna in de vaatwasmachine. In de bestekbak vind ik een onbekende lepel.

Ik start de machine. Er gebeurt weinig tot niks. Ik foeter en probeer nog wat en ga daarna naar bed.

De volgende ochtend zijn de roosters nog steeds vet. Ik probeer weer van alles. Tot ik me herinner dat de loodgieter, bij het ontstoppen van de gootsteen vorig jaar, de vaatwasmachine af- en weer aangesloten heeft.

Ik draai de kraan die zich in het gootsteenkastje bevindt open, en voilà, de vaatwasser ronkt vrolijk.


Ring

december 22, 2015

“Ik zou graag een ring passen die ik in de etalage heb gezien.”
“Wijst u hem maar aan, dan pak ik hem voor u.”
“Het is die gouden met rode steentjes.”
“Deze?”
“Nee, eentje naar rechts.”
“Deze?”
“Ja.”
“Ik moet u teleurstellen. Deze ring heeft donkerblauwe steentjes. Heel donkerblauw. Kijkt u maar.”
“Ik zie het niet.”
“Sinds we zijn overgestapt op LED-verlichting kun je hier binnen de kleuren niet zo goed meer zien.”
“Mag ik hem passen?”
“Maar de steentjes zijn donkerblauw.”
“Ik vind hem mooi.”
“Alstublieft.”
“Hij past precies. Ik neem hem.”
“Dat is een teken. Maar weet u het zeker? De steentjes zijn donkerblauw.”
“Ik vind hem mooi.”
“Veel mensen denken er langer over na.”
“Ik wil hem graag. Ik vind hem mooi.”
“Weet u zeker dat het de goede maat is? Groter maken kost extra geld.”
“Hij is perfect. Dezelfde maat als mijn andere ring.”
“Een ring moet niet te klein zijn. Maar ook niet te groot.”
“Ik wil hem graag kopen. Hij is perfect.”
“Weet u het zeker?”


We blijven doorgaan

december 21, 2015

De weg naar Terneuzen bestaat uit rotondes. Bij elke rotonde rij ik rechtdoor. Ook als ik eigenlijk linksaf had gemoeten. Ik rij kilometers om.

In de Inloop sta ik met de sleutel van El Cantina in de hand klaar om weg te gaan. Op de weg naar buiten steek ik de sleutel in het sleutelgat van de Inloop. En warempel, de sleutel past.

Een halve minuut nadat ik gebeld heb ben ik mijn telefoon kwijt. Het zoeken duurt vijf minuten.

Op de terugweg van Terneuzen naar Waterlandkerkje moet ik even huilen.

Het is tijd voor vakantie.

De komende twee weken moet ik hard trainen voor een duotrapeze optreden in Duitsland, begin januari. Vooruit met de geit.


Na het werk

december 19, 2015

Was ik zo moe.
Dat ik er scheel van keek.

pop


Commentaar

december 18, 2015

Ik zet een vintage jurk op mijn Vrolijk Vintage Facebookpagina. Er komt reactie: “Wat een verschrikkelijk lelijke jurk.” Iemand die ik niet ken vind het nodig om vanuit het niets negatief te zijn op mìjn Facebookpagina. Waarom?


Bij de juwelier

december 17, 2015

Ik ben bij de juwelier. De watermanhanger van mijn moeder is opgepoetst en fonkelt. De juwelierster nodig me uit om voor de spiegel plaats te nemen. Zodat ik kan zien hoe de hanger staat aan de kortere ketting die ik wil kopen. De hanger is mooi, maar ik val wat uit de toon. Ik draag nog steeds mijn trainingsjasje van vanochtend.

Ik vraag de juwelierster of ze eventueel een bijpassende ring heeft. Ze leidt me langs de etalages en laat me een heleboel ringen zien. Ze geeft uitleg. Over groeimogelijkheden, herkomst, materialen. Ik vind de ringen niet mooi. Ze vraagt of ik er eentje wil passen. Ik zie dat mijn handpalmen nog zwart zijn van het hars van de training van vanochtend. Ik sla haar aanbod af.


Werkbibliotheek

december 14, 2015

Op het werk is iemand ontslagen. Ik ken haar niet goed. Ze werkte bij de administratie.

Op het werk hebben we een mini-bibliotheek. Collega’s zetten er gelezen boeken neer en lenen er boeken van anderen.

Thuis heb ik een werkbibliotheekboek liggen. Op de kaft staat de naam van de ontslagen collega. Ik voel me schuldig. En vraag me af hoe ik haar dat boek ooit terug kan bezorgen zonder haar zich naar te doen voelen.


Falafel

december 12, 2015

De beste falafel maak je met gedroogde kikkererwten die je twee dagen en nachten weekt. Daarna pureer je de erwten in een goede keukenmachine, samen met ui, koriander, een rood pepertje, zout en kruiden. Ik heb een goede keukenmachine. En een ijsbolletjesschep van falafelformaat. Morgen eten we falafel in het restaurant.

Bij falafel is humus lekker. Humus maak je het makkelijkst met kikkererwten uit blik. T vertelde me dat die bij de Action wel erg goedkoop zijn op het moment.

Na mijn werk ga ik naar de Action in Terneuzen. Ik zet een voet binnen. Ik zie de schappen. Ik zie de rijen mensen bij de kassa’s. Ik krijg het benauwd. Ik maak rechtsomkeer. Morgen eten we falafel met yoghurt-knoflooksaus met verse munt. En met groenten-quinoa.


Geur

december 10, 2015

Ik stap mijn slaapkamer binnen en ruik iets wat ik niet herken. Vies zweet? Oud t-shirt? In textiel getrokken oksellucht?

Ik maak me zorgen. Ik hoop dat die geur niet van mij komt. Of van de kleren die op de stoel liggen.

Dan herinner ik me dat ik een stel washandjes, die na dagen in de badkamer nog steeds nat waren, op mijn verwarming had gelegd om eindelijk eens te drogen.

Ik ruik aan een washandje. En zucht van opluchting.


Rust

december 8, 2015

Na een dag met de coaches in Antwerpen, vloeken in de file en een uur rijden in de regen, kom ik thuis aan. Er ligt een briefje op de keukentafel. T is een paar dagen naar zijn moeder. “Geniet maar van de rust,” schrijft hij.

Ik ga als een razende Roeland in de weer. Ik bak een appeltaart, maak mijn avondeten, laat de keukenmachine ronken om falafel te maken, en sluit af met een mini-training.

Ik zit in mijn bed. En ben volledig opgefokt.


Waterman

december 7, 2015

Met het kettinkje van mijn moeder met waterman-hanger ga ik naar de juwelier. Ik wil een korter kettinkje. Ik vind het vervelend als de hanger tegen mijn kin botst als ik buk.

Ik kijk naar een Venetiaans collier en een ketting die er iets vertrouwder uitziet.

De juwelierster kijkt naar de hanger en ziet dat het oogje bijna doorgesleten is. Nog maar even en ik was de waterman kwijt geweest.


Keukenmachine

december 6, 2015

Ik heb een keukenmachine besteld. Een goede. En een dure. Zodat ik courgette-tagliatelle kan maken en eindelijk weer eens een soort pasta kan eten. En koolsla kan maken. En falafel. En vast nog veel meer.

De keukenmachine is gearriveerd. In een grote doos. De doos staat in de gang. Al twee dagen.

Ik ben moe. Als ik terugkom van mijn werk wil ik niets meer. Alleen wat hangen in mijn bed. Met mijn laptop of een boek.

Als ik nu de keukenmachinedoos openmaak en er klopt iets niet – of er lijkt iets niet te kloppen – ga ik gegarandeerd huilen. Ik laat hem nog maar een dagje in de gang staan.


Boos

december 4, 2015

Op de overvolle parkeerplaats van de AH in Terneuzen werd ik boos. Heel boos. En ik schaamde me niet. Wel vond ik het fijn dat ik naar hartenlust kon tieren zonder gehoord te worden en daarna flink op het gaspedaal te trappen.

boos


Voorrang

december 3, 2015

Net buiten Waterland Oudeman staat een kraan op mijn gedeelte van de weg. De ruimte rondom de kraan is afgezet en ik zie een bord. Rechthoekig, donkerblauw en met een witte en een rode pijl. Dat zou betekenen dat ik voorrang heb op het tegemoetkomende verkeer. Ik wacht toch maar even tot mijn tegenligger gepasseerd is voordat ik om de kraan heen manoeuvreer. Ik kijk over mijn schouder en zie aan de andere kant van de kraan een identiek blauw rechthoekig bord met pijlen staan.


Jas

december 2, 2015

Ik heb een nieuwe jas. Ik vind hem mooi. Hij is heel heel zacht. Ik ben bijna bang om hem aan te doen. Misschien beschadigt of kreukt hij.

Ik draag de jas tijdens een dagje Gent. Buiten is het negen graden. De jas is warm. Daarom heb ik hem ook gekocht. Terwijl ik in de rekken van de tweede vintage winkel van de dag rommel, breekt het zweet me uit.

Die nacht slaap ik onder mijn oudste dekbedovertrek. Die heel heel zacht is. Midden in de nacht word ik half wakker. Ik heb het heet. Ik denk dat ik in mijn jas lig. Tevreden draai ik me om.


Flard

november 30, 2015

In het restaurant vang ik een flard van een gesprek op. “Waar heb je die dan gekocht?” vraagt zij. “Nou, in de winkel,” antwoordt hij.

Mijn blik kruist die van een collega. Allebei glimlachen we.


Geluk

november 29, 2015

Ik ben moe. Bij IJzendijke rij ik per ongeluk rechtdoor in plaats van linksaf op de rotonde. Om niet tien kilometer voor niets te rijden ga ik naar Oostburg. Ik  doe boodschappen bij de Lidl. En heb ik vanavond onverwachts een warme maaltijd met wijn.


Het is koud

november 28, 2015

En.

De brandstof is op.

tanks


Jas en maansteen

november 27, 2015

Ik heb een jas besteld. Een dure jas. Drie dagen heb ik getwijfeld en toen toch de knoop doorgehakt. Als hij niet perfect is kan ik hem altijd nog terugsturen. Dan ben ik alleen wat verzendkosten armer.

Ik draag altijd een kettinkje met een medaillon. Ik heb het ooit gekregen van mijn vriendin omdat ik in korte tijd drie ongelukken kreeg en zij vond dat ik wat extra bescherming kon gebruiken. Ik heb al een tijd geen ongelukken meer gehad en besluit dat ik nu wel eens het medaillon kan verruilen voor een blauwe maansteen hanger.

Er is een lekkage in het bijgebouwtje. Ik slaap slecht. Ik verruil de blauwe maansteen hanger voor een roze maansteen hanger.

De jas arriveert. Ik zet de doos in de gang. Na een paar uur maak ik hem pas open. De jas is perfect.

Ik draag nog steeds de hanger met de roze maansteen.


Timing

november 25, 2015

Een kwartier voordat mijn wekker af zou gaan word ik wakker. Ik ga naar de badkamer. Was mijn haar. Kleed me aan. Eet een stuk appelframbozentaart en drink een groot glas fenegriek-hibiscusthee terwijl ik wat rond surf op internet. Ik kijk op de klok om te zien of het al tijd is om richting Antwerpen te gaan. En ontdek dat het een uur vroeger is dan ik dacht. Ik kleed me weer uit en glij onder mijn dekbed.


Dilemma

november 23, 2015

Ik leg de leerlingen een dilemma voor:

Stel. Jij zit op een eiland in de Stille Zuidzee. Je geliefde bevindt zich een eiland verderop. Jullie kunnen alleen terug bij elkaar komen als er een offer gebracht wordt. Door je geliefde, wel te verstaan. Hij of zij moet ofwel seks hebben met iemand voor een nacht (geen verkrachting, maar relatief aangename seks) ofwel worden er twee vingers van zijn of haar rechter hand afgehakt. Jij moet beslissen welke van de twee het wordt.

De meeste leerlingen offerden twee vingers van hun geliefde op.


Water water water

november 22, 2015

Het 1000-liter watervat zit vol. Ik hevel een gedeelte over naar het tweede vat, dat ernaast staat. Ik laat water weg stromen. Het loopt over de stoeptegels de tuin in.

Het regent hard. Het watervat is vol. Ik zet de kraan open. Het water spuit de stoeptegels op en de tuin in. Ik sluit de kraan als ik het te koud krijg.

Voordat ik naar mijn werk ga draai ik de kraan nog een keer open.

Ik ben bijna in Terneuzen als ik me afvraag of ik de kraan wel weer heb dichtgedraaid. En of ik de achterdeur op slot heb gedaan.

Als ik na mijn werk thuis kom loop ik meteen door naar de achterdeur. Die op slot zit. De watertank zit – zie ik door de ruit – goed vol.


Nattigheid

november 21, 2015

Ik kan wel huilen. Een tijd geleden liet ik een nieuw kozijn plaatsen. Kunststof met dik profiel. Het ziet eruit als goed gelakt hout. Het heeft zelfs nepnerven. Duur, maar dan heb je ook wat. “Nooit meer zorgen,” verzekerde de timmerman me. Het raam ging erin, isolatie en gipsplaat eronder. Het einde van toch en vocht. Dacht ik.

Na een fikse regenbui kwam er een plas water van achter het gips gelopen. Ik belde de timmerman. Die brak het gips eruit. Het kozijn bleek te lekken. De fabriek had, volgens de timmerman, vergeten de middenspijl te kitten. Verse kit werd aangebracht, een regenbui afgewacht en de gipswand werd hersteld. Door ons, wel te verstaan.

Intussen is de kamer keurig afgewerkt. Als ik hem wil inrichten zie ik een grote waterplek onder het raam.


Weg

november 20, 2015

Zee, stenen en zand. Was er ooit een weg?

zee


Masturberen

november 19, 2015

Ik vraag de vijftienjarigen of ze masturberen normaal vinden. De helft van de meisjes in de klas weet niet wat het is. Als ik het uitleg staren ze me vol ongeloof aan. Een blond meisje dat makkelijk praat verkondigt dat zij nooit van haar leven zal gaan masturberen.

Ik pak twee prenten en leg ze op de grond. Aan de hand daarvan leg ik uit hoe vrouwen masturberen. “Teveel informatie!” gilt het blonde meisje. “Dit krijg ik nooit meer van mijn netvlies.”

Toch is er ook interesse. Een wat volwassener ogend meisje laat zich door een vriendin nogmaals uitleggen hoe masturberen in zijn werk gaat. Na de uitleg trekt ze haar neus op en zegt: “Maar als je dat gedaan hebt kun je toch nooit meer iemand een hand geven?”


Mijn weg

november 15, 2015

Staat van tijd tot tijd dwars op andere sporen.

de weg


Zorgen

november 14, 2015

De klastitularis maakt zich zorgen. Een jongen en een meisje hebben gekust. Het meisje was echt verliefd. De jongen versierde haar echter alleen vanwege een weddenschap met zes van zijn klasgenoten. Hij won een bak bier. Het meisje was zwaar gekwetst. Binnen de kortste keren wist, via Facebook, iedereen hoe ze zich erin had laten luizen.

Ik weet wie de jongen is. Ik heb het niet over het voorval. Dat zou te pijnlijk zijn voor het meisje. Op een gegeven moment vraagt de jongen me hoe ik over vluchtelingen denk en zegt dat het toch vreselijk is. Ik antwoord dat het inderdaad vreselijk is en dat als ik in gevaar zou zijn ik het erg fijn zou vinden om ergens opgevangen te worden. “Maar ze kunnen alleen pakken, mevrouw,” zegt de jongen en maakt een graaigebaar met zijn hand. Hij vertelt me dat de vluchtelingen in Koksijde twee vrouwen hebben verkracht. “We zijn niet meer veilig,” benadrukt hij.

Thuis google ik op “Koksijde” en “verkrachting.” Ik vind een nieuwsbericht met de boodschap dat een tennisleraar verdacht wordt van een brute verkrachting. Ik lees niets over vluchtelingen.

Ook ik maak me zorgen. En niet over vluchtelingen.


Met Liefs

november 13, 2015

Ik vraag de pubers wat “naspel” is. Een van de hormoongeteisterde jongens aan mijn linkerhand hoeft niet lang te denken: “Opkuisen hé?”


Lief blond mannetje

november 11, 2015

Het kleinste jongetje uit de klas is erg stil. “Hij is autistisch,” hoor ik. “Normaal gezien zou hij nooit in deze klas zitten. Het is vanwege de nieuwe wet.” Ik zie een lief blond mannetje dat goed meedoet. Wiens blauwe ogen vragend naar me kijken. Voor wie ik stiekem een zwak heb.

Op het domein staat een prachtige klimboom. De hele klas zit erin en vormt een menselijk lint. Twee jongetjes zitten op een zijtak. Eentje durft niet goed uit de boom te komen. De andere is het kleine blonde mannetje. “Spring maar, ik vang je op,” zegt de leerkracht. Het jongetje springt – als een kikkertje – vol vertrouwen in de armen van de leerkracht.


Biologische wekker

november 10, 2015

Ik droom over een man die binnendringt in mijn caravan. Hij bedreigt me met een schaar. Ik steek hem met een mes in zijn nek. Het mes blijft in de nek staan als ik loslaat. Er is geen bloed. De man blijft komen. Ik roep de naam van mijn vriendin. Ik roep. En roep.

Ik word met een wild kloppend hart wakker. Ik hoor de auto’s over de rijksweg scheuren. Ik kijk op mijn wekker. Ik heb nog twee minuten voordat ik op moet staan. Twee minuten later gaat de wekker niet. Ik check. En zie dat ik vergeten ben hem te zetten.


Hoe is’t?

november 7, 2015

In het restaurant. Ze is klaar met eten en komt naar de balie. “Hoe is’t?” vraagt ze. “Vier euro vijfenzeventig,” antwoord ik. “Of vroeg je hoe het is?” “Ja,” zegt ze. “Goed,” zeg ik.

“Er zit wat tomatensaus op je kin,” zeg ik. Ze wrijft over haar kin en vraagt: “Is’t weg?” “Ja,” zeg ik. Ze grijnst breed. Ik zie dat zich tussen haar tanden stukjes tomaat en paprika genesteld hebben. Ik besluit er niks van te zeggen.


Smartphone

november 6, 2015

Ik heb geen smartphone. Mijn gsm kan bellen en smsen. En is daar niet heel erg goed in. Vanavond ga ik met mijn vriendin uit eten. Ik stel me voor dat ik eerder in het restaurant aankom dan zij. Vandaag de dag zie je nooit meer iemand werkloos aan een tafeltje zitten. Alleen zijn is “not done.” Je moet toch minstens op Facebook gaan posten dat je in Het Gouden Hoofd in Gent bent. En nog wat statussen van vrienden liken. En statussen van mensen die je niet kent, gewoon omdat dat de schwung in je digitale leven houdt. Als je dan nog alleen bent fotografeer je de menukaart zet hem op Facebook en reageer je op je eigen foto met “nom nom.”

Als ik vanavond als eerste arriveer ga ik zitten. Ik zal wat om me heen kijken. En wachten. Misschien bestel ik al een glaasje wijn.


Goed nieuws

november 4, 2015

Voor de vrouw.

schommel


Telefoon

november 3, 2015

Op de boerderij had ik naast mijn mobiel ook een vaste telefoonlijn. Zo kon ik, in geval van nood, altijd bereikt worden. Nu, in Waterlandkerkje, heb ik alleen nog mijn mobiel. Als ik ga slapen zet ik hem uit. Het geeft me een enorm gevoel van vrijheid dat niemand me tot de ochtend kan bereiken.


Mist

november 2, 2015

Buiten is het mistig. Ik zie de bomen aan de overkant van de weg door een waas. De straat is nat. Condens beslaat de buitenkant van het dubbele glas.

In mijn hoofd is het mistig. Ik heb moeite me te concentreren. Als ik iets wil zeggen kan ik geen woorden vinden. Of komt er iets anders uit dan ik bedoel.

Ik kijk naar het weerbericht. Morgen zou het iets zonniger moeten worden.


Schort

oktober 31, 2015

In het restaurant zijn schorten. Zwarte en ouderwetse blauwwitte. De blauwwitte zien eruit en voelen aan als theedoeken. Ik vind ze wel fijn. Toch koop ik zelf een schort. Een lichtblauwe retroschort met witte stippen, kant en een strikje. Hij is een beetje tuttig. Maar draag de schort toch. En voel me erin thuis.


Voor de muur

oktober 29, 2015

Staat een jongen. Hij beweegt niet.

jongen


Service

oktober 27, 2015

Ik snel naar de balie van de apotheek. Het is nog niet mijn beurt. “Zou ik het toilet mogen gebruiken?” vraag ik aan een blonde assistente. “Ik heb een blaasontsteking.” Het blonde meisje antwoordt dat de apotheek geen openbaar toilet heeft en dat ik naar het Ledeltheater kan gaan. Ik kijk haar verbluft aan en ga weer zitten. Ik heb pijn en moet om de haverklap plassen. Urine en bloed.

Ik hoop dat ik het red tot ik bij mijn auto ben die op de markt staat. In mijn auto heb ik een plastic yoghurtbakje. In geval van nood plas ik daarin. Midden op de markt. Zonder met mijn ogen te knipperen.

Eindelijk ben ik aan de beurt. Mijn dokter moet gebeld worden omdat het recept nog niet binnen is. De blonde assistente zegt dat ik het toilet toch mag gebruiken. Het is op wonderbaarlijke wijze openbaar geworden.


Roggecrackers

oktober 26, 2015

De roggecrackers die ik altijd eet hebben een andere verpakking gekregen. Papier heeft plaatsgemaakt voor dun plastic. Ik knip de verpakking open. Zie dat de crackers een slag kleiner geworden zijn. En gladder. Ik vertrouw het niet. Kijk op het oude pak. 100% volkoren roggemeel. Ik kijk op het nieuwe pak. 83% volkoren roggemeel en 17% tarwemeel. Ik loop naar buiten en kieper de crackers in de groenbak.


Versteend

oktober 25, 2015

popje


Scheiden

oktober 24, 2015

A komt dichtbij me staan. Te dichtbij. Ze vertelt over haar schoondochter. En over de schoondochter’s zus. Die junk is. De schoondochter maakt zich zorgen over de junk-zus. Ze wil haar helpen. A zegt dat ze tegen haar zoon gaat zeggen dat hij moet scheiden. Ik vraag waarom. “Omdat er dan dealers en drugs in huis komen en het hele huis naar drugs gaat stinken,” zegt A. “En de dealers slaan je zo dood.” Ik vraag of de schoondochter niet op een manier kan helpen waardoor er geen drugs en dealers in huis komen. “Ik ga tegen mijn zoon zeggen dat hij moet scheiden,” herhaalt A, en zucht.


Verloren

oktober 23, 2015

Het is laat als ik klaar ben met de vorming in Westmalle. Ik ben moe. Mijn schouders gaan hangen bij de gedachte dat ik nog boodschappen moet doen voor morgen in het restaurant. Ik besluit naar de Colruyt te rijden om daarna recht op huis af te kunnen koersen.

Ik rij. En rij. De Colruyt is niet waar ik hem verwacht. Ik keer terug. Weer kom ik geen Colruyt tegen. Ik geef het op en rij naar Oostburg. Waar ik hoop dat ik de Lidl nog kan vinden.


Kwijt

oktober 20, 2015

Ik zit in mijn bed. Ik lees een artikel over C8-vervuiling en de doofpotaffaire van Du Pont. Ik vraag me af of ik vandaag al e-mails heb ontvangen. Ik kijk om me heen, maar zie mijn laptop nergens liggen. Totdat ik besef dat ik het artikel aan het lezen ben op niets anders dan mijn laptop.


Voetbal

oktober 19, 2015

Ik hoor buiten kinderstemmen. Hard. En gebonk. Ik kijk uit het raam. Ik zie geen auto met portieren die net dichtgegooid zijn. De kinderstemmen klinken nog steeds. Ik kijk naar links en zie een voetbal vanachter de heg rollen. Een jongen van een jaar of twaalf rent erachteraan. Hij heeft blote voeten. Twee jongere mannetjes komen in beeld. En verdwijnen weer. Achter de heg.

Ik ga naar buiten. Leun semi-relaxed op een elektriciteitskastje. De jongens kijken op van hun spel. Ik vraag ze of het niet gevaarlijk is, voetballen zo vlak langs de doorgaande weg. De oudste knikt en zegt dat ze dat ook al bedacht hadden. Dat ze hier spelen is omdat ze geen ander veldje kunnen vinden.

Ik vertel ze dat er een eindje verder een heus voetbalveldje is. Achter de kerk. De jongetjes kijken verheugd. De oudste neemt de bal onder zijn arm en gedrieën lopen ze in de richting die ik ze wijs.

Ik voel me een beetje schuldig. Ik vraag me af of ik wel echt medemenslievend bezig was. Of dat ik me alleen ergerde. Het is vast een mengeling van de twee.


Het hoeft niet veel te zijn

oktober 17, 2015

Ik zit in mijn bed. Heb een kruik op mijn buik. Ik heb ontbeten met quinoa-appeltaart en wat gesurft op internet. Over een half uur moet ik vertrekken naar het restaurant. Ik bedenk dat ik nog een stukje in mijn boek kan lezen.

Ik zit in mijn bed. En doe niets. Niets doen bevalt goed. Ik neem er een glas thee bij. Dat bevalt ook.


Cadeautje

oktober 16, 2015

Ik loop over het terrein van de Karmel. Ik ben blij. De driedaagse was een van de leukste die ik gedaan heb. De leerlingen hebben me ontroerd met hun totale overgave.

D, die op de Karmel werkt, komt op me afgelopen. In zijn hand heeft hij een kastanje. “Kun je die eten?” vraagt hij. “Dan is deze voor jou. Achter de kippenren ligt het er vol mee. Neem ze maar mee hé.”


Keurslijf

oktober 14, 2015

Ik schrijf een stukje op Mijn Voeten. Zomaar, een grappig verhaal uit tweede hand. Ik krijg commentaar. Ik hoor dat ik het beter had kunnen verwoorden. Er worden suggesties gedaan.

Ik schrijf een stukje over vervreemding. Over het gevoel dat ik soms heb niet te passen in deze wereld. Het gevoel een alien te zijn. Ik krijg een woedende reactie.

Ik schrijf over de moeite die ik heb met trainen. Met mijn dag door komen. Het stuk wordt gebruikt om mijn competentie als artiest in vraag te stellen.

Ik schrijf over een lief briefje dat ik kreeg tijdens een vorming. Er wordt me verweten dat dat niet kies is. Dat ik mezelf niet op mag hemelen.

Ik schrijf. Ik krijg te horen dat het leuker is om dingen rechtstreeks te horen. En niet via een blog.

Het keurslijf dat om me heen gespannen wordt past me niet. Ik krijg er rugpijn van.


Herfst

oktober 13, 2015

In mijn voortuin staat een laagstam appelboompje. De boom is jong. Hij heeft nog niet veel appels gedragen. Vanmorgen zag ik dat zijn laatste appel gevallen is. Zo wordt het kaler en kaler rondom het huis.


Dromenvanger

oktober 11, 2015

– Ik heb een dromenvanger.
– Werkt hij ook?
– Ik weet het niet.
– Is hij nieuw?
– Ik heb hem net gekocht.
– Ah.
– Ik heb hem heel dichtbij gehangen. Aan de gordijnrails.
– Heb je daar dan geen last van ’s nachts, als hij zo dichtbij is?
– Nee. Ik heb een bril. Dus ik zie hem niet.


Mooi compliment

oktober 10, 2015

Laatst kreeg ik een wel heel mooi briefje van een meisje dat ik een vorming had gegeven:

Esther,

Van in het begin voelde ik me op mijn gemak bij je. Jouw stem en manier van vertellen zijn zeer rustgevend. Soms herkende ik mezelf in jou. Ik heb de indruk dat je een warme vrouw bent en steeds jezelf blijft. Blijf altijd zo want dat is fantastisch.

Groetjes, M.


Wakker

oktober 9, 2015

De pubers vragen me waar ik zoal van wakker lig ’s nachts. Ik lig wakker van de kleinste dingen. Zo maakte ik me afgelopen nacht zorgen over mijn auto. Of beter gezegd: mijn linker achterband. Die toch wel heel erg zacht staat. Ik vraag of er in de buurt van de Karmel een tankstation met lucht is. F kijkt fronsend naar mijn auto en zegt dat ik er zo zeker niet mee naar huis kan rijden.

Ik pers tijdens de middagpauze extra lucht in de band. Maak een afspraak met mijn garage. Rijd na de vorming als de wiedeweerga naar Oostburg. Alwaar de band met een prop gerepareerd wordt.

Ik rij naar huis en vraag me af of ze wel werkelijk de linker achterband hebben hersteld. En niet per ongeluk de rechter. Per slot van rekening kon je niet zien dat hij lek was omdat ik hem net had opgepompt.

Zo heb ik weer iets om vannacht over te tobben.


Herrie

oktober 7, 2015

Ik lees. Ik probeer me te concentreren op mijn tekst. Het lukt me slecht. Bij de overburen wordt een terras aangelegd. De terrasman heeft een radio aan staan. Ik hoor het continue gebrom van stemmen.

Ik probeer me niet te ergeren. Ook dat lukt maar met mate. Ik hoor motorgeronk. En het gesnerp van een slijptol.

Ik kijk naar buiten. En zie de terrasman. Met gehoorbescherming.


Tochtje

oktober 6, 2015

huisje


Huilhanddoek

oktober 5, 2015

Ik heb een lichtblauwe handdoek. Een lichtblauwe handdoek met een verhaal. Een vriend van een vriend heeft in een periode van zwaar liefdesverdriet de handdoek op een avond helemaal vol gehuild. Ik was er niet bij. Ik kende destijds de vriend en de handdoek nog niet. Maar het verhaal maakte grote indruk op me.

Ik heb de lichtblauwe huilhanddoek intussen alweer vijftien jaar en neem hem graag mee als ik niet thuis slaap. Hij is compact en absorbeert goed.

Laatst was ik de handdoek kwijt. Ik wist zeker dat ik hem had laten hangen in de Fritzl. Aan de knop van de verwarming in de badkamer. Eigenlijk vond ik het wel goed dat de huilhanddoek weg was. Zoveel verdriet liet vast zijn sporen na in de vezels van de stof. Ik proefde opluchting.

Ik vond de huilhanddoek terug. In mijn weekendtas. Hij mag gewoon weer mee als ik weg moet.


Appel-honingtaart

oktober 3, 2015

Het bebaarde mannetje komt voor de tweede keer het restaurant binnen. We helpen hem met zijn rolstoel. Een paar uur geleden heeft hij een fors bord macaroni weggewerkt. Nu blieft hij wel een lekkere punt appeltaart.

Even later roept hij. “Ik heb genoeg!” klinkt het tot in de keuken. Ik ga naar hem toe en vraag of hij de taart misschien niet lekker vond. “Jawel, heel lekker,” antwoordt hij, “maar ik heb vanmiddag ook al gegeten.” Ik zeg hem dat hij wat hij niet op kan gewoon mag laten staan.

Als ik een paar minuten later kijk zie ik dat de taart verdwenen is.


Ze blijven komen

oktober 2, 2015

Ik zit in bad. Wrijf amandelolie op mijn onderbenen. Scheer ze. Herhaal het proces met mijn oksels. Ik blijf rechtop zitten tot het bad vol genoeg is naar mijn zin. Ik pak mijn boek. Laat mezelf achterover zakken.

Vanuit mijn ooghoek zie ik iets bewegen. Ik kijk naar links. En zie, vlak naast me, een oorwurm over de doucheslang kruipen. Ik pak hem op met een washandje. Ik open het raam en schud met het washandje. De oorwurm houdt vast. Ik flapper het washandje als een bezetene. Ik kijk nog eens. Het washandje is leeg.

Ik ga in bad zitten en lees mijn boek.


House-apen

oktober 1, 2015

Ik ben net door de Waaslandtunnel heen en sta te wachten tot een stoplicht op groen springt. Ik hoor harde housemuziek. De bestuurder van de auto voor me buigt zich opzij en maakt hakbewegingen met de rechterhand. De passagier buigt zich naar het midden en hakt mee. De bewegingen worden steeds uitbundiger. De passagier zet zich schrap en laat de auto schudden. Ik kijk stug voor me uit.

De passagier wringt zich tussen de twee voorste stoelen en beweegt wild met de armen. In een flits herken ik mijn collega S. En mijn andere collega T. Die naar me aan het zwaaien zijn. De muziek komt uit een auto schuin achter me.


Stop

september 29, 2015

In het afvoerputje van de wasbak steekt een stop. De laatste keer dat ik er was wandelden er twee oorwurmen over het witte porselein. Ik spoelde ze weg. Nu verwacht ik, elke keer als ik de stop uit het putje trek, dat woedende oorwurmen me tegemoet zullen snellen om wraak te nemen. Ik laat de stop nog maar even zitten.


Beesten

september 28, 2015

Ik pluk een trosje druiven van de rank boven mijn voordeur. Neem het mee naar mijn kamer. Ik zie een bruin beest op een druif. Een oorwurm. Ik loop naar het raam en schud hem van de tros af.

Ik ga naar de badkamer. Ik houd de tros onder de kraan. Het is de eerste keer dat ik druiven was. Acht oorwurmen en een kleine slak spoelen van tussen de druiven.

Ik vraag me af of ik de afgelopen weken wellicht oorwurmen gegeten heb.


Thee-ei

september 27, 2015

Ik zoek een thee-ei. Een thee-ei dat door de opening van mijn thermosfles past. Ik kijk in de dure keukendbenodigdhedenwinkel in het dorp. Ik kijk bij de Marskramer. Het Marskramer-ei is goedkoper. Ik koop het dure ei omdat er geen verpakking omheen zit.

Ik wil het ei afwassen voordat ik het gebruik. Ik probeer het open te krijgen. De schroefsluiting geeft geen krimp. Ik sla met het ei op het aanrecht. Het helpt niets. Ik leg het ei weg.

Een uur later probeer ik het nog een keer. Weer zonder resultaat. Ik loop naar mijn trainingsruimte en spuit vloeibare hars op mijn vingers. In een wip is het ei open.


Rijstkorrel

september 26, 2015

De tafels in de refter zijn afgeruimd. Twee van de drie tafels zijn ook al schoongemaakt. Op de derde tafel is de vaatdoek stil komen te liggen bij de leerkrachten. Ik loop ernaartoe en haal het doekje zigzaggend over de tafel heen totdat het voor een grijzende leerkracht ligt. De leerkracht kijkt me aan en wijst naar een rijstkorrel die tien centimeter van het doekje af ligt. Zijn blik commandeert me de rijstkorrel op te rapen. Ik kijk de man in de ogen. Mijn blik vertelt hem dat hij dat zelf mag doen. Ik draai me om om mijn collega’s te helpen met het prepareren van de tafels voor de volgende maaltijd.


Lieverkoekjes

september 25, 2015

Tijdens de boswandeling vragen twee leerlingen me over diabetes. De jongen wil weten hoe je het krijgt. En wanneer je insuline moet spuiten. Het meisje luistert. Ze is veel te zwaar. Diabetes zit bij haar in de familie. Ze zegt dat ze nooit zo’n zwaar dieet als het mijne zou willen. Dat ze liever gezond is en vroeg sterft.