Zicht

januari 31, 2012

Ik heb moeite met focussen. Letterlijk. Waar ik gisteren nog goed kon lezen, willen mijn ogen vandaag niet. De letters op het beeldscherm blijven, als ik niet erg mijn best doe, onscherp. Ik vind het eng. Kan in een enkele nacht je zich zoveel verminderen? Of is er iets mis met een spiertje? Ik herinner me dat ik al eerder gedacht heb dat er iets met mijn ogen aan de hand was en dat dat gewoon over ging. Maar stel dat dat nu niet het geval is. Verdorie..

 

Advertenties

Gitaarmuziek

januari 30, 2012

Ik zit naast een podium waarop zo’n twintig gitaren staan. Het is een herdenkingsbijeenkomst voor een vijf jaar geleden overleden gitarist. De gitaristen spelen samen, spelen solo, spelen met zangeres. Ik luister. En ik kijk. Ik zie een man verkrampt zitten spelen. Heel erg in zichzelf. Ik heb medelijden met hem. De tonen komen met kramp en medelijden omhuld mijn oren binnen. Hoe kan ik weten hoe het geluid zonder beeld klinkt? Mijn ogen dichtdoen? Ik houd mijn ogen open.

De zangeres zingt, begeleid door de verkrampte man. Ik vind haar goed. Mijn vriendin die naast me zit fluistert: wat verschrikkelijk. Ik denk: ik vind vast al snel een zangeres goed omdat ik zingen zo moeilijk vind. De tonen raken vermengd met oordeel.

Ik zie en hoor een heleboel gitaristen. Aangename persoonlijkheden maken sneller fijne muziek dan eikels. Eentje is verschrikkelijk om naar te luisteren. Misschien mede doordat hij vertelde dat hij een affiche vond waarop de gestorven gitarist als de supporting act van zijn eigen band stond aangekondigd.

Ik merk dat ik ontspannener luister naar iemand die makkelijk speelt. Iemand die niet zichtbaar moeite doet om het goed te doen. Iemand die niet “zijn stinkende best” doet. Of lijkt te doen. Een van de makkelijke gitaristen is volgens mijn vriendin niet zo goed. Ik hoor het niet.

Dan denk ik aan de muziek van P, de gitarist waarmee ik samenwerk. Als ik hem hoor spelen denk ik nauwelijks aan goed of niet goed. Vraag ik me niet af waarom ik hoor wat ik hoor. Ik hoor simpelweg muziek. Mooie muziek. En dat is waar het uiteindelijk om gaat.

Fotografie: Louis Haagman


Kunst

januari 29, 2012

Ik zit in de wachtruimte voor mensen die werk indienen voor de selectie voor de Canvascollectie. De stoelen staan, als in een bioscoop, allemaal één kant op gericht. We kijken niet naar een scherm, maar naar een lege muur. Ik heb geen werk in te dienen. Ik drink een vies kopje koffie en kauw op een soppig chocoladebroodje. Ik kijk om me heen. Een vrouw met enorme boezem en haar als een helm vergezelt haar man. Na het afroepen van hun nummer helpt ze hem met het sjouwen van de opengewerkte boomstammen waarin figuurtjes zijn geplaatst. Niet veel later manoeuvreert de man stammen en vrouw naar de lift. Exit. Achter me zit een man die naar verkoudheid ruikt.

Alle vrouwen die ik zie hebben geverfd haar. Er komen mannen van een cameraploeg binnen om mensen te charteren voor een interview. Ik zie een meisje met een bol gezicht haar drie werken uit de beschermende verpakking halen. Stillevens. Vlakken verf. Ik vraag me af of ik wel zie wat ik zie. Naast me wordt een mooie vrouw gevraagd haar werk te tonen aan een tv-man. Ik zie een paars figuur in grove penseelstrepen en een blauwe, niet aansluitende achtergrond. Ik denk: eerste jaar schildercursus. Ik denk: wat weet ik er nou van. Aan mijn andere kant pakt een blonde dame in nette kleren haar werken uit om haar naam op de achterkant te zetten. Ik zie nachttafrelen. Ik denk: niet mooi. Ik denk: ik kan niet oordelen over kunst. Een huisvrouwelijk type laat haar werk aan de nachtschilderes zien. Grijs met grijs en wit en zwart. Als een grof ingekleurde foto. Of een smyrna-patroon. Ik krijg medelijden.

Later dwalen we door de vaste collectie van het museum. We zijn de enige bezoekers. We komen bij het werk van een gerenommeerde kunstenaar. Zwart met grijs en grijs. Ik zeg: verschrikkelijk. Ik denk: ik weet niks. Maar ik denk ook: is het wel nodig om iets te weten?


Een dagje Oostende

januari 28, 2012


Intiem

januari 26, 2012

Je hebt vrienden en vrienden. Soms blijven vrienden slapen. Er zijn er van wie ik meteen het beddengoed en de handdoeken in de was gooi als ze vertrokken zijn. Van anderen gebruik ik de spullen alsof ze van mezelf waren. Dat wil vast wat zeggen.


De fietser

januari 25, 2012

Ongeduldig trommelt hij met zijn vingers op het het licht plakkerige formica tafelblad. Waar blijft die thee nou? De resten van de twee deegachtige croissants die hij als ontbijt naar binnen heeft gewerkt zitten tegen de achterkant van zijn tanden geplakt. “Madame!”. Geen reactie. Het is akelig stil in het keukentje dat aan de grote lege ontbijtzaal grenst. “Oké, dan niet”, moppert hij, vouwt de fietskaart op, stopt hem in de tas die naast zijn stoel staat, trekt de fietsjas die over zijn rugleuning gedrapeerd lag aan en maakt aanstalten te vertrekken. De prijs van de kamer was inclusief ontbijt en gisterenavond bij aankomst al betaald, dus madame zoekt het maar uit met de thee. In de gang nog even slippers vervangen door sokken en wielerschoenen, fiets uit uit het opberghok pakken, handschoenen aantrekken en hij is klaar voor vertrek.

Op de fiets schudt hij snel de milde ergernis van de ochtend van zich af. Boven die twee wielen, handen op het stuur en benen pompend is hij in zijn element. Het ritme van de beweging, het regelmatige aanspannen van de spieren, het gesuis van de banden op het wegdek – binnen de kortste keren is hij één met zijn fiets.

Als hij na anderhalf uur rijden aanzet om de fikse helling te beklimmen die hij die ochtend al op de kaart had ontdekt, knalt het bloed door zijn aderen, voelt hij zijn hart galopperen en hitte van zijn lijf stralen. Zijn spieren kraken terwijl hij zich concentreert op de cadans van het fietsen en het halen van de top.

Door de pure concentratie en lichamelijke inspanning die geen ruimte laat voor de onrust en de angstgevoelens die hem in lijken te halen zodra hij te lang op één plek is, vervaagt beetje bij beetje het zware gevoel dat vaker wel dan niet vlak achter zijn borstbeen huist. Die loden kogel die hem tegen de grond lijkt te willen trekken. De wereld ontvouwt zich voor hem. Bij elke trap op de pedalen voelt hij zich lichter en vrijer worden.

Zo tegen de middag begint hij zich slap te voelen van de honger en besluit een lunchstop te houden in het eerstvolgende dorp dat hij tegenkomt. Hij fietst rustig in de richting van de kerk die hij al van een paar kilometer afstand had zien liggen en komt al snel een patisserie tegen waar ook koffie geserveerd wordt. Hij klik-klakt met zijn wielerschoenen de zaak binnen en bestelt amandelkoeken en koffie bij een zeer vriendelijke oudere dame.

Twintig minuten later en voldaan na twee koppen koffie, een amandelbroodje en een goede croissant stapt hij weer op zijn fiets. Regelmatig trappend fietst hij licht, geur en kleur zijn leven in. Hij geniet van de warmte van de winterzon op zijn lichaam, luistert naar het gekras van vechtende kraaien en het mismoedige geloei van een eenzame koe en snuift de typische wintergeuren op van laaghangende uitlaatgassen, mest en vochtige aarde. Terwijl hij zijn benen maar rond blijft malen ziet hij decor na decor langs schuiven: kale akkers, een eenzame grillig gevormde boom midden in een tot modder getrapt weiland, kronkelende landweggetjes geflankeerd door treurige struiken, een groep vogels die opeens opvliegt uit een veld, een boer op een vuile rode tractor.

Als het begint te schemeren en de energie langzaam zijn lichaam verlaat wordt hij ingehaald door schaduwen van zelfreflectie, angst en oud en nieuw zeer. Laat de loden kogel in zijn borst zich weer voelen en verdwijnt elke vorm van souplesse. Lijkt hij te verstenen. Wordt grijs, koud, star en emotieloos.

Hij stapt af bij het eerste hotel dat hij tegenkomt, neemt een douche, eet een maaltijd zonder die te proeven en gaat zonder het licht aan te doen op het bed in de naargeestige hotelkamer liggen. Hij laat zijn handen over zijn lichaam glijden en voelt onder zijn kleding de spieren, de botten, de warme huid. Hij stelt zich voor hoe het bloed door zijn hart door zijn aderen gestuwd wordt, hoe zijn organen aan het werk zijn zonder dat hij ze bewust aandrijft. Bedenkt dat dat alles opgebouwd is uit cellen en dat die cellen weer uit moleculen bestaan en die moleculen weer uit atomen. En dat zelfs die atomen nog op te splitsen zijn in kleinere deeltjes. Hij kan niet geloven dat hij daarin huist.


Hart

januari 24, 2012

Ik stel me voor dat ik in een kamer ben met een groot knapperend haarvuur, een zachte bank waar ik overdwars en met opgetrokken knieën in zit, het perfecte licht om te lezen en een meeslepend boek op mijn schoot. Een glas rode wijn binnen handbereik. Ik voel me compleet op mijn gemak. Heb niets nodig. Ik stel me voor dat er op de deur geklopt wordt. Eigenlijk wil ik niet gestoord worden. Voor wie zou ik zonder morren mijn boek wegleggen en simpelweg blij zijn degene te zien?

Zo weet ik wie er op het moment dicht bij me staat.

Fotografie: Louis Haagman